U bent hier

De voorzitter

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, deze vraag gaat over iets ernstigers, iets waarvan we weten dat het onder de aandacht moet worden gebracht en moet worden opgelost, maar waarbij het heel pijnlijk is om te zien wat er allemaal is gebeurd. Daarvan hebben we de afgelopen weken een voorbeeld gezien in Engeland.

Daar is een heel groot schandaal aan het licht gekomen: misbruik van jonge voetballers, jonge sporters, dat jarenlang aan de gang was en dat werd toegedekt, met medeweten van meerdere professionele voetbalclubs. De namen van Chelsea en Manchester City zijn genoemd, ploegen waar wij elk weekend voor juichen als we naar de Premier League kijken. Het is een schokgolf die door Engeland, het Verenigd Koninkrijk en bij uitbreiding heel Europa gaat.

Het is niet de eerste keer dat we te maken krijgen met een ongelooflijk vuil dossier van kindermisbruik. We hebben het in een niet zo ver verleden in ons eigen land gekend. Andere landen hebben hetzelfde gekend. Het is bij mijn weten wel de eerste keer dat het zo abrupt aan het licht is gekomen in een voetbalomgeving. Het doet mij sterk denken aan een voorbeeld uit de Verenigde Staten, waarbij een topcoach uit het American Football die jeugdprogramma’s leidde zich op zijn ‘college’ vergreep aan kinderen. Maar men dekte het toe, want de man was succesvol met zijn methodes en won veel prijzen.

Dit zijn dingen die niemand van ons kan en wil en zal aanvaarden. Daarom, minister, heb ik voor u enkele algemene vragen. Het zijn vooral informerende vragen. Want ik wil, bij wijze van achtergrondinformatie, meegeven dat in Engeland alles in rep en roer staat. Er is een heel gespannen sfeer. Men wijst elkaar met de vinger: hoe is het zover kunnen komen? Wij hebben de luxe – ik gebruik het woord, wetende dat het een fout woord is maar ik vind er geen ander – dat we op dit moment in een situatie zitten waarin we kunnen nadenken over hoe we de dingen beter kunnen doen, zonder dat we in een heel gespannen sfeer zitten en ons moeten afvragen wiens schuld het is en wiens schuld het niet is.

Minister, ik heb geen interesse in specifieke verhalen. Ik wil weten hoe het leeft. Ik wil weten of u signalen krijgt. Hebt u in uw hoedanigheid van minister van Sport weet van gevallen van seksueel grensoverschrijdend gedrag, van seksueel misbruik in het Belgische voetbal bij jeugdopleiding? Hebt u als minister van Sport de afgelopen jaren signalen gekregen over problemen waarop we moeten letten? Een academica in Vlaanderen zei dat het niet de vraag is of het bij ons gebeurt, ja of neen. De vraag is waarom het nog niet aan het licht is gekomen dat het gebeurt bij ons.

Op welke manier monitort u dit op een proactieve manier? Zal er bijkomend onderzoek komen naar aanleiding van alles wat er gebeurt in het Verenigd Koninkrijk en Engeland? Op welke manier wordt dit continu gemonitord?

Op welke manier weten eventuele slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de sportwereld waar zij dit vandaag kunnen melden? Hoe weet een jonge speler, in Tessenderlo of Antwerpen, het maakt mij niet uit waar, waar hij terecht moet als hij wordt geconfronteerd met grensoverschrijdend seksueel gedrag of als hij ziet dat een van zijn ploegmaten daarmee wordt geconfronteerd?

De voorzitter

De heer Wouters heeft het woord.

Peter Wouters (N-VA)

Als het regent in Engeland, druppelt het blijkbaar in Vlaanderen. Dat is een vrij spreekwoord, maar dat geheel terzijde.

Eind november kwam via verschillende interviews op de zender BBC, waarnaar de heer Annouri verwees, aan het licht dat heel wat gewezen Britse profvoetballers als kind werden misbruikt door hun coach. Het pedofilieschandaal in de voetbalwereld veroorzaakt veel ophef in Groot-Brittannië.

Nu blijkt uit een enquête van criminologe Tine Vertommen dat er ook bij ons in Vlaanderen heel wat gevallen van grensoverschrijdend gedrag voorkomen. Bijna één op de zes minderjarige sporters zou er minstens één keer mee in contact komen. In het kader van het Europese VOICE-project verzamelt de criminologe getuigenissen uit de sportwereld. Ik benadruk: de sportwereld. Ook met onze vorige vraag lijkt het erop dat we het voetbal aan het bashen zijn, maar het gaat hier, zoals ook met het vorige probleem, ruimer dan het voetbal alleen.

Uit het onderzoek kwam naar voren dat bijna 17 procent van de 2044 ondervraagde Vlamingen als minderjarige minstens één keer het slachtoffer werd van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de sportclub. In 1,5 procent van de gevallen ging het over verkrachting, in nog eens 2 procent om een poging om ongewild seks te hebben. Slechts 5 procent van de slachtoffers heeft de moed en de durf om het aan te klagen. Vaak schamen ze zich, of zijn ze bang om hun plaats in het team te verliezen.

Ik hoop dat deze laatste zin doordringt bij iedereen, want dat is de essentie van de zaak: de mensen durven het niet te zeggen, dat is heel gek.

Criminologe Tine Vertommen stelde voor dat coaches een bewijs van goed gedrag en zeden zouden moeten voorleggen. Minister, u reageerde in de pers al dat u hier geen voorstander van bent omdat een bewijs van goed gedrag en zeden slechts een momentopname is. U verklaarde dat u meer gelooft in sensibilisering en in de uitbouw van een meldpunt. Zo is er de 1712, waar iedereen die met seksueel geweld in aanraking komt, terecht kan.

In 2016 zette de Vlaamse Trainersschool ook, in samenwerking met het Internationaal Centrum Ethiek in de Sport (ICES), in op vormingen ‘Sport met grenzen: omgaan met lichamelijk en seksueel grensoverschrijdend gedrag’.

Minister, op welke manier werkt u aan de sensibilisering van het meldpunt bij minderjarige sporters? Kunt u meer toelichting geven over de vorming van de Vlaamse Trainersschool? Werd er een evaluatie gemaakt van de sessie over grensoverschrijdend gedrag? Welke maatregelen neemt u nog inzake de preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de sportwereld? Zijn er preventiemedewerkers en worden er controles uitgevoerd in Vlaanderen?

Met een klein en bang hartje kijk ik uit naar uw antwoorden.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Ik begin met de statistieken. Bij Sport Vlaanderen komen er geen meldingen toe. Ik heb bij de voetbalfederaties cijfers opgevraagd. Zowel de Voetbalfederatie Vlaanderen (VFV) als de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) geeft aan geen meldingen ontvangen te hebben. Dat kan heel goed zijn. Laat ons nog altijd proberen nog een beetje positief te blijven.

Er bestaat geen centrale monitoring van misbruik in de sport. Sport Vlaanderen en ICES monitoren wel gerechtelijke uitspraken die via de media worden gerapporteerd. Vanuit justitie is er geen informatiedoorstroming. Misschien is dat ook correct. Er is de privacy. Je bent pas schuldig als je veroordeeld bent.

Vaak is ook niet geweten of een veroordeelde in de sport actief is. Vaak zijn federaties zelf in het ongewisse als er zich een veroordeling voordoet. Dit geldt niet alleen in sport, dat geldt overal. Jullie hebben allemaal vorige week de berichtgeving gevolgd waarbij iemand van de KU Leuven werd veroordeeld voor zedenfeiten en waarbij de universiteit pas bij de uitspraak wist dat er een gerechtelijk dossier was. Ik ben geen jurist, en ik wil die discussie niet voeren, maar vanaf wanneer moet je dat wel of niet doen? Heeft iemand het recht om eerst veroordeeld te worden voordat hij schuldig is? Dat is een hele maatschappelijke discussie die ik hier niet meteen wil voeren.

We hebben al heel wat gedaan rond lichamelijke en seksuele integriteit. We hebben een overheidsopdracht rond ethisch verantwoord sporten, een beleidsraamwerk, een clubbrochure. Tijdens de vorige legislatuur hadden we het Vlaggensysteem Sport met Grenzen. We hebben onze vormingen daarover. Maar we moeten altijd bekijken wat we nog meer kunnen doen. Het beleid staat niet stil.

De sportsector kan deze maatschappelijke problematiek niet alleen aanpakken. Daarom sluiten we met Sport aan bij een beleidsdomeinoverschrijdend actieplan van mijn collega’s van Welzijn, Onderwijs en Jeugd. Ik heb samen met mijn collega-ministers op 29 januari 2016 een nota over deze problematiek voor de Vlaamse Regering gebracht. In eerste instantie werd gewerkt aan de opstart van een kennisplatform integriteit. Over verdere stappen en acties wordt begin 2017 overleg gepleegd met de vier collega’s.

Vanuit het sportbeleid is een groot prevalentieonderzoek van doctoranda aan de Universiteit Antwerpen Tine Vertommen mee gefinancierd. Het zijn deze data waaraan de media refereren.

In het actieplan voorziet het beleidsdomein Welzijn in het opzetten en ontsluiten van wetenschappelijk onderzoek naar verschillende vormen van geweld, waarbij de sportsector zal worden meegenomen.

De hulplijn 1712 is er voor elke burger, en voor elke minderjarige die vragen heeft over of geconfronteerd wordt met geweld of mishandeling. De hulplijn biedt een luisterend oor, ingebed in de expertise en de werking van de centra algemeen welzijnswerk (CAW’s) en de Vertrouwenscentra Kindermishandeling. Zij kunnen met kennis van zaken doorverwijzen en de te nemen stappen duiden.

Via het actieplan willen we instrumenten uitbouwen en aanspreekpunten en aanspreekpersonen versterken, zodat kinderen en jongeren beter geïnformeerd worden over waar ze voor hulp terechtkunnen.

De communicatie over 1712 naar de sportsector verliep onder meer via Sport Vlaanderen, de Vlaamse Trainersschool, ICES, de Vlaamse Sportfederatie, het Vlaams Instituut voor Sportbeheer en Recreatiebeleid (ISB), de Stichting Vlaamse Schoolsport (SVS) en Sportwerk Vlaanderen. Op die manier hebben we toch een brede communicatie gehad naar alles wat met sport te maken heeft. Dit gebeurde zowel bij de oorspronkelijke lancering van toen nog het ‘meldpunt 1712’, en recenter bij de nieuwe campagne van de ‘hulplijn 1712’. Hierbij werd ook een kindvriendelijke versie van de website gelanceerd. Dat is belangrijk. We mogen niet onderschatten hoe snel kinderen bij websites terechtkomen. Als er dan een kindvriendelijke website bestaat, is dat een positieve zaak.

Het is dan uiteraard de taak van de verschillende stakeholders om dit naar hun leden of achterban verder te communiceren. Daarnaast wordt vanuit Welzijn en Jeugd heel specifiek naar de minderjarigen gecommuniceerd.

Specifiek binnen de Voetbalfederatie Vlaanderen werd het e-mailadres ethiek@voetbalfederatievlaanderen.be aangemaakt, waar slachtoffers melding kunnen maken van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Daarnaast heeft de Voetbalfederatie Vlaanderen een doorverwijstool waar er onder andere naar ICES en het project ‘Sport met grenzen’ wordt verwezen.

Naast de aandacht die ook in de Vlaamse Trainersschool in het reguliere opleidingsaanbod bestaat inzake ethische aspecten, werd een extra bijscholing ontwikkeld rond het thema ‘Sport met grenzen’. U zei ook bij de vorige vraag dat dit mee in de opleiding moet zitten. Het zit in het klassieke opleidingsaanbod, maar over dit onderwerp is er een extra bijscholing ontwikkeld. De bijscholing baseerde zich op de kennisexpertise die eerder binnen ICES werd opgebouwd. Er werden in 2016 geen sessies gepland – en dat is dan misschien het spijtige – omdat hiervoor geen concrete vragen kwamen vanuit de partnerorganisaties.

In 2016 gingen we met ‘Time Out tegen Pesten’ ook de strijd aan tegen pesten. Hierin zitten ongetwijfeld ook handvatten die relevant zijn in functie van de thematiek grensoverschrijdend gedrag. Het gaat over waar het pesten eindigt en het grensoverschrijdend gedrag begint. Die campagne bevat ook die elementen.

Naast het vormingsaanbod blijven we actoren in de sportsector informeren, sensibiliseren en ondersteunen. Er is ook de website www.ethischsporten.be van ICES. Zo hield ICES al meerdere infosessies bij sportdiensten, sportraden en sportfederaties. Nu zaterdag is er de Dag van de Trainer. Dan moeten we dat element nog eens aangrijpen, om extra aandacht te besteden aan ‘Time Out tegen Pesten’ en alles wat hiermee verband houdt. Dat zullen we dan ook doen.

De voorzitter

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, dank u voor uw antwoorden. Ik heb mij de voorbije dagen wat verdiept in het onderzoek dat er is geweest naar seksueel grensoverschrijdend gedrag in sportclubs en bij jongeren. Mijnheer Wouters, de cijfers die u noemt, hebben in de krant gestaan. Ongeveer 17 procent geeft aan er ooit mee te maken te hebben gehad. De vormen zijn heel uiteenlopend. Ik heb van experten ook gehoord dat het aantal ‘false negatives’, mensen die zeggen dat het allemaal niet zo erg zal geweest zijn, traditioneel in zo’n onderzoek altijd heel hoog ligt. Het echte cijfer ligt waarschijnlijk hoger. Maar de mensen antwoorden negatief, vaak door toedoen van het taboe en de schaamte en alles wat erbij hoort, en ze doen alsof er nooit iets is gebeurd.

Dat brengt mij bij het aanmeldingspunt van Sport Vlaanderen en van de KBVB. Minister, u zei dat er geen enkele melding is binnengekomen. Ik zou willen dat ik daarover positief kan zijn, maar ik kan dat niet. Experten geven aan dat er geen enkele reden is om in België te geloven dat het op andere plekken wel gebeurt, maar hier toevallig niet. Dat kun je gewoon niet maken. Als het ergens anders gebeurt, zal het naar alle waarschijnlijkheid ook bij ons gebeuren. Als er geen meldingen binnenkomen, schort daar iets aan.

In Nederland was er in 1996 een groot schandaal met enkele medaillewinnaars op de Olympische Spelen die hadden aangegeven dat hun coach hen had misbruikt. Er was toen een heel maatschappelijk debat over, en er kwam in Nederland een meldpunt. Daar werd heel wat geld tegenaan gesmeten. Vandaag, twintig jaar later, kent 3 procent van sportbeoefenend Nederland dat meldpunt. Het gaat dus niet alleen om het maken van zo’n meldpunt, je moet het ook nog eens goed communiceren zodat iedereen weet wat daar juist gebeurt en wat niet.

Minister, we hebben vaak geen weet van mensen die al zoiets hebben gedaan. In 70 procent van de gevallen, ook in sportclubs, gaat het om ‘first offenders’: mensen die voor een eerste keer een misdrijf  van seksueel grensoverschrijdend gedrag zouden hebben begaan. Dan heb je nog altijd de 25 procent mensen die al eens veroordeeld werden. En dan kom je uiteraard opnieuw terecht bij de hele discussie over de vraag of het bewijs van goed gedrag en zeden niet iets is wat je kunt hanteren, niet om het probleem op te lossen maar toch om de mazen van het net een klein beetje kleiner te maken, zodat je op zijn minst al die mensen kunt beletten om toenadering te zoeken tot een sportclub, enzovoort.

Minister, commissievoorzitter, collega’s, zou het geen goed idee zijn, niet om een grote hoorzitting te organiseren, maar om twee of drie experten uit te nodigen in deze commissie, experten die bezig zijn met seksueel grensoverschrijdend gedrag en ons zouden kunnen adviseren over wat er nog beter zou kunnen en waar we ervoor zouden kunnen zorgen dat er op het vlak van sport verbetering mogelijk is, waarmee we rekening moeten houden en waar we stappen vooruit kunnen zetten? Want, collega’s, let’s make no mistake: sport is de vrijetijdsbesteding waarmee jongeren het meest bezig zijn.

Ik herhaal waarmee ik ben begonnen: wij hebben hier de ‘luxe’ dat we ons nu in rustige wateren bevinden. We zitten niet in een situatie waarin schandalen naar boven zijn gekomen en we elkaar met de vinger wijzen wie er in de fout is gegaan. We kunnen er dus nu voor zorgen dat we een systeem hebben dat zo goed mogelijk zulke zaken monitort, opspoort en jongeren kan beschermen.

De voorzitter

De heer Wouters heeft het woord.

Peter Wouters (N-VA)

Er zijn misschien geen meldingen geweest, maar mij staat voor dat nog niet zo waanzinnig lang geleden in een provinciale ploeg een jeugdtrainer zelfs veroordeeld werd voor seksueel overschrijdend gedrag. Het komt dus in elk geval ook voor bij ons.

Ik koppel dit aan ons vorig gesprek over pesten. Het is ongelooflijk belangrijk voor kinderen en jongeren dat we hun duidelijk maken dat ze alles wat grensoverschrijdend gedrag is, zowel seksueel gedrag als pesten, moeten kunnen vertellen. Als iemand in zijn jeugdjaren lang gepest wordt of seksueel ongewenst wordt benaderd, en hij dat de rest van zijn leven moet meedragen, dan is dat een verlies voor onze maatschappij dat we onmogelijk kunnen becijferen. We zijn bezig over het verdere leven van jonge mensen. Sport is inderdaad een tak waar mensen zich ook letterlijk bloot geven, want we hechten belang aan lichaamshygiëne. Als men de kat bij de melk zet… maar dat zijn slechte woordkeuzes in dit geval. Ik bedoel: bij een tekenles kan ook grensoverschrijdend gedrag plaatsvinden, maar daar zal de aanleiding misschien minder groot zijn. We moeten vooral werken aan sensibilisering.

Ik volg de heer Annouri in zijn voorstel experts te laten komen, maar dat moeten we niet aan u vragen, minister, maar in de commissie zelf bespreken. Ik wil het ruimer zien: ook pestgedrag en discriminatie in de sport moeten worden aangepakt. We mogen niet alles op één hoop gooien, maar in dit geval is het misschien wel nuttig. Het zijn afzonderlijke zaken, maar ze zijn tekenend voor de rest van het leven van een jongere. Het belang ervan kan niet overschat worden. Mensen krijgen een negatief zelfbeeld, terwijl sport dient om een meerwaarde van zichzelf te creëren. We mogen dat niet uit het oog verliezen.

De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Het is een zeer belangrijke problematiek. We zijn het er allemaal over eens dat we zelfs nog niet het tipje van de ijsberg zien. We zien zelfs nog geen ijsberg drijven, terwijl er volgens mij wel een is.

In Groot-Brittannië zijn de cijfers hallucinant. Een aantal weken geleden is het schandaal er losgebarsten. De National Society for the Prevention of Cruelty to Children heeft een hotline opgericht. Op drie weken zijn er 1700 meldingen binnengekomen, waarvan 94 procent is doorgegeven aan de politie. Bijna alles wat wordt gemeld, wordt dus ernstig genomen. Het zijn geen verhaaltjes. Groot-Brittannië is ongeveer tien keer groter dan Vlaanderen op het vlak van bevolking. Ik kan dus niet geloven, net zoals de heer Annouri en de heer Wouters, dat er geen enkel geval is in Vlaanderen. In vergelijking met de 1700 gevallen, zouden er in Vlaanderen 170 gevallen gemeld moeten zijn bij een gelijkaardige problematiek. Dan spreken we alleen nog maar over voetbal, want er zijn nog andere teamsporten waar seksueel grensoverschrijdend gedrag kan voorkomen, zowel vanuit de trainer, het bestuur als tussen de spelers onderling. Mijn oproep aan u, minister, is om meer werk te maken van de bekendmaking van dat meldpunt. Misschien moeten we verplichten om de gegevens van dat meldpunt uit te hangen in elke sportclub. Het baart me meer zorgen dat er nul meldingen zijn dan dat er twintig of dertig zouden zijn.

De voorzitter

De heer Moyaers heeft het woord.

Bert Moyaers (sp·a)

Er is al veel gezegd. We mogen de collega’s die de vraag hebben gesteld en dit probleem onder de aandacht brengen, daarvoor dankbaar zijn. Ik ben er ook niet echt gelukkig mee dat er geen meldingen zijn, want daarmee wordt bevestigd wat de heer Wouters zei, namelijk dat nog geen 5 procent van de slachtoffers zelfs een melding durft maken. Er is nog heel wat werk. Als we naar het onderzoek van het Vlaams Tijdschrift voor Sportbeheer kijken, dan blijkt dat 17 procent van de volwassenen vandaag in hun jeugd ooit te maken heeft gehad met seksueel grensoverschrijdend gedrag in een sportomgeving. Als we de wereldwijde actualiteit bekijken, dan zijn de cijfers nog schokkender: 24,6 procent van de vrouwen en 15 procent van de mannen hebben ooit zwaar grensoverschrijdend seksueel gedrag ervaren.

We kunnen al die internationale cijfers niet meteen op de Vlaamse context toepassen, maar er moet voor gezorgd worden dat we vandaag zeker over het onderwerp kunnen spreken. Ik volg dan ook helemaal de opmerking van de heer Poschet dat grensoverschrijdend seksueel gedrag niet alleen voorkomt bij coaches en andere gezaghebbende personen in clubs, maar dat uit het onderzoek ook blijkt dat het ook voorkomt onder de sporters zelf. Daar mogen we ook niet blind voor zijn. Het is belangrijk dat we de problematiek kunnen aankaarten.

Ik wil nog even verwijzen naar de studie die de KU Leuven en de UGent hebben gemaakt en waaruit blijkt dat meisjes in hun tienerjaren vaak afhaken van competitiesport en sportclubs. Als de initiatieven rond seksuele intimidaties ertoe kunnen bijdragen dat eventuele vrouwelijke sporters niet meer worden afgeschrikt om sport te blijven doen, dan hebben we zeker werk aan de winkel. De heer Annouri heeft voorgesteld een aantal experts te horen. De heer Wouters heeft daar positief op geantwoord. Ik ga dat ook doen.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Ik voel me niet aangesproken. Ik denk dat we allemaal samen hetzelfde willen bereiken. In mijn antwoord heb ik duidelijk aangegeven dat we dat meenemen in de opleiding, in de sensibilisering. Het is ook geen enkel probleem om met de federaties te bekijken of er iets kan worden uitgehangen in de sportclubs.

We hebben allemaal dezelfde bekommernis. Ik heb de nulmelding heel bedachtzaam gedaan. Ik heb gezegd dat een nulmelding niet betekent dat er geen problemen zijn. Ik heb ook vermeld wat we doen. Met ICES hebben we de vlaggencampagne gevoerd over hoe met dat probleem om te gaan als trainer, hoe dat probleem te ontdekken, hoe signalen van jongeren opvangen. Dat is ook een belangrijk aspect. Met al die zaken zijn we bezig geweest.

Met het eisen van een attest voor goed zedelijk gedrag, wat ook in de vorige legislatuur enkele keren aan bod is gekomen, heb ik het wat moeilijk. We moeten iedereen die het positief voor heeft, geen drempels opwerpen. Om geen attest van goed zedelijk gedrag te kunnen voorleggen, moet men al strafrechtelijk veroordeeld zijn. De veroordeling mag dan nog niet vervallen zijn. Ten tweede bleek uit een aantal studies dat het attest een verkeerd gevoel van veiligheid zou geven, dat men ervan zou uitgaan dat alles in orde is als de trainer een attest van goed zedelijk gedrag heeft. U vermeldde zelf het cijfer van 75 procent. Ik zeg dan nog niet dat de overige 25 procent ook een attest van goed zedelijk gedrag zou krijgen, want men moet strafrechtelijk veroordeeld zijn om geen attest te krijgen.

Ik herinner me dat ik, toen dat ter sprake kwam, de situatie vermeldde van een papa van een voetballertje die gevraagd wordt om enkele voetballertjes mee te laten rijden in de auto. Dat kan een gevaar zijn, dus zou men kunnen overwegen aan die papa’s te vragen om nog eerst even bij de gemeente langs te gaan om een attest. Hij moet daar misschien een dag vakantie voor nemen. Dat kan de druppel zijn om ervoor te zorgen dat de papa’s niet meer willen helpen. Het moet worden afgewogen wat wel en niet wordt gevraagd. Ik geloof niet dat dat papiertje van goed zedelijk gedrag een grote bijdrage is, maar eerder een drempel vormt voor goedbedoelende papa’s en mama’s die mee willen werken. We moeten daar een goed evenwicht in zoeken.

Ik zet echt mee in op alles. Ik wil alles doen, als jullie hoorzittingen doen, als er nog iets bijkomend is, ben ik graag bereid mee te werken. Dit zijn zaken die niet kunnen. Hoe erg is het niet voor iemand die jong is en wil sporten, dat dit uiteindelijk zijn nachtmerrie wordt, of als men er niet over durft te spreken. Laat ons er alles aan doen om dat tegen te houden.

De voorzitter

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, voel u inderdaad zeker niet aangesproken. Dat was zeker niet de bedoeling. Dit is een van de thema’s waarin we allemaal hetzelfde willen, namelijk misbruik zo maximaal mogelijk voorkomen. Ik zeg maximaal, omdat we beseffen dat we niet in een wereld leven waarin we onze kinderen altijd tegen alles kunnen beschermen.

Wat een van de experten zei, is dat de meldingen, bijvoorbeeld in Engeland, gebeuren omdat een bekend persoon een melding heeft gedaan. Daarmee wordt een soort van lawine gecreëerd en gaan andere mensen ook meldingen doen. Ze voelen zich gesterkt. Een rolmodel dat hetzelfde heeft meegemaakt, is opgestaan. Daarmee wordt een taboe doorbroken. We kunnen daar niet op wachten. We kunnen niet wachten tot iemand het lef en de moed heeft om als slachtoffer op te staan. Daarom kwam mijn vraag om experten aan bod te laten komen, zodat we op zijn minst er alles aan doen om dit maximaal te vermijden. Ik ben blij met de steun van onder andere de heren Wouters en Moyaers om mee verder te gaan. We zullen dat verder regelen bij de regeling der werkzaamheden.

Ik sluit af met een zin die we aan elkaar hebben gezegd toen we het over iets helemaal anders hadden, namelijk over de kunstgrasvelden met kankerverwekkende stoffen. Toen waren we het erover eens dat, als we onze kinderen afzetten bij een sportclub, het minste dat we willen, is dat ze op een veilige manier aan sport kunnen doen. Voor dit geval telt dit honderdduizend maal.

De voorzitter

De heer Wouters heeft het woord.

Peter Wouters (N-VA)

Ik dank de collega’s voor de zinvolle aanvullingen.

We hebben het vandaag vooral over de groepssporten gehad. Het seksueel grensoverschrijdend gedrag doet zich zeker ook voor in andere sporttakken. In een nog niet zo heel ver verleden hebben we in Vlaanderen geleerd dat het vooral een kwestie van macht en machtsmisbruik is. We mogen het probleem dus niet zeker alleen verwijten aan de groepssporten, want dat verdienen die sporten ook niet.

Mijn slotwoord: leer kinderen, thuis, op school of in de sportclub neen zeggen. Tot zover kom je en niet verder. Daar kunnen we niet genoeg op inzetten.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.