U bent hier

De voorzitter

Collega’s, de vraag om uitleg van de heer Cordy stond vorige week al op de agenda, maar gezien de duur van onze werkzaamheden toen was hij zo vriendelijk zijn vraag uit te stellen. Hij wilde echter wel heel graag deze week nog Gedichtendag in herinnering brengen. U mag deze vergadering dan ook starten, mijnheer Cordy, met uw gedicht om vervolgens uw vraag te stellen.

Paul Cordy (N-VA)

Ik heb inderdaad een gedicht van Joost van den Vondel meegebracht, voorzitter, een lofdicht op de 17e-eeuwse geleerde Johannes Vossius. Hij was een allround geleerde, een beetje de Etienne Vermeersch van de 17e eeuw. Het gedichtje sluit naadloos aan bij mijn vraag, zoals zal blijken.

Laat zestig winters vrij dat Vossenhoofd besneeuwen,
Nog grijzer is het brein, dan ’t grijze haar op ’t hoofd,
Dat brein draagt heugnis van meer dan vijftig eeuwen,
En al haar wetenschap, in boeken afgesloofd.
Sandrart, beschans hem niet met boeken of met blaêren,
Al wat in boeken steekt, is in dat hoofd gevaren.

De Sandrart waarvan sprake is, was een 17e-eeuwse portretschilder, en zo sluit het gedicht naadloos aan bij een vraag over de opleiding Conservatie-Restauratie.

Sinds het academiejaar 2013-2014 is deze opleiding ingekanteld in de Universiteit Antwerpen. Deze masteropleiding is trouwens de enige in dat domein in Vlaanderen.  Sinds de overgang naar de universiteit zijn de praktijklessen in de opleiding serieus ingeperkt, en dat zowel in de bachelor- als in de masteropleiding. De academische component van de opleiding werd met competenties rond voor- en materiaalonderzoek, het schrijven van rapporten en dergelijke versterkt, maar studenten krijgen nog maar zeer weinig gelegenheid om praktijkervaring op te doen, terwijl dat in het verleden wel sterk aan bod kwam. De recente curriculumwijziging, met ingang van dit academiejaar, heeft deze tendens nog versterkt en heeft een aantal vakken toegevoegd die niet voor alle restauratiespecialiteiten een even grote relevantie hebben. Op basis van deze curriculumwijziging rijst bij studenten het vermoeden dat het op termijn de bedoeling is de master Conservatie-Restauratie en de master Erfgoedstudies samen te voegen. Dat veroorzaakt nogal wat ongerustheid onder de studenten, want dat zou betekenen dat een opleiding Restauratie niet langer op masterniveau zou kunnen worden gevolgd.

Minister, daarom heb ik voor u de volgende vragen. Bent u zich bewust van de problematiek van een verminderd aandeel aan praktijkonderwijs in de ingekantelde masteropleidingen Restauratie? Doet dit fenomeen zich nog in andere ingekantelde opleidingen voor? Indien dat zo is, acht u het nodig dat de curricula zodanig worden aangepast dat deze praktijkcomponent nog aanwezig blijft? Weet u of er inderdaad plannen zijn om de master Conservatie-Restauratie en de master Erfgoedstudies samen te voegen?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Dank, mijnheer Cordy, voor deze interessante vraag en het mooie gedicht.

De problematiek die u schetst, was mij niet bekend. Ik ben natuurlijk geen Etienne Vermeersch met zijn zeer brede kennis, maar het heeft nog andere oorzaken. Het uittekenen van het curriculum van een opleiding staat zeer ver van de bevoegdheid van de overheid. Het behoort integraal tot de autonomie van een hogeschool of universiteit. Ook het bepalen van het aandeel praktijk behoort volledig tot de autonomie van de hogeschool of universiteit. Zeer uitzonderlijk leggen wij bij decreet voorwaarden op. We doen dat bijvoorbeeld wel voor de lerarenopleiding en ook voor toekomstige hbo5-opleidingen. Bij de opleidingen die u schetst, doen we dat niet.

In het algemeen bepaalt de regelgeving hoger onderwijs enkel dat het instellingsbestuur een opleidingsprogramma vastlegt dat bestaat uit een samenhangend geheel van opleidingsonderdelen. Elke instelling moet ook voor elke opleiding en voor elk opleidingsonderdeel leerresultaten uitschrijven, en op Vlaams niveau ook domeinspecifieke leerresultaten op basis van niveaudescriptoren en die zijn opgenomen in een decreet. In dit geval zijn het de descriptoren voor bachelor en master. Dat heeft tot doel om de toepassing van Vlaamse, federale en internationale regelgeving over beroepsuitoefening te garanderen. Die domeinspecifieke leerresultaten moeten door de NVAO, de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie, worden gevalideerd. Dat is het hele traject dat moet worden doorlopen.

Voor de bachelor- en masteropleiding Conservatie-Restauratie is nu het proces opgestart om die domeinspecifieke leerresultaten uit te tekenen. De toets door de NVAO zal duidelijk maken of de opleidingen aan de niveaudescriptoren voldoen.

Zijn er nog zulke fenomenen? Er zijn me geen soortgelijke klachten bekend, toch niet als het gaat over de andere academische hogeschoolopleidingen die in de universiteiten zijn geïntegreerd. Aangezien al deze opleidingen een academiseringsproces hebben doorgemaakt, is het ook logisch dat een curriculum aan evolutie onderhevig is, maar het behoud van het profiel van de opleidingen is voor mij zeker een aandachtspunt. Denken we bijvoorbeeld aan het onderscheid dat tot vandaag blijft bestaan tussen industrieel en burgerlijk ingenieur. Dat wordt door niemand ter discussie gesteld, niet door de universiteiten en niet door het werkveld.

Met uw derde vraag, over de aanpassingen van het curriculum, heb ik het een beetje moeilijk, mijnheer Cordy, want dat behoort echt tot de autonomie van de instelling. Ik heb verwezen naar de toetsing door NVAO die er nog moet komen. Een belangrijk aspect daarbij is ook de kwaliteitszorg. Ook daarin spelen de domeinspecifieke leerresultaten een belangrijke rol. Zowel het interne kwaliteitszorgbeleid als de externe kwaliteitscontrole, de visitaties, de instellingsreview, moeten garanderen dat de opleidingen zijn afgestemd op de verwachtingen, onder andere van het werkveld.

Dan was er de vraag of er plannen zijn om nog opleidingen samen te voegen. U verwees in dat verband naar de master Conservatie-Restauratie en de master Erfgoedstudies. Die plannen zijn mij niet bekend. Ook wat dit betreft, moeten de instellingen zelf een afweging maken, op basis van alle informatie die ze hebben. Ik heb echter vertrouwen in het veld, in hun acties. Dat is ook zo’n beetje het leidmotief van deze regering. Voor mij is het echter heel belangrijk dat er zeker zeer zorgvuldig wordt overlegd, met dat veld, maar zeker ook met de studenten. Dat lijkt me de evidentie zelve. Mocht u dus zorgpunten hebben over deze zaken, gelieve me die dan te signaleren. Dan kunnen we ons daarover ook informeren.

Mijnheer Cordy, vergeef het me, maar ik heb op mijn kabinet talenten van heel diverse pluimage, en de man die deze vraag heeft voorbereid, is eigenlijk ook enigszins een poëet. Zijn naam is Van Damme S., en ik geef u zeer graag een door hem gemaakte repliek op uw gedicht.

Na jaren van academiseren
Volgde ook het integreren.
Daarbij moet men proberen
Ook de praktijk te conserveren.
Doch wil tevens eviteren
Het curriculum zélf te restaureren.

De voorzitter

De heer Cordy heeft het woord.

Paul Cordy (N-VA)

Ik ben blij dat de bezorgdheid er inderdaad is, want we mogen toch niet vergeten dat de opleiding Conservatie-Restauratie niet onbelangrijk is. Dat zijn natuurlijk nicheopleidingen, maar het zijn, rekening houdend met het beheer en het behoud van ons cultureel patrimonium, van ons onroerend en roerend erfgoed, toch wel zeer belangrijke opleidingen. Als we die knowhow verliezen, dan kunnen we ter zake in de problemen komen. De aandacht om dat zeker te behouden, moet er dus zeker zijn. Er is natuurlijk inderdaad de kwaliteitszorg, met alle mechanismen die ter zake zijn opgebouwd, inclusief het feit dat de universiteit inderdaad ook wat dat betreft het werkveld, maar ook de studenten en zo moet en zal horen. De instelling kennend heb ik er ook wel vertrouwen in dat dat zal gebeuren. We kunnen ter zake dus toch een geruststellend signaal richting studenten sturen, een signaal dat we ons bewust zijn van het feit dat die opleidingen zeer waardevol zijn, dat ook die praktijkcomponent zeer waardevol is, maar vooral ook dat de kwaliteitszorg zal behoeden dat daar onverstandige beslissingen worden genomen.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Akkoord.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.