U bent hier

De voorzitter

De heer Depoortere heeft het woord.

– Jan Van Esbroeck treedt als voorzitter op.

Ortwin Depoortere (Vlaams Belang)

Voorzitter, minister-president, sinds de indiening van mijn vraag om uitleg vorige week woensdag is de situatie iet of wat veranderd, en spijtig genoeg niet in positieve zin. Ik verwijs naar de diplomatieke incidenten die dag na dag escaleren tussen Turkije en onze noorderburen. Ik verwijs ook naar een aantal andere landen uit West-Europa die toch wel stelling nemen tegen het feit dat het Turkse regime hier met een aantal satellietorganisaties verkiezingsmeetings plant.

Het is in ons land niet anders. De Unie van Europese Turkse Democraten (UETD) is druk doende zalen te zoeken waar ze dergelijke verkiezingsmeetings kunnen organiseren. Het is een organisatie die nauwe banden heeft met de AKP, de partij van Erdogan, en het Diyanetnetwerk in ons land zou graag een herhaling zien van hun meting in 2015. Toen zijn ongeveer 25.000 Turken naar Hasselt afgezakt om onder meer opgeroepen te worden om vast te houden aan de Turkse taal en de Turkse cultuur.

Minister-president, u hebt zich in het verleden herhaaldelijk negatief uitgelaten over het Erdoganregime en de inmenging van dat regime in Vlaanderen. Op 4 oktober 2016 zei u in de commissie naar aanleiding van een vraag over Turkse ongeregeldheden in Beringen: “Ik heb duidelijk gesteld dat het niet kan dat de binnenlandse spanningen van Turkije bij ons zouden worden geïmporteerd.” U verweet het Turkse regime ook praktijken van het naziregime, nadat duizenden leraren, soldaten en overheidsmedewerkers werden opgepakt en u bekritiseerde de georkestreerde intimidatiecampagnes tegen onder meer de Lucernascholen in Vlaanderen, die aan de Gülenbeweging gelinkt worden.

Ondertussen is het wel duidelijk dat het Erdoganregime zijn voeten veegt aan de mensenrechten. Dat wordt trouwens ook bevestigd door de Verenigde Naties. Via een heel web van Turkse organisaties zoals Diyanet en UETD werkt men de integratie van de Vlaamse Turken of Turkse Vlamingen actief tegen. Dat dergelijke grote zalen kunnen worden gevuld voor dergelijke meetings, bewijst eigenlijk het falen van de integratie van een groot deel van de Turkse immigranten in ons land. Een belangrijke oorzaak is dat men de Turkse organisaties al te lang vrij spel heeft gegeven in Vlaanderen. Het zou dus een zeer slechte zaak zijn indien er dit jaar opnieuw dergelijke verkiezingsmeetings worden georganiseerd door satellieten van het Turkse Erdoganregime.

Minister-president, het is opvallend dat ik van u nog geen uitspraak heb mogen horen over de recente gebeurtenissen. Bent u het met mij eens dat een dergelijke grootschalige Turkse Erdoganshow absoluut onwenselijk is in Vlaanderen en fnuikend voor de integratie van de Turkse immigranten in Vlaanderen? Zult u desgevallend initiatieven nemen om te verhinderen dat er dergelijke meetings, al dan niet een massameeting, zullen kunnen plaatsvinden in Vlaanderen? Zo ja, welke instrumenten hebt u daarvoor? Welke initiatieven kunt u nog nemen om de invloed van het Erdoganregime op de Turkse allochtonen in Vlaanderen tegen te gaan? Ik verwijs naar de invloed die het Erdoganregime nog altijd uitoefent via het web van satellietorganisaties die hier wel degelijk actief zijn.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Depoortere, dit is natuurlijk een zeer actuele vraag. U zegt terecht dat ik in het verleden herhaaldelijk mijn bezorgdheid heb geuit over de mensenrechtensituatie in Turkije. Die situatie blijft alarmerend. Ik heb er toen op gewezen dat er in dit land aan de hand van grondwetswijzigingen en een noodsituatie maatregelen werden genomen tegen magistraten, professoren, leraars en ambtenaren die ofwel uit hun ambt werden ontzet of geschorst. Ik heb daar toen op een zeer kritische wijze mijn mening over geuit. Ik blijf erbij dat de mensenrechtensituatie alarmerend blijft. Het voorwerp van het referendum dat wordt voorgelegd aan de Turkse kiezers, gaat verder in die richting.

De Venice Commission heeft een analyse gemaakt van de maatregelen en zegt dat dit wegschuiven is van de democratische rechtsstaat zoals we die kennen. Het is een afname van de onderzoeksmacht van het parlement. De parlementaire bevoegdheid om controle uit te oefenen op de regering, verschuift naar de president. De president verwerft wetgevende macht. De parlementaire bevoegdheid om decreten uit te vaardigen, verschuift naar de president. De bevoegdheden van de eerste minister verschuiven naar de president. De budgettaire bevoegdheid van de regering verschuift naar de president. De regeringsverantwoordelijkheid inzake nationale veiligheid verschuift ook naar de president. Iedereen die bekommerd is om de principes van onze democratische rechtsstaat, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, zal het met mij eens zijn dat dit een verschuiving is die weggaat van het systeem van ‘checks and balances’, van een systeem zoals wij dat kennen. Deze keuze wordt voorgelegd aan de kiezers daar.

Wat betreft Vlaanderen, herhaal ik wat ik vroeger heb gezegd. Ik heb onmiddellijk gezegd, naar aanleiding van de opruiende taal van een parlementslid van AKP in Beringen, dat ik niet kan aanvaarden dat de Turkse interne problemen hier worden geïmporteerd. Ik blijf daarbij.

U had het over het integratiebeleid. Het hoeft geen betoog dat dit schadelijk is. Dit staat haaks op een integratiebeleid. Men gaat mensen die hier zijn geïntegreerd, tegen elkaar opzetten op basis van discussies die binnen Turkije worden gevoerd, op basis van grote politieke hete hangijzers binnen de Turkse gemeenschap. Meer nog, er is toentertijd een uitlating geweest van de woordvoerder van de Turkse ambassade die de Vlaamse Regering, en onder meer de minister-president, verweet goede banden te hebben met de Gülenbeweging, die een terroristische beweging werd genoemd. Ik heb dat niet over mij heen laten gaan, zoals u weet. Ik heb toen de Turkse ambassadeur ter verantwoording geroepen en hij heeft zich verontschuldigd en afstand genomen van de uitlatingen van zijn woordvoerder, waarmee voor mij dat incident gesloten was.

U weet zeer goed dat het voorwerp van uw vraag natuurlijk geen bevoegdheid van mij als minister-president is. Het is een bevoegdheid van de burgemeesters omdat het hier gaat over de openbare orde, veiligheid, mogelijke geweldplegingen. De burgemeesters zijn ter zake bevoegd. In tweede orde is de minister van Binnenlandse Zaken van de Federale Regering bevoegd.

Als u mij zou kunnen zeggen – maar ik vermoed dat u dat niet kan – wat mijn politionele bevoegdheden ter zake zijn, welgekomen.

Wat de invloeden betreft van die ‘satellieten’, zoals u het noemt, van het Turkse regime, de European Turkish Democrats en Diyanet, verwijs ik u naar het antwoord van 7 februari 2017 op een vraag aan minister Homans, die ter zake bevoegd is. Je zit natuurlijk met de vrijheid van levensbeschouwing. Minister Homans heeft aangetoond dat het niet eenvoudig is om financiering tegen te houden. Dat vergt samenwerking met de Staatsveiligheid, die rapporten moet afleveren waardoor kan blijken dat er problemen zijn met de erkenning van bepaalde moskeeën.

De voorzitter

De heer Depoortere heeft het woord.

Ortwin Depoortere (Vlaams Belang)

Minister-president, dank u voor uw antwoord. Over de grond van de zaak is iedereen het eens: het referendum gaat in tegen alle waarden en normen die bij ons in Europa, of in West-Europa, leven. Daar moet toch wel krachtig tegen gedemonstreerd worden.

Ik geef toe dat u geen politionele bevoegdheden hebt, of nog niet hebt. Die situeren zich op federaal niveau. Men moet niet alleen de politionele weg bewandelen. Er is ook nog zoiets als de diplomatieke weg. U hebt eerder al de Turkse ambassadeur bij u geroepen naar aanleiding van zijn uitspraken over de Gülenbeweging. Wel, dan denk ik, gezien de escalatie van de feiten en gezien het feit dat een aantal West-Europese landen toch wel straffere taal spreken over die verkiezingsmeetings die worden georganiseerd in hun land, dat wij hier een soort signaal moeten geven, dat wij wel degelijk nog eens die Turkse ambassadeur op het matje moeten mogen en durven roepen, om hem eens duidelijk te maken dat de Turken die hier leven, zich aan te passen hebben aan onze waarden en normen, en dat wij een organisatie van Turkse verkiezingsmeetings hier in ons land niet dulden.

U verwijst enkel naar de openbare orde. Dat klopt ten dele. Maar er is ook nog zoiets als het artikel 17 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM), dat een uitzonderingsclausule bepaalt in verband met de vrije meningsuiting. De vrijheid van meningsuiting kan worden beperkt als zij tot schendingen van de mensenrechten zou leiden, of als zij ten koste zou gaan van de fysieke integriteit van personen. Met dit referendum kan dat ook het geval zijn. Men klopt binnenlandse Turkse conflicten op en importeert ze in ons land.

Dat zijn allemaal argumenten op basis waarvan ik meen dat u wel degelijk een grond hebt om die Turkse ambassadeur nogmaals, voor de zoveelste maal, aan te manen om dergelijke propagandameetings van een dictator – mag ik wel zeggen – in ons land niet te organiseren.

U verwijst ook naar de financiering van de Diyanetmoskeeën. Ik ben uiteraard op de hoogte van het antwoord van minister Homans. Maar dat neemt niet weg dat dit probleem nog altijd bestaat. De Diyanetmoskeeën zijn niet verdwenen, integendeel. Het is wel degelijk via deze moskeeën dat het Erdoganregime meer en meer invloed kan uitoefenen op zijn onderdanen die hier verblijven.

– Rik Daems treedt als voorzitter op.

Ortwin Depoortere (Vlaams Belang)

Ik sluit af met de essentie van deze problematiek: de Turkse inwoners die nog altijd de dubbele nationaliteit hebben. Zij zouden niet onderhevig zijn aan dergelijke campagnes indien ze zich zouden kunnen beperken tot één nationaliteit, namelijk de onze, en indien ze de Turkse nationaliteit niet zouden hebben. Ook hier is er werk aan de winkel. Ik geef toe dat dit federale materie is, maar ik denk dat op de verschillende niveaus – Europees, federaal en over de gemeenschappen heen – dergelijke oplossingen naar voren moeten kunnen worden geschoven.

De voorzitter

Het is niet omdat het een federale materie is, dat we geen mening mogen hebben.

De heer Van Overmeire heeft het woord.

Karim Van Overmeire (N-VA)

Onze voorzitter vervult zijn rol met verve.

Minister-president, collega’s, ik stel vast dat de heer Erdogan graag in de geschiedenis duikt. Gisteren haalde hij Srebrenica boven toen hij het over de Nederlanders had, en daarvoor haalde hij al de nazi’s boven. Ik vind vooral die vergelijking met het nationaalsocialisme interessant. Diegenen onder u die interesse hebben voor geschiedenis, zullen zich een zekere Marinus van der Lubbe herinneren. Net toen de nazi’s aan de macht waren gekomen en nog een schijn van democratie tolereerden, werd hij ervan beschuldigd de Rijksdag, het Duitse parlement, in brand te hebben gestoken. Die terroristische activiteit was dan de aanleiding voor de zogenaamde Rijksdagverordening, waarbij het nationaalsocialisme een echte dictatuur kon vestigen.

Ik ben altijd heel benieuwd naar de echte achtergrond van die zogenaamde staatsgreep in Turkije. Ik zie dat er ondertussen 100.000 mensen ontslagen zijn en dat er 40.000 in de gevangenis zitten. Dan vraag ik mij af waarom die staatsgreep mislukt is, als hij dan toch zoveel steun kreeg bij de bevolking. Daar zijn dus heel rare dingen aan de hand. Ik zit hier jammer genoeg al lang genoeg om in het verleden al discussies daarover te hebben meegemaakt. Ik vrees nu een beetje dat de maskers afvallen bij de AKP. We hebben heel lang gediscussieerd over de vraag welke partij dat nu eigenlijk is. Zijn dat verlichte moslimdemocraten, die een perfecte combinatie tussen democratie en islam zullen realiseren en een voorbeeld zullen zijn voor het hele Midden-Oosten of hebben zij toch een geheime agenda? Ik ben altijd een aanhanger geweest van die tweede theorie, en ik vrees dat de aanhangers van die tweede theorie nu gelijk krijgen: we komen tot de cumulatie van een agenda die er al heel lang was, die er al tien of twintig jaar was, om uiteindelijk dat kalifaat, of hoe je het ook noemt, te installeren.

Dit is voor de Europese samenleving een heel moeilijke discussie omdat de vrijheid van meningsuiting centraal staat. Ik worstel daar zelf ook mee. We mogen daar niet te snel op ingrijpen. Anderzijds is hier meer aan de hand dan dat er mensen gebruik maken van hun vrijheid van meningsuiting. Dit zijn geen lokale individuen. Een buitenlandse overheid heeft enclaves georganiseerd in West-Europese landen, onder meer via Diyanet. Ik heb recent nog zo’n moskee bezocht. Niet alleen de imams worden gestuurd vanuit Ankara. Zij krijgen elke vrijdag ook hun preek toegestuurd. Zij schrijven hun preek niet zelf. Hun preken worden gevalideerd door het Turkse ministerie van Religieuze Zaken. Dat organiseren van enclaves staat natuurlijk haaks op ons integratiebeleid. Dat gaat over veel meer dan moskeeën. Het gaat vooral om sociale controle op de gemeenschap. Op die manier wordt het politieke conflict, dat nog altijd bestaat in Turkije, geïntegreerd bij ons. Dat plaatst ons voor grote problemen.

Er is nog een andere discussie: het toetredingsproces van Turkije bij de EU. Dat proces is er nog altijd. Europees commissaris Federica Mogherini zegt nu dat we het zullen moeten herzien als er niets verandert in Turkije. Ik vraag me af wanneer we de politieke moed zullen hebben om te zeggen dat dit nooit meer goed komt. Dat probleem in Turkije is zo structureel dat we eens een punt moeten durven te zetten achter dat toetredingsproces van Turkije tot de EU. Het zou ook heilzaam zijn om de relatie tussen Turkije en de EU uit te klaren. Want nu zit je in een soort van wederzijds verlovingsbedrog – het is geen huwelijk – waarbij er in theorie grote verwachtingen zijn, terwijl in de praktijk die twee entiteiten compleet uit elkaar drijven. Het zou veel beter zijn indien we de moed zouden vinden om die situatie uit te klaren en om realistische verwachtingen te krijgen in verband met de toekomst van de relatie tussen Turkije en Europa.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Voorzitter, ik heb niet zoveel meer toe te voegen aan wat ik gezegd heb. Ik stel vast dat de heer Depoortere verwijst naar de misbruikbepaling in het EVRM, die stelt dat de uitingsvrijheid niet geldt als zij wordt gebruikt om de rechten van anderen te beknotten. Dat is een interessant denkspoor dat, denk ik, tot voor kort niet zou zijn gehuldigd door uw partij, mijnheer Depoortere. Niettemin, of het nu gaat over ordehandhaving, het verminderen van geweld, het verhinderen van meningen die haaks staan op…, dan nog blijft dat de bevoegdheid, die hier in eerste instantie politioneel is vastgelegd, van de lokale autoriteit, de burgemeester, en in tweede orde van de minister van Buitenlandse Zaken. Met de beste wil van de wereld – en u hebt daar ook geen antwoord op gegeven – kan ik u zeggen dat Vlaanderen daaromtrent niet bevoegd is.

Mijnheer Van Overmeire, ik heb al in illo tempore in de plenaire vergadering heel duidelijk gezegd dat, wat mij betreft, er geen plaats is in de EU voor een land dat niet de waarden, rechten, normen en vrijheden verdedigt die wij met zijn allen delen in onze publieke Europese cultuur, gebaseerd op de verlichtingswaarden. Ik heb dat toen publiek verklaard, overigens met grote steun van het halfrond. Uiteraard blijf ik daarbij.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.