U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Vera Celis (N-VA)

Voorzitter, mijn vraag betreft inderdaad een daling van het aantal studenten aan de lerarenopleiding. Het aantal studenten aan de lerarenopleiding van de Vlaamse hogescholen is dit academiejaar gedaald met 5,42 procent in vergelijking met het vorige academiejaar en zelfs met 15 procent als ik de vergelijking maak met vijf jaar geleden. Dat blijkt uit de cijfers die de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA) recent heeft gepubliceerd.

De dalingen zouden zich voordoen in drie verschillende geïntegreerde lerarenopleidingen. Zo kende de lerarenopleiding kleuteronderwijs een daling van 6,88 procent, de lerarenopleiding lager onderwijs een daling van 5,07 procent en de lerarenopleiding secundair onderwijs een daling van 4,92 procent. Die cijfers bevestigen dat de lerarenopleiding en het lerarenberoep in het algemeen dringend aan een opwaardering toe zijn.

In juni van het vorig parlementair werkjaar bracht u dan ook een conceptnota uit die als basis zou dienen om de lerarenopleiding te vernieuwen. Tijdens de bespreking van deze conceptnota kwamen een aantal terechte ambities naar voren, zoals de noodzaak om in te zetten op de kennis van de te onderwijzen vakinhoud, de noodzakelijke didactische vaardigheden alsook het klasmanagement. Verder maakte u enkele maatregelen kenbaar, zoals de invoering van trajecten voor zijinstromers, de invoering van een niet-bindende toelatingsproef aan het begin van de opleiding, de uitbouw van een educatieve master, de ontwikkeling van een Vlaanderenbreed stageregistratiesysteem, de transitie van de specifieke lerarenopleidingen (SLO’s) en de hertekening van het landschap.

Minister, wat is uw analyse bij de recente cijfers van de VLHORA waaruit blijkt dat het aantal studenten dat kiest voor een lerarenopleiding, met maar liefst 15 procent gedaald is in vergelijking met vijf jaar geleden? Kunt u een stand van zaken geven met betrekking tot de verschillende aangekondigde maatregelen en ambities uit de conceptnota rond de lerarenopleiding? Mijn volgende vraag is al voor een stuk beantwoord bij de vragen van de collega’s Brusseel en Daniëls deze voormiddag betreffende de niet-bindende toelatingsproef. Overweegt u op basis van deze cijfers nog dringende maatregelen om in te spelen op het actueel en dreigend lerarentekort?

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s, ik vat mijn vraag samen. In de inschrijvingscijfers voor het pas gestarte academiejaar stelt men vast dat het aantal inschrijvingen aan de universiteiten daalt, terwijl de hogescholen hun aantallen minstens status quo blijven. Een tendens blijft over alle hogescholen heen duidelijk: het aantal studenten dat kiest voor een lerarenopleiding daalt. Onderwijsopiniemaker Pedro De Bruyckere heeft het zelfs over een tikkende tijdbom, en hij vraagt zich af hoe die ontmijnd moet worden.

Jonge leerkrachten en pas afgestudeerden vragen zich daarentegen geregeld af waar dat lerarentekort te vinden is, want het is tegelijk niet eenvoudig om aan het werk te geraken, en een groot deel van hen verlaat het onderwijs zelfs na enkele jaren interim en werkloosheid. Met het oog daarop bent u nu een loopbaanpact aan het uitwerken dat zowel de aantrekkelijkheid van het beroep als de retentie van jonge krachten zou moeten verhogen. Collega Celis heeft ernaar verwezen: tegelijkertijd moet er gewerkt worden aan de implementatie van de conceptnota lerarenopleiding.

Sinds enkele jaren is het echter ook duidelijk dat de keuze voor onderwijs soms een tweede of derde keuze is. Samen met de alweer dalende cijfers bij de generatiestudenten wijst dat erop dat jongeren het onderwijsberoep niet altijd even aantrekkelijk vinden.

Toen ik de persartikels las, moest ik terugdenken aan enkele jaren geleden toen de aantallen studenten verpleegkunde onrustwekkend laag waren. Toen heeft de overheid met succes een volgehouden campagne gevoerd, en op dit ogenblik kunnen we zeggen dat die campagne geslaagd is. Men kan zich afvragen of er ook voor het onderwijs geen nood is aan een vergelijkbaar plan. Ik spreek niet van een mediacampagne, maar van een vergelijkbaar plan. Uiteraard zijn het loopbaanpact en de conceptnota lerarenopleiding daar een onderdeel van, maar moet er niet nog meer zijn?

Minister, is de daling gelijk voor alle onderwijsberoepen, of zijn er nog specifieke probleemvakken? Leidt dat tot inzet van minder geschikte kandidaten voor sommige onderwijstaken? Overweegt u maatregelen om de maatschappelijke waardering en het imago van de onderwijsberoepen te verbeteren, naast de conceptnota lerarenopleiding en het loopbaanpact?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Collega’s, ik wil eerst even de cijfers in een juist kader plaatsen. De VLHORA publiceerde de cijfers zoals ze bekend waren op 1 oktober 2016. Op dat moment waren de inschrijvingen nog volop aan de gang. Op basis van het artikel is het ook onduidelijk met welke cijfers men de cijfers van het huidige academiejaar vergelijkt. Bovendien was het niet zo eenvoudig te achterhalen welk soort inschrijvingen men meerekent: actieve inschrijvingen met een diplomacontract of een creditcontract. Er zit dus wat spanning op de cijfers.

Het Ministerie van Onderwijs en Vorming houdt jaarlijks zijn eerste telmoment op 31 oktober. Daarvoor worden er geen cijfers vrijgegeven over het lopende academiejaar. Men is op dit ogenblik de definitieve cijfers nog aan het verifiëren.

Ook de inschrijvingen van het voorbije academiejaar zijn nog niet definitief omdat de instellingen pas tegen 15 december de cijfers van het vorige academiejaar moeten vervolledigen en valideren. Maar we moeten er eerlijk in zijn: we verwachten niet dat er nog spectaculaire wijzigingen zullen zijn.

Los van deze drie bemerkingen is er uit de cijfers van de vorige jaren een dalende trend merkbaar. Vooral de inschrijvingscijfers voor de professioneel gerichte bachelor (PBA) secundair onderwijs gingen de voorbije jaren in dalende lijn. In de PBA’s kleuteronderwijs en lager onderwijs zien we enkel het voorbije schooljaar 2015-2016 een heel lichte daling. Positief is wel dat voor het academiejaar 2015-2016 het aantal generatiestudenten in de PBA secundair onderwijs voor het eerst opnieuw stijgt. Dat betekent dat weer meer 18-jarigen kiezen om leraar secundair onderwijs te worden. Als je die groep eruit haalt, dan is er een lichte stijging.

Ik denk dat we uit de cijfers nog geen superrelevante conclusies kunnen trekken. Ik ben ook benieuwd hoe die trend in inschrijvingscijfers zich dit academiejaar doorzet. Maar ik wil zeker niet minimaliseren.

We hebben eens de vergelijking gemaakt tussen de academiejaren 2008-2009 en 2015-2016, en daar zien we geen constante daling in de cijfers. Het lijkt veeleer om een golvende trend te gaan. Je krijgt kleine stijgingen tot 2011-2012. Daarna zien we een dalende trend tot een voorlopig inschrijvingscijfer in 2015-2016 van 20.378, dat wel nog altijd hoger ligt dan de totale inschrijvingscijfers in 2008-2009, want dat was toen 17.874. Het is dus een beetje moeilijk om te kijken op welke manier dat nu verder zal evolueren.

Er zijn er veel die kijken naar de dalende instroom in de lerarenopleiding. Voor mij zijn de uitstroom uit de lerarenopleiding en de doorstroom naar het lerarenberoep zeer bepalend voor de kwaliteit van ons Vlaamse onderwijs.

Maar ook na al die kaderingen en nuanceringen verdienen de cijfers natuurlijk de nodige aandacht, collega’s. Dat is des te meer het geval voor de studenten in de bacheloropleiding secundair onderwijs. De prognoses die het Departement Onderwijs en Vorming vorig schooljaar op mijn vraag heeft gedaan voor de toekomstige arbeidsmarkt, gaan uit van een stijgende aanwervingsbehoefte. Er is immers een stijging van het aantal kindjes in het lager onderwijs. Die zullen uiteindelijk allemaal in het secundair onderwijs belanden, en dus zal die stijging zich ook daar duidelijk voordoen.

De hervorming van de lerarenopleiding en het loopbaandebat zijn in dat opzicht cruciale elementen om het beroep van leraar aantrekkelijker te maken, zowel voor de generatiestudenten als voor de zijinstromers. We hebben vandaag al vragen gehad over de oriëntatieproef en de instapproef lerarenopleiding. En dan is er nog het loopbaanpact, waar ik ook knopen in moet doorhakken.

Ik kom tot de vraag over de maatregelen en ambities uit de conceptnota rond de lerarenopleiding. U weet dat er nu werkgroepen aan de slag zijn. De werkgroep zal onder andere onderzoeken of een profiel ook in onderwijs op niveau 5 wenselijk is. Wij willen de werkzaamheden afronden in april 2017. Dan zouden alle voorstellen vanuit de werkgroepen klaar moeten zijn. Dat is dus niet zo lang meer.

De beleidsmedewerker van de VLHORA die belast is met de instaptoets voor de lerarenopleidingen, heeft bij de studenten ook bevraagd of ze die proef zinvol vinden. 80 procent heeft gezegd dat die zinvol is. Rond de 70 procent heeft ook aangegeven aan de slag te zullen gaan met de resultaten van de toets. Een groot deel van degenen die ‘neen’ hebben geantwoord op de vraag of ze iets gingen doen met de resultaten, gaven aan dat ze goede scores behaalden. Dan is het evident dat je daar op een andere manier mee omgaat.

Tot slot was er de vraag, mijnheer De Meyer, naar een onderwijsambassadeur. Ik vind het zeer interessant om dat te hebben. Ik ben zelfs bereid om een mediacampagne te doen rond ‘Word leraar’. Maar we moeten wel de knopen doorgehakt hebben. April 2017 moet dus voorbij zijn. De instapproef moet voldoende gevalideerd zijn. In het loopbaanpact moet ik knopen doorgehakt hebben. Ik voorzie dat het tegen eind volgend jaar wel zou kunnen. Dat zou ook goed zijn, want dan zitten we ook met de modernisering van het secundair onderwijs. En in de flow naar het einde van de legislatuur zou het goed zijn om die ambassadeur uit de startblokken te laten schieten op het ogenblik dat we zelf onze puzzel een beetje gemaakt hebben. Het zou een beetje ondankbaar zijn om nu als ambassadeur te moeten starten.

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Vera Celis (N-VA)

Bedankt voor uw antwoord, minister. Ik denk dat iedereen het erover eens is dat het lerarenberoep steeds complexer en uitdagender wordt. We hebben meer dan ooit nood aan getalenteerde en bekwame krachten in ons onderwijs. Dan hoor ik u toch een aantal zeer interessante voorstellen doen om dat te proberen te bereiken.

Ik ben het helemaal met u eens dat de uitstroom en de doorstroom uiteindelijk de zaken zijn waar men rekening mee moet houden. Men moet proberen om de jonge mensen die een juiste mentaliteit, het talent en de interesse hebben om de studie tot leerkracht aan te vatten, te stimuleren. Maar de uitstroom en de doorstroom binnen het onderwijsveld zijn in dezen fundamenteel.

Minister, de werkgroepen zouden in april 2017 met een resultaat komen. Het is zeer belangrijk dat we, als we die cijfers hebben, verder kunnen werken aan de uitwerking van de conceptnota lerarenopleiding. Het een hangt voor een stuk vast aan het ander. Ik heb ook begrepen dat de cijfers ietsje anders zijn dan het effectieve resultaat zoals VLHORA het publiceert. Er moet daar dus wat speling en marge gehanteerd worden. Dat wil ik dan ook met plezier doen.

U zegt dat de instroom van de generatiestudenten toeneemt. Als we met zekerheid kunnen stellen dat dat een betrouwbaar cijfer is, doet mij dat plezier. Wat dan de zijinstroom betreft, moeten we proberen om die mensen die vanuit de verschillende sectoren de weg naar het onderwijs vinden, maximaal te stimuleren.

Samen met u kijk ik uit naar de resultaten van de werkgroep. April 2017 is niet zo ver. We zullen dan zeker met een aantal zaken verder aan de slag kunnen.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s, ik heb mij voor de cijfers, die ik hier niet meer herhaald heb, niet gebaseerd op krantenberichten maar wel op het statistisch jaarboek. Dan heb ik wat cijfers van de laatste vijf jaren vergeleken. De tendens is duidelijk.

Minister, dat betekent niet dat het niet belangrijk is om te bekijken wie afstudeert en wie in het onderwijs blijft. Het is uiteraard ook nuttig, zoals mevrouw Celis zegt, om te weten hoe de instroom eruitziet en wat de vooropleiding is. Bijzonder moeilijk meetbaar is wat de motivatie en het enthousiasme van deze mensen zijn. Maar dat is natuurlijk zeer subjectief.

Minister, voor mij is het belangrijkste dat u zegt dat u bereid bent om, zodra u een aantal knopen hebt doorgehakt, deze legislatuur alle kansen te geven aan een onderwijsambassadeur. Dat is een belangrijk engagement van uwentwege. Dat is een heel interessante uitdaging voor deze legislatuur.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Minister, het is belangrijk dat u een ambitieus loopbaanpact kunt neerzetten, met een sterke aanvangsbegeleiding, perspectief, promotiemogelijkheden en professionaliseringskansen. Dat kan jonge mensen en ook zijinstromers wel warm maken voor het lerarenberoep.

Als wij de hervorming van de lerarenopleiding bekijken – we hebben al de conceptnota gehad –, dan is het nodig om de inhoud heel sterk onder de loep nemen. Ook daar moeten wij zeer ambitieus zijn. We moeten in die opleiding rekening houden met de noden die er vandaag in ons onderwijs zijn. We moeten jongeren opleiden om te kunnen omgaan met diversiteit, anderstaligheid en tal van zaken die zich vroeger misschien minder scherp stelden.

Ik zal de zaken die met betrekking tot de instroom sterker moeten zijn, niet herhalen. Mijn fractie is het daarmee eens.

Minister, hebt u eventueel zicht op welke vakken er in het secundair onderwijs met tekorten te kampen zullen hebben? Nu staat het mij voor de geest dat het nu over Frans en wiskunde gaat. Is dat nog zo? Geraakt dat nog bijgestuurd? Overweegt u eventueel acties om specifiek op bepaalde vakken te gaan werven? Zijn er specifieke noden?

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Ik wil nog eens verwijzen naar het evaluatierapport van de lerarenopleidingen van 2012. Toen stelden we drie grote problemen vast: de vakkennis, de vakdidactische vaardigheden en het klasmanagement.

Ik val in herhaling, maar ik vind het cruciaal om het nog eens te zeggen: één leerkracht beïnvloedt in zijn carrière duizend leerlingen. De vraag van mevrouw Celis is dan ook niet meer dan terecht en juist: het gaat om de verhouding tussen de juiste mensen aantrekken en genoeg mensen aantrekken, maar op geen enkele manier onze ambities te laten dalen wat de inhoud betreft. Dus denk ik dat we erover moeten waken dat we in elke campagne die we voeren niet alleen zeggen dat leerkracht zijn leuk is. Dat lijkt mij een reëel gevaar. We moeten het ook hebben over de waarden die men toevoegt: waarom en welke profielen we zoeken. Dat is de kern waarop we moeten letten.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Mevrouw Celis, ik kan alles wat u hebt gezegd bevestigen. Ik heb in mijn eigen uiteenzetting de nadruk gelegd op het traject en de uitstroom en het behoud in het beroep, net om te zeggen dat we ons niet alleen mogen baseren op wie er start. We moeten het geheel bekijken.

Mijnheer Daniëls, de heer De Meyer sprak over die campagne. Ik heb dat helemaal niet geïnterpreteerd als een campagne die alleen maar zegt: ‘In het onderwijs staan is leuk’. Ik heb gezegd: laat ons eerst de inhoudelijke bouwstenen zuiver zetten. Als alles zuiver zit, en we hebben een vernieuwde opleiding, dan is het wel van belang dat je ervoor gaat. Als ik zie wat minister Vandeurzen heeft bereikt met de opleiding verpleegkunde – de manier waarop er is gewerkt met een zorgambassadeur en een campagne –, dan zie ik hoe dat de instroom in dat beroep sterk heeft doen toenemen. Nu kun je zeggen dat het niet alleen daardoor is. Dat is mogelijk. Maar het zal wel een impact hebben gehad. Ik vind dat wel spectaculair. Als we de toekomstige noden bekijken en als ik het geheel zie, dan lijkt er mij een zeer mooi project denkbaar voor een ambassadeur die dat dan allemaal opvolgt en die bekijkt waar we moeten bijsturen.

Ik weet niet hoe de toekomst zal evolueren, mevrouw Brusseel, uw analyse over waar de tekorten zitten, was juist. Dat moeten we nog eens verder bekijken. Ik zie daar een traject dat nuttig en interessant kan zijn. Maar we moeten wel eerst de bouwstenen leggen. Ik ben zeker niet van plan – laat dat hopelijk mijn laatste zin zijn voor vandaag – om het niveau van de lerarenopleiding naar beneden te halen. No way! We willen het niveau versterken en het beroep aantrekkelijker maken en de instroom iets breder of aantrekkelijker maken.

We hebben kwalitatief hoogstaande opleidingen nodig, opleidingen die we verder aanscherpen via de hervorming en waarmee we goede, sterke profielen met de juiste bekwaamheden willen aantrekken.

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Vera Celis (N-VA)

Minister, u zegt dat u zeker de lat niet naar beneden wilt halen, en dat u sterke profielen wilt en goed opgeleide mensen. Misschien moet dat in het verslag vetjes worden gezet, of minstens met een rode lijn eronder.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Kwaliteitsvolle leerkrachten, daar gaat het over, en in voldoende aantal. Maar, minister, u hebt het al gezegd: de campagne in de welzijnssector voor de verpleegkundigen heeft zeker en vast het niveau niet verlaagd.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.