U bent hier

Commissievergadering

donderdag 15 december 2016, 10.00u

Voorzitter

Mevrouw Christiaens heeft het woord.

An Christiaens (CD&V)

Minister, begin oktober stelde de Mechelse burgemeester voor om in zijn gemeente een aantal gezinnen uit de middenklasse te huisvesten in sociale woonwijken, om de samenhang tussen de mensen te bevorderen. Het idee zou zijn dat deze mensen, die in feite niet in aanmerking komen voor sociale huur, zich in ruil voor een sociaal huurtarief een aantal uren per week zouden inzetten voor de buurt en de gemeenschap. Hij gaf zelf een aantal voorbeelden: naschoolse kinderopvang, huiswerkbegeleiding, het organiseren van straatfeesten. De heer Somers drukte ook de wens uit dat u hem in dat initiatief zou steunen. Eigenlijk houdt hij hier een duidelijk pleidooi voor een sociale mix in sociale woonwijken, een principe waar we allen achter staan en dat al lang het streefdoel is. Nieuw is wel dat hij in zijn voorstel in ruil voor die aanwezigheid in een sociale woonwijk een soort van maatschappelijke inzet vraagt.

Niet zo lang geleden hebben we in dit parlement gestemd voor het invoeren van tijdelijke huurcontracten, met als hoofddoel het principe dat de sociale huisvesting er moet zijn voor diegenen die er echt nood aan hebben en gedurende de periode dat ze er nood aan hebben. Ik stel me dan ook de vraag in welke mate het voorstel van de burgemeester van Mechelen te verzoenen is met uw uitgangspunten in het regeerakkoord en de inmiddels in het parlement goedgekeurde aanpassingen. Men kan zich ook afvragen of een lagere huurprijs in ruil voor een zekere maatschappelijke inzet zich zou moeten beperken tot of concentreren op mensen uit de middenklasse. Waarom zouden de gewone sociale huurders dat engagement niet kunnen opnemen in ruil voor een lagere huurprijs?

Minister, hoe staat u tegenover die suggestie? Hebt u van andere burgemeesters van centrumsteden of andere steden al gelijkaardige signalen opgevangen? In welke mate acht u de vraag tot huisvesting van middenklassengezinnen in sociale woonwijken te verzoenen met de introductie van de tijdelijke huurcontracten? Hebt u daar intussen al contact over gehad met de burgemeester van Mechelen? Zult u hem, zoals hij gevraagd heeft, op een of andere manier ondersteunen bij dat initiatief?

In welke mate acht u het opportuun om dat systeem te hanteren – specifiek voor de middenklasse of algemeen – dat recht geeft op een lagere huurprijs indien men een bepaald maatschappelijk engagement bewijst? Is daar al onderzoek naar verricht? Hebt u al zicht op de houding van de sociale huisvestingsmaatschappijen tegenover dit idee?

Minister Homans heeft het woord.

Bedankt voor uw vraag, mevrouw Christiaens. Ik had ze wel verwacht. Ze was ook al een tijdje geleden ingediend, maar er is een bespreking van de beleidsbrief en dergelijke tussengekomen. Ik heb het idee eerst in de krant moeten lezen, zoals dat zo vaak gaat. Intussen heb ik het projectvoorstel van de stad Mechelen, het project ‘Sociale cohesie’, dat onder andere uitgaat van Woonpunt Mechelen, ontvangen, met de vraag van het stadsbestuur om het te onderzoeken op zijn haalbaarheid.

Ik heb ondertussen geen andere signalen gekregen van burgemeesters van centrumsteden of niet-centrumsteden. Ik kan u wel meegeven dat ik, in het kader van andere problematieken, in het begin van deze legislatuur intensief overleg gepleegd heb met de burgemeesters van Antwerpen en Genk, onder andere met de heer Dries, om bepaalde zaken op te lossen wat woonbeleid en dergelijke meer betreft. Wij hebben dat zeer goed begeleid – met dank aan de medewerkers van de administratie en het kabinet – in het kader van het lokale toewijzingsreglement. Dat is natuurlijk wel de sleutel om iets te kunnen doen.

Ik heb bij het concrete voorstel van Mechelen wel heel wat bedenkingen. Ik zal u de voornaamste opsommen. In eerste instantie denk ik dat men gebruik moet maken van het bestaande instrumentarium. Ik heb u daarnet al gewezen op de lokale toewijzingsreglementen, waar toch heel wat ruimte is voor de lokale besturen, zeker in het kader van de leefbaarheid. En daar ging heel het project in Mechelen over: het verhogen van de leefbaarheid van bepaalde wijken of een bepaalde wijk in Mechelen.

De stad Mechelen heeft, net als elk lokaal bestuur, de mogelijkheid om, via het lokaal toewijzingsreglement, aan te tonen dat de leefbaarheid bedreigd of verstoord wordt. Dat kan volgens artikel 29 van het kaderbesluit Sociale Huur. Als men zich op dat artikel wil beroepen, moet men echter ook een leefbaarheidsplan opstellen. En dat heeft de stad Mechelen niet gedaan. Als je een project indient en je wilt je beroepen op een aantal artikelen en mogelijkheden die wij in de wetgeving gecreëerd hebben om aan die problematieken tegemoet te komen, moet je natuurlijk ook wel aan alle voorwaarden voldoen. Een van de voorwaarden is dus het opstellen van een leefbaarheidsplan. Het lijkt mij ook niet zo heel vreemd dat als je bepaalde leefbaarheidsproblemen in een wijk wilt oplossen, je dan ook een leefbaarheidsplan opstelt. Maar dat is dus niet gebeurd wat Mechelen betreft.

Een tweede mogelijkheid is de verhuring buiten stelsel. Dat is artikel 55 bis, tweede lid, van het kaderbesluit Sociale Huur. Dat bepaalt dat er ook de mogelijkheid is om een bepaald contingent buiten stelsel te verhuren. Dat wil zeggen dat je niet op de wachtlijst moet komen, dat je bovenaan kunt staan, dat je aan bepaalde voorwaarden niet moet voldoen en dergelijke meer. Dat gebeurt nu ook in heel veel centrumsteden. Dat zou Mechelen dus ook gedaan kunnen hebben, maar daar hebben ze zich ook niet op gebaseerd.

Wat is het voordeel van verhuring buiten stelsel? Het gebeurt bijvoorbeeld ook al voor bepaalde precaire groepen zoals net ontslagen psychiatrische patiënten enzovoort. Men moet niet aan de inkomens- of eigendomsvoorwaarden voldoen maar – en dat is het geval in Mechelen – het is moeilijk om op deze mogelijkheid nog een beroep te doen omdat het kaderbesluit en de regelgeving heel duidelijk bepalen dat men maar 1 procent van het totale patrimonium op deze manier mag gebruiken, wat ik terecht vind. Ik vind nog altijd dat het grootste deel van het sociale patrimonium moet terechtkomen bij die mensen die het echt nodig hebben en niet zozeer bij – in dit geval dan – de ‘middenklasse’.

Volgende bedenking hebt u zelf al aangegeven in uw vraagstelling. Ik vind de vraag van de stad Mechelen, los van het feit dat men niet voldoet aan de voorwaarden en dat men niet goed is nagegaan welke de mogelijkheden waren vooraleer op de voorpagina van een welbepaalde krant het idee te vertellen, een beetje haaks staat op wat in het regeerakkoord staat. U hebt zelf verwezen naar de tijdelijke contracten. Dat is goedgekeurd. We hebben in deze commissie al voldoende debatten gevoerd over dit onderwerp. De filosofie van deze regering is toch wel dat de sociale woningen terecht moeten komen bij die mensen die ze het meest nodig hebben. Als men in elke stad een uitzondering zou maken om ‘middenklasse’ – en ik spreek niet graag van klassen –, om mensen die toch behoorlijk boven de inkomensgrenzen zitten, toe te laten in sociale woningen in Vlaanderen, dan pakt men eigenlijk sociale woningen af van iemand die het echt wel nodig heeft.

Dit is mijn grootste bedenking bij het voorstel van Mechelen, los van het feit dat Mechelen wel degelijk twee mogelijkheden heeft om dit te implementeren, maar men momenteel aan geen enkele voldoet.

Uw laatste vraag ging over een compensatie. Ik heb ook gelezen dat het de bedoeling was van de stad Mechelen om bijvoorbeeld een korting op de huurprijs te geven. Ik kan u formeel zeggen dat dit wettelijk verboden is. Men mag geen korting geven op de huurprijsberekening zoals vermeld in de wetgeving. Wat de stad Mechelen eventueel wel kan doen als men erin slaagt om te voldoen aan alle voorwaarden, is een subsidie geven, maar nooit een korting op de huurprijs.

Mevrouw Christiaens heeft het woord.

An Christiaens (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw duidelijk antwoord. Bij het lezen van het artikel waren dit inderdaad de vragen die bij ons opkwamen. U hebt er duidelijk op geantwoord.

In feit zou zoiets wel kunnen, als er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Op dit ogenblik is dat in Mechelen niet het geval. Is dat ergens anders wel het geval? Gebeurt het ergens al? Er is de 1 procentregel, maar gebeurt het ergens voor die specifieke doelgroep? Hebt u daarover al contact gehad met de sociale huisvestingsmaatschappijen? Hoe staan zij daar in principe tegenover?

U hebt ook al gezegd dat het wat haaks staat op het principe van de tijdelijke huurcontracten. Als zou worden voldaan aan die twee voorwaarden, kan het dan wel of wordt de mogelijkheid uitgesloten op basis van de tijdelijke huurcontracten? Als iemand gedurende een bepaalde tijd een bepaald inkomen overschrijdt, valt dat dan te rijmen? Als een stad zou beslissen om dit toch te doen, wat positief is voor de sociale mix, hoe valt dit dan te rijmen met het principe van de tijdelijke contracten? Moet er misschien nog verder onderzoek naar gebeuren?

De heer Hendrickx heeft het woord.

Marc Hendrickx (N-VA)

Collega’s, onze burgemeester heeft de gewoonte om hier en daar een losse flodder af te schieten, maar het is geen uitgebouwd voorstel van de stad. Dat wil ik even zeggen.

Ik weet uit mijn ervaring als voormalig voorzitter van de huisvestingsmaatschappij en huidig lid van de raad van bestuur dat de minister, ook de vorige, altijd bereid is om over een aantal pistes na te denken en haar administratie de opdracht te geven om creatief mee aan de slag te gaan met het bestaande arsenaal. Met de raad van bestuur hebben we al een aantal stappen gezet naar een mix in de woonwijk, want een aantal wijken – dat is misschien eigen aan een centrumstad – beginnen een beetje monocultureel te worden. We moeten proberen alert in te grijpen. Ik denk dat we dat al doen met de sociale huisvestingsmaatschappij.

Er moet inderdaad nog een leefbaarheidsplan worden opgesteld. We zeggen hem dat regelmatig in het college van burgemeester en schepenen.

Het voorstel staat wat we nu al doen, niet in de weg, namelijk creatief omgaan met het bestaande arsenaal aan mogelijkheden en er zoveel mogelijk naar streven de sociale mix te bereiken met wat voorhanden is.

Daar wilde ik maar even op wijzen. Het is niet omdat een krant gewag maakt van enkele losse flodders uit een boekje van een burgemeester van een centrumstad, dat het gaat om een gedragen voorstel van de meerderheid in die centrumstad.

Minister Homans heeft het woord.

Mijnheer Hendrickx, ik kan niet anders dan in dit verband de stad Mechelen noemen, maar als u mij zegt dat het geen gedragen voorstel van het bestuur is, dan raad ik u aan – maar misschien hebt u dat intussen al gedaan – om het toch eens te bespreken. Een leefbaarheidsplan opstellen heeft af en toe ook voordelen. Ik ga er dus van uit dat u dat ter harte zult nemen. Daar twijfel ik zelfs niet aan.

Mevrouw Christiaens, u vraagt of ik intussen in andere steden gelijkaardige situaties heb meegemaakt. Met burgemeester Dries van Genk hebben we in het begin van de legislatuur zeer geregeld samengezeten. In dat overleg werd afgesproken dat ze in het kader van het lokaal toewijzingsreglement van de stad een leefbaarheidsplan zouden opmaken voor bepaalde wijken waar 55-plussers op basis van de uitzonderingen die ik daarnet heb opgesomd, in aanmerking zouden komen voor een sociale woning in ruil voor gemeenschapsdienst en dan ook voorrang zouden krijgen. De voorwaarden waren dus 55-plus zijn en gemeenschapsdienst doen. Dat was een goed project voor de leefbaarheid. Ook Antwerpen heeft een reeks van die projecten lopen, vooral ook gericht op mensen van middelbare leeftijd of senioren. In Antwerpen werd bijvoorbeeld op basis van een leefbaarheidsplan en op basis van het lokaal toewijzingsreglement een bepaald contingent woningen toegewezen aan mensen met een inkomen uit arbeid. Ook andere steden maken daarvan dus wel degelijk gebruik.

Ik kom dan bij uw laatste concrete bijkomende vraag. De tijdelijke contracten zullen natuurlijk ook voor die mensen gelden. Het kan niet dat zij wel levenslang mogen blijven wonen. Ik weet niet wat er in Mechelen verder zal gebeuren, maar in de steden die wel al leefbaarheidsplannen hebben opgesteld en ingediend en uitzonderingen via een lokaal toewijzingsreglement hebben uitgestippeld, gelden de contracten van bepaalde duur ook.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.