U bent hier

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Ik heb een vraag over wat er gebeurd is in verband met de doorlichting van de rechtenopleiding aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Om een opleiding te mogen aanbieden in het hoger onderwijs, moet ze geaccrediteerd worden op basis van een visitatie. De rechtenopleidingen van alle Vlaamse universiteiten werden onlangs doorgelicht door een onafhankelijke commissie. De Vrije Universiteit Brussel ging niet akkoord met één aspect uit hun doorlichting en trok naar de rechter in kort geding, die een dwangsom van 250.000 oplegde als het rapport toch gepubliceerd zou worden. Een uitspraak ten gronde zou later nog volgen.

Er zal nu een andere, mogelijk internationale, instantie worden aangeduid om de opleiding een tweede maal door te lichten. De VUB reageerde reeds op de berichtgeving in de media door te stellen dat de visitatiecommissie te weinig rekening heeft gehouden met de inspanningen die de instelling heeft geleverd op het vlak van de formalisering van de processen voor de evaluaties. De VUB zou verder ook gedreigd hebben om een hiaat binnen het systeem van de visitaties bloot te leggen, die de rechtsgeldigheid van alle visitaties in het gedrang zou brengen.

Voor alle duidelijkheid, het gaat me er niet om dat ik een uitspraak wil over de vraag of dit nu een goede opleiding is niet. Het gaat me wel over de procedure en de dreiging om zaken bloot te leggen en dergelijke meer.

Minister, wanneer wordt er over deze zaak een uitspraak ten gronde verwacht en wat is het gevolg voor de betrokken opleiding intussen? Hoe staat u tegenover het niet publiceren van een uitgevoerde visitatie, al dan niet voorzien van een reactie van de instelling die wijst op eventuele tekortkomingen dan wel van rechtzettingen of actieplannen? Is de beroepsprocedure waarin is voorzien voor dit soort conflicten correct verlopen? Er is immers een beroepsprocedure. Waarom heeft ze niet tot een oplossing geleid? Welke, al dan niet internationale, instantie werd er aangeduid of zal er worden aangeduid om een nieuwe doorlichting uit te voeren? Welke garantie is er dat dit niet tot hetzelfde dispuut leidt? Waar is in de regelgeving bepaald dat via een beroep via de rechter een nieuwe procedure bij een andere instantie kan worden uitgevoerd?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Ik wil voorafgaandelijk opmerken dat ik betreur dat een aspect van onderwijskwaliteitszorg, dat eigenlijk gericht moet zijn op een continu verbeterproces,  aanleiding geeft tot betwistingen voor de rechtbank. Het staat een beetje haaks op de finaliteit van kwaliteitszorg in het hoger onderwijs, ook al zijn de Vlaamse Regering of ikzelf als minister van Onderwijs totaal niet door die procedures gevat. Toch moet ik hier nu een beetje uitleg geven.

De procedures lopen tussen de VUB en de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad (VLUHR), die daarin zelf een autonome bevoegdheid heeft. De VLUHR staat in voor de organisatie van de onafhankelijke visitatie. Naast mijn treurnis moet ik ook vaststellen dat iedereen natuurlijk het recht heeft om naar de rechtbank te stappen indien men zich onrechtmatig behandeld voelt.

Momenteel zijn drie procedures hangende: een bij de Raad van State en twee bij de burgerlijke rechtbank. Die twee laatste staan echter ‘on hold’ zolang de eerste in behandeling is. We moeten het dus vooral hebben over die ene procedure. De procedure voor de Raad van State is een verzoek tot nietigverklaring van het oordeel van de visitatiecommissie over de derde generieke kwaliteitswaarborg, het ‘gerealiseerd eindniveau’. Er wordt dus een stuk van de beoordeling betwist. Het verzoek is op 1 april 2016 door de VUB ingediend. De procedurekalender is in handen van de Raad van State zelf. Voor een dergelijk annulatieberoep moet men toch uitgaan van een doorlooptijd van één jaar. Een uitspraak hierover zou enkel betrekking hebben op de visitatie in kwestie. Dat is altijd het geval bij een procedure voor de Raad van State. Die procedure heeft geen algemeen bindende kracht.

De procedures voor de burgerlijke rechtbank betreffen een procedure in kortgeding en een procedure ten gronde om te vermijden dat het betwiste rapport gepubliceerd zou worden omdat de VUB meent dat dit de universiteit onterecht schade zou berokkenen. Beide procedures zijn intussen verwezen ‘naar de rol’, wat betekent dat beide partijen zijn overeengekomen om ze ‘on hold’ te plaatsen. In de burgerlijke procedures zijn er dus geen uitspraken.

Binnen de VLUHR is intussen overeengekomen dat de andere universiteiten hun rapporten publiceren op hun eigen website. Dat is noodzakelijk omdat de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) slechts een accreditatiebesluit kan nemen op basis van een openbaar rapport. We moeten oppassen dat er geen andere problemen ontstaan. Aangezien er voor de opleiding rechten van de VUB geen gepubliceerd rapport is, kan de NVAO voor die opleiding geen besluit nemen. Aangezien het accreditatieorgaan vóór het einde van de lopende accreditatietermijn dus niet tot een uitspraak kon komen, is die accreditatietermijn nu administratief met één jaar verlengd, om de jongeren die de opleiding volgen, geen schade te berokkenen.

De VUB verwacht om vóór eind mei 2017 te beschikken over een nieuwe externe beoordeling zodat binnen die termijn alsnog een accreditatieaanvraag kan worden ingediend en de NVAO een besluit kan nemen.

Wat is mijn mening? De Codex Hoger Onderwijs is duidelijk: de NVAO kan pas een accreditatiebesluit nemen op basis van een gepubliceerd visitatierapport met de reactie van de instelling en het antwoord van het evaluatieorgaan en desgevallend ook het besluit van de beroepsinstantie. Ook de Europese standaarden voor kwaliteitsgaranties, de ESG, zijn duidelijk: de visitatierapporten, ook de negatieve, moeten volledig gepubliceerd worden, uiteraard na afronding van de diverse  mogelijke beroepsprocedures.

Naast het recht op tegenspraak zijn openbaarheid en transparantie dus cruciaal in ons kwaliteitszorgproces. Van die regels kan niet afgeweken worden. Om uiteindelijk een accreditatie te verwerven, is een openbaar rapport over de opleiding noodzakelijk.

Op de vraag of de beroepsprocedure correct is verlopen, kan ik geen uitspraak doen. Het komt mij ook niet toe om in deze casus hierover een uitspraak te doen. De lopende procedures moeten hierover uitsluitsel geven. Uiteraard is het veel beter indien een interne beroepsprocedure leidt tot een oplossing. Indien dat niet kan, is het in een rechtsstaat zo dat de partij die zich benadeeld voelt, zich kan wenden tot de rechterlijke macht.

De externe beoordeling moet worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van een EQAR-geregistreerd agentschap (European Quality Assurance Register for Higher Education) voor kwaliteitszorg of een agentschap dat door de NVAO aanvaard wordt. Het aangeduide agentschap moet ook werken volgens de Standards and Guidelines for Quality Assurance in the European Higher Education Area (ESG). Dat houdt in dat er ook in een beroepsprocedure moet zijn voorzien. De VUB heeft intussen QANU (Quality Assurance Netherlands Universities) aangeduid. Dat is een evaluatiebureau dat onderwijs- en onderzoeksvisitaties aan de Nederlandse universiteiten organiseert en uitvoert. U vindt de website op www.qanu.nl. Het is nu afwachten of dit een rapport zal opleveren op basis waarvan de opleiding haar accreditatieaanvraag kan doen bij de NVAO. Dat is de stand van zaken.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, ik verbaas me een beetje over uw antwoord. Er zijn reglementen die spreken over de openbaarheid. Alle besluiten en onderliggende rapporten worden bekendgemaakt op de website van de NVAO. Het is een onderliggend rapport. De reglementen zijn bekrachtigd door de Vlaamse Regering. Ik denk dat dit willens nillens boven water zal moeten komen.

Ik vind in de huidige regelgeving niet terug dat na een visitatie en het niet akkoord gaan, er een nieuwe instantie kan worden aangeduid. Ik vraag me af waarop dat is gebaseerd. Als er dan een nieuwe visitatie is, kan ik rechtsgeldig alleen maar vaststellen dat het een niet-rechtsgeldige nieuwe visitatie is die bijgevolg geen waarde heeft. Hoe past dit in de vigerende regelgeving?

De kwestie van hoe we ervoor zullen zorgen dat dit niet opnieuw kan gebeuren, mis ik ook een beetje.

Hoe rechtsgeldig is de nieuwe procedure die is opgestart?

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

We hadden het bij de vraag van mevrouw Soens over het artikel in Veto. De berichtgeving over deze visitatie is volgens mij geschreven door iemand die vroeger misschien nog voor Veto heeft geschreven en het niet zo nauw neemt met de volledigheid. Dat is mijn indruk. Op de VUB was men teleurgesteld over de zeer partiële en tendentieuze berichtgeving waardoor ook de heer Daniëls is gealarmeerd.

Het negatieve visitatierapport kan tot gevolg hebben dat de opleiding in een hersteltraject gaat. Dan moet een verbetering worden vastgesteld of men verliest de accreditatie. Om een aantal redenen verzocht de VUB om een hervisitatie, en dan moet de universiteit zich wenden tot de VLUHR. Er zijn zaken besproken en er is een akkoord bereikt met de VLUHR. Dat akkoord bestond er onder andere in dat de VLUHR het visitatierapport niet zou publiceren op de website. De opleiding aan andere universiteiten werd bijgevolg ook niet op de website gepubliceerd. Was het visitatierapport geheim? Neen, er stond een melding van in de Juristenkrant in juni.

Er wordt gereageerd op de hoge dwangsom. Bij een toekenning van de dwangsom zou de VLUHR verplicht geweest zijn om die te verhalen op alle lidverenigingen. Er is gezocht naar een compromis. Daardoor ging de VUB naar een andere instantie om de rechtenopleiding te hervisiteren. Deze instantie is goedgekeurd door de NVAO.

Er zijn elementen in dit dossier waarmee ook rekening moet worden gehouden. We kunnen ons niet baseren op een krantenartikel. Het is toch wel vreemd dat voor bepaalde aspecten van het universitair onderwijs de VUB slecht gekend is bij de kranten. Ook de KU Leuven heeft een gelijkaardig probleem gekend en had voor de opleiding Notariaat een onvoldoende gekregen bij de visitatie. Daar hebben we niets over gelezen in de krant. De KU Leuven is daar wel niet zo ver gegaan.

Er moeten bepaalde elementen in overweging worden genomen en ik denk dat de oplossing binnenkort wel duidelijk zal zijn.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, kunt u ervoor zorgen dat de eerste zin van het antwoord van de minister in het vet in het verslag komt? Mocht dat niet mogelijk zijn, laat het dan misschien in het rood onderstrepen.

De voorzitter

Ik zie de mensen van het Woordelijk Verslag heel raar kijken. (Gelach)

Minister Crevits heeft het woord.

Ik heb iedereen zijn standpunt hier gehoord.

Mijnheer Daniëls, het decreet stelt enkel dat er een visitatierapport moet zijn. Instellingen mogen er bij wijze van spreken ook jaarlijks eentje laten opstellen en daarmee naar de NVAO gaan. Dat is op zich geen probleem.

Mevrouw Brusseel heeft gelijk als ze stelt dat er met de VLUHR een akkoord is bereikt over de werkwijze die nu zou worden gevoerd. Ik heb mij daar ver van weggehouden. De procedure wordt niet tegen mij gevoerd. Ik meng mij daar als overheid niet in. In principe verbiedt het decreet niet dat je een beroep doet op een andere organisatie als daar een zwaar probleem is. Ze moeten dus een openbaar rapport kunnen voorleggen wanneer de accreditatie verstrijkt.

In de krant stond dat er een fout is in het systeem. U hebt daar even naar verwezen. Ik heb geen enkele ambitie om het systeem nu te veranderen. We zullen rustig de procedure afwachten. Volgens ons is die procedure koosjer. We wachten af wat er procedureel zal gebeuren. In principe kun je naar een andere instelling gaan om een accreditatierapport te verkrijgen.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, ik heb het ook over het reglement van de NVAO dat ook in dezen van toepassing is. In dezen is de Vlaamse Regering natuurlijk wel gevat. Het reglement is namelijk goedgekeurd binnen de Vlaamse Regering. Ik vraag me af of dat wel kan, ook naar de precedentswaarde toe – en vergeef mij, collega’s, ik zal het nu heel lapidair zeggen –: als er een stuk is waarmee je het niet eens bent, stap je naar de rechter, dan wordt het niet gepubliceerd en kun je een nieuwe visitatie aanvragen.

Ik zeg het nu bewust kort door de bocht. Ik vind dat een rare manier van omgaan met de regels die we eigenlijk hebben afgesproken. Er zijn ook andere instellingen die inderdaad niet akkoord gaan, maar dan heb je het naschrift en de bijstelling ervan. Ik blijf zitten met de vraag: wat is de juridische waarde van het nieuwe rapport in het licht van de vigerende regelgeving rond accreditatie? Ik maak mij daar wat zorgen over.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Mijnheer Daniëls, u moet goed nadenken. Er is een negatieve visitatie. De VUB betwist dat en trekt naar de Raad van State. Het is mogelijk dat de Raad van State het rapport vernietigt. Dan moet er een nieuw rapport komen. Maar ondertussen loopt de accreditatietermijn. We zijn niet zeker dat het er op tijd zal zijn. Er is een verlenging uitgesproken, dus vragen ze nu al een nieuwe. Ze kunnen dat perfect doen.

Maar sowieso zal de Raad van State zich moeten uitspreken over het oorspronkelijke rapport. Dan wordt het interessant. Op het moment dat de Raad van State een uitspraak doet en zegt: ‘We vernietigen het niet. Het was dik in orde, er zijn geen fouten gemaakt’, dan zal niets volgens mij de publicatie kunnen tegenhouden, ook al is er al een ander rapport.

Op het moment dat de Raad van State zegt: ‘Slecht gedaan, we zullen hier een stukje van vernietigen’ dan zit je met een andere situatie. Dan is het vrij logisch dat men heeft gezegd: ‘We zullen het niet doen.’ Je moet dat mee in ogenschouw nemen. De procedure van de Raad van State loopt. De VLUHR heeft wellicht gezegd: ‘Om te vermijden dat we in een hele grote oorlog terechtkomen, zullen we akkoord gaan.’ Het wordt een jaar verlengd. We zullen voorlopig niet publiceren, tot er zekerheid is. En ook al moest dat eigenlijk niet, we zullen dat voorlopig niet doen. De VUB trekt naar een ander orgaan. Dat is een beetje de context.

Minister, dat had ik begrepen. Maar het kan dus zijn dat we over dezelfde opleiding twee rapporten zullen hebben.

Ja, dat kan.

Dan zie ik een heel interessant verhaal. Stel dat het ene rapport zegt: ‘Onderdeel drie is niet goed’ en dat het andere zegt: ‘Dat onderdeel is wel goed’. Dan ben ik benieuwd wie daarover het salomonsoordeel zal vellen.

We spreken elkaar allicht opnieuw in mei 2017.

Ik ben geen fan van wat er nu gebeurt, maar het gebeurt. Afhankelijk van het resultaat, van de uitspraak van de Raad van State, zullen we bekijken of we al dan niet een of andere procedure moeten bijsturen.

We gaan naar een totaal ander systeem van kwaliteitscontrole. Dat zijn de uitwassen van de laatste visitaties.

En daar zou zich dan hetzelfde kunnen voordoen.

Ja, daarmee moeten we rekening houden. Maar ik ga nu niet, omdat dat ene dossier er is, heel de procedure overhoopgooien. Ofwel is die kwaliteitsbeoordeling een serieuze zaak, ofwel is dat niet zo’n serieuze zaak. Als het afhangt van het bureau waarvoor je kiest of je een goede of minder goede beoordeling hebt, vind ik dat ook vreemd.

Je kunt het ook omdraaien, mijnheer Daniëls. Je zou kunnen zeggen: als de bureaus die erkend zijn ‘à la tête du client’ andere resultaten hebben, is dat ook wel vreemd.

Het zou ook kunnen dat de VUB ondertussen een en ander heeft bijgestuurd omdat er wat tijd tussen zit. Maar dat kan niet, dat weten we niet.

Dat klopt, maar daarvoor zijn er herstelplannen enzovoort.

Daarin hebt u gelijk.

Minister, ik rond af. Ik denk dat we dezelfde bekommernis hebben. Het is een gang van zaken die ik betreur. Ik hoop dat die geen precedentswaarde krijgt in de kwaliteitscyclus in het hoger onderwijs.

Ik blijf mij wat zorgen maken, indien er inderdaad twee rapporten zouden zijn. Als het zover is en als die rapporten elkaar tegenspreken of net bevestigen, zien we wel. Ik volg dit dossier mee op, in het licht van het ernstig nemen van kwaliteitsbewaking in het hoger onderwijs. Voor onze fractie is dat de kern.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.