U bent hier

Mevrouw Coppé heeft het woord.

Griet Coppé (CD&V)

Op dinsdag 18 oktober 2016 vond in de Senaat een symposium ‘Op weg naar de best mogelijke spirituele zorg in de gezondheids- en welzijnszorg’ plaats. Dit symposium werd georganiseerd door de beroepsvereniging van katholieke pastores. De beroepsvereniging wil werken aan een verdere professionalisering van spirituele zorg en ijvert daarbij voor erkenning van de spirituele zorgverlener. Daarenboven werd door verschillende getuigenissen en academici verdedigd dat inzetten op spirituele zorg deel uitmaakt van goede zorg, zowel intra- als extramuros.

Goede zorg is een zorg die tegemoetkomt aan de vier dimensies van zorg, namelijk aan de biologische, psychische, sociale en spirituele dimensie. Oog voor zingeving en spiritualiteit in de Vlaamse welzijns- en zorgvoorzieningen is bijgevolg noodzakelijk. Zeker op momenten dat het moeilijk gaat, bijvoorbeeld bij een boodschap van slecht nieuws, doemen bij de mensen existentiële vragen op. Patiënten, bewoners en cliënten hebben dan behoefte aan een kader en aan een taal om te zoeken naar een antwoord op deze vragen. Een spirituele zorgverlener kan de zorgvrager professioneel begeleiden.

Internationaal onderzoek toont overigens aan dat spirituele zorg bijdraagt tot het welzijn van de zorgvragers en beantwoordt aan hun noden. Spirituele zorg verdient bijgevolg een plaats binnen de integrale zorgverlening. Binnen de woonzorgcentra, centra voor mensen met een beperking en in algemene en psychiatrische ziekenhuizen wordt deze zorg voornamelijk waargenomen door moreel consulenten en pastores.

– Bart Van Malderen treedt als voorzitter op.

Griet Coppé (CD&V)

Gelet op het beperkt aantal beschikbare uren, kunnen zij niet elke vraag even grondig behandelen. In woonzorgcentra worden zowel de bewoners als het personeel heel frequent geconfronteerd met levensvragen, als het levenseinde nadert.

Minister, wat is uw visie op spirituele zorgverlening in de verschillende zorgsettings, zowel residentieel als thuis? Als we de vermaatschappelijking van de zorg ernstig willen nemen, moeten we ook oog hebben voor de vragen in de thuissetting.

Bent u bereid om engagementen ten aanzien van spirituele zorg op te nemen in uw beleidsbrief?

Waar kunnen zorgverleners in de Vlaamse welzijns- en zorgsector vandaag terecht indien zij zelf werkgerelateerde spirituele zorgvragen hebben?

Is er reeds een traject naar het ontwikkelen van een beroepskwalificatie ‘spirituele zorgverlener’ opgestart?

Hebt u zicht op de wijze waarop spirituele zorg in beeld wordt gebracht in het kader van de kwaliteit van de Vlaamse woonzorgcentra?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega, vooreerst meen ik dat, om spraakverwarring te voorkomen, het belangrijk is te omschrijven wat men onder spiritualiteit en spirituele zorg begrijpt.

Wat betreft het begrip spiritualiteit bestaat er een consensusdefinitie van professor Christina Puchalski, een arts en directeur van het George Washington Institute for Spirituality and Health, en medeauteurs uit 2014 die sinds de publicatie op internationaal vlak veelvuldig gebruikt wordt in onderzoek en onderwijs.

“Spiritualiteit is de dynamische dimensie van het menselijk leven die verband houdt met de manier waarop personen, individueel of in gemeenschap, betekenis, richting en transcendentie ervaren, uitdrukken en/of zoeken en naar de manier waarop ze zich verbinden met het moment, zichzelf, anderen, met de natuur, het betekenisvolle en/of het heilige.”

De spirituele zorg omvat dan de zorg voor vragen en noden van een patiënt, bewoner of cliënt op het vlak van levensbeschouwing, zinervaring en zingeving. De term ‘spirituele zorgverlener’ staat voor elke professionele medewerker in de gezondheids- en welzijnssector die als vertegenwoordiger van een van de erkende levensbeschouwingen in België spirituele zorg biedt aan zorgvragers en zorggevers en daartoe is aangenomen door een voorziening in de gezondheids- en welzijnszorg.

Spirituele zorg maakt deel uit van integrale zorg omdat de spirituele dimensie deel uitmaakt van het menszijn en een verhoogde activiteit kent door de confrontatie met beperking of eindigheid in de context van de zorg. De aandacht daarvoor zou door iedereen in de zorg moeten worden gedeeld. Maar niet iedereen kan erin gespecialiseerd zijn, zoals spirituele zorgverleners dit wel zijn.

De zorg voor de spirituele dimensie sluit naadloos aan bij de grote hedendaagse paradigma’s in de zorg, namelijk persoonsgerichtheid, kwaliteit van zorg, waardigheidsondersteunende zorg, geïntegreerde, multidisciplinaire zorg enzovoort, die worden geïntegreerd door de Wereldgezondheidsorganisatie. Integrale zorg vertrekt van een holistische mensvisie waarbij rekening gehouden wordt met de lichamelijke, sociale, psychische en spirituele dimensie van de mens. Vanuit de holistische visie op het menszijn wordt de spirituele zorg dan ook als onlosmakelijk verbonden beschouwd met de drie andere dimensies van goede zorg.

Internationaal onderzoek rond spirituele zorg zit in de lift en geeft onder meer aan dat de spirituele dimensie van fundamenteel belang is bij coping en kwaliteit van leven. Levens- en zinvragen zijn van invloed op het lichamelijk en psychosociaal welzijn van patiënten en zorgvragers. Daarom is het voor het bepalen van de juiste zorg en behandeling belangrijk om te weten wat mensen zinvol vinden aan en in het leven. Een volledig beeld krijgen van de patiënt, bewoner of cliënt en zijn relaties, zijn normen en waarden, zijn levensbeschouwelijk kader en zijn levensverhaal is niet alleen van belang bij het opstellen van een persoonsgericht zorgplan, maar is ook een noodzakelijke voorwaarde bij het bespreken van beslissingen rond het levenseinde, en niet het minst bij het uitklaren van de vraag naar euthanasie of palliatieve sedatie.

Het belang van spirituele zorgverlening kan dus nauwelijks onderschat worden en dit ongeacht de zorgsetting waar een zorgvrager zich in bevindt. Spirituele zorg draagt er in belangrijke mate toe bij dat de patiënt, bewoner of cliënt verbinding kan maken, kan blijven maken of opnieuw kan maken met wat hem bindt met het leven: een levensbeschouwing of geloofsovertuiging, zeker en vooral in perioden van toenemende kwetsbaarheid.

Door binnen een zorg- of welzijnsvoorziening in te zetten op de spirituele zorgverlening alsook op de diversiteit binnen deze spirituele zorg – levensbeschouwelijke diversiteit is immers een feit –, maakt men als voorziening aantoonbaar dat men respect heeft voor de spirituele noden van de patiënt, de bewoner of de cliënt. De spirituele zorgdimensie moet een aandachtspunt zijn van elke zorg- en dienstverlener en moet, afhankelijk van de zorgvraag en de context, verder kunnen worden opgenomen door spirituele zorgverleners die experten zijn in deze vorm van zorg. Wanneer een spirituele zorgverlener deel uitmaakt van een zorgteam kunnen door kennis- en informatiedeling over spirituele zorg de teamleden aangezet worden tot het mee opnemen van spirituele zorg en het doen aan praktijkgericht leren. Op deze wijze kunnen zorgverleners gerichter een aanbod doen van spirituele zorg in antwoord op de behoeften van de patiënten, bewoners en cliënten.

In de beleidsbrief 2016-2017 is rond dit thema geen specifiek onderwerp opgenomen, juist omdat we het als een integraal onderdeel beschouwen van goede, kwaliteitsvolle zorg. Wat betreft de kwaliteit van de zorg stelt het decreet betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen van 2003 duidelijk dat elke voorziening, overeenkomstig haar opdracht, verplicht is aan iedere gebruiker verantwoorde zorg te verstrekken, zonder onderscheid van leeftijd of geslacht, van ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging, van ras of geaardheid en zonder onderscheid van de vermogenstoestand van de betrokkene. Deze verantwoorde zorg moet voldoen aan de vereisten van doeltreffendheid, doelmatigheid, continuïteit, maatschappelijke aanvaardbaarheid en gebruikersgerichtheid. Bij het verstrekken van die zorg worden het respect voor de menselijke waardigheid en diversiteit, de bejegening, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het zelfbeschikkingsrecht, de klachtenbemiddeling en -behandeling, de informatie aan en de inspraak van de gebruiker en iedere belanghebbende uit zijn leefomgeving gewaarborgd. In dit opzicht is het Kwaliteitsdecreet een belangrijke hefboom om de spirituele zorgverlening een plaats te geven in het totaal zorgaanbod van elke voorziening.

Momenteel worden onder andere de palliatieve netwerken en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve zorg, de Federatie Palliatieve Zorg Vlaanderen evenals het LevensEinde InformatieForum (LEIF) erkend of gefinancierd voor allerhande opdrachten rond het levenseinde. Spirituele zorg is een deelaspect van palliatieve zorg. Door de organisatie van vormingen worden er handvatten aangereikt aan zorgverleners om gesprekken aan te gaan met de persoon bij vragen van spirituele aard of om slechtnieuwsgesprekken te voeren. Bij specifieke complexe situaties kan een beroep worden gedaan op de gespecialiseerde palliatieve zorg.

In de beleidsbrief kunt u lezen dat we een projectoproep plannen rond het thema ‘Ethisch verantwoord zorgbeleid in de woonzorgcentra’, waaronder spirituele zorg in de brede zin van het woord bij belangrijke momenten in de zorgverlening ongetwijfeld aan bod zal komen.

Waar kunnen zorgverleners in de Vlaamse welzijns- en zorgsector vandaag terecht indien zij zelf werkgerelateerde spirituele zorgvragen hebben? Vooreerst kiezen de zorgverleners zelf bij wie zij hiervoor eventueel terechtkunnen binnen de voor hen vertrouwde levensbeschouwelijke omgeving. Vervolgens is het mijns inziens belangrijk dat elke gezondheids- en welzijnsvoorziening zich zo organiseert dat de zorg- en dienstverleners er terechtkunnen met hun werkgerelateerde spirituele zorgvragen. Zo kan men binnen een teambespreking spirituele vragen bespreekbaar stellen of kan de beschikbare spirituele zorgverlener een luisterend oor en ondersteuning bieden. Mogelijk kan ook in een interne praktijkrichtlijn met betrekking tot de spirituele zorg hier uitdrukkelijk aandacht aan worden gegeven.

Het ontwikkelen van beroepskwalificaties voor specifieke beroepen gebeurt door het beleidsdomein Onderwijs. Wat betreft de beroepskwalificatie ‘spirituele zorgverlener’ is er contact gelegd tussen het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen (AHOVOKS), het Vlaams Instituut voor Vorming en Opleiding in de Social Profit (VIVO) en de organisatoren van het congres over spirituele zorgverlening om samen na te gaan wat er moet gebeuren om een onderwijskwalificatiedossier op te stellen. Binnen de raad van bestuur van VIVO is afgesproken om voor de functies die zijn opgenomen in de IF-IC-classificatie (Instituut voor Functieclassificatie) beroepskwalificaties te ontwikkelen. In de IF-IC-classificatie is de functie pastorale/spirituele zorgverlener opgenomen.

De erkenning van het beroep spirituele zorgverlener vergt een grondige voorbereiding en heeft nog een lange weg af te leggen. Gezondheids- en welzijnsvoorzieningen kunnen binnen hun beleidsvisie en -daden nu al aantonen welke plaats zij geven aan de spirituele zorgverlening in hun organisatie. Bestuur en management hebben de opdracht om binnen hun voorziening een draagvlak te creëren door de spirituele dimensie binnen de zorg te beschouwen als een onderdeel van een goede zorgcultuur.

Ik wil nog twee randopmerkingen maken. Ten eerste verwijs ik naar de oorsprong van de vele gezondheids- en welzijnsvoorzieningen die Vlaanderen kent. Historisch heeft vaak een bepaalde spiritualiteit aan de basis gelegen van de huidige zorgorganisaties. Veel voorzieningen worden hierdoor nog tot op vandaag door geïnspireerd.

Ten tweede moeten we er ons ook van bewust zijn dat door de vermaatschappelijking en de desinstitutionalisering van de zorg niet enkel in de ziekenhuizen of de residentiële zorgsettings aandacht moet zijn voor de spirituele zorgnoden, ook in de thuiszorg zal de vraag toenemen en zal de nood aan spirituele zorgverlening zich mogelijks scherper stellen. Hier kunnen we de vraag stellen naar het belang en de rol van de lokale gemeenschappen. Warme, zorgzame en betrokken buurten kunnen kwetsbare mensen het gevoel geven dat ze er nog bij horen, dat zij van betekenis zijn voor anderen en hun zinervaring ondersteunen.

Het Vlaams indicatorenproject voor de woonzorgcentra oriënteert zich op zowel objectieve als subjectieve kwaliteitsindicatoren. Binnen de objectieve kwaliteitsindicatoren zijn tot op vandaag nog geen indicatoren opgenomen in verband met spirituele zorgverlening. Er wordt wel nagegaan in welke mate voor de bewoners een plan ‘zorg voor levenseinde’ wordt opgemaakt en hoeveel bewoners er in het woonzorgcentrum overlijden, maar op zich zegt dat niets over de aanwezige spirituele zorgverlening.

Bij de meting van de subjectieve kwaliteitsindicatoren uitgevoerd door Dimarso aan de hand van het meetinstrument InterRAI Quality of Life en dit bij bewoners die cognitief in staat waren om de vragen te beantwoorden, werd uitdrukkelijk de stelling bevraagd: “Als ik wil, kan ik aan religieuze activiteiten deelnemen waar ik belang aan hecht.” Dit item scoorde in metingen hoog met een gemiddelde score van 4,22 op 5 bij de metingen in 2014 en 4,15 op 5 bij de metingen in 2015. In het voorjaar van 2017 zullen de globale resultaten van de drie meetmomenten over de subjectieve kwaliteitsindicatoren worden bekendgemaakt en toegelicht.

Voor de Vlaamse woonzorgcentra zullen we eveneens onderzoeken onder welke voorwaarden en in welke mate er complementair aan de naleving van de erkenningsnormen en het toezicht hierop, certificering kan worden geïntroduceerd zoals we dit gedaan hebben bij de ziekenhuizen. Ik stel vast dat de al geaccrediteerde kwaliteitssystemen zoals Joint Commission International en het Nederlands Instituut voor Accreditatie in de Zorg, maar ook het kwaliteitssysteem dat in ontwikkeling is voor de woonzorgcentra in Vlaanderen, PREZO-woonzorg, de spirituele dimensie mee opnemen.

PREZO-woonzorg beschrijft in totaal zestig kwaliteitsthema’s die gelinkt zijn aan de bewoner. Om dit vatbaar en werkbaar te houden zijn deze kwaliteitsthema’s geclusterd in zes domeinen waaronder uitdrukkelijk het domein zingeving en spiritueel welbevinden, naast deze van het welbevinden met betrekking tot wonen en leven, sociaal, psychisch en lichamelijk welbevinden, partnerrelaties, intimiteit en seksualiteit.

Van de woonzorgcentra die het keurmerk wensen te halen wordt verwacht dat zij zorgen voor voldoende en deskundige medewerkers op het vlak van spirituele zorgverlening, zorgen voor een adequate werkwijze voor informatie en communicatie op het vlak van spirituele zorg, beschikken over een cyclisch geborgd woonzorgplansysteem waarin de lichamelijke, sociale, psychische en spirituele noden van de cliënt deel uitmaken van een geïntegreerd en persoonlijk zorg- en ondersteuningsplan en tot slot, zorgen voor aangepaste, gestructureerde vorming, training en coaching van de medewerkers met betrekking tot de spirituele noden.

Mogelijks kan in het project ethisch verantwoord zorgbeleid voor woonzorgcentra overwogen worden om voor de residentiële ouderenzorg, in samenspraak met de koepels, een kwaliteitsrichtlijn spirituele zorg op te maken, zoals men bijvoorbeeld in Nederland ontwikkeld heeft.

De voorzitter

Mevrouw Coppé heeft het woord.

Griet Coppé (CD&V)

Minister, ik zal uw antwoord nog eens nalezen. Ik denk dat de academische zitting vorige week misschien wel de start was om met de nodige omzichtigheid om te gaan met de spirituele zorg die in sommige settings nog onderbelicht wordt.

De voorzitter

De heer Parys heeft het woord.

Mevrouw Coppé, dit is een heel interessante vraag. Voor mij gaat het echter over een ruimere vraag: hoe ver komt de staat, zeker in die persoonlijke relatie die iemand heeft met het spirituele?

Minister, ik kan me vinden in het grootste deel van uw antwoord. Het spreekt voor zich dat spirituele zorg deel uitmaakt van de totale zorg. Erkenning daarvan kan voor ons absoluut, dat gebeurt ook vandaag al. De realiteit loopt voor op wat de politiek doet.

Ik meen echter dat we niet veel bijkomende maatregelen moeten nemen als ik hoor wat u al hebt opgesomd. Vraag is trouwens of we de instellingen zullen verplichten om voor alle levensbeschouwingen te voorzien in spirituele dienst. Er is al een keurmerk, men spreekt over spirituele dienstverlening. Er is natuurlijk niet gezegd over welke dienstverlening het gaat. Wanneer iemand in zo’n instelling gelooft in de orde van de Pastafari, dan zit men daar wel mee.

Ik vind dit een heel interessant maar ook een heel persoonlijk onderwerp. Ik denk niet dat we daar veel verder in moeten gaan dan wat er vandaag al bestaat, omdat het zo’n persoonsgebonden onderwerp is.

Wat de financiering en beroepskwalificatie betreft, leven we vandaag niet meteen in een context waarin het geld tot in de hemel groeit.

Ik vind dit een interessant onderwerp dat deel uitmaakt van de totaalzorg. Ik ben wel benieuwd te weten wat een woonzorgcentrum moet doen wanneer iemand een zeer specifieke spirituele zorg vraagt. Hoe wordt daar vandaag mee omgegaan?

Bart Van Malderen (sp·a)

Mijnheer Parys, ik was niet van plan om een betoog te houden, maar door uw betoog noopt u mij tot een bijkomend betoog. Ik moet zeggen dat ik uw positieve toon en het enthousiasme dat u voor het thema aan de dag legt, verwelkom zeker omdat het nogal in contrast staat met de ietwat onderkoelde, als ik het positief uitdruk zeer nuchtere toon, die een federaal partijgenoot van u op de academische zitting – waarnaar mevrouw Coppé ook verwees en waar ondergetekende ook aanwezig was – aan de dag legde. Er is zeer nadrukkelijk gewezen op het feit dat we ons eerder in een context bevinden waarin wordt bespaard dan wel een waarin middelen voorhanden zijn. Waarom zeg ik dat? Omdat het al te gemakkelijk is – en dat is meteen ook een waarschuwing voor de minister – om te verwijzen naar de noodzaak om spirituele zorg met kwaliteitsvereisten, met respect voor pluralisme, diversiteit en zelfbeschikking, aan te bieden in een organisatie waar niet iedereen, ook niet het personeel, daar klaar voor is. Het is al te gemakkelijk om te zeggen dat het deel moet uitmaken van de integrale zorg als het niet in de opleiding zit van elk van de mensen die in die instelling aanwezig is. De grootste uitdaging bestaat er net in om die kennisopbouw en processen te integreren in de werking van de zorginstelling, wat ook de achtergrond is. Het veronderstelt dat er mensen zijn die er kaas van hebben gegeten. Het is nog heel iets anders dan te vragen om in aparte subsidiëring te voorzien.

Ik zou er ook voor pleiten, om op de pastafarians als karikatuur in te gaan, dat de multilevensbeschouwing als norm in onze samenleving en actief pluralisme, indien niet verworven, dan toch een voorwaarde lijkt om dit te kunnen organiseren, wat niet wegneemt dat men vandaag al in multilevensbeschouwelijke teams en over muren heen, aan de slag gaat. Men kan moeilijk de karikatuur als beletsel inroepen. Er wordt pragmatisch mee omgesprongen, terwijl men uiteraard de grote principes dient te respecteren.

Minister Jo Vandeurzen

Collega’s, er zijn in ons land erkende godsdiensten en er is de vrijzinnigheid. Als men spreekt over wat dingen zijn waarvan men mag verwachten dat men in alle redelijkheid nagaat of die bijstand kan worden georganiseerd, dan gaat het meestal toch over deze. Los van de vraag of men vanuit een breder en fundamenteel respect voor ieders mening, ook kan nagaan of men mensen de steun kan geven die zij verwachten door een beroep te doen op mensen die in de lokale gemeenschap daarrond actief zijn. Ik heb op het symposium ook gezegd dat men moet opletten dat men de verwachting rond de aanwezigheid van spirituele zorg niet vertaalt op een zeer klassieke manier in erkenningsnormen en programmatieregels voor personeel enzovoort, los van budgettaire en andere randvoorwaarden. Het is de vraag of dat de meest adequate manier is om de aanwezigheid van een goede visie op spirituele zorg te waarborgen. Het zal misschien toch vanuit een andere en meer gedragen visie moeten gebeuren en vanuit een globale visie op de cultuur in de voorziening. Zeker als men over vermaatschappelijking spreekt en over mensen die in een vertrouwde buurt zorg zoeken, zal men moeten nagaan wat de lokale gemeenschappen van die erkende godsdiensten of van de vrijzinnigheid kunnen aanbieden aan ondersteuning. Als we zeggen dat woonzorgcentra geen burchten meer zijn in de samenleving, dan veronderstelt dat ook linken met wat er lokaal aan bijstand mogelijk is.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.