U bent hier

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Voorzitter, minister, u hebt in uw beleid altijd de doelstelling van het bouwen van bruggen met andere Brusselse overheden en instellingen, uiteraard ook van de Franse Gemeenschap, vooropgesteld. Mijn partij staat als verbindende partij in het midden volledig achter die doelstelling. (Opmerkingen bij de N-VA)

Concrete dossiers aanpakken en problemen oplossen vergt samenwerking en een verbinding tussen de betrokken overheden.

Dat is ook het geval wat Strategie 2025 betreft, door de Brusselse Regering samen met de Brusselse sociale partners uitgewerkt. Strategie 2025 heeft als belangrijke doelstelling de economie en de tewerkstelling aan te zwengelen. Het plan bevat 18 doelstellingen en 160 beleidswerven. Het moet ervoor zorgen dat “Brussel de Belgische en Europese hoofdstad van ondernemingszin en innovatie” wordt. Het is niet de eerste keer dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering met grootschalige toekomstplannen komt. Ik denk bijvoorbeeld aan het plan voor internationale ontwikkeling, het gewestelijk ontwikkelingsplan, het gewestelijk plan voor duurzame ontwikkeling en de alliantie werkgelegenheid-leefmilieu. En dan heb ik het nog niet over specifieke plannen, zoals het Iris 2-plan dat ook een bredere impact heeft.

Dit plan lijkt anders. Ditmaal wordt sterk ingezet op samenwerking met de deelstaten en gemeenschappen. Dat is ook nodig, want er zijn belangrijke gemeenschapsbevoegdheden in het geding, bijvoorbeeld wat onderwijs en opleiding betreft. De betrokkenheid van de Franse en Vlaamse Gemeenschap is dan ook een belangrijke voorwaarde om dit tienjarenplan te doen slagen. U zei dat de Vlaamse Regering akkoord kan gaan met de doelstellingen, maar geen operationele afspraken wou maken. U bevestigde dat in de plenaire vergadering van 17 juni 2015 en in de commissievergadering van 14 oktober 2015.

Ik wil u daarover enkele vragen voorleggen. De Vlaamse Regering zou aanwezig zijn op de taskforce voor de opvolging van de conceptnota. Op die manier zouden de vakbevoegdheden opgevolgd worden. Kunt u een overzicht geven van de Vlaamse deelname aan deze taskforce? Wanneer werd er samengezeten, en rond welke thema’s gebeurde dat? Er zijn ook ‘subtaskforces’. Bij welke zijn een Vlaamse minister en/of de administratie betrokken? Kunt u een overzicht geven van de bijeenkomsten en de agenda’s? Zijn inmiddels concrete doelstellingen uitgewerkt, en hoever staat men met het pad om die te realiseren?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Voorzitter, minister, collega’s, u stelt me de vraag met betrekking tot Strategie Brussel 2025. Dat is uiteraard geen probleem, en ik zal hier graag op antwoorden. Ik wil wel opmerken dat dit dossier in de Vlaamse Regering mee wordt opgevolgd door de minister-president en dat de sectorale kabinetten van collega Crevits en Muyters mee aan de overlegtafels zitten. Ik ben in dezen vandaag slechts een nederig doorgeefluik. Ik antwoord op basis van de insteek van mijn collega’s.

Ik zal eerst even een en ander in herinnering brengen. Deze problematiek kwam op 17 juni 2015 ter sprake in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement en op 14 oktober 2015 in deze commissie. Ik ga niet meer in op details, maar het lijkt me goed nog eens de grote lijnen van Strategie 2025 te herhalen.

Strategie 2025 is een toekomstvisie op langere termijn voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Het initiatief werd genomen door de Brusselse Regering, in samenspraak met de sociale partners. Het vertrekpunt is het aanzwengelen van de economie en de tewerkstelling. Er wordt gewerkt via twee pijlers, waarbij de eerste pijler zuiver gewestelijke beleidsmateries raakt en de tweede pijler zowel gewest- als gemeenschapsmateries betreft, zoals opleiding naar werk en onderwijs. De Vlaamse Regering werd uitgenodigd om mee te werken. Haar standpunt, per mededeling ook op de zitting van de Vlaamse Regering geagendeerd, kwam neer op het volgende. De Vlaamse Regering wil wat betreft haar in dit kader relevante gemeenschapsmateries meewerken. De regering kan zich grotendeels vinden in de acht strategische doelstellingen en de pijlers en wil in het kader van het verder overleg meewerken aan het operationaliseren van deze doelstellingen.

Concreet en als antwoord op uw eerste vraag komt het erop neer dat de taskforce in gezamenlijk overleg wordt opgevolgd door vertegenwoordigers van de kabinetten van de regeringsleden Bourgeois, Muyters en Crevits. Ook VDAB is altijd op de afspraak. Dat groot overleg vindt plaats om de drie tot zes maanden. De data waarop de Taskforce Werk Opleiding Onderwijs Ondernemen (Taskforce WOOO) is samengekomen, zijn 21 januari 2015, 8 juni 2015, 28 oktober 2015, 4 maart 2016 en 19 mei 2016. Deze werkgroep wordt door de deelnemers omschreven als een rondetafel waarbij de activiteiten in de subwerkgroepen worden overlopen. Een greep uit de agendapunten die regelmatig werden besproken of toegelicht: het kadaster van het onderwijs- en opleidingsaanbod, de ontwikkeling van het alternerend leren in Brussel, de stages, de validering van de competenties, de sectorale rondetafels en gelijkaardige onderwerpen.

Er zijn ook ‘subtaskforces’. Ik baseer me op de informatie die me werd overgemaakt. Het beleidsdomein Onderwijs is vooral actief in twee werkgroepen: de werkgroep stages en de werkgroep alternerend leren. Bij beide werkgroepen trachten we steeds aanwezig te zijn of leveren we een schriftelijke voorbereiding. De werkgroep stages kwam ondertussen een zestal keer samen. Daarbij was de focus tweeledig. Een: een inventaris opmaken van de stages in het Brusselse Gewest, met een gedetailleerde beschrijving ervan, om de hindernissen wat betreft het gebruik ervan te bepalen en gegevens te verzamelen met het oog op een raming van de kostprijs en het succes van de stages. Twee: de stageformules oplijsten die moeten worden gewijzigd, afgeschaft of ingevoerd. De werkgroep alternerend leren kwam een drietal keer samen, waarbij de agenda zich vooral richtte op het opstellen van een strategische nota omtrent alternerend leren. Voor deze nota heeft het beleidsdomein Onderwijs een inbreng gedaan. Deze nota is vooral toegespitst op het bieden van een stand van zaken van alternerend leren in Brussel, met de focus op de verschillende onderwijsverstrekkers die elkaar op het terrein ontmoeten.

Wat betreft VDAB kan ik het volgende antwoorden. VDAB heeft de volgende vergaderingen in 2016 opgevolgd. De werkgroep vergadering rond doelstelling 8 – promotie van kwaliteitsvol en duurzaam werken – die doorging op 16 februari 2016. De werkgroepvergadering rond doelstelling 3 – regionaal programma voor de circulaire economie – vond plaats op 24 februari 2016. De werkgroep stage ging door op 1 februari 2016. De voorbereiding van de synthesenota opleiding, werk en onderwijs in de horeca ging door op 27 januari 2016. De voorbereiding van de rondetafel met de sectorale gesprekspartners ging door op 2 juni 2016. Voorts is er nog de Taskforce WOOO, waarover hierboven sprake was.

Zijn er intussen concrete doelstellingen uitgewerkt en hoe staat het met het pad om deze te realiseren? Wat betreft de werkgroepen waaraan het beleidsdomein Onderwijs participeerde, zijn de doelstellingen momenteel vooral gericht op een inventarisatie, met het oog op een zo groot mogelijke afstemming en stroomlijning. Ik denk dat dit het beste en eerste doel van de participatie van de Vlaamse Regering moet zijn. Een eerste stap is hierin zeker al genomen: de beide werkgroepen hebben reeds een uitgebreide inventarisatieoefening achter de rug en richten zich nu vooral op het zoeken naar een meer gestroomlijnde implementatie. Vanuit VDAB kreeg ik hierover geen specifieke informatie, met uitzondering van wat is gezegd over de deelname aan de subwerkgroepen.

Ik besluit. De Vlaamse Regering werkt waar mogelijk mee aan de verdere uitwerking van Strategie 2025. We moeten hierbij wel beseffen dat onze rol zich beperkt tot de Nederlandstalige gemeenschapsmateries. Veel van de behandelde onderwerpen betreffen gewestelijke materies. We zijn uiteraard ook niet verantwoordelijk voor de gemeenschapsmateries van partners zoals de COCOF en de Franse Gemeenschap. Uiteraard zijn er ook de reguliere bilaterale contacten tussen de ministers Muyters en Crevits en hun kabinetten enerzijds en hun Brusselse collega’s anderzijds. Om hiervan een overzicht te krijgen, wendt u zich waarschijnlijk het best rechtstreeks tot de betrokken ministers.

Joris Poschet (CD&V)

Ik dank u voor uw exquise rol als nederig doorgeefluik. Ik vind dat u zichzelf wat oneer aandoet met die rol, maar goed. Het is allemaal nog wat vaag. Men tast nog af en gaat na wat er al bestaat en wie wat aanbiedt. Ik heb nog niet het gevoel dat er al concrete doelstellingen zijn vastgelegd om te bepalen wie wat moet ondernemen om de doelstellingen te realiseren. Ik vind het belangrijk dat de vakministers van de Vlaamse Regering een actieve inbreng doen, en dat we onze rol niet beperken tot het doorsturen van nota’s. Ik denk dat het nog altijd het beste is om aanwezig te zijn en een inbreng te doen, zodat het Vlaams beleid wordt verdedigd. Ik zal u hierover natuurlijk een opvolgingsvraag stellen. Vooreerst zal ik echter de bevoegde vakministers om meer uitleg vragen, om te weten te komen of men actief aan de werkgroep heeft geparticipeerd.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Ik dank de heer Poschet voor deze vraag en minister Gatz voor zijn antwoord.

We kennen inderdaad de historiek van Strategie 2025 voor Brussel dat nu een klein jaar is gelanceerd. Ik hoop in ieder geval dat het niet dezelfde weg opgaat als het Waalse Marshallplan waar ik nog altijd op de grote resultaten wacht. Het is goed dat we samenwerken, maar ik hoop dat we ons eigen beleid met betrekking tot arbeidsbemiddeling en onderwijs in Brussel kunnen voeren en dat we niet min of meer worden gebonden door wat het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ons oplegt.

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Minister, is intussen de vraag gesteld aan de Vlaamse Regering om alsnog te tekenen?

Minister Sven Gatz

Er is nog een tweede bijkomende vraag gekomen, maar wij hebben ons standpunt heel helder herhaald. Ik ga de polemiek daarover niet opnieuw starten, maar het is zeer goed dat Brussel plannen maakt en doelstellingen realiseert. Iedereen moet dat zeker doen, maar wij zijn een andere regering die – hoe zou ik het zeggen? – voor een groot deel – ik heb het woord ‘grotendeels’ bewust gebruikt – die doelstelling mee kan onderschrijven.

Het is onze rol – zoals u terecht ook in uw vraag hebt aangegeven – om zo goed mogelijk samen te werken om in het kader van onze bevoegdheden rond gemeenschapsmateries – onderwijs, opleiding en werk – samen resultaten te behalen. Het is het volste recht van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering om die globale doelstelling te behalen. Vanuit haar perspectief is die waarschijnlijk ook terecht, maar het is niet aan ons om onze handtekening daaronder te zetten. Het is soms belangrijker, zoals ik u heb aangegeven, om proactief mee rond de tafel te zitten en naar oplossingen te zoeken dan alleen maar een formele handtekening te zetten. In die zin verloopt de samenwerking echt wel goed. Waarom de handtekening dan formeel niet werd gezet, heb ik enkele maanden geleden al uitgelegd. Ook de minister-president heeft dat gedaan. Intussen verloopt de samenwerking op het terrein goed en dat is voor mij het belangrijkste.

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Minister, ik ben evenmin als u een handtekeningenfetisjist. Zolang er op het terrein resultaten worden geboekt, is dat voor mij allemaal goed. Ik zal uw collega’s hierover nog verdere vragen stellen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.