U bent hier

Commissievergadering

donderdag 20 oktober 2016, 13.59u

Voorzitter
van Els Robeyns aan minister Ben Weyts
132 (2016-2017)
Externe sprekers
Elena Vermeulen
Mevrouw Lieselotte Marroyen

Mevrouw Robeyns heeft het woord. (In het kader van de Zuiddag treedt Lieselotte Marroyen als voorzitter op.)

Op 1 juni 2016 is de aangepaste werking van de belbussen van start gegaan. Er bestaan geen vaste routes en dienstregelingen meer. Bij iedere vraag zal de operator, afhankelijk van de verplaatsing die iemand wil maken, zoeken naar de meest geschikte oplossing. Daarbij wordt rekening gehouden met het volledige openbaarvervoernetwerk in Vlaanderen. De klanten kunnen worden doorverwezen naar een belbus, naar een vaste lijn, naar een combinatie belbus met vaste lijn of zelfs een combinatie met de trein. Met die regeling zou de dienstverlening naar de klant worden geoptimaliseerd.

Voor de meest optimale doorverwijzing maakt De Lijn sinds 1 juni in heel Vlaanderen gebruik van de reservatie- en planningstool ‘cover’.

Minister, ik ben geen lid van deze commissie, maar als burgemeester heb ik de afgelopen maanden redelijk veel klachten van belbusgebruikers ontvangen. Daarom heb ik mij een beetje verdiept in de materie. Ondertussen heb ik overleg gevoerd met De Lijn. Ze hebben mij het systeem ‘cover’ en de verschillende parameters waarmee rekening moet worden gehouden – en dat zijn er heel veel – gedetailleerd uitgelegd.

Ik moet zeggen, minister, dat ik onder de indruk ben van de manier waarop die mensen het systeem en de klachten heel nauwgezet opvolgen. Ik heb de indruk dat ze echt hun best doen om, weliswaar binnen de mogelijkheden van het systeem, een oplossing te zoeken. Ze hebben echter ook erkend dat het systeem nog wel wat onvolkomenheden bevat.

Er zijn twee aspecten. Enerzijds is het zo – en dat is al vaak in het nieuws gekomen – dat in het nieuwe systeem de mensen zo veel mogelijk worden doorverwezen naar streeklijnen en dat de belbus nog louter een aanvulling is op de streeklijn. Als er binnen 650 meter een halte is, kan men geen beroep doen op een belbus, maar wordt men met een streeklijn doorverwezen. Dat heeft als gevolg dat, wanneer men vroeger een afstand van punt A tot punt B van 9 kilometer in 25 minuten kon afleggen, men nu van A naar C en van C naar B gaat en in plaats van 9 kilometer 25 kilometer aflegt, in anderhalf uur.

Daarover gaat mijn vraag echter niet. Het is een jammerlijke evolutie, maar goed, het is een keuze die u hebt gemaakt. Die mensen hebben echter nog min of meer een alternatief.

Wat ik echter veel erger vind, minister, is dat er mensen zijn die geen alternatief hebben, mensen die geen streeklijn in de buurt hebben en enkel en alleen aangewezen zijn op die belbus. Door het feit dat dat systeem ‘cover’ rekening houdt met zo veel parameters, blijven die mensen vandaag jammer genoeg vaak in de kou staan. Zij hebben een abonnement, maar krijgen de boodschap: ‘Onze excuses, maar er kan voor u geen reservatie worden gemaakt.’ Ze krijgen geen alternatief aangereikt, noch een vergoeding.

De meest absurde toestanden doen zich voor. Ik haal heel kort drie voorbeelden aan, alle drie feiten. Twee klanten boeken op verschillende momenten dezelfde rit. De ene klant krijgt een rit toegewezen, de andere krijgt die geweigerd. In plaats van twee personen zit er dus één persoon op de belbus.

Zes mensen vragen om met een belbus van punt A naar punt B te gaan op hetzelfde moment. Vier van hen zeggen dat ze op punt A toekomen met een bepaalde streeklijn, die twee anderen vermelden dat niet. Gevolg: er staan twee belbussen klaar, één om die vier personen te vervoeren en één om die andere twee personen te vervoeren. Twee belbussen voor zes personen dus, terwijl die eigenlijk in één belbus konden zitten.

Een laatste voorbeeld: in mijn gemeente vertrokken iedere ochtend tien mensen naar het nabijgelegen station om daar de trein naar hun werk te nemen. Vandaag, met het nieuwe systeem, kunnen gemiddeld nog drie mensen op die belbus. De zeven anderen staan in de kou.

Ik kan zo nog een tijdje doorgaan, maar ik denk dat het probleem wel duidelijk is. Minister, volgens mij laat het systeem veel mensen die geen alternatief hebben – want ik wil benadrukken dat die mensen geen streeklijn in de buurt hebben – in de kou staan. Bovendien, zo krijg ik ook van alle kanten bevestigd, is de bezetting van de belbussen aanzienlijk lager dan voorheen. Dat lijkt mij dus niet echt een optimalisering van de werking en zeker geen optimalisering van de dienstverlening.

Minister, bent u op de hoogte van de problemen van het reservatiesysteem ‘cover’? Is er al een evaluatie gebeurd? Zo ja, welke conclusies trekt u daaruit en zullen er aanpassingen volgen?

Hoeveel klachten kwamen er bij De Lijn binnen naar aanleiding van de aangepaste werking? Wat is de inhoud van die klachten? Welke opvolging wordt daaraan gegeven?

Hoe evalueert u de werking van de belbussen? Plant u hier eventuele bijsturingen? Klopt het dat de bezettingsgraad van de belbussen sinds de invoering van het nieuwe systeem lager ligt dan voorheen?

Mevrouw Lieselotte Marroyen

Minister Weyts heeft het woord.

Als het systeem u geduid is, is dat misschien niet volledig gelukt. Uit uw uitleg maak ik namelijk op dat het niet volledig is doorgedrongen.

Wat was de vroegere situatie? Vroeger belde iemand naar die belbuscentrale en de belbusoperator reserveerde gewoon een ritje. Punt aan de lijn.

Maar wat gebeurt er nu? Nu denkt men een beetje verder en zegt men: ‘Ofwel kunnen we die belbus reserveren ofwel zijn er andere opties’. Want er is ook zoiets als een regulier netwerk, een reguliere verbinding, waarbij het ook de bedoeling is om een ruimer aanbod te hebben.

Concreet zoekt de belbusoperator nu via ‘cover’ de meest geschikte oplossing voor de gevraagde verplaatsing. Dat lijkt mij nogal efficiënt. Daarbij houdt men rekening met het volledig openbaarvervoernetwerk. Ofwel kan hij zoals vroeger doorverwijzen naar de bestaande belbus ofwel naar een vaste lijn, een combinatie van belbus en vaste lijn of zelfs een combinatie met de trein. We zouden dat in de toekomst zelfs nog meer multimodaal, nog meer in functie van combimobiliteit moeten kunnen opentrekken. Dit is alleszins de situatie, waarbij er niet alleen op die belbus gefocust wordt, maar men ook kijkt naar het bestaande bus- en tramaanbod of een combinatie, desgevallend ook met de trein.

‘Cover’ houdt bij het voorstellen van oplossingen voor de klant ook rekening met een maximale reisduur. Dat wordt allemaal in rekening gebracht. Het spreekt voor zich dat de klant bij het aanvragen van een verplaatsing ook kan meegeven binnen welk tijdsvenster of op welk tijdstip hij of zij ter plaatse moet zijn. Ook daar is er dus efficiëntie en goede dienstverlening. Terwijl vroeger zonder meer en zonder welke afweging dan ook een belbusrit gereserveerd werd, wordt nu eerst gekeken of er geen mogelijkheden zijn met de vaste lijnen of met een combinatie van lijnen. Het is dus perfect mogelijk dat een traject dat eerder volledig met de belbus werd verzekerd, nu een gecombineerde verplaatsing wordt, met een overstap.

Bij de omschakeling heeft het natuurlijk even geduurd voor de belbusgebruikers begrepen waarom zij ineens doorverwezen werden naar alternatieven. Inmiddels is dat beter begrepen, ook al omdat een aantal gebruikers ervaren hebben dat de vaste lijnen inderdaad een goed alternatief bieden voor hun vroegere belbusverplaatsing en hun juist meer flexibiliteit wordt geboden omdat die bussen frequenter en zonder reservering rijden. Het is goed dat we hen kunnen terugleiden naar het reguliere aanbod.

Wat betreft de ontvangen klachten, zijn er 411 reacties genoteerd sinds juni van dit jaar. 72 procent van deze reacties kwamen in juni zelf. Dat duidt erop dat men de zaken nu beter begrijpt na de terugkoppeling. Als je dat relateert aan het aantal unieke klanten dat gebruikmaakt van het systeem, betekent dit dat 0,9 procent van de gebruikers reageerden, ofwel minder dan 1 op 100, wat de zaken doet relativeren. De reacties van de gebruikers spitsen zich na de omschakeling naar de nieuwe werkwijze vooral toe op het gecombineerd gebruik van modi voor de gevraagde verplaatsing. Klachten worden allemaal individueel onderzocht en verduidelijkt en zo nodig wordt er bijgestuurd.

Wat de evaluatie van het systeem betreft: de werking van het systeem wordt tijdens de opstartperiode permanent geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd. Meldingen vanwege gemeentelijke overheden worden gekanaliseerd via de contacten die De Lijn er heeft. In de praktijk gebeurt dat vooral via de mobiliteitsambtenaren.

Sinds de invoering van ‘cover’ is het aantal belbusreserveringen licht gedaald, net omdat we erin geslaagd zijn om veel meer mensen weer toe te leiden naar het reguliere aanbod, wat toch altijd de bedoeling moet blijven. Hierbij is het belbussysteem enkel een aanvulling op het bestaande aanbod, en is het bestaande aanbod de regel. Als je erin slaagt om mensen te geleiden naar het bestaande aanbod, dan is dat een goede zaak. Dit wordt in dezen bewezen. Het is ook een zaak van efficiëntie. Wij willen dat de belastingmiddelen die worden gespendeerd, ook aan die belbussen, efficiënt worden ingezet. Wanneer er andere oplossingen voor verplaatsingen mogelijk zijn, namelijk via het reguliere aanbod, prefereren we die in plaats van een duurdere oplossing te suggereren. Dat is onze verdomde plicht als goede huisvader.

Mevrouw Lieselotte Marroyen

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Dank u wel, minister. Ik vind uw antwoord een beetje hallucinant. Ik denk dat u mijn vraag niet goed begrepen hebt. Ik heb gezegd dat mijn vraag niet ging over de reizigers die doorverwezen worden naar een streeklijn of een ander openbaarvervoermiddel. Er zullen inderdaad ook klachten over zijn omdat daar de reistijden langer zijn. Mijn vraag gaat over gebruikers voor wie er geen alternatief is. Die zijn er nog heel veel, zeker in landelijke gemeenten die enkel en alleen aangewezen zijn op de belbus.

De mensen van De Lijn hebben mij dat systeem heel goed uitgelegd. Ik heb dat heel goed begrepen. Ze hebben zelfs erkend dat er onvolkomenheden in het systeem zitten en dat het voor veel reizigers een terugval is. U komt hier nu zeggen dat er geen enkel probleem is. Ik vind dat echt hallucinant. Er zijn mensen die niet meer op school geraken, mensen die niet meer bij hun partner in het rusthuis geraken. Dat zijn geen verzonnen feiten, dat is effectief waar. Die mensen kunnen niet naar een streeklijn, er is geen streeklijn. Zij hebben daar niet voor gekozen, dat is nu eenmaal zo. Ze vragen een belbus. Vroeger zaten die vol. Het enige wat geoptimaliseerd is, minister, dat geef ik toe, zijn de reistijden die efficiënter zijn. Het is juist daardoor dat de reizigers in de kou blijven staan. Met de eisen van de eerste die reserveert, wordt rekening gehouden. Dan passen de andere passagiers meestal niet meer in het systeem, waardoor er nu nog maar één of twee mensen op de belbus zitten waar er dat vroeger tien waren. Minister, wat u hier zegt, is niet correct, daar ben ik van overtuigd.

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Ter inleiding: ik vind uw betoog wel bijzonder tendentieus. U doet alsof het het beleid van de minister is om overal lijnen te gaan uitzoeken en mensen in de kou te laten staan. Dit is een oefening om openbaar vervoer efficiënter te maken en om een dergelijk reservatiesysteem echt te laten werken om de combimobiliteit, de combinatie van verschillende modi mogelijk te maken.

Ik geef nu graag het woord aan de Zuiddagstagiaire Elena.

Mevrouw Elena Vermeulen

Het is belangrijk dat De Lijn aan de slag is gegaan met een beter reservatiesysteem waarbij naar combinaties van vervoer wordt gezocht. Ik zie dat als een noodzakelijke ondersteuning voor het nieuwe vervoer op maat. Dat er bij een nieuw systeem kinderziekten zijn, is te betreuren maar begrijpelijk. Ik reken er wel op dat de benadeelde reizigers op een correcte manier te woord worden gestaan en geholpen, want zij zijn wel de ambassadeurs van het nieuwe vervoer op maat. Zij gebruiken vandaag de belbus en moeten straks de overstap maken naar de andere vervoersvormen en daar hun buren en vrienden warm voor maken. Hoe efficiënter het reservatiesysteem, hoe meer dit mensen zal aanmoedigen om het openbaar vervoer te nemen.

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister, ik dank u voor het antwoord. U hebt een antwoord gegeven dat de theorie van het systeem weerspiegelt. Het gaat volgens mij toch wel voorbij aan het feit dat de belbusgebieden destijds zijn gecreëerd in regio’s waar er geen deftig regulier aanbod is of kan worden georganiseerd op een wijze die enigszins te verantwoorden is en die beantwoordt aan de normen van de basismobiliteit.

U gaat die normen afschaffen en er iets anders voor in de plaats zetten, de basisbereikbaarheid. Wij hebben het decreet ook goedgekeurd, met steun van mijn fractie, om drie proefprojecten in Vlaanderen te starten. Zolang u geen decreet Basisbereikbaarheid indient, blijven de normen voor basismobiliteit wel gelden, ook in die belbusgebieden.

Wat ‘cover’ volgens mij uiteindelijk heeft bewezen – want ook ik heb tientallen voorbeelden van mensen die een zogezegd alternatief hebben gekregen –, is dat er in die belbusgebieden inderdaad geen of zeer weinig deftige alternatieven zijn. Vindt u het normaal dat schoolkinderen die vroeger in Heist-op-den-Berg door een belbus worden opgepikt, na de schooltijd – om naar een van de omliggende dorpen te worden gebracht omdat er geen reguliere bus rijdt – een uur en tien minuten moeten wachten op een reguliere bus? Vindt u het normaal dat een belbusrit tussen twee aanpalende gemeenten die 13 minuten duurde, sinds 1 juni 1 uur en 20 minuten duurt omdat men eerst een belbus moet nemen en vervolgens twee reguliere bussen? Minister, op die manier bent u niet bezig aan een efficiëntie-oefening waarbij u mensen van de belbus – die inderdaad duurder is dan reguliere bussen – afleidt naar een ander regulier aanbod. Ik denk dat u mensen doet afhaken van openbaar vervoer en aan hen die geen alternatief hebben, zegt u dat ze maar rustig thuis moeten blijven.

Ik ben ervan overtuigd dat er een beter aanbod mogelijk moet zijn dan de huidige belbussen. Ik sta volop achter het feit dat u daarvoor proefprojecten hebt uitgeschreven. We hebben dat decreet goedgekeurd, maar er is wel de dure belofte gedaan in deze commissie, niet alleen door u maar ook door uw coalitiepartners, dat er intussen niet wordt geschrapt in het aanbod. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat dit reservatieprogramma dat een oefening in efficiëntie heet te zijn, de facto het afschaffen is van een aantal belbussen die destijds zijn ingelegd op locaties waar er geen deftig regulier aanbod is of niet kan worden ingericht, dat beantwoordt aan de normen van de basismobiliteit die nog altijd gelden tot u met een nieuw decreet komt.

Minister, klopt het dat de entiteit West-Vlaanderen – waar de belbus relatief het grootste aandeel heeft, vergeleken met andere provincies, in het totaalaantal reizigers dat De Lijn vervoert – besloten heeft om voorlopig geen gebruik te maken van ‘cover’, net omdat die uit de andere provincies signalen krijgt dat het reservatiesysteem niet goed werkt en dat de gesuggereerde alternatieven geen echte alternatieven zijn? In hoeverre wordt er nog rekening gehouden met de normen voor basismobiliteit die nog altijd geldig zijn in die gebieden waar geen proefproject loopt?

Dirk de Kort (CD&V)

Minister, over de belbussen zijn er hier in het verleden al vragen gesteld. We hebben toen ook afgesproken dat de belbussen in de toekomst niet verder worden afgebouwd. Als er efficiëntie-oefeningen gebeuren om tot een betere dekking te komen, dan kunnen wij dat enkel toejuichen.

Minister, in welke mate rapporteert De Lijn aan u over de werking in de belbusgebieden, maar ook over initiatieven die worden genomen door lokale besturen in een gebied waar de belbus is afgeschaft en waar diverse actoren – lokale besturen, OCMW, zorginstellingen – initiatieven nemen om toch een vervoersaanbod te creëren? Hebt u hiervan een overzicht?

Mevrouw Lieselotte Marroyen

Minister Weyts heeft het woord.

Mevrouw Robeyns, u verwart het een en het ander. Het gaat over het reservatiesysteem en niet over de afschaffing van belbussen. U verwart bewust of onbewust beide zaken en dat lijkt me in beide gevallen problematisch. Uw collega uit dezelfde fractie zegt het dan nog in vraagvorm: worden er belbussen afgeschaft? U zegt dat er belbussen worden afgeschaft door dit systeem. Uw collega van uw fractie stelt het in vraagvorm. Het antwoord is neen. Neen. Het gaat over efficiëntiewinsten. Je kunt die soms boeken als je ernaar zoekt.

Als iemand wil reserveren van punt A naar punt B bij de belbus, wordt er gekeken naar de alternatieven. Als er geen alternatieven zijn, rijdt die belbus uit. Maar met dit systeem zorgen we ervoor dat de belbus niet onnodig uitrijdt. Die belbus kost veel geld, aan de belastingbetaler, en ik vind dat die bus niet moet rijden als het niet nodig is, als men van het bestaande net en de bestaande dienstverlening gebruik kan maken. Dat is in een notendop het systeem.

Als u wilt laten uitschijnen – bewust of niet – dat we dit gebruiken om belbussen af te schaffen, zeg ik: neen. We hebben inderdaad tien à vijftien lijnen van de zovele afgeschaft omdat ze 30 tot 40 euro kostten per rit per reiziger. Dat vind ik onverantwoord. Dit systeem zorgt voor efficiëntie. Dat was in de maand juni bij de eerste ervaring wel wat moeilijk voor die mensen. Ze dachten dat ze niet meer terecht konden bij de oude vertrouwde belbus; dat kan wel nog, maar er worden alternatieven aangeboden. Dat zorgde in het begin voor wat verwarring. Nu zorgt het voor meer efficiëntie en de belbusgebruikers raken meer vertrouwd met het reguliere aanbod. Voor mij is dit een goed systeem.

Ik heb hier niet alle gegevens bij de hand, mijnheer de Kort, maar ik laat ze u bezorgen. Ik denk dat we hier handelen als een verantwoordelijke en efficiënte huisvader. (Opmerkingen van Joris Vandenbroucke)

Dat zijn detailvragen. Ik heb geen aanwijzingen dat er in West-Vlaanderen een andere methodiek wordt gehanteerd dan elders.

Mevrouw Lieselotte Marroyen

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Minister, ik ben niet degene die verwarring zaait, maar u. Het spijt me.

Ik heb niet gezegd dat de belbus is afgeschaft, dat heb ik niet beweerd. (Opmerkingen van minister Ben Weyts)

Dat zegt u, dat heb ik niet gezegd. Ik heb gezegd dat er mensen zijn die niet kunnen worden doorverwezen naar een alternatief. Dat is juist in de gebieden, zoals collega Vandenbroucke stelt, waar de belbus is gecreëerd en er geen alternatieven zijn. (Opmerkingen van minister Ben Weyts) 

Minister, u zegt: ‘Als er geen alternatief is, komt er een belbus’. Maar ik lees u het antwoord van De Lijn aan een reiziger voor: “Zoals we u reeds informeerden, kan ons belbussysteem ‘cover’ u helaas voorlopig nog geen oplossing bieden. Graag informeren wij u nog eens dat wij er alles aan doen om onze software te optimaliseren en hopen zoveel mogelijk klanten alsnog een gewenste oplossing aan te bieden. Dit proces kan wel enige tijd in beslag nemen, en wij hopen dan ook op uw begrip hiervoor.”

En u komt mij hier vertellen dat er geen enkel probleem is met het systeem en dat iedereen een alternatief krijgt aangeboden. Dat is gewoon niet correct, het spijt me. Er blijven mensen in de kou staan die geen alternatief hebben. (Opmerkingen van minister Ben Weyts)

Kom, minister, een beetje eerlijkheid is hier wel op zijn plaats. (Opmerkingen van minister Ben Weyts)

Ik lees het u hier letterlijk voor! Ze hebben geen alternatief.

Ze hebben een alternatief voor de bestaande belbusverbindingen! Er wordt ingebeld en als er een bestaande belbus is, kan die worden ingeschakeld. Is er geen belbus, dan kan die absoluut niet worden ingeschakeld, want er is geen belbuslijn.

Ah, nu geeft u tenminste een eerlijk antwoord.

Dus vindt u dat iedereen moet kunnen inbellen naar De Lijn? Ook al is dat vanuit het bos van Ciergnon?

Neen, dat heb ik niet gezegd! (Opmerkingen)

Nog één zaak, in mijn overleg met De Lijn vorige week hebben ze mij gezegd dat er kinderziektes zijn in het systeem – dat kan perfect voorkomen – en dat er deze week een nieuwe versie zou worden uitgerold. Ik weet niet wie de waarheid vertelt. U zegt helemaal niets over een nieuwe versie waar de kinderziektes uitgehaald zijn. Ik vind uw antwoord halfslachtig, en ik betreur dat ten zeerste.

Mevrouw Lieselotte Marroyen

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.