U bent hier

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele (N-VA)

Voorzitter, ik besef dat mijn vraag om uitleg een beetje voorbijgestreefd is. Hoewel we hierover vorige week al een discussie hebben gevoerd, heb ik mijn vraag om uitleg toch aangehouden. Ik wil het namelijk over de cijfers zelf en over de voorbereiding hebben.

Vorige week hebben we gesproken over de fiscale regularisatie en over de federale hervorming van het erfrecht. De vraag is hoe we hiertegenover staan. Als ik het goed heb begrepen, zitten we op dezelfde lijn. Ik wil het vandaag echter specifiek hebben over de vraag hoe we ons hierop moeten voorbereiden. Aangezien dit perfect aansluit bij het debat dat we vorige week hebben gevoerd, zal ik onmiddellijk mijn vragen stellen.

Minister, hebt u al dan niet contact gehad met de federale overheid over de voortgang op dit vlak? Hoever staat u met uw voorbereidingen? Hoe zullen we de financiële impact van de voorgestelde tariefwijzigingen doorrekenen?

Ik zal even uitleggen waarover het gaat. We zijn het erover eens dat er een nieuw systeem komt. De tarieven voor de successierechten zullen worden aangepast. Vorige week is echter de conclusie getrokken dat dit budgetneutraal moet blijven.

We beschikken over de opbrengsten van de fiscale regularisatie. In het concept van dit systeem zit echter ingebakken dat dit eindig is. We willen een budgetneutraal systeem op lange termijn. Daarvoor moeten we kunnen beschikken over voldoende informatie over de voorbije tien tot twintig jaar. Hoe zijn die successierechten betaald? Hoe is dat met schenkingen en legaten verlopen? De wijziging aan het erfrecht zal veranderingen in de ontvangsten tot gevolg hebben. Dat betekent dat we onze tarieven in die zin kunnen wijzigen.

Minister, in welke mate treft u al voorbereidingen om hiertoe over te gaan? Toen ze nog minister was, heeft mevrouw Turtelboom laten verstaan dat ze hieraan zou werken. Ze zou proberen econometrische modellen op te stellen. Die modellen moeten het mogelijk maken dit allemaal te berekenen zodra de federale hervorming is doorgevoerd. We moeten de eventuele wijzigingen die we willen doorvoeren juist kunnen inschatten.

Gedeeltelijk zal het ook om de gedragswijzigingen gaan. Dit effect zal, voor alle duidelijkheid, marginaal zijn. Ik heb het natuurlijk niet over mensen die al dan niet beslissen vroeger te sterven. Daar hebben we het vorige week ook over gehad. Het gaat om testamenten en om andere manieren om met het beschikbaar gedeelte om te gaan. Wat we van de voorgestelde federale hervorming weten, is dat het beschikbaar gedeelte groter zou worden. Het gedeelte dat naar de kinderen of in rechte lijn moet worden vererfd, zou kleiner worden. Ik zeg dit allemaal onder het grootste voorbehoud. Het beschikbare gedeelte waarover de erflater vrij kan beschikken, zou groter worden. De vraag is of wij kunnen voorspellen welke gevolgen dat zou kunnen hebben.

Minister Tommelein heeft het woord.

Voorzitter, nog niet zo lang geleden, op 10 mei 2016, hebben we in deze commissie al een uitvoerig debat gehouden over de voorgenomen hervorming van de Vlaamse erfbelasting. Ik heb toen verwezen naar de diverse uitgangspunten waarmee we rekening moeten houden.

Eerst en vooral is er het Vlaams regeerakkoord. Het Vlaams regeerakkoord stelt een modernisering van de successierechten voorop, met daarbij een afstemming op de hedendaagse samenlevingsvormen. Hierbij blijven we het familiaal aspect natuurlijk in aanmerking nemen.

Vervolgens verwijs ik naar de gedachtewisselingen die we in deze commissie en tijdens plenaire vergaderingen hebben gehouden over de hoge tarieven van de erfbelasting die tussen broers en zussen en tussen niet-verwanten geldt. Deze tarieven moeten worden gematigd. Een tarief van 65 procent wordt veeleer als een onteigening of een confiscatie dan als een redelijk belastingtarief ervaren.

De federale hervorming van het erfrecht en van het huwelijksvermogensrecht vormt ook een belangrijk gegeven. Dat kan de berekening van de ontvangsten van de Vlaamse erfbelasting beïnvloeden.

Ik wil eerst op dat laatste punt ingaan. Mijn diensten hebben een vergadering belegd met het kabinet van de federale minister van Justitie om de stand van zaken te bespreken. Een tendens in de hervorming van het erfrecht is de toekomstige grote vrijheid die aan de erflater wordt toegekend. Hij zal beter kunnen bepalen aan wie zijn erfenis toekomt. De regelgeving in verband met het voorbehouden deel voor de zogenaamde reservataire erfgenamen zou worden aangepast. De federale overheid bestudeert en bespreekt deze voorstellen nog verder. Om over de concrete stappen in de hervorming te worden geïnformeerd, houd ik contact met de federale overheid.

Mijnheer Diependaele, u weet dat mijn partij hierover een duidelijk standpunt heeft uitgewerkt. Volgens mij speelt mevrouw Van Cauter in de Kamer van Volksvertegenwoordigers de voortrekkersrol. We hebben het politiek debat in de Kamer van Volksvertegenwoordigers over deze belangrijke problematiek in elk geval geïnitieerd.

Ik heb mijn mening over de hoogte van de tarieven voor de erfbelasting in de zijlijn. Naast die tarieven beïnvloeden nog een aantal andere facetten de berekening. In de rechte lijn worden de roerende en onroerende activa in de nalatenschap opgesplitst. De tarieven worden op beide delen afzonderlijk toegepast. Dit resulteert in een lagere belastingdruk dan indien alle activa zouden worden samengevoegd. Deze opsplitsing wordt niet toegepast voor de zijlijn. Dit verklaart, naast de hogere tarieven, de hoge belastingdruk voor deze linies. Het tarief van de erfbelasting wordt in principe op de individuele verkrijging door de erfopvolger toegepast. In de zijlijn, buiten de broers en zussen, worden de erfdelen echter samengeteld. De tarieven worden op dat geglobaliseerd tarief toegepast. Deze berekeningstechniek geldt enkel voor deze tariefcategorie. In elke tariefcategorie is er sprake van een belastingvermindering voor de kleine verkrijgingen. Dat zijn verkrijgingen die een bepaald maximumbedrag niet overstijgen.

Welnu, het bedrag van die vermindering, de bovengrens van de kleine verkrijgingen en de berekeningswijzen zijn niet gelijk voor de drie categorieën. Mijnheer Diependaele, ik wil daarmee aangeven dat, naast een eenvoudige verlaging van de hoogste tarieven buiten de rechte lijn, we het best ook nog een aantal andere aspecten in aanmerking nemen. Een matiging van de belastingdruk bij een progressieve belasting kan je verkrijgen door de hoogste tarieven te verminderen, maar je zou ook iets aan de lagere tarieven kunnen doen, wat uiteindelijk voor een groter aantal belastingplichtigen soelaas zou kunnen bieden. We zullen dit alles wel goed moeten bekijken. Ik krijg af en toe de opmerking dat ik nogal communicatief ben, en transparant in mijn communicatie. Het is echter niet omdat ik hier nu een antwoord geef, dat het al zo is. We zullen moeten kijken naar een optimale besteding van de beschikbare middelen. Alle beschikbare data zullen we dus optimaal benutten, en aan de hand van simulaties zullen we de impact van mogelijke aanpassingen ramen. Dat is natuurlijk het voordeel van én minister van Begroting én minister van Financiën te zijn. Je kunt als minister van Financiën wel een aantal dingen willen doen, maar je moet natuurlijk altijd de begroting in de gaten houden. Soms gaat dat niet samen, maar in deze regering wel.

Mijn administratie heeft een microsimulatiemodel ontwikkeld, dat toelaat verschillende hervormingsscenario’s met elkaar te vergelijken en zo tot een afweging te komen. Ook mogelijke gedragswijzigingen zouden we voor een budgettaire raming in aanmerking moeten nemen.

Wat ten slotte het aspect van de modernere samenlevingsvormen betreft: in Vlaanderen hebben we op dat vlak een pioniersrol vervuld. Door mijn voorgangers werd de reikwijdte van de rechte lijn uitgebreid met diverse gelijkstellingen. Feitelijk en wettelijk samenwonenden worden met gehuwden gelijkgesteld. Stief- en zorgkinderen zijn met biologische kinderen gelijkgesteld. We zullen nu nog bekijken of er nood is aan een verdere uitbreiding of een bijsturing van sommige begrippen. U weet ook dat de middelen die door de fiscale regularisatie zullen worden gegenereerd, bedoeld zijn als ondersteunende financiering bij het opstarten van de hervorming. Het spreekt dan voor zich dat we de fiscale regularisatie in al haar onderdelen zo snel mogelijk van start willen laten gaan. Mijn administratie, het Departement Financiën en Begroting, heeft ondertussen een reflectiegroep voor de modernisering van de erfbelasting opgericht. Dat had ik ook al begin mei aangekondigd. Die is samengesteld uit experts uit de academische wereld, uit het notariaat en ook van de eigen administratie, dus zowel het departement als de Vlaamse Belastingdienst. Die groep zal de vroegere voorstellen van het Steunpunt Fiscaliteit en Begroting, eventuele eigen voorstellen van de leden en elders geformuleerde voorstellen beoordelen op de technische haalbaarheid, de maatschappelijke gevolgen, de budgettaire impact en eventuele terugverdieneffecten. Tijdens een eerste vergadering van de groep werden de voorstellen van het steunpunt al besproken. Nog dit najaar zal de groep voor een tweede keer samenkomen.

Mijnheer Diependaele, ik concludeer. Mijn administratie werkt aan een aantal mogelijke scenario’s van hervorming van de erfbelasting. Het budgettaire aspect wordt bewaakt door de effecten van de diverse scenario’s te simuleren aan de hand van een berekeningsmodel en het gebruik van beschikbare data. We houden contact met de federale collega’s om de stand van zaken met betrekking tot de hervorming van het federale erfrecht en het huwelijksvermogensrecht te vernemen. Last but not least willen we de fiscale regularisatie in al haar onderdelen zo snel mogelijk opstarten als budgettaire ondersteuning voor de opstartfase, zoals ik vorige week ook al uitvoerig heb toegelicht.

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Uw antwoord is precies wat ik over de hele lijn had gehoopt. We zitten ter zake dus volledig op dezelfde golflengte, trouwens ook als het gaat over het feit dat we niet enkel de hoogste tarieven in de gaten gaan houden. We gaan ook – in de mate van het mogelijke, want we moeten daar inderdaad zeer voorzichtig mee zijn – kijken naar de andere tarieven en de manier van berekenen. Die vorken zijn niet meer aangepast sinds de jaren 90. Dat zijn dus nog zeer oude vorken die men daar gebruikt. Dat moeten we dus inderdaad durven te bekijken, maar dan op zo’n manier dat we weten waar we zullen uitkomen wat de inkomsten betreft. Dan is het ook zeer goed om te horen dat er een microsimulatiemodel is dat we kunnen volgen.

Ook over die fiscale regularisatie zitten we op dezelfde golflengte. Ik had nog één punt. Voor alle duidelijkheid: we zijn het eens. We zouden met het doorvoeren van onze hervorming kunnen wachten op de federale overheid, om te zien wat daar precies de effecten zullen zijn. Op zich is daar iets voor te zeggen, laten we eerlijk zijn. Of we kunnen nu al bepaalde zaken doen. Wat doen we? Gaan we wachten of gaan we nu al bepaalde zaken doen? Welke zaken kunnen we nu al eventueel doen? Voor welke zaken wachten we beter op de federale overheid? Ik begrijp dat dat een beetje nattevingerwerk is, door het feit dat we geen volledig zicht hebben op de vorderingen federaal. Er zijn echter al zaken die we nu kunnen doen. Dan zou ik er ook voor pleiten om die te doen. Dan moeten we natuurlijk voorzichtig zijn, opdat wat federaal nog op ons afkomt, er niet voor zou zorgen dat we opnieuw een heel andere, tegenovergestelde richting moeten uitgaan. Die moeten op zijn minst in elkaars verlengde liggen.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Mijnheer Diependaele, ik dank u voor de vraag. Minister, ik dank u voor uw antwoord. Dit geeft ons immers de gelegenheid om hier een aantal zaken op te lijsten. In het regeerakkoord is inderdaad voorzien in de hervorming van de erfbelasting, ook met een aantal uitgangspunten daarbij. Minister, u hebt die zonet opgesomd. Ik wil hier dan ook duidelijk zeggen dat we er inderdaad mee akkoord gaan dat we de discussie moeten durven te voeren over de tarieven en de diverse schijven, maar dat het voor ons toch duidelijk veel verder moet gaan dan dat. U hebt beklemtoond dat we er omzichtig mee moeten omgaan. We moeten de nodige simulaties maken. Daarom vind ik het zeker goed dat dat simulatiemodel is ontwikkeld. Dat vraagt natuurlijk ook eerst het verzamelen van gegevens.

In het verleden heb ik herhaaldelijk vragen gesteld aan uw voorgangers naar gegevens, die dan soms wel, maar heel vaak niet te verkrijgen waren. Ik denk dat het er nu op aan komt eerst een aantal gegevens duidelijk te verzamelen, en dan kunnen die simulaties pas worden uitgevoerd. U hebt gelijk: er zijn niet alleen de tariefverschillen, maar ook andere verschillen tussen de behandeling in rechte lijn en de andere categorieën van erfgenamen. U had het over het roerend en het onroerend vermogen, maar er is ook het feit dat in rechte lijn iedereen afzonderlijk wordt behandeld, terwijl dat in de zijlijn en bij derden niet zo is. Daar wordt men in totaliteit belast. Er is bijvoorbeeld ook een ander systeem van plaatsvervulling naargelang het gaat over de zijlijn of de rechte lijn. Dat is hier nog niet vernoemd. In de rechte lijn heeft men sowieso hetzelfde tarief, omdat in rechte lijn alle tarieven gelijk zijn. Dat is niet zo in de zijlijn, waar je wel een erfrechtelijke plaatsvervulling hebt, maar geen fiscale, successierechtelijke plaatsvervulling. Ook dat is een element dat zou kunnen worden meegenomen.

Collega Diependaele, niemand heeft een glazen bol, dus niemand kan voorspellen wat de federale wijzigingen zullen zijn en wat daarvan de gevolgen zullen zijn. Ik hoor dat daar wel rekening mee wordt gehouden. Je kunt natuurlijk een prognose doen. Het is natuurlijk ook niet zo dat, door het verlagen, het beperken van de erfrechtelijke reserve, de erflater, die testamentair meer beschikkingsvrijheid heeft, daarom sowieso gaat testeren aan een erfgenaam die in een hogere schijf valt. Het zou immers perfect kunnen dat een ouder met drie of vier kinderen dan een van de kinderen meer gaat bevoordelen, en dan blijven natuurlijk de lage tarieven van de rechte lijn van toepassing.

Minister, zijn er over alle elementen die u nodig denkt te hebben, bijkomende gegevens beschikbaar, of zijn die opdrachten gegeven? Ik had in het verleden begrepen dat daar werk van werd gemaakt.

Jullie weten dat wij een conceptnota over de modernisering hebben ingediend. Daarin halen we een aantal elementen aan waarvan we denken dat ze niet allemaal financieel grote consequenties hebben en die eigenlijk al kunnen tegemoetkomen aan vragen die leven. Dan denk ik bijvoorbeeld aan een gelijkstelling van stief- en zorgkleinkinderen, die er tot op vandaag niet is. Die is er alleen voor stief- en zorgkinderen. Dat is een vraag die we regelmatig horen. Ook is er bijvoorbeeld ons alternatief voor de erfenissprong. Minister, dat hebt u ongetwijfeld ook gelezen. De vraag is of we wel moeten wachten met dergelijke zaken tot we alle duidelijkheid hebben over wat de implicaties zullen zijn van een federale aanpassing van het erfrecht.

De heer Somers heeft het woord.

Bart Somers (Open Vld)

Minister, collega Diependaele heeft verklaard dat hij zeer tevreden was met uw antwoord, en dat is minder evident. (Gelach)

Ook uw fractieleider is relatief tevreden met het antwoord. Neen, alle gekheid op een stokje, we zitten in een traject naar een hervorming. De aandachtspunten die u hebt gegeven, zijn belangrijk. Ik heb er enkele onthouden. Eerst en vooral zegt u het overleg met uw federale collega op te zoeken, omdat de hervorming in het federale parlement en de hervorming hier elkaar natuurlijk wederzijds beïnvloeden. Het lijkt me dus logisch dat dat in nauw overleg gebeurt.

Verder hebt u gezegd dat u die hervorming wilt doen op basis van goed uitgewerkte prognoses, dat u het erfrecht wilt moderniseren. Dat lijkt me een heel belangrijke zaak. Vandaag stamt dat erfrecht immers nog echt uit een andere tijd. De samenleving is fundamenteel veranderd en we zijn het aan de samenleving verplicht om dat erfrecht opnieuw te doen sporen met de huidige maatschappelijke realiteit.

U hebt gepleit voor meer keuzevrijheid. Dat is heel belangrijk. Het is een sleutelgegeven voor onze partij dat mensen in grotere vrijheid kunnen beslissen wat ze met hun geld doen. Nog los van onze eigen hervorming, maar als er sprake is van onwaarschijnlijk hoge tarieven, van 65 procent of meer, als alles wordt wegbelast, dan kun je welke regeling dan ook afspreken, maar dan is er eigenlijk geen vrijheid. Dan zit je met een soort fictieve vrijheid. Ik denk dus dat ter zake de tarievenpolitiek toch ook wel belangrijk is om die echte vrijheid hard te maken op het terrein.

Ten slotte speelt er natuurlijk ook een sociaal aspect. Door de complexiteit van de regelgeving zijn het spijtig genoeg vaak de meest kwetsbaren in de samenleving die hoge tarieven betalen, omdat zij de mogelijkheden niet zien, de middelen niet hebben om zich goed te informeren, om zich goed te laten begeleiden. Daardoor vallen ze heel vaak onder de hoogste tarieven. Een vereenvoudigd erfrecht heeft dus ook een sociale dimensie. Dat kan mensen ook helpen die wat meer kwetsbaar zijn in de samenleving.

Ik heb al die elementen gehoord bij u, dus het is evident dat u onze steun hebt.

De heer Rzoska heeft het woord. (Opmerkingen van Bart Somers)

Tevreden? Dat weet ik niet. Karakterieel, dat weet ik ook niet, maar het belangrijkste is dat de minister alleszins toch tot op vandaag de steun van de meerderheid geniet. Mijn steun, dat is iets anders.

Minister, op basis van uw antwoord op de terechte vraag van collega Diependaele wil ik zeggen dat mijn fractie niet afkerig is van het hervormen van al die erfenisrechten. Een aantal elementen die collega Somers ook heeft aangegeven, zijn op zich voor ons ook van belang, zoals die modernisering. Er zijn al een aantal stappen gezet. Wat ons betreft, is dat geen enkel probleem. Ik ga echter misschien toch een kritische vraag stellen. Er moet toch iemand een kritische vraag stellen in deze commissie. Ik ga naar uw andere hoedanigheid, die van minister van Begroting. Ik volg dat men een aantal dingen wil moderniseren. Als ik echter kijk naar de gerealiseerde ontvangsten van de erfenisrechten en de schenkbelasting – ik neem de twee samen – dan blijkt zeer duidelijk uit een antwoord dat u hebt gegeven op een schriftelijke vraag van collega Van Rompuy, dat, als we kijken naar de realisaties en zelfs na de begrotingscontroles, men die ontvangsten steevast overraamt. We hebben daar al geregeld over gediscussieerd in deze commissie. Ik hoor u graag zeggen dat er een monitoringsysteem wordt opgezet en dat we een zeer goed uitgebouwd systeem zullen hebben dat die prognoses kan maken, maar als ik kijk naar de concrete realisaties vanaf 2014 wat ontvangsten betreft en naar wat er in de begrotingsopmaak en de begrotingscontrole staat, dan stel ik vast dat er een systematische overraming is. U hebt daarnet tegenover collega Diependaele ook aangegeven te willen werken aan tariefverlagingen, omdat er inderdaad een aantal ‘excessen’ zijn, maar hoe gaat u dat doen als die ontvangsten steevast onder die ramingen liggen, zelfs onder die van de begrotingscontrole? Wat is de ruimte daarop?

Meer fundamenteel is de vraag hoe het komt dat die realisaties onder de verwachtingen blijven, niet enkel bij de begrotingsopmaak, maar ook bij de controle. Dan wil ik het zelfs nog niet hebben over de meerjarenraming. Als ik de meerjarenraming bekijk, bijvoorbeeld alleen al maar voor het jaar 2017, en ik zie wat u bij de Septemberverklaring in het centenboekje hebt neergeschreven, dan zie ik dat daar zelfs meer dan 200 miljoen euro verschil op zit. U moet toch ook op de centen letten, als minister van Begroting. Dat maakt een en ander niet eenvoudiger, volgens mij.

Minister Tommelein heeft het woord.

Ik dank de leden voor hun bijkomende vragen en opmerkingen. Mijnheer Diependaele, ik denk dat we moeten proberen om samen met twee sporen te werken. Ik vind dat u gelijk hebt: we moeten niet zitten te wachten. We moeten anderzijds ook niet voorop beginnen te lopen, zodat we bepaalde situaties krijgen. Daarom heb ik ook de nadruk gelegd op goed overleg. We moeten ervoor zorgen dat we met alle federale collega’s nauw contact houden, niet alleen met minister van Justitie Geens, met wie ik een zeer goede samenwerking had als staatssecretaris voor Privacy, maar ook met de fracties van de meerderheid, om ervoor te zorgen dat we dat zo gelijktijdig mogelijk doen. Het zal nooit in dezelfde week of maand zijn, maar we moeten er toch voor zorgen dat we de gelijke beweging maken.

Dit zal altijd een evenwicht zijn. Mijnheer Somers, ik ben uiteraard ook voor meer vrijheid. Het verheugt me zeer dat u me daarin steunt. We moeten echter een evenwicht zoeken tussen de vrijheid van de erflater om te bepalen waar zijn erfenis naartoe gaat, en de erfgenamen, die zo veel mogelijk bescherming willen. Het is een evenwicht zoeken tussen die twee parameters. Het zal ook wel nodig zijn dat we daarmee rekening houden. Er bestaat immers een studie van de Koning Boudewijnstichting waaruit blijkt dat 86 procent van de Vlamingen voor meer vrijheid is als het gaat over erfenissen, maar 67 procent tegelijkertijd vindt dat de erfenissen automatisch naar de kinderen moeten gaan. Om het dan nog helemaal moeilijk te maken: 54 procent daarvan vindt dat onterven mogelijk moet zijn. (Gelach)

Als je daar een referendum over doet, dan kun je dus nogal wat rare situaties meemaken, denk ik. Het zal dus zaak zijn om daar een evenwicht in te vinden. Dat de Vlamingen, ook de politici, niet altijd eenduidig en rechtlijnig zijn, dat wisten we al lang. Ik geef u gelijk: het gaat niet altijd over de tarieven, het gaat ook over een aantal andere effecten, het gaat over de berekeningsmethodiek.

Mevrouw Schryvers, wat uw vraag over de data betreft, verwijs ik naar schriftelijke vraag 313 van de heer Diependaele, die ik heb beantwoord op 16 juni. Daarin heb ik die vraag over de data beantwoord. Uiteraard zal ik rekening houden met de conceptnota van mijn coalitiepartners, net zoals ik ook met de verzuchtingen en initiatieven van collega Geens rekening zal houden.

Een modernisering is uiteraard noodzakelijk. Een vereenvoudiging lijkt me inderdaad ook heel belangrijk.

Mijnheer Rzoska, wat de ontvangsten betreft: ik weet het. Ik heb natuurlijk nog geen enkele raming gemaakt, maar ik ga me daar niet achter verstoppen. Ik heb geprobeerd om als minister van Begroting voor de opmaak van de begroting 2017 een realistische inschatting te maken. Ik kan natuurlijk onmogelijk op voorhand weten hoeveel overlijdens er zullen zijn in een jaar, hoe rijk of arm men is en in welke lijn die erfenissen allemaal zullen spelen, maar u hebt gelijk: daar zijn toch een aantal verbeterpunten. Het inningsproces is ondertussen verbeterd, maar ook het controlemechanisme wordt verder verfijnd. Ik hoop ook dat de regularisatieronde die we opstarten voor de volgende vier jaar, de Vlamingen er bewuster van zal maken dat het net zich steeds meer sluit als het gaat over het circuit van de fiscale fraude, zodat steeds meer Vlamingen van het eerste moment een correcte erfbelasting aangeven, los van het feit dat, zoals ik vorige week ook heb gezegd, het niet altijd kwade wil is en er af en toe een aantal zaken achterna komen. Dat moet dus ook een positief effect hebben op de inkomsten.

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele (N-VA)

Minister, u kon natuurlijk geen zucht van opluchting verbergen toen de heer Somers u steunde.

Mevrouw Schryvers, ik wou ook verwijzen naar die schriftelijke vraag. De twee belangrijkste zijn de samenstelling van de nalatenschap en de berekening van de erfbelasting. Ik ken het model niet dat bij de administratie wordt gebruikt. Maar daarmee moet je voldoende hebben om de verschillende hypotheses te kunnen berekenen.

Mevrouw Schryvers, een verlaging van de tarieven heeft inderdaad niet tot gevolg dat er meer zou worden geërfd. Ik heb dat in elk geval nooit beweerd. Maar je zou wel meer keuze krijgen als erflater. Als de erflater in onmin zou zijn met zijn kinderen, en hij kiest ervoor om aan iemand anders te vererven, dan is er nu dat voorbehoudende deel. Als hij meer keuze krijgt, en een groter deel in de zijlijn kan laten vererven, zal dat daar nog altijd aan een iets hoger tarief zijn, en dan kiest hij ervoor. Dat is dan geen belastingverhoging, dan kiest hij ervoor. Het ligt dus niet aan het feit of dat tarief al dan niet zou verlagen. Het ligt aan het feit dat hij meer keuze krijgt.

Minister, we zitten op dezelfde lijn. We willen dat die zaken zoveel mogelijk samengaan. Het zou ideaal zijn indien het op federaal niveau zo snel mogelijk zou doorgaan. Dan weten we waar we aan toe zijn en waarmee we precies rekening moeten houden voor onze eigen hervorming. Dat zou het eenvoudigste zijn.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.