U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Taelman heeft het woord.

Martine Taelman (Open Vld)

In november zullen personen met een handicap normaal gezien een brief krijgen van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) met daarin de vermelding van hun budgethoogte. Vanaf dan zullen de voorzieningen starten met het aanbieden van contracten.

Het is evident dat dit een cruciaal moment is voor personen met een handicap die verblijven in een voorziening omdat zij nood hebben aan informatie en advies om te kunnen onderhandelen met de voorziening, om de aangeboden contracten te kunnen bekijken en om te beoordelen en eventueel te bekijken of andere vormen van ondersteuning mogelijk zouden kunnen zijn.

De bijstand om dit niet zo evidente proces te begeleiden kan verleend worden door bijstandsorganisaties. Gelet op het feit dat alle personen met een handicap met deze transformatie geconfronteerd worden, is er nood aan bijkomende bijstandsorganisaties. Al enige tijd wordt de erkenning van een vierde en vijfde bijstandsorganisatie aangekondigd. Er staan organisaties klaar om die rol op te nemen, organisaties die vandaag vertrouwd zijn met het werken met voorzieningen.

Minister, in 2016 waren er geen middelen om twee bijkomende bijstandsorganisaties te vergunnen. Vanaf 2017 zou er, volgens het VAPH bij de bespreking van de transitie naar persoonsvolgende financiering, wel de nodige financiële ruimte gecreëerd worden.

Minister, zult u effectief werk maken van de erkenning van de vierde en vijfde bijstandsorganisatie? Zo ja, is de oproep al verspreid? Hoeveel tijd krijgen organisaties om zich kandidaat te stellen? Wanneer zou het VAPH de erkenning kunnen afleveren? Zullen deze nieuw erkende organisaties de nodige tijd hebben om, met het oog op de erkenning, voldoende personeel te werven om klaar te zijn om hun klanten – zo zal ik het maar wat denigrerend noemen – bij te staan tegen 1 januari 2017?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Er zal effectief werk gemaakt worden van de erkenning van bijkomende bijstandsorganisaties. Momenteel is de procedure lopende om één of twee bijkomende bijstandsorganisaties te vergunnen. Het VAPH heeft op 6 oktober een oproep op zijn website gepubliceerd zodat kandidaat-bijstandsorganisaties zich kenbaar kunnen maken. Zij doen dit aan de hand van een formulier waarin ze aantonen dat ze aan de formele voorwaarden voldoen. Organisaties hebben tot 15 november de tijd om hun aanvraag in te dienen.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 betreffende de bijstandsorganisaties stipuleert dat er maximaal vijf bijstandsorganisaties kunnen worden vergund. Naast de drie bestaande kunnen dus maximaal twee bijkomende organisaties vergund worden. Hiertoe zullen de nodige kredieten in de begroting van het VAPH vanaf 2017 ingeschreven worden.

Mochten er meerdere kandidaat-bijstandsorganisaties aan de formele voorwaarden voldoen, dan zal het VAPH volgende beoordelingscriteria hanteren: spreiding van de organisatie over Vlaanderen en Brussel, rekening houdende met het bestaande netwerk van de organisatie; expertise en ervaring betreffende het verlenen van informatie en advies aan een brede doelgroep van personen met een handicap betreffende zorg en ondersteuning; kennis van de actoren die instaan voor het bieden van zorg en ondersteuning aan personen met een handicap, en dit zowel wat betreft de handicapspecifieke als de reguliere ondersteuning. Deze criteria zijn bedoeld om te garanderen dat de nieuwe bijstandsorganisaties op een kwalitatieve wijze bijstand verlenen aan personen met een persoonsvolgend budget, zowel zij die kiezen voor het zelf organiseren van de ondersteuning, als zij die wensen een beroep te doen op een vergunde aanbieder.

Het zal hierbij de bedoeling zijn om de vergunning af te leveren met ingang van 1 januari 2017. De oproep kon niet worden gelanceerd vooraleer de budgettaire mogelijkheden duidelijk waren. De organisaties die een vergunning krijgen, zullen hun werking stapsgewijs moeten uitbouwen. Dit geldt ook voor de aanwerving van het nodige personeel.

De voorzitter

Mevrouw Taelman heeft het woord.

Martine Taelman (Open Vld)

Minister, dank u wel. Het is een goede zaak dat er positief op wordt ingegaan en dat er blijkbaar een budget voorhanden is. U zegt dat er tot 15 november de mogelijkheid is om de vraag in te dienen. U hebt de criteria genoemd waarop het VAPH zich zal baseren om de aanvragen te beoordelen. Ik heb niet gehoord wanneer u de deadline voorziet voor de beslissing van het VAPH over welke twee bijstandsorganisaties de erkenning zullen krijgen. Of vergis ik mij?

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Minister, het is niet de eerste keer dat deze vraag wordt gesteld. Toen ik u vroeg waarom u niet van drie naar vijf ging, hebt u het budget als reden aangevoerd. De bijstandsorganisaties hebben 90.000 euro per jaar. Ik vind dat dus een vreemde redenering. Bekijk het totale budget, en daarnaast het belang van een bijstandsorganisatie om heel die transitie waar te maken. Dat zijn cruciale spelers om ervoor te zorgen dat mensen effectief de eigen regie in handen kunnen nemen. Ik betreur het ten zeerste dat het zolang geduurd heeft om tot die vijf organisaties te komen. De manier waarop ze omkaderd zijn, blijft zeer minimaal. Wilt u de persoonsvolgende budgetten een succes laten zijn – en dat hoop ik samen met u –, dan zult u die bijstandsorganisaties ernstig moeten erkennen en goed ondersteunen. Deze uitbreiding van drie naar vijf vind ik daar al geen goed voorbeeld van.

Iedereen met een erkenning binnen het VAPH krijgt nu een brief om effectief de overstap naar persoonsvolgende financiering te maken. Daarin staat natuurlijk een verwijzing naar de drie bestaande bijstandsorganisaties. Er is een achterstand qua tijd maar ook qua communicatie en informatie voor de betrokkenen. Zij hebben een heel belangrijk momentum gemist, namelijk het moment waarop alle betrokkenen of alle potentiële cliënten een brief krijgen. Minister, waarom hebt u zo lang gewacht? Waarom hebt u niet al eerder die beslissing genomen, desnoods zonder middelen? Zo had het ten minste toch al kunnen meegenomen worden in de communicatie en in de minimale bekendheidscampagne die nu loopt.

De voorzitter

Mevrouw Van der Vloet heeft het woord.

Het werd inderdaad op 6 oktober op de website van het VAPH geplaatst. Maar wordt deze oproep nog op een andere manier bekendgemaakt? Komt er een mailing? Volgt dat nog in het magazine? Het is inderdaad heel kort dag voor die mensen, om tussen 6 oktober en 15 november alles in orde te krijgen, en dan zeker voor de definitieve uitrol richting 1 januari.

Mevrouw Van den Brandt had het over de communicatie. Er is nu een heel nieuwe ronde van het VAPH aan de gang, samen met de bijstandsorganisaties. Daar zitten die nieuwe dus niet in. Zij lopen al een hele achterstand op. Gaan zij nog een extra communicatie krijgen via het VAPH? Hoe gaan zij dat dan doen, opdat de nieuwkomers bekendheid krijgen en op die manier leden bijeenzoeken?

Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, ik snap het argument van het budget eerlijk gezegd niet. U zegt dat we pas vanaf een bepaalde periode kunnen beginnen uit te geven. Dat is juist, maar dat belet toch niet dat u administratief al een aantal zaken had kunnen doen? Ik verwijs naar de persoonsvolgende financiering zelf. De mensen hebben al een hele tijd geleden de communicatie ontvangen. Er hebben infosessies plaatsgevonden enzovoort. Er wordt pas vanaf januari in een budget voorzien. Ik heb eerlijk gezegd nogal mijn twijfels over de operationalisering van dit proces tegen de startdatum. We zijn midden oktober. De vraag van mevrouw Taelman is logisch: wanneer gaat u beslissen? Als men inderdaad eerst nog personeel moet aanwerven, dan zal het wel heel snel 1 januari en verder zijn vooraleer men op het terrein iets ziet gebeuren, ‘if at all’. Het argument dat we het budget maar kunnen aanwenden waarin vanaf dan voorzien is, lijkt mij geen valabele uitleg voor het niet administratief opstarten en voorbereiden van dit dossier.

Minister Jo Vandeurzen

De timing is nooit een geheim geweest. Het is altijd heel duidelijk geweest dat men mocht verwachten dat de oproep zou worden gelanceerd in deze periode. Daar heeft men zich aan gehouden. Al degenen die er belangstelling voor hadden en op basis van het besluit wisten dat er ruimte zou komen om er meer te erkennen, wisten ook dat er een moment zou komen waarop de oproep zou worden geformaliseerd. Het VAPH heeft er nooit een geheim van gemaakt dat het die timing had gepland.

Ik vermoed dat de oproep is bekendgemaakt in het raadgevend comité, en dat men dat daar ook heeft meegedeeld. Iedereen die de sector een beetje volgt en belangstelling heeft, weet dat men de vacature en de officiële bekendmaking via de website moet vernemen. Men bevestigt me dat men dat in de adviesorganen heeft gemeld.

Er zal uiteraard een communicatie komen waarin alle bijstandsorganisaties worden meegenomen. Dat is nogal vanzelfsprekend. Ik verwacht dat men degenen die men zal aanwerven, niet in een totaal andere wereld dan die van de gehandicaptensector zal zoeken. Men zal toch zoeken naar mensen die betrokkenheid vertonen. Als ik het antwoord dat de administratie heeft gemaakt, goed lees, zal men ook begrip hebben voor het feit dat dat langzaam zal starten. Voor de communicatie met degenen die vanuit het VAPH informatie zullen krijgen, zal men alle bijstandsorganisaties uitdrukkelijk meenemen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.