U bent hier

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Er bestaan heel wat maatregelen die energiearmoede trachten te verlichten, zoals een sociaal tarief voor elektriciteit, gas en water of een toelage van het sociaal verwarmingsfonds. De procedures bij wanbetaling trachten afsluiting te voorkomen. Sociale dakisolatieprojecten, verhoogde renovatiepremies voor specifieke doelgroepen en energiesnoeiers zetten in op preventie en moeten het verbruik van gezinnen in energiearmoede naar omlaag brengen. Het gratis weggeven van energie is alvast geen duurzame oplossing tegen energiearmoede.

Deze Vlaamse Regering heeft alvast als eerste werk gemaakt van een duidelijk actieplan om energiearmoede tegen te gaan. Vorige week woensdag werd daarover gedebatteerd in Antwerpen. Uit het rapport over energiearmoede blijkt dat ongeveer 10 procent van de rechthebbenden op een sociaal tarief hier geen toegang tot vinden. Maatregelen die mensen in armoede moeten helpen, bereiken dus niet de hele doelgroep.

Minister, hoe wilt u ervoor zorgen dat die doelgroep beter bereikt wordt? Hoe gaat u ervoor zorgen dat die 10 procent die recht heeft op het sociaal tarief, maar het niet krijgt, teruggebracht wordt naar 0 procent?

Al 25 jaar krijgen we het aandeel van de mensen die onder de armoederisicogrens leven, niet naar beneden. Al 10 jaar zijn beleidsmakers bezig met het probleem van energiearmoede. En de cijfers tonen aan dat het sindsdien alleen maar erger geworden is. Steeds meer mensen kunnen hun energiefactuur niet betalen of blijven in de kou zitten uit angst voor hun factuur. Er is een heel scala aan curatieve maatregelen uitgewerkt. Maar dat is absoluut onvoldoende. Als we dit probleem structureel willen oplossen, moet er preventief gewerkt worden.

Dat is ook het meest kostenefficiënt. Want mensen in energiearmoede leven vaak ook in slechte, energieverslindende huizen, die meestal huurhuizen zijn.

Met welke beleidsmaatregelen zult u ervoor zorgen dat de energetische kwaliteit van huurhuizen structureel aangepakt wordt, en zo ook de energiearmoede? We zien immers dat er momenteel heel wat drempels zijn die maken dat verhuurders niet overgaan tot energetische verbeteringen. Er zijn daarvoor momenteel een aantal maatregelen, maar daar wordt maar heel beperkt gebruik van gemaakt.

Valerie Taeldeman (CD&V)

Ik stel mijn vraag ook naar aanleiding van het jaarboek dat vorige week werd voorgesteld aan de Universiteit Antwerpen. Om niet in herhaling te vallen zal ik mij beperken tot één passage uit dat jaarboek, en daarover gaat mijn vraag.

In het jaarboek staat te lezen: "Een grote belemmering bij het beleid tegen energiearmoede is dat heel wat subsidies en tegemoetkomingen niet opgenomen worden of opgenomen worden door doelgroepen die ze minder nodig hebben. Premies voor hernieuwbare energie, bijvoorbeeld, hebben voor mensen in energiearmoede minder effect, want deze komen vooral ten goede aan hogere inkomensklassen. Bovendien is vaak eerst een grondige renovatie vereist. Het blijft voor mensen met een laag inkomen moeilijk om investeringen voor te financieren. Het gekende mattheuseffect speelt dus ook hier een rol. Bestaande maatregelen voor kwetsbare groepen zijn beperkt en kennen een beperkt bereik."

Ik wil u daarover een vraag voorleggen. In het verleden hebben we al erg intensief gepraat over het actieplan energiearmoede, dat een structurele aanpak beoogt. Mijn bezorgdheid daarover is en blijft de communicatie ten behoeve van de kwetsbare doelgroepen.

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, ik denk dat we allemaal die bekommernis delen. Ik hield zo-even een pleidooi om van de energiehuizen een goed gekend aanspreekpunt te maken. Dan is dat én voor de sociaal kwetsbare groepen, én voor de andere groepen goed. Ik ben ervan overtuigd dat ze een belangrijke rol te spelen hebben. Maatschappelijk kwetsbare gezinnen moeten gemakkelijker de weg vinden naar de diverse dienstverleningen die de centrale en lokale overheden en private welzijnsactoren aanbieden. Dit is ook zo op het vlak van energiearmoede, dat een onderdeel is van het armoedebeleid. Vandaar dat we, met het oog op een maximaal bereik van deze gezinnen, sinds jaren een intens samenwerkingsverband met de betrokken actoren stimuleren en reguleren. Deze samenwerking is ook de hoeksteen van mijn Energiearmoedeprogramma.

Het Energiearmoedeprogramma bevat heel wat acties die als doel hebben het bereik van de doelgroepen te optimaliseren, zowel qua bescherming bij wanbetaling als in het onderdeel van de acties. Die zijn gericht zijn op de verlaging van het energieverbruik. Voor het merendeel van deze acties is het regelgevend werk reeds achter de rug, andere zijn nog lopende. Om al de nieuwigheden bekend te maken bij het doelpubliek én bij de lokale doorverwijzers worden er in de eerste helft van 2017 op het vlak van communicatie meerdere acties voorbereid. Zowel het Vlaams Energieagentschap (VEA) als de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) plannen hiervoor initiatieven, en zelf zal ik ook regelmatig de thematiek aankaarten in en buiten de media. Een voorbeeld is de gevoerde communicatie rond de uitbreiding van de minimale levering van aardgas. Ik vernam van de netbeheerders en de OCMW’s dat er meer aanvragen worden ingediend, wat bewijst dat erover communiceren helpt.

Zoals u weet, maken de sociale tarieven voor elektriciteit en aardgas geen deel uit van mijn bevoegdheid als Vlaams minister van Energie, maar wel van die van mijn federale collega. Ze worden bepaald door de federale energieregulator CREG. Sinds 2010 wordt het sociaal tarief in de meeste gevallen automatisch toegepast door de FOD Economie. Deze automatisering blijkt zeer succesvol, maar het klopt echter dat een klein aantal rechthebbenden toch geen toegang vindt tot de sociale tarieven, bijvoorbeeld omdat bij een wijziging van energieleverancier en/of van domicilieadres het recht op het sociaal tarief niet onmiddellijk wordt doorgegeven aan de energieleverancier.

Hoewel het dus gaat om een federale materie, kan ik vanuit mijn bevoegdheid via communicatie en sensibilisering inzetten op de bekendmaking van de maatregel. Ook aan de hand van een energiescan kunnen eventuele problemen worden verholpen. Wat betreft de vraag van mijnheer Danen: ik dank u voor die vraag, maar huurwoningen zijn een bevoegdheid van mijn collega-minister Homans. Ik verwijs u dan ook door naar haar.

Ik begrijp dat het probleem erin bestaat dat de automatische toekenning niet honderd procent goed gebeurt. Het is een federale bevoegdheid. Kunnen we met het federale niveau niet bekijken hoe we dat kunnen remediëren? Desnoods kan de bevoegdheid worden overgebracht naar het Vlaamse niveau.

Natuurlijk is het zo dat huurwoningen een bevoegdheid van mevrouw Homans zijn. Maar energie en renovatie zijn ten dele ook uw bevoegdheid. In elk geval zal ik met veel enthousiasme de vraag aan minister Homans stellen.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

van Valerie Taeldeman aan minister Bart Tommelein
613 (2016-2017)
van Robrecht Bothuyne aan minister Bart Tommelein
667 (2016-2017)
van Andries Gryffroy aan minister Bart Tommelein
671 (2016-2017)
van Andries Gryffroy aan minister Bart Tommelein
672 (2016-2017)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.