U bent hier

Commissievergadering

donderdag 15 december 2016, 10.15u

Voorzitter
van Ann Brusseel aan minister Hilde Crevits
630 (2016-2017)
De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

In het kader van het aantrekkelijk maken van het lerarenberoep, en in aanloop naar het lerarenloopbaanpact, lijkt de aandacht voor de zijinstromers af te nemen. Nochtans kunnen werknemers, met een professionele ervaring vanuit de private arbeidsmarkt, een waardevolle aanvulling zijn binnen het leerkrachtenkorps. Zijinstromers kunnen als een aanwinst voor het onderwijs worden beschouwd: dit standpunt werd bijvoorbeeld ingenomen tijdens het door de OESO georganiseerde Global Education Industry Summit, die in september plaatsvond. Trouwens, los van de OESO, ik denk dat wij het er allen over eens zijn dat zijinstromers een meerwaarde kunnen betekenen in ons onderwijs.

Uit de mails die ik krijg en uit contacten met mijn achterban blijkt echter grote ongerustheid: zijinstromers, die zich met veel enthousiasme richting onderwijs heroriënteerden, worden geconfronteerd met loonverlies en onduidelijkheid – en dat is vooral vervelend – wat hun statuut betreft. Voormalig minister van Onderwijs Smet had al een maatregel opgesteld, die vanaf 1 september 2014 zou ingaan, maar die kwam er niet, temeer omdat de Raad van State die als discriminerend beschouwde. Losstaand daarvan waren er afgelopen schooljaar ongeveer 15.000 leerkrachten via de zijinstroom tewerkgesteld, vooral in secundaire scholen. Zij konden tot acht jaar anciënniteit meenemen.

Uit het debat, volgend op de actuele vragen over dit onderwerp, tijdens de plenaire zitting van 7 oktober 2015, bleek dat u vooral de nadruk wilt leggen op de snellere toeleiding van jonge leerkrachten richting duurzame job. Er werd eveneens verwezen naar de onderhandelingen in de richting van het lerarenloopbaanpact. In de beleidsbrief Onderwijs 2016-2017 lezen we inderdaad dat, binnen dat kader, een werkgroep zich over de zijinstromers zal buigen. De resultaten van deze en andere werkgroepen worden eind 2016 verwacht. Echter, door het wegvallen van het budget van 8 miljoen euro is het vandaag moeilijker om zijinstromers aan te spreken. In het verleden waren we niet zomaar bij machte om het anders te doen, met de middelen die er waren. Maar naast de financiële incentives verwachten we ook andere argumenten om de overstap naar het lerarenberoep te legitimeren: het statuut, de zekerheid en dergelijke.

Minister, welke maatregelen zult u nemen om het lerarenberoep voor zijinstromers aantrekkelijker te maken? Is er al zicht op de aanbevelingen van de werkgroep?

Wat zijn de mogelijkheden om zijinstromers in te schakelen in respectievelijk het basisonderwijs, het secundair en het hoger onderwijs? Welke ondersteuning is mogelijk opdat zijinstromers ook in moeilijke klassen aan de slag kunnen?

Welke initiatieven zult u nemen richting professionaliseringstrajecten, aanvangsbegeleiding, begeleiding en werkzekerheid van zijinstromers? Welke rol kunnen de lerarenopleidingen spelen bij de vorming tot leerkracht van de zijinstromers?

Wat zal de budgettaire impact zijn van deze maatregelen?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Twee vragen gaan vandaag over de loopbaangesprekken die lopen. Nu en dan zien we daarover berichten verschijnen in de kranten. Ik hoop dat u mij vergeeft dat ik discreet probeer te zijn over de inhoud en de cadans van de gesprekken. Als we dat zouden publiek maken, riskeren we te struikelen.

Dit is niet de eerste vraag over de zijinstromers. Scholen en schoolbestuur in het basis- en secundair onderwijs zijn vrij om personeelsleden in dienst te nemen voor zover zij voldoen aan de aanstellingsvoorwaarden die in de regelgeving staan. Dit houdt onder meer in dat een personeelslid moet beschikken over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs. Voor een aanstelling als leerkracht is ook minimaal een bewijs van pedagogische bekwaamheid – de lerarenopleiding – vereist. Uitzonderlijk kan ook een aanstelling met een ander bekwaamheidsbewijs.

Voor een zijinstromer zijn er geen specifieke aparte aanstellingsvoorwaarden of andere maatregelen. Als een zijinstromer aan de aanstellingsvoorwaarden beantwoordt, kan een school dergelijk personeelslid werven. U hebt het al gezegd, ik beaam dat nog eens, er zijn er momenteel zo’n 15.000 in het onderwijs tewerkgesteld. Eigenlijk kunnen ze tot tien jaar anciënniteit meebrengen, het gemiddelde is acht jaar.

Ik weet dat er specifiek met betrekking tot zijinstromers een knelpunt ligt bij een eventuele validering van hun geldelijke anciënniteit. Sta mij toe om een en ander te duiden. De berekening van geldelijke anciënniteit in het onderwijs berust op de som van drie soorten periodes: periodes gepresteerd in onderwijs, bij de overheid én de periodes uit de privé die specifiek gevalideerd worden als ‘nuttige ervaring’.

Deze diensten moeten daarenboven ook door de onderwijsinspectie specifiek erkend worden als ‘nuttige ervaring’. Binnen onderwijs worden de periodes die zo meegeteld worden voor het berekenen van de geldelijke anciënniteit ‘nuttige ervaring’ genoemd, en binnen dit specifieke systeem van ‘nuttige ervaring’ kan tot maximaal tien jaar gevalideerd worden. Ook wordt de erkende nuttige ervaring beschouwd als een onderdeel van het bekwaamheidsbewijs van een personeelslid. Dat is zeker relevant voor technische en praktische vakken, waar we die ook nodig hebben.

Ik val een beetje in herhaling als ik u zeg dat tijdens de vorige legislatuur de toenmalige Vlaamse Regering een ontwerpbesluit in de steigers heeft gezet waarbij anciënniteit uit de privésector tot twintig jaar gevalideerd zou worden. Toen kwamen er echter opmerkingen van de Raad van State, die onder andere op de gelijkheid betrekking hadden. We hebben toen dit besluitvormingsproces stopgezet. De opmerkingen sloegen onder andere op het feit dat de beoogde verruiming van tien naar twintig jaar enkel zou gelden voor nieuwe indiensttredingen. Al wie al in dienst was, zou daar niet onder vallen. Deze verruiming toepassen op alle personeelsleden die al in dienst waren en die in het verleden elders diensten hadden gepresteerd, zou een zeer grote budgettaire impact hebben gehad. Het zou gaan om meer dan 200 miljoen euro.

Een universiteit of hogeschool kan in een vacaturebericht naast de algemene decretale toelatingsvereisten wel nog specifieke toelatingsvoorwaarden opnemen, zoals het bezit van een welbepaald diploma of een bewijs van pedagogische bekwaamheid.

Universiteiten en hogescholen kunnen personeelsleden ook aanstellen als gastprofessor. Daarvoor gelden geen decretale diplomavereisten. De universiteiten bepalen zelf of, en zo ja, hoeveel jaren nuttige beroepservaring zij bij de inschaling van een nieuw personeelslid in rekening brengen. De hogescholen moeten een aantal diensten mee opnemen die ook voor het niet-hoger onderwijs gelden, maar zij kunnen voor andere diensten zoals de universiteiten een onbeperkt aantal jaren nuttige beroepservaring in rekening brengen. Dat is, denk ik, ook voor politici interessant.

Een belangrijk verschil met het basisonderwijs en secundair onderwijs, is de enveloppenfinanciering. In het hoger onderwijs heb je een enveloppe, bij ons is alles, zoals u weet, ‘open ended’.

De ondersteuning van beginnende leerkrachten is een taak die opgenomen wordt door de werkgever. Dit is het schoolbestuur en de school. Een school kan nu al bij de verdeling van de opdrachten en het opstellen van het lessen- en uurrooster eigen accenten leggen ten aanzien van de personeelsleden. Dergelijke afspraken worden dikwijls opgenomen in het arbeidsreglement van de school en vormen desgevallend ook het voorwerp van lokaal overleg. De school kan voor specifieke pedagogisch-didactische ondersteuning ook hulp inroepen van zijn pedagogische begeleidingsdienst.

Professionaliseringstrajecten maken, zoals ook de startende leerkrachten, deel uit van het loopbaandebat. Ik kan u enkel melden dat die aanvangsbegeleiding een vrij substantieel onderdeel uitmaakt van de loopbaangesprekken die nu lopen. We hebben dat ook altijd gezegd. In de basisnota die de regering heeft goedgekeurd, staat dat zeer fel ‘in the picture’.

Op 25 maart 2016 keurde de Vlaamse Regering een conceptnota goed over de lerarenopleidingen. Deze conceptnota beschrijft de krachtlijn voor een hervorming van de lerarenopleidingen. Daarbij zal er uiteraard ook aandacht zijn voor het opleiden van zijinstromers. Zo zal elke opleiding een traject voor generatiestudenten én een traject voor zijinstromers moeten inrichten. Dat wil ik hier wel onderstrepen. Het gaat niet om het zomaar binnenlaten van zijinstromers, maar wel over welke trajecten zij moeten volgen om in het onderwijs te mogen stappen.

Daarnaast kunnen zijinstromers die eerder al competenties en kwalificaties behaalden, daar vrijstellingen voor krijgen. Er is een werkgroep aan de slag met vertegenwoordigers van de lerarenopleidingen, het werkveld en de vakbonden. De eindconclusies worden opgeleverd in januari 2017. Dat is dus zeer binnenkort. Wij hebben die afspraak al een tijd geleden gemaakt. Zodra we de conclusies hebben, kunnen we deze bespreken.

Wij hebben nog geen nieuwe beslissingen genomen. Ik kan u dus niet zeggen wat daarvan de budgettaire impact zal zijn. Maar als u de impact bedoelde van het openzetten van de besluiten van de vorige regering naar al wie nu in het onderwijs staat, dan gaat het om ongeveer 200 miljoen euro.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Minister, als er nog geen beslissing is genomen over de maatregelen, is het moeilijk om de impact te berekenen. Ik neem wel aan dat voorafgaand aan de beslissing alle eventuele maatregelen onder de loep worden genomen, met inbegrip van de berekening van het budget ervoor. Dat is evident. Men zal daar rekening mee moeten houden, terwijl men anderzijds ook een principiële keuze zal maken. Als het budget niet echt groot is, moet u toch nog altijd ruimte overhouden voor incentives voor die zijinstromers. Ik heb het over verschillende vormen van incentives, niet alleen over een vergoeding. De 200 miljoen euro waarover u het hebt, gaat over het openzetten van een besluit van de vorige regering naar heel veel mensen, niet alleen naar diegenen die vandaag de keuze zouden maken of die de keuze zouden hebben gemaakt voor dit of het volgende schooljaar. Op de totale begroting van het leerplichtonderwijs is 200 miljoen euro een flinke brok. Maar ter vergelijking: het levensbeschouwelijk onderwijs kost meer dan dat. Als men het aantal lesuren bekijkt dat men besteedt aan bepaalde zaken, komt men rap uit op een aantal miljoenen. Het is nu eenmaal een loonbegroting. Daarom denk ik dat die incentives belangrijk kunnen zijn. Die tien jaar is al goed, maar mijns inziens geldt dit maar zelden voor mensen die algemene vakken geven. Misschien kunt u dat straks verduidelijken. Een journalist die jarenlang voor de geschreven pers werkt en die Nederlands, Engels of Duits zou willen geven, krijgt dat dan niet.

Een IT’er die op een zeer innovatieve manier werkt met informatica en de brug zou kunnen slaan naar vernieuwend informatica-onderwijs in ons leerplichtonderwijs, zal dat dan niet krijgen, omdat informatica een algemeen vak is. Een gewezen manager die vaardigheden heeft die zeer handig kunnen zijn, niet alleen in de klas maar ook in een schoolteam, zal dat ook niet krijgen. Daar wringt het een beetje, daar is er toch wel wat ongelijkheid, die zou moeten worden weggewerkt.

Wat de professionalisering betreft, zijn er vandaag inderdaad al mogelijkheden voor scholen om een aantal zaken te doen. Ik vind dat ook belangrijk. Wat voor die zijinstromers van belang is, zowel in aanvangsbegeleiding al in professionaliseringstrajecten, is dat men kijkt naar wat de specifieke noden zijn van die individuele zijinstromer. Daar moet ruimte voor zijn. Een directeur van een onderwijsinstelling moet die ruimte kunnen krijgen om dat personeelsbeleid te voeren. Iemand met twintig jaar ervaring heeft qua persoonlijkheid niet dezelfde begeleiding van een mentor nodig als een pas afgestudeerde. Ook inhoudelijk zal dat verschillen. In die professionaliseringstrajecten, als we het bijvoorbeeld hebben over een IT’er die nog geen vakdidactiek en nog geen pedagogie heeft gehad, is het van belang om die persoon aan boord te houden, een attractief salaris te kunnen bieden en ondertussen toch de ruimte te geven om die bijscholingen te volgen, die meer zullen behelzen dan één cursus of enkele dagen bijscholing. Die ruimte moet men krijgen, en daarvoor mag men niet financieel gestraft worden.

Minister, hoe staat u daar tegenover? Dat zou immers wat centen kunnen kosten, namelijk meer dan het compenseren van een loon.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, ik dacht eerst dat u zei dat hierover nog geen vragen zijn gesteld. Volgens de parlementaire zoekmachine is dat niet zo. U knikt bevestigend, en ik zal u verkeerd begrepen hebben, we kunnen het erover eens zijn dat hierover al veel vragen zijn gesteld.

Ik wil nog wat dieper ingaan op die zijinstroom met twee concrete voorbeelden. Mijn eerste voorbeeld komt uit mijn vroegere school, in de opleiding jeugd- en gehandicaptenzorg. Ik zou heel graag hebben dat de mensen die de TV-vakken pedagogie geven echt ervaring hebben in de orthopedagogische sector. Er is een lijst van technische en praktische vakken in het gewoon onderwijs waarop staat voor welke vakken je nuttige ervaring kan krijgen. Helaas staat dat vak er niet bij. Als je die mensen aanwerft in het tso kunnen ze geen nuttige ervaring voor dat TV-vak krijgen. Als zij het PV-vak verzorging of opvoedkunde geven in het bso, kunnen ze wel tot tien jaar nuttige ervaring krijgen. Dat is echt heel raar. Voor het ene gaat het wel, voor het andere niet.

Tweede voorbeeld: een boekhouder solliciteert in een school. Hij zou boekhouden kunnen geven, maar ook wiskunde. Als hij in een internationaal bedrijf heeft gewerkt, zou hij ook nog andere zaken kunnen geven. Ik heb het niet over de bekwaamheidsbewijzen. Ik wil ook absoluut dat die persoon competent is. Als zo iemand begint en hij heeft nog geen diploma pedagogische bekwaamheid, dan begint hij met een nettosalaris van 1354 euro, met als extralegale voordelen een fietsvergoeding, of een busabonnement, gratis koffie in de leraarskamer en een kopietje dat je niet hoeft te betalen als niemand het ziet. Ik wil hiermee aangeven dat de attractiviteit, die nodig is om mensen in het onderwijs aan te trekken in het onderwijs die een competentie hebben en leerlingen meer kunnen geven dan enkel de inhoud, op dit moment een heel moeilijk punt is.

Vanuit onze fractie pleiten we er niet voor om zijinstromen een soort van uitbolbanen te laten zijn. Dat is het niet. We leggen de lat wel degelijk zeer hoog. Het moeten ook mensen zijn die didactisch gevormd zijn. Alleen stellen we ons de vraag of de weg waarlangs ze vandaag moeten gaan, namelijk de trajecten via de specifieke lerarenopleiding (SLO) of de centra voor volwassenenonderwijs (CVO’s), wel de goede is. Of we al dan niet moeten opteren voor een academische lerarenopleiding is een debat op zich.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Naar aanleiding van deze vraag van mevrouw Brusseel, kreeg ik gisteren een mailtje van een zijinstromer die een aantal bekommernissen formuleert namens nog een aantal mensen. Zijn zorg is dubbel. Enerzijds wijst hij erop dat het soms vrij lang duurt voor de procedure doorlopen is om de nuttige ervaring te onderzoeken. Dan duurt het soms nog even voor het bedrag dat men extra krijgt, effectief toegekend wordt. De andere zorg is dat er een gerucht de ronde doet dat 50-plussers niet meer vast benoemd zouden kunnen worden. Waar dat gerucht vandaan komt, is mij onbekend en het is misschien onterecht, maar dan kunt u dat als minister ontkrachten.

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, de vraag van mevrouw Brusseel over het dynamisch maken van het lerarenkorps met betrekking tot de zijinstroom is belangrijk. Mijn fractie diende ter inspiratie van het lerarenloopbaandebat een conceptnota in, met de bedoeling de opleiding en de loopbaan te versterken. We besteden daarin aandacht aan de zijinstroom. Het is belangrijk dat het lerarenkorps het beste van wat de samenleving te bieden heeft, in zich draagt, en dat betekent ook dat diverse voorgeschiedenissen daarin vertegenwoordigd moeten zijn. Er moet daarom in het onderwijs meer ruimte komen voor zijinstromers. De Vlaamse Regering erkent de anciënniteit van zijinstromers in het onderwijs niet. Wij denken dat we rekening moeten houden met het dreigend lerarentekort.

Toen we onze conceptnota schreven, stelden we vast dat er in 2030 een lerarentekort van 59.000 eenheden dreigt. Uiteraard moeten we de opleiding promoten. Maar met jonge leerkrachten alleen zullen we er misschien niet geraken. Daarom is het aantrekken van zijinstromers belangrijk voor de diversiteit aan ervaringen in het lerarenkorps, maar ook absoluut noodzakelijk voor de werking van het onderwijs zelf. Ik denk ook dat we daarom de onderwijscompetenties moeten versterken. Een optrekken van de zijinstroom kan het lerarentekort helpen opvangen. We pleiten dus voor loopbaanflexibiliteit. En we vragen ons af of het toch niet zinvol is om via een erkenning van de opgebouwde anciënniteit de loopbaan in het onderwijs aantrekkelijker te maken, weliswaar met inachtname van de opmerkingen van de Raad van State. Een verbeterd voorstel zou een goed signaal zijn voor de mensen die vandaag buiten het onderwijs staan, maar toch goesting hebben om hun ervaring in het onderwijs te doen gelden.

Kathleen Helsen (CD&V)

Minister, ik denk dat dit een belangrijk punt is. We discussiëren er al vele jaren over, zonder dat we er al uit zijn geraakt. Het is belangrijk voor leerkrachten, maar ook voor directies. Weten we hoe in de lerarenopleidingen het EVC-beleid vorm krijgt? Zo kunnen we mensen met verworven competenties helpen om op een vlotte manier de stap naar het onderwijs te zetten.

Minister Hilde Crevits

Dank u voor de vragen.

De heer De Meyer had een vraag over de procedure. Het duurt lang. Alles moet via de inspectie en AgODi passeren. We bespreken dat. De inspectie stelt zich de vraag of het wel nodig is om dat allemaal te bekijken. Ik ben bereid om te vereenvoudigen, maar de controle moet goed zijn. In elk geval onderzoeken we dat. Een tweede vraag betreft de nuttige ervaring: wat is dat, en voor welke vakken kan het en voor welke niet? Het is een interessante, maar ook complexe zaak. De deur voor het meenemen van de anciënniteit openzetten betekent automatisch veel extra uitgaven. Het vorige besluit is best wel oké. Ik heb dat toen als minister mee goedgekeurd. Maar omdat dit dan retroactief zou moeten worden ingevoerd, zou dat voor enorm veel extra uitgaven zorgen. We moeten de uitgaven onder controle houden. Het wordt te weinig gezegd: in de begroting voor 2017 is in 250.000 euro extra voor onderwijs voorzien – en dat is nodig zonder dat we iets veranderen, naast de inbreng van wat extra investeringsmiddelen. Het wordt te weinig gezegd.

Ik verwijs naar toenmalig minister Vanderpoorten. Mevrouw Brusseel verwijst ook naar haar. Toen heeft ze een pool in het leven geroepen. Die is inmiddels afgeschaft. Die pool zorgde ervoor dat een aantal mensen actief in de privésector naar de pool kwamen, ook al waren er geen anciënniteitsmaatregelen. Ik leid daaruit af dat werkzekerheid een veel grotere stimulans is om naar het onderwijs te komen dan het loon. Ik wil de oefening maken. Maar dat is een feit. 30 tot 40 procent van de startende leraren starten in een opdracht die minder dan een derde van een fulltime is. Dat is bijzonder ontmoedigend voor een startende leraar.

Ik vind dat eigenlijk prioritaire zaken om aan te pakken. Dat zijn mensen die gestudeerd hebben voor leraar! Ze stappen in de job en krijgen beperkte opdrachten. We moeten prioritair investeren om deze mensen – jongeren vaak – de kans te geven op een volle opdracht. Ik kijk nu samen met de partners naar recepten uit het verleden die gewerkt hebben, omdat ik dat eigenlijk wel interessant vind. Misschien gaan we ze herintroduceren.

Iemand gaf het voorbeeld van de journalist die misschien naar de algemene vakken kan komen, maar die zijn nuttige ervaring niet meegeteld krijgt. Dat is juist. Ik wil daar heel graag naar kijken, hoe we dat kunnen oplossen, maar ik zit in een beperkt budgettair kader – sorry hoor. Ik kan daar geen 200 of 300 miljoen euro voor uittrekken en dan nog eens 200 of 300 miljoen euro voor de verbeterde inclusie. De budgetten stijgen sowieso, en ik moet de meest afgewogen maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de leraren die we hebben het onderwijs niet verlaten. Het klopt, mevrouw Gennez, we gaan er veel nodig hebben in de toekomst. Ik vind het goed om te kijken of we die niet uit de privé kunnen halen, maar ik wil dat degenen die ervoor gestudeerd hebben eerst en vooral de kans krijgen om hun job uit te oefenen. Dat lijkt me zeer noodzakelijk.

Voorzitter, ik kan u cijfers bezorgen over de aantallen via een zijtraject en via een gewoon traject. Eigenlijk willen we alle leraren op niveau zes en zeven een plaats geven. Al wie via de zijinstroom binnenkomt, is geen bachelor of master maar een SLO’er. Als opwaardering voor het beroep willen we dat men bachelor of master is en willen we werk maken van een educatieve master. Maar dan zullen onze hogescholen en universiteiten zeer flexibel zijinstroomopleidingen en -trajecten moeten aanbieden die rekening houden met de ervaring die mensen opgedaan hebben. Die definitie moet nog worden vastgelegd. Dat moeten we nog bekijken, onder andere inzake vrijstellingen. We moeten dat zorgvuldig afwegen. (Opmerkingen van Jos De Meyer)

No way! Ik weet niet waar dat bericht vandaan komt! Natuurlijk kan men tot na zijn 50e vastbenoemd worden. We gaan leerkrachten toch niet massaal langer doen werken en dan vanaf 50 jaar geen vaste benoeming meer geven. Zeker niet. Als het nodig is, wil ik dat wel eens publiek verkondigen. (Opmerkingen van Jos De Meyer)

Ik heb uw punctuele vragen genoteerd, mijnheer Daniëls. Ik denk dat u gelijk hebt, dat het ene kan en het andere niet. We willen die screening ook maken ‘kan het niet wat logischer’. We moeten telkens ook de pendant maken: als we iets wijzigen, moeten we dat met terugwerkende kracht doen voor iedereen. Als we de Raad van State volgen, kunnen we niet zomaar zeggen: vanaf nu is het anders, want anders was het al zo geweest. Doordat we telkens die sprong naar het verleden moeten maken, moeten we goed nagaan op hoeveel mensen het al dan niet een impact heeft. Tenzij dat ze geen toegang hadden, en men toegang verleent, dan zijn het nieuwe toegangen. Dat is juist, dan hebben we in het verleden geen budgettaire impact.

Ann Brusseel (Open Vld)

De kwestie van het bekwaamheidsbewijs betreft niet alleen de zijinstromers, het is omvangrijker, maar u hebt wel een punt, mijnheer Daniëls.

Het onderzoek van de nuttige ervaring, als dat te lang aansleept, ik heb daar wel moeite mee als de dingen lang aanslepen. Als je uit de privésector komt, zijn het precies die zaken die ontmoedigen of waarvan mensen denken ‘Zit dat hier zo?’ en ‘Is elk papiertje hier relevanter dan mijn twintig jaar ervaring?’. De mensen begrijpen dat niet altijd goed.

Minister, het oordeel van de directie en het schoolbestuur is hier belangrijk. Ik vind het absurd en niet meer van deze tijd dat de screening van de bekwaamheidsbewijzen en de nuttige ervaring zo lang moet duren. Dat moet naar Brussel worden gestuurd en zo. Op voorwaarde uiteraard dat er een sterk beleidsvoerend vermogen is in de school, kan dat toch gebeuren door het schoolbestuur en -hoofd zelf? Natuurlijk heeft dat financiële implicaties. Men zou zich kunnen afvragen of we daar niet naar een enveloppenfinanciering moeten gaan, maar dat maakt de zaak misschien nog iets complexer om er een politieke discussie over te houden.

Ik denk, als er een duidelijk kader is, zowel inzake de bekwaamheidsbewijzen als inzake de nuttige ervaring, dat een schooldirecteur zelf de ruimte moet krijgen om daarover te beslissen en de papierwinkel, de administratieve last, de onzekerheid en de bureaucratie voor die startende leerkracht tot een minimum te herleiden. Dat is belangrijk.

De nuttige ervaring mag niet beperkt zijn tot technische of praktische aangelegenheden.

Wat de benoeming betreft, maakt u daar een interessant punt, mijnheer De Meyer.

Minister Hilde Crevits

Ik zit met een vraag, mevrouw Brusseel. Betekent dat dat u de openendfinanciering wilt verlaten en naar een enveloppenfinanciering per school wilt gaan? Dat verrast me.

Ann Brusseel (Open Vld)

Dat kan misschien een mogelijkheid zijn. maar dat is vandaag mijn punt niet, minister. Mijn punt is dat het ontmoedigend is voor de gemotiveerde zijinstromer om geconfronteerd te worden met zoveel bureaucratie. Bovendien wordt de ervaring uit de publieke sector sowieso benoemd en uit de privésector niet. Dat is ook al een scheeftrekking en niet meer van deze tijd. Verschillende punten moeten worden bekeken.

We hebben het niet uitgebreid gehad over de rechtspositie. De heer De Meyer heeft dat kort aangehaald. We moeten eerlijk zijn: wie vastbenoemd is en misschien iets minder gemotiveerd is na x-aantal jaren of minder openstaat voor vernieuwing, heeft nog altijd meer rechten dan de zijinstromers als de uren in het gedrang komen, terwijl de zijinstromer zich aan het vervolmaken is, geen anciënniteit heeft, en de job misschien beter doet. (Opmerkingen)

Misschien, zeg ik.

Die rechtspositieregeling kun je aan iemand uit de privé niet uitleggen. Een aantal dingen moeten nog verder onder de loep worden genomen, minister. U zult daarvoor in onze fractie een constructieve partner vinden.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.