U bent hier

Commissievergadering

donderdag 19 januari 2017, 14.00u

Voorzitter
van Bart Caron aan minister Philippe Muyters
663 (2016-2017)

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Minister, mijn vraag over de National Anti-Doping Organizations (NADO) is een disciplinegewijze vraag, die aantoont dat hier en daar in de regelgeving met betrekking tot de NADO en de toepassing van de dopingcontrole toch nog – ik zal niet zeggen anomalieën – maar dan toch tenminste dingen zitten die niet altijd zo logisch zijn als ze lijken. De principes zijn mooi, maar de vertaling naar elke discipline, met haar eigen karakter, maakt het verschil.

Het gaat hier vooral over duatlon en triatlon. We weten dat elitesporters aan een aantal specifieke regels zijn onderworpen, zij moeten onder andere hun whereabouts ingeven. Waarom zijn eliteatleten van alle vormen van duatlon, de enige sport samen met triatlon waar dit van toepassing is, onderhevig aan de whereaboutsplicht en bijvoorbeeld niet BMX, tennis, golf, roeien, boogschieten, kajak, schieten, zaalvoetbal, rugby, ijshockey en alle vormen van langeafstandslopen? De kern van mijn vraag betreft een zekere onlogica in de regelgeving ter zake of in de toepassing ervan.

Ik verwijs in dit geval ook naar het advies van de Strategische AdviesRaad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SARC) van 9 juni 2016. Ik weet dat dat een tijd geleden is, het is nog van voor de decreetswijziging en dat soort dingen. Ik citeer: “De administratieve lasten van whereabouts. De Vlaamse Sportraad stelt zich vragen bij de opgelegde verplichtingen voor niet-professionele sporters die een ‘kleinere’ discipline uitoefenen van een sporttak. De Vlaamse Sportraad meent dat deze niet-professionele sporters (die vaak sport met een reguliere tewerkstelling of studie combineren en vaak geen commercieel voordeel halen uit hun sportbeoefening) niet nodeloos administratief moeten belast worden.”

Dat is hun standpunt, en dan geven ze voorbeelden, onder meer triatlon en duatlon, en daar gaan ze dan verder op door.

Wat is de legistieke achtergrond? Er is de problematiek van de internationale federaties die de WADA-code (World Anti-Doping Agency) hebben ondertekend. Hun topsporters moeten als elitesporter worden beschouwd. Dat is omgezet in onze regelgeving: decreet, besluit en ook afgestemd in een samenwerkingsakkoord met de gemeenschappen.

Een voorstel tot aanpassing van deze lijst van sportdisciplines werd trouwens binnen de schoot van de coördinatieraad overlegd met de sportsector. Daarna heeft men elke sporttak ingedeeld in een van de categorieën A, B of C. Bij ons werden de volgende twee basiscriteria gebruikt voor de indeling: de risicogevoeligheid van de sport buiten competitie, gebaseerd op de WADA International Standard Testing, en het belang van de sport in het land.

Dan moeten die twee elementen worden onderzocht. Waaruit blijkt dat een sportdiscipline dopinggevoelig is? De elitesporters worden onderverdeeld in de volgende categorieën. Categorie A bestaat enerzijds uit de elitesporters die een dopinggevoelige sport uitoefenen en meestal niet op een gemakkelijk lokaliseerbare plaats trainen, en anderzijds uit elitesporters die triatlon, duatlon of veldrijden beoefenen. Categorie B bestaat uit elitesporters die een dopinggevoelige sporttak beoefenen maar wel op een gemakkelijk lokaliseerbare plaats trainen. Categorie C bestaat uit elitesporters die een olympische ploegdiscipline beoefenen.

Minister, ik heb naar aanleiding van deze categorieën A, B en C en de whereabouts van elitesporters een vraag. Waarom zijn eliteatleten van alle vormen van duatlon, de enige sport samen met triatlon waar dit van toepassing is, onderhevig aan de whereaboutsplicht en al die andere bij het begin van mijn vraag opgenoemde sporttakken niet? Het gaat om sporttakken die niet professioneel zijn, met een laag prijzengeld, en die worden beoefend door atleten met meestal een voltijdse baan die van dat prijzengeld niet bepaald rijk worden, zeker niet in de duatlon. Is het niet aangewezen de lijst aan een evaluatie te onderwerpen?

Ik wil niet meteen oordelen, maar ik wil de onlogica aankaarten.

Minister Muyters heeft het woord.

Bij de indeling van de elitesporters hanteren we inderdaad twee criteria: de dopinggevoeligheid, en het al of niet kunnen lokaliseren van sporters. Duatlon, triatlon en langeafstandlopen – dat hebt u niet vermeld – horen thuis in de A-categorie.

Triatlon, duatlon en langeafstandlopen stonden reeds van bij de invoering van de whereabouts op de lijst van de whereaboutsplichtige sporten. Bij de recente wijziging waar u naar verwijst, blijven duatlon, triatlon en langeafstandlopen behouden in categorie A. Ik hoef u niet uit te leggen dat duatleten, triatleten en anderen moeilijk te lokaliseren zijn tijdens de training voor hun sport. Als het gaat over de dopinggevoeligheid en de wetenschappelijke toetsing, verwijs ik naar de WADA-werkgroep die risicoprofielen bepaalt voor sporten per klasse van substanties en methodes. Die werkgroep is ook verantwoordelijk voor het Technisch Document voor Sportspecifieke Analyse (TDSSA). Bloedtransfusies en erytropoëse stimulerende substanties (ESA), zoals epo, zijn twee verboden klassen, die beperkt opspoorbaar zijn in de tijd en waarvoor het bloedpaspoort soms de enige methode is, zij het een indirecte.

Voor een efficiënt paspoortprogramma moeten atleten zowel in als buiten competitie op diverse tijdstippen onverwacht gecontroleerd kunnen worden. De WADA-werkgroep die het risicoprofiel bepaalt, heeft in het door NADO Vlaanderen verplicht te volgen TDSSA wielrennen, triatlon en alle disciplines van triatlon en de sporten met het hoogste risico ingedeeld voor ESA en bloedtransfusies. En voor alle duidelijkheid: duatlon wordt als een onderdeel van triatlon beschouwd.

Daaraan gekoppeld is er bijvoorbeeld de verplichting om minimaal 60 procent van de urinestalen uit die sporten op ESA te onderzoeken. De onafhankelijke evaluatie van de expertenwerkgroep van het WADA, die rekening houdt met het risicoprofiel per sport en discipline, differentieert duidelijk tussen triatleten en vele andere sporten en disciplines. NADO Vlaanderen volgt die differentiatie in zijn regelgeving.

Het feit dat de whereaboutsplicht voor duatlon en triatlon ruimer gaat dan de disciplines op Olympische Spelen en Wereldspelen is ingegeven door het feit dat men ook de sporters wil vatten die langere afstanden beoefenen. Zoals u weet, is de olympische discipline niet triatlon, maar een kwarttriatlon. De link met de dopinggevoeligheid – de kans dat je doping neemt bij triatlon, is misschien wel groter dan bij een kwarttriatlon – is daarbij toch duidelijk. Bijkomend wil ik nog meegeven dat het enkel die atleten zijn die professioneel of semiprofessioneel zijn of aan een EK of WK deelnemen, die nationaal elitesporter zijn en dus whereaboutsplichtig zijn.

Wat tot slot uw vraag naar evaluatie betreft: de huidige lijst trad pas recent, op 15 september 2016, in werking. Uiteraard is het de bedoeling om de categorieën van whereaboutsplichtige sporten regelmatig te evalueren, en dat volgens de procedure en met betrokkenheid van de verschillende actoren. En zoals u zelf al zei, moeten we daar ook met de andere gemeenschappen en Brussel over samen zitten. Natuurlijk moet men de regeling enige tijd toepassen, vooraleer men concreet kan evalueren, maar zoals u begrepen zult hebben, volgt NADO Vlaanderen dit nauwgezet op.

Kort samengevat: ik denk dat wij hier de enige mogelijke beslissing hebben genomen ten aanzien van duatlon, conform de dopinggevoeligheid en de procedure die daaromtrent bestaat bij het WADA.

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Minister, ik twijfel niet aan uw antwoord en aan de redenen waarom u deze regel invoert. De criteria voor triatlon worden gelijk gezet met die van wielrennen. We kennen de problematiek in het wielrennen. En de wielerproef maakt deel uit van de triatlon. Wellicht is het zo ontstaan.

Maar het is wel zo dat er de voorbije tien jaar in triatlon en duatlon in Vlaanderen al veel gecontroleerd is, en dat er nooit, maar dan ook nooit een positieve controle is geweest. Dat staat een beetje haaks op die theoretische definitie van dopinggevoeligheid. Dat staat in tegenstelling tot het wielrennen, waar de pakkans in de amateursector veel kleiner is, omdat daar veel minder gecontroleerd wordt.

De technici zeggen mij dat de aard van de triatlonsport anders is dan bij het wielrennen, omdat je in het wielrennen de combinatie van uithouding, weerstand en explosiviteit hebt. Daarbij heeft het gebruik van epo-achtige substanties meer effect, zo zegt men mij. Bij triatlon gaat het om de uithouding as such, waardoor het effect minder groot is. Maar goed, u stelt het ook gelijk met het langeafstandlopen.

Ik heb één bijkomende vraag. Het betreft iets wat de triatlon- en de duatlonfederatie ook zelf stellen. De dopinggevoeligheid is blijkbaar ook binnen het WADA een soort idee-fixe. Ik kan fout zijn, ik ken de buitenlandse testresultaten niet, maar ik wil het wel voorleggen. Hoe definieer je in de triatlonsport in de breedte semiprofessioneel en professioneel? De federatie stelt dat bij de zeer brede invulling van die twee categorieën eigenlijk heel veel pure amateurs zitten, die op het internationale niveau niet in de prijzen rijden.

Dus de vraag is of dat wel matcht. Misschien kunt u daar vandaag niet op antwoorden. In dat geval heb ik liever een uitgesteld antwoord dan een half antwoord.

Die definitie is te ruim gesteld. Dan zouden mensen die als hobby aan duatlon doen hun whereabouts moeten invullen, terwijl dat eigenlijk niet klopt. Ik heb niets tegen de toepassing daarvan bij profs. Het gaat hier echter over het meegezogen worden in de problematiek van het professioneel wielrennen, en dit doet de triatlonsport een beetje oneer aan.

Minister Muyters heeft het woord.

Voor de indeling in klassen maak ik een onderscheid in dopinggevoeligheid. Vraag is dan of het zin heeft om doping te nemen. Het antwoord van WADA daarop is dat dit bij uithoudingssporten zeker zin heeft. Het gaat dan over duatlon, triatlon, wielrennen, langeafstandlopen. Dat zijn sporten waarbij het zin heeft om doping te nemen. Bij bijvoorbeeld de schuttersport heeft dat volgens WADA geen effect, wellicht door de korte inspanning.

Er is een verschil tussen de dopinggevoeligheid voor de indeling en de dopinggevoeligheid voor het bepalen van ons spreidingsplan. Waar gaan wij wanneer controleren? We moeten wel kunnen controleren, en in dat geval moeten de whereabouts worden ingevuld. Of die atleten dan wekelijks worden gecontroleerd, is een andere vraag dan of hun whereabouts moeten worden ingevuld. Ik persoonlijk zou dat onderscheid heel sterk maken. Als men dan een aanwijzing heeft, kan er een controle worden uitgevoerd. Als men dan geen whereabouts heeft, kan men gewoon geen controle doen.

Voor mij is het niet de bedoeling dat amateurs hun whereabouts invullen. Ik zal dat zeker nog eens nagaan.

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Minister, ik kan goed leven met uw antwoord. Als ik u goed begrijp, maakt u een duidelijk onderscheid tussen een spreidingsplan wat betreft de controle en de whereabouts die zeker voor profs en semiprofs geldig moeten blijven. Men moet immers de gelegenheid krijgen om te controleren. Verder gaat u het engagement aan om nog eens na te gaan in welke mate de invulling van die twee categorieën juist is. Ik pleit daarbij niet voor een versmalling, maar voor een correcte toepassing van nul positieve controles in de geschiedenis van deze sport.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.