U bent hier

Commissievergadering

donderdag 8 december 2016, 10.12u

Voorzitter
De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

“Buiten de gewone personeelsformatie kan een hogeschool ook gastprofessoren aanstellen voor een periode van maximum 5 jaar.” Dat vindt men in de regelgeving die raadpleegbaar is in de Codex Hoger Onderwijs.

Gastprofessoren zijn altijd contractuele personeelsleden. In tegenstelling tot de algemene regel die de aanstelling beperkt tot vijf jaar, kunnen deeltijdse gastprofessoren hernieuwde aanstellingen krijgen, waardoor ze langer dan vijf jaar in dat statuut blijven, en in de studiegebieden audiovisuele en beeldende kunst en muziek en podiumkunsten is er geen begrenzing: daar kan een hogeschool voltijdse en deeltijdse gastprofessoren aanstellen voor een periode van onbepaalde duur.

Voor hun vergoeding worden andere salarisschalen gehanteerd waardoor gastprofessoren en -docenten minder bezoldigd worden voor hun opdracht dan hun collega’s in de gewone personeelsformatie. In 2015 ging het over heel Vlaanderen om in totaal 645 personeelsleden, omgerekend 378 voltijdsequivalenten.

Zoals ik al aanstipte in mijn schriftelijke vraag nummer 65 over weddeschalen en statuut in het hoger kunstonderwijs, formuleerde het Vlaams Parlement reeds op 8 juli 2010 een motie van aanbeveling waarin werd geopteerd voor een geïntegreerd en gecoördineerd personeelsstatuut en een nieuwe rechtspositieregeling voor het geheel van het hoger onderwijs. Die zou een eind kunnen maken aan de bijzondere salarisschalen 512 en 508 in het hoger kunstonderwijs, waarin bepaalde docenten en lectoren lager bezoldigd worden dan hun collega’s. Op 16 juli 2010 heeft de toenmalige Vlaamse Regering beslist om in te gaan op die aanbeveling en om nog tijdens haar legislatuurperiode een voorstel uit te werken voor een vernieuwde uniforme cumulatieregeling. Daarmee zouden de minder gunstige salarisschalen effectief verdwijnen en zouden docenten en lectoren in het hoger kunstonderwijs ook in cumulatie de vergoeding krijgen die wordt toegepast voor collega’s in andere hogescholen.

Toen mijn vraag om uitleg over de rechtspositieregeling van het hoger onderwijs aan bod kwam op de commissievergadering van 4 juni 2015 stelde u, minister, overigens dat in de schoot van het Vlaams Onderhandelingscomité van de hogescholen (VOC) overlegd zou worden over een algemene rechtspositieregeling voor het hogeschoolpersoneel.

Uit enkele betwistingen voor de rechtbank blijkt dat een algemene rechtspositieregeling ook meer duidelijkheid en rechtszekerheid schept. In uw antwoord op mijn toenmalige vraag, minister, hoorden we dat de informele gesprekken over het themadecreet opgestart waren in de geledingen van het Vlaams Onderhandelingscomité voor het hoger onderwijs, maar dat er nog geen formele initiatieven ter zake waren genomen. In het antwoord op mijn schriftelijke vragen nummer 14 van 4 oktober en nummer 65 van 19 oktober 2016 stelde u bovendien dat het nog niet uitgemaakt is of en in welke mate de bijzondere salarisschalen in het hoger onderwijs zullen worden aangepast.

Minister, wordt er gewerkt aan een algemene optimalisatie van het statuut van de gastprofessoren en -docenten? Het overleg binnen het VOC verloopt thematisch, en de salarisschalen komen aan bod bij de bespreking van de cumulatie of de rechtspositieregeling. Wanneer is die gepland? Wat is uw standpunt in dit dossier? Welk voorstel in verband met de bezoldigingen lijkt u aanbevelenswaardig?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Het antwoord zal korter zijn dan de vraag. Dat overkomt me niet vaak. U schetste natuurlijk de context om te kunnen wijzen op het knelpunt.

Het Grondwettelijk Hof heeft vorig jaar in een arrest geoordeeld dat de regeling van het statuut van gastprofessoren in de Codex Hoger Onderwijs niet strijdig is met het gelijkheidsbeginsel of met het Europees recht. Wel is het zo dat de rechter in ieder geval afzonderlijk moet nagaan of de regelgeving in de concrete situatie correct is toegepast. Gelet op dat arrest ben ik op dit ogenblijk niet geneigd om de regeling in haar globaliteit te herzien.

Het dossier van de bijzondere salarisschalen in het hoger kunstonderwijs is een ander paar mouwen. Het dossier was al opgenomen in cao II van 2006, en is complex omdat het samenhangt met de cumulregeling. De verantwoording van deze bijzondere salarisschalen ligt immers in de cumulatievrijheid voor deze personeelsleden. Wat de cumulatieregeling betreft, is in het Vlaams Onderhandelingscomité een voorstel van de hogescholen voor een nieuwe cumulatieregeling besproken. Het is de bedoeling om, op basis van dit voorstel, tot gedragen uitgangspunten te komen die kunnen dienen als basis voor een aanpassing van de cumulregeling. Wat de bijzondere salarisschalen in het hoger kunstonderwijs betreft, is aan de hogescholen gevraagd een voorstel voor de aanpassing van de bijzondere salarisschalen uit te werken. Ze hebben toegezegd om dat te doen. Ik verwacht hier ook binnenkort een voorstel. Het moet natuurlijk wel financieel haalbaar zijn. Wat bijvoorbeeld niet kan, is het volledig vervangen van de bijzondere salarisschalen door gewone salarisschalen voor het personeel van de hogescholen. Dat kunnen we budgettair niet aan. Ik ben in blijde verwachting van dat voorstel, dat we dan zullen bespreken.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, ik begrijp uw antwoord uiteraard, maar u zult ook begrijpen dat mensen die werkzaam zijn in het hoger kunstonderwijs, en zeker degenen die werken onder die cumulregeling, sterke verwachtingen hebben en hopen dat er voor hen spoedig een gunstiger regeling kan worden getroffen. Hebt u zicht op de timing van het voorstel dat u verwacht? Binnenkort, zegt u. Wat betekent dat? Is dat volgende week? Volgende maand? Wanneer gaat u weer met hen rond de tafel zitten?

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, u verwijst naar uw antwoord op mijn vraag om uitleg van 19 mei 2016 die in de lijst van genoemde data niet eens is opgenomen. Het is een cruciale uitspraak van het Grondwettelijk Hof, namelijk dat de Vlaamse Gemeenschap volledig bevoegd is.

Ik heb twee bijkomende vragen die mijns inziens wel pertinent zijn. Ze zijn iets ruimer in het kader van tewerkstelling in het hoger onderwijs. Bij een aanstelling in het hoger onderwijs zegt de ene keer de Raad van State dat hij bevoegd is, en de andere keer zegt het Arbeidshof dat het bevoegd is. Er is blijkbaar wat interpretatieverschil. We kunnen een onderscheid maken tussen de vroegere rijksinstellingen en de vrije instellingen. In de arresten die ik heb kunnen lezen van beide instanties, gebruiken zij soms dezelfde argumentatie om te zeggen dat zij wel of niet bevoegd zijn. Dat geeft natuurlijk problemen, want in het ene geval wil dat zeggen dat het decretale aangelegenheden zijn; in andere gevallen wil dat zeggen dat het federale arbeidswetgeving is.

In dat kader lijkt het me dus goed dat we dat dan volledig naar Vlaanderen trekken en daar duidelijkheid in creëren. Minister, hoe ver staat u daarmee? Hebt u de analyse al gemaakt van die uitspraken van de arbeidsrechtbanken en die arresten van de Raad van State? U overlegt ook over die zogenaamde algemene rechtspositieregeling, maar wat is eigenlijk de visie van de sociale partners ter zake? Dan heb ik het niet alleen over de vakorganisaties, maar ook over de hogescholen zelf. Als men die loonschalen aanpast, wat is dan de eventuele impact daarvan op de begroting, of valt dat binnen de enveloppenfinanciering van het hoger onderwijs? Volgens mij niet, maar het kan natuurlijk zijn dat dat wel zo is. Hoe moet die financiering dan gebeuren?

De voorzitter

Mevrouw Soens heeft het woord.

Tine Soens (sp·a)

Ik heb nog een aanvulling op het betoog van collega Daniëls. Als ik me niet vergis, was er in 2016 in een budget van 3,7 miljoen euro voorzien voor de aanpassing van die bijzondere weddeschalen in het hoger kunstonderwijs. Gaat het in 2017 om een gelijkaardig bedrag?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer De Meyer, ik kan u melden dat we normaal begin volgend jaar dat voorstel zullen krijgen. Dat is dus de volgende onderhandelingsronde.

Op de vragen van de heer Daniëls en mevrouw Soens kan ik niet zomaar antwoorden, zeker niet wat de budgettaire aangelegenheden betreft. Ik moet dat bekijken. Ik zal proberen dat schriftelijk te bezorgen.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, bedankt voor het engagement dat dit dossier begin volgend jaar opnieuw wordt opgenomen. U zult begrijpen dat we daar te gepasten tijde op zullen terugkomen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.