U bent hier

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, dit is een vraag over de ontwikkeling van onze Vlaamse energievisie, en uiteindelijk ook het energiepact. We hebben daar recent nog een voorzet toe gekregen vanuit Nederland. Het onafhankelijke onderzoeksbureau CE Delft (Committed to the Environment) heeft in opdracht van een aantal milieuorganisaties een studie opgemaakt waaruit zou moeten blijken dat tegen 2050 alle elektriciteit in België van hernieuwbare herkomst zou kunnen zijn. Daarbij zou de helft van die stroom opgewekt kunnen worden door burgers. De resultaten van de studie onderschrijven dus volledig ons uitgangspunt, dat zegt dat we als Vlaamse overheid maximaal moeten inzetten op de productie van hernieuwbare energie.

Om het resultaat van die keuze te maximaliseren, is het belangrijk dat de federale overheid, die verantwoordelijk is voor de bevoorradingszekerheid en de energiemix, een complementair energiebeleid voert, dat de keuzes van het Vlaamse Gewest ondersteunt en zeker geen stokken in de wielen steekt. Een copernicaans energiebeleid, in feite.

Om tot die afstemming tussen de federale overheid en het beleid van de gewesten te komen, vragen we allemaal al geruime tijd de opmaak van een interfederale energievisie, een gezamenlijke visie van zowel de gewesten als de federale overheid over de energietoekomst van ons land op langere termijn. Om tot die visie te komen, moet overlegd worden met alle betrokken actoren: producenten en consumenten, het bedrijfsleven, netbeheerders enzovoort. Alleen met die aanpak kunnen we tot een breed gedragen energiepact komen dat stabiliteit creëert in ons energielandschap, zodat producenten weer de bereidheid zullen tonen om te investeren in de productiecapaciteit in ons land en in de productie van hernieuwbare energie in het bijzonder. Bij de opmaak van die energievisie moeten we ons, wat ons betreft, maximaal inschakelen in het Europese project om tot één Europese energie-unie te komen.

De uitdagingen zijn groot. We weten allemaal dat we met de kernuitstap geconfronteerd worden, en dat op een heel korte periode. Tussen 2022 tot 2025 zal, zoals wettelijk is bepaald, de volledige nucleaire productiecapaciteit verdwijnen. Die is op dit moment toch nog altijd goed voor 6000 megawatt of bijna de helft van de totale productiecapaciteit in ons land. Op het verdwijnen van die productiecapaciteit moeten we ons zo snel mogelijk en zeer grondig voorbereiden. Het energiepact en de energievisie zijn daarvoor noodzakelijk. We moeten bekijken op welke manier we in de nodige energie gaan voorzien en welke ondersteuning van de overheid daarvoor nodig is. Want het kan echt niet de bedoeling zijn dat we in 2025 de levensduur van de kerncentrales nog eens zouden moeten verlengen, louter en alleen door een gebrek aan alternatieve productiecapaciteit en dus een slechte voorbereiding. Hoe langer we wachten, hoe meer we in de kaart spelen van hen die rustig achteroverleunen en al lang gekozen hebben voor een verlenging van nucleaire energie.

Op 8 juli 2016 heeft de Vlaamse Regering nieuwe subdoelstellingen inzake hernieuwbare energie vastgelegd tot 2020. Dat was een eerste belangrijke, maar zeker nog niet voldoende stap om te komen tot de Vlaamse energievisie en een echt berekend energieplan. We zijn ondertussen bijna drie maanden verder en we hopen dat er ondertussen wat stappen vooruit zijn gezet in de opmaak van die Vlaamse energievisie. Er zouden al heel wat werkgroepen ontelbare keren vergaderd moeten hebben, burgerpanels zouden samengekomen moeten zijn en zo verder. We hebben het daarnet nog gehad over de samenwerking die u in het kader van het Klimaatakkoord hebt opgezet met uw collega’s uit Wallonië en Brussel. Dat is hoopgevend. Hoe die samenwerking concreet verder kan worden doorgetrokken in de opmaak van de energievisie en het uiteindelijke energiepact, is voorwerp van deze vraag.

Kunt u een stand van zaken geven met betrekking tot de opmaak van de Vlaamse energievisie en verduidelijken wie allemaal betrokken is bij de opmaak ervan? U zegt altijd dat er een aantal werkgroepen actief zijn. Ik had graag van u geweten wie waar mee aan tafel zit, hoeveel keer die werkgroepen vergaderen en met welke agenda. In het kader van het Renovatiepact hebt u voor een heel transparante procedure gekozen. Het zou goed zijn dat ook in het kader van de opmaak van de energievisie en het energiepact, misschien nog belangrijker dan het Renovatiepact, transparantie wordt gehanteerd inzake de gevolgde procedure en wie er betrokken is.

Wordt in het kader van de opmaak van de Vlaamse energievisie ook een appel gedaan aan andere beleidsniveaus? We kunnen het immers niet alleen. U hebt daarnet nog verwezen naar de andere deelstaten, maar ook het lokale niveau kan heel belangrijke initiatieven nemen om uw energiebeleid, ook dat van de toekomst, te ondersteunen. Het federale niveau is, zoals gezegd, zeer belangrijk, en ook het Europese niveau is belangrijk. Het zou goed zijn dat we vanuit Vlaanderen bij het voorstellen van onze energievisie ook een appel doen aan de collega’s van die andere overheden, deelstaten en niveaus om tot een complementair beleid te komen, en dat we onze visie op hun te voeren beleid ook formuleren.

Over het samenwerkingsakkoord met Waals minister van Energie Furlan hebt u daarnet al kort gesproken. Misschien kunt u vertellen hoe u de toekomst concreet ziet.

Is er al overleg geweest met federaal minister van Energie Marghem over de integrale energievisie, want zij kondigt zelfs wetsontwerpen aan in verband met haar energievisie, heb ik maandag begrepen? Dan moeten er ongetwijfeld al harde afspraken over gemaakt zijn. Ik ben benieuwd hoe die eruitzien.

De heer Danen heeft het woord.

In de krant De Tijd van 5 oktober waarschuwde stroomnetbeheerder Elia voor het mislukken van de kernuitstap indien er niet vlug een energieplan op tafel ligt. We voelden toen aan dat het ontbreken van een energieplan heel wat gevolgen zou hebben voor heel wat sectoren.

Tussen 2022 en 2025 moeten immers alle zeven kerncentrales in Doel en Tihange worden stilgelegd. Elia zou voor volgende zomer moeten weten voor welke scenario’s van kernuitstap de politiek nu eindelijk definitief kiest, zodat ze tijdig de nodige aanpassingen aan de kabelinfrastructuur kan uitvoeren. Op 10 juni 2015 werd er kamerbreed een tekst aangenomen betreffende het komen tot een energievisie en een energiepact en de rol daarin van het Vlaams Parlement. In deze tekst werd opgeroepen “om zo snel mogelijk samen met de federale en andere gewestregeringen een traject met doelstellingen, bouwstenen, werkdomeinen en processen af te spreken waarvoor een gezamenlijk gecoördineerde energievisievorming noodzakelijk geacht wordt”.

Minister, kunt u een stand van zaken geven van het Vlaamse en federale energiepact? Wanneer denkt u hiermee te landen?

De heer Gryffroy heeft het woord.

In deze commissie hebben we al verschillende keren besproken dat er dringend nood is aan een onderbouwde, brede en duidelijke, langetermijnenergievisie en een bijhorend energiepact. Daarover bestaat een kamerbrede consensus in het parlement en ook u onderschrijft dit, minister. Zoals al aangekaart door de collega’s: in 2015 hebben we met de diverse partijen hier een resolutie gemaakt.

Op 13 januari 2016 kregen we een stand van zaken van de voormalige minister van Energie en werd het traject uit de doeken gedaan. Daarbij werd duidelijk dat de minister niet langer wachtte op een interfederaal energiepact om in Vlaanderen actie te ondernemen. U toonde dat aan met de akkoorden die u sloot met Brussel en Wallonië. Met het initiatief rond Stroomversnelling gaf u het startschot voor een vernieuwde dynamiek. Ondertussen hoeven we uiteraard niet bij de pakken te blijven zitten. U hebt een Zonneplan gelanceerd, en binnenkort volgt het Windplan. 

Wat is de stand van zaken van de energievisie en het energiepact in Vlaanderen? Wat zijn de concrete stappen die de komende maanden gezet zullen worden? Hoe worden parallelle initiatieven zoals het Renovatiepact, het Windplan, het Zonneplan en andere mee ingekanteld en/of betrokken in de brede energievisie?

Met Stroomversnelling gaat u samen met 150 burgers op zoek naar de beste ideeën om tot een energietransitie in Vlaanderen te komen. Er wordt echter geen melding gemaakt van concrete doelstellingen. Is het de bedoeling dat hier reeds becijferde doelstellingen uit voortkomen die Vlaanderen tot en met 2050 zou moeten nastreven?

Wat is de concrete timing van Stroomversnelling? Eerder vernoemde u eind dit jaar als eindpunt. Gaat u daarna dit document bespreken met de federale overheid en andere deelstaten of komt het eerst in de commissie?

Hebt u zicht op het traject dat de federale overheid aan het doorlopen is? Naar de overige deelstaten moet ik niet meer vragen. Dat is gisteren afgesloten. De vraag naar de trajecten met de federale overheid is misschien een overbodige vraag, met hetgeen we daarnet besproken. We vertrekken vanuit de gewesten, en tegen de federale overheid zeggen we: dit hebben we nodig qua productie. Ook belangrijk is dat – zoals de heer Danen aankaart – Elia tegen 2017 een beslissing wil over het nucleair park. Anders krijgen we problemen om tijdig een transitie uit te voeren. Ik wil ook nog even meegeven dat de Belpex-prijs gisteren op 58 euro per megawattuur stond, omdat het onderhoud op Tihange 1 langer duurt, maar vooral omdat er in Frankrijk een probleem is. Interconnectiviteit is wel leuk om mee te geven in de energievisie, maar als er daar geen stroom is, zal er bij ons ook geen stroom zijn.

Minister Tommelein heeft het woord.

Daarmee dat het Frankrijk is, mijnheer Gryffroy, waarmee er interconnectiviteit is.

Maar goed, we hebben al heel wat van de elementen bij de vorige vragen aangeraakt, vooral in verband met de samenwerking met Wallonië. We hebben een conceptnota van een Vlaamse energievisie in navolging van de resolutie die hier werd goedgekeurd.

Zeer snel na mijn aantreden heb ik het project Stroomversnelling opgestart, dat de roepnaam is voor een traject naar een Vlaamse energievisie. We hebben elkaar allemaal gezien op 16 juni. Ik was blij om daar een aantal collega’s te verwelkomen.

Ondertussen is de opdracht gegeven om vijf verschillende technische werkgroepen op te starten. In de werkgroepen Energie-efficiëntie, Hernieuwbare Energie, Flexibiliteit, Financiering en Governance zullen meer dan veertig verschillende partnerorganisaties deelnemen aan inhoudelijke discussies, deze kunt u raadplegen op de website www.stroomversnelling.vlaanderen. De werkgroepen Energie-efficiëntie en Hernieuwbare Energie zijn reeds samengekomen. De werkgroep Financiering komt aanstaande maandag voor de eerste keer samen, en de werkgroepen Flexibiliteit en Governance zullen weldra worden opgestart. De bedoeling is niet dat deze visie een document van 150 bladzijden wordt dat ergens in een kast terechtkomt. Maar het is wel de bedoeling om een naslagwerk te hebben dat de huidige Vlaamse Regering, maar ook de toekomstige Vlaamse regeringen kunnen gebruiken bij het bepalen van hun energiebeleid.

De scope is helemaal niet 2020. We hebben doelstellingen 2020, we weten waar we moeten geraken tegen 2020. Maar de visie die we moeten ontwikkelen gaat inderdaad naar 2030, 2040, 2050.

Collega’s, het pad naar 2020 is duidelijk. Ik heb het Zonneplan al naar voren gebracht in de Vlaamse ministerraad, op 8 juli. Ik kom binnenkort met het Windplan, waarvoor ik op dit moment alle nodige contacten leg en gesprekken voer om te bekijken op welke manier we het meest efficiënt vooruitgang kunnen boeken en niet naar een Fast Lane, maar een Fast Fast Fast of Very Fast Lane kunnen gaan. Ik kom ook met een Warmteplan, waarvoor er volgens mij ook nog een aantal mogelijkheden bestaan.

Het komt er ook op aan om na te denken wat er na 2020 moet gebeuren. U zegt dat we al herverdelingen moeten doen voor 2030. We moeten echter ook naar de toekomst kijken en nagaan waar we met Vlaanderen willen staan op het vlak van energie. Dat moet richtinggevend zijn. Ik kan het heel gedetailleerd maken, maar dan zal ik geen rekening houden met een aantal ontwikkelingen. Het zal met andere woorden een dynamisch plan moeten zijn, dat regelmatig opnieuw moet kunnen worden geanalyseerd en bijgestuurd. Ik denk niet dat het realistisch is om nu een grote bijbel te maken die alles omvat, vastlegt en bepaalt. Vlaanderen moet wel een actieplan opmaken dat concrete beleidsacties vooropstelt.

Ik heb met minister Furlan en minister Fremault afgesproken dat we van elkaar kunnen leren. Zij moeten hetzelfde doen. Ze moeten in Wallonië en Brussel hetzelfde verhaal opbouwen om dan finaal, zoals ik daarnet zei, met de gewesten tot een antwoord te kunnen komen op de vraag: waarvoor zijn wij bevoegd? Daarover bestaat bij de mensen namelijk soms heel wat onduidelijkheid. Over een aantal zaken heb ik mijn persoonlijke mening – die ik overigens ook al heb geuit, bijvoorbeeld over kernenergie. Ook mijn partij heeft daarover een mening. Maar dat wil niet zeggen dat dat de mening van de Vlaamse Regering is. We zijn er namelijk niet eens voor bevoegd. Ik kan daarover dus geen grote officiële uitspraken doen, maar wel meer informele.

Zo kom ik tot het laatste luik, waarin ik ervan uitga dat minister Marghem samen met de gewesten haar energiepact opstelt. Aangezien er bevoegdheden zijn op het vlak van hernieuwbare energie bij de gewesten en er nog een aantal andere bevoegdheden bij het federale niveau zitten, zal het erop aankomen om constructief samen te werken om tegen volgend jaar tot resultaten te komen. Ik ben het trouwens met de gedelegeerd bestuurder of CEO van Elia eens dat dit volgend jaar moet gebeuren.

We zullen uiteraard de resultaten van de stroomversnelling en de resultaten van onze eigen energie- en klimaattop die wij houden op 1 december meenemen naar het federale niveau. We hebben dit gisteren al besproken. Ik zie aan de reacties van minister Furlan dat hij nu mikt op een energiepact op het federale niveau, samen met de gewesten. De gewesten zullen daarin duidelijk een belangrijke rol spelen.

Becijferen? Ja. Maar een statisch plan maken dat alles omvat en alles berekent, lijkt mij niet realistisch, aangezien we nu eenmaal met een aantal ontwikkelingen rekening moeten houden in de komende periode.

Wat ik eerst en vooral wil doen, is de doelstellingen 2020 halen, zodat we geen euro’s moeten betalen aan hetzij Wallonië, hetzij andere landen die ons moeten helpen om die doelstellingen te bereiken. Laat ons maar aan de burgers en de bedrijven, maar vooral aan de overheden duidelijk maken dat het tijd is om te doen wat moet worden gedaan, namelijk volop investeren in hernieuwbare energie. We moeten er ook voor zorgen dat ons energieverbruik naar omlaag gaat. Hoe lager het energieverbruik, hoe meer energie-efficiëntie en hoe lager onze doelstellingen hernieuwbare energie zijn. Dat vergeten we soms. We moeten inzetten op een goede communicatie naar de burgers, de bedrijven en de overheden toe. Ondertussen moeten we verder timmeren aan de energievisie.

Over één zaak zijn we het alvast eens: het wordt tijd dat we die energievisie bepalen, vastleggen en er verder naartoe werken.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik heb eerst een opmerking in verband met het proces van de stroomversnelling. 1 december nadert snel. Twee werkgroepen hebben al eens vergaderd en drie zijn nog niet samengekomen. Permitteert u mij om te zeggen dat dat toch wat verontrustend is. Als we hier grondig werk willen leveren – en dat is echt nodig in dezen – heeft het toch enige voorbereiding nodig, zeker indien we, zoals u zegt, naar een beknopte energievisie gaan.

De sector verwacht wel degelijk grondig werk en heeft daarop ook recht. Dat geldt niet alleen voor de sector, maar ook voor alle gezinnen en bedrijven in Vlaanderen. 

Op www.stroomversnelling.vlaanderen zijn wel een aantal heel mooie video’s terug te vinden, maar voor de rest is daar heel weinig informatie te vinden. Er zijn geen verslagen van de vergaderingen, en de samenstelling van de werkgroepen kun je er evenmin vinden.

Minister, wat is per werkgroep de samenstelling? Wie trekt dat, wat zijn de agenda’s?

Ik hoop dat die werkgroepen snel van start kunnen gaan. Op 1 december verwachten wij echt wel een en ander van deze werkzaamheden.

U hebt gelijk: het werk zal hoe dan ook niet af zijn op 1 december, om verschillende redenen. Maar we moeten er ook voor zorgen dat er enige robuustheid zit in het werk dat daar naar voren wordt gebracht. In de visie die wij vanuit Vlaanderen naar voren brengen, moet een robuustheid zitten die zekerheid geeft aan investeerders. Grote en kleine investeerders moeten de zekerheid hebben dat hun investering om de doelstelling voor 2030, 2040 en 2050 te halen ook effectief in een juist en correct kader kan gebeuren.

Als we daar een eeuwigdurende werkzaamheid van maken, met telkens opnieuw het ter discussie stellen van een aantal uitgangspunten, zijn we niet goed bezig. Ik hoop dus dat u zo’n robuuste visie naar voren kunt brengen op 1 december, en dat we die dan ook hier in dit parlement kunnen bespreken.

U hebt niet geantwoord op mijn vraag of we vanuit Vlaanderen een appel kunnen richten tot die andere overheidsniveaus. Op welke manier gaan we dat aanpakken? Het is belangrijk dat wij zeggen wat we verwachten van bijvoorbeeld de federale overheid en van de lokale besturen. We moeten ook daarover een visie formuleren, zodat we samen met die andere overheidsniveaus en andere deelstaten een zo groen mogelijke energieproductie en een zo energie-efficiënt mogelijk energiesysteem kunnen opbouwen.

Minister, ik verwacht dus eigenlijk iets meer dan wat u nu hebt geschetst. Ik hoop dat u nog één of meerdere tandjes kunt bijsteken. Ik heb er alle vertrouwen in dat u dat nog kunt doen.

De heer Danen heeft het woord.

Ik doe ook een pleidooi om meer transparantie tentoon te spreiden, onder andere op de website. Zo zou men daar de verslagen van de werkgroepen kunnen publiceren, zodat we ten minste weten wat daar gezegd is.

Minister, is er nu overleg geweest met minister Marghem? Is zij ook bereid om volgend jaar te landen met een energiepact of energievisie? Minister, ik herinner u eraan dat uw voorganger en ook sommige van uw collega’s die nu nog minister zijn in commissievergaderingen hebben gewezen op de – hoe zal ik het eufemistisch uitdrukken? – niet altijd bijzonder constructieve houding van het federale niveau als het op energie aankomt.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Ik kan mij in grote mate aansluiten bij wat de heer Bothuyne zegt. Ik moet dat dus niet herhalen.

Minister, u kunt soms zeggen dat we ongeduldig zijn. Maar dat komt doordat we al sinds 2003 rondlopen met het probleem van energievisie-energiepact. We zijn inderdaad ongeduldig, maar we willen ook iets hebben dat stevig onderbouwd is.

De heer Tobback heeft het woord.

Ik sluit mij aan bij wat mijn collega’s zeggen over het probleem dat dreigt te ontstaan. Ik waardeer de ambitie om ambitieus te zijn inzake energievisie en inzake hernieuwbare energie en investeringen daarin. We weten allemaal dat we dat nodig hebben. Maar er bestaat natuurlijk wel een onvoorstelbare discrepantie tussen die ambitie aan de ene kant en aan de andere kant het federale getalm van minister Marghem om de knopen door te hakken rond wat er gebeurt met de nucleaire energie. In een land met een structurele overcapaciteit in elektriciteitsproductie blokkeert het ene vandaag het andere. En het ene schrikt ook de investeerders af in het andere. Minister, gaat u nu, al dan niet samen met de andere regio’s, klaar en duidelijk die boodschap naar minister Marghem brengen? Zal de Vlaamse Regering u daarin steunen, om dat af te dwingen? Want als daarin geen keuzes gemaakt worden, zal uw hele Stroomversnelling snel een dode rivier worden.

De heer Schiltz heeft het woord.

Minister, u hebt de context perfect geschetst. Met betrekking tot de bezorgdheden van de heer Bothuyne en het kader voor de kernuitstap dat hij schetst, moeten we inderdaad verder werk maken van die Stroomversnelling. Uiteraard heb ik er alle vertrouwen in. Ten andere, collega’s, mijn partij heeft bij monde van mezelf eind deze zomer een opstapje naar een energievisie geschetst, om aan te duiden dat het alvast mogelijk is. Het is inderdaad zaak om verder, zowel met de industrie als met de burgers, de handen in elkaar te slaan en te bekijken hoe we de lasten en de lusten van deze transitie onder elkaar moeten verdelen.

Wij moeten ons stilaan warmlopen en erover nadenken hoe wij de invulling van die scenario’s zien, om dan op het gepaste moment, liefst op de Stroomversnelling zelf, met de burgers in dialoog te treden.

Minister, we zitten goed op schema. Maar misschien kunt u mijn collega’s geruststellen dat het niet alleen praat maar ook daad is. 

Minister Tommelein heeft het woord.

Ik ben ontroerd! Ik ben ontroerd omdat mijn collega’s zo massaal, als één blok, achter mij staan om nog ambitieuzer te zijn, om nog communicatiever te zijn, om nog richtinggevender te zijn! Ik wil wel, jongens en meisjes. Maar ik ben in de maand mei jullie nieuwe energieminister geworden. Ondertussen wordt alles opgestart, gaat alles met een sneltreinvaart vooruit. Ik sta stomverbaasd als de heer Bothuyne mij vraagt wat ik ga doen ten aanzien van de andere overheden. Mijnheer Bothuyne, er kan bijna geen dag voorbijgaan of ergens in een gemeenteraad in Vlaanderen wordt een burgemeester of een schepen ondervraagd over het Zonneplan van Tommelein, het Laadpuntenplan van Tommelein. Allez, ik wil wel, hé! Als de gemeenten nu nog niet weten waarmee we bezig zijn, dan hebben zij een probleem, niet ik. Niet ik! Het is duidelijk dat ik een communicatie gevoerd heb over wat er wordt verwacht van de overheden: van de lokale overheden, van de provinciale overheden, van de Vlaamse overheid en ook van de federale overheid.

Mijnheer Tobback, ik ga vanuit deze positie wel niet zo ver om mijn homoloog op federaal niveau de les te spellen over wat zij al dan niet moet doen. Ik heb trouwens, zoals u ook, partijgenoten in het federale parlement, die daarin hun verantwoordelijkheid moeten opnemen en die de minister moeten interpelleren. Minister Marghem weet zeer goed wat ik wil, wat mijn collega’s willen. Wij vinden, en ik vind, dat wij eerst en vooral voor onze eigen deur moeten vegen. Ik heb geen les te spellen over wat mijn federale collega moet doen, als wij in Vlaanderen zelf onze doelstellingen op het vlak van hernieuwbare energie niet behalen. U hebt gelijk: een aantal beslissingen die op het federale niveau zouden kunnen worden genomen, zouden een invloed kunnen hebben op wat wij hier moeten doen. Dat geef ik toe. Ik zal daar niet blijven bij stilstaan. Ik geef één boodschap – en die boodschap heb ik ook in mijn eerste antwoord gegeven –: de prioriteit is onze doelstellingen inzake hernieuwbare energie te halen: zon, wind, warmte. Ik heb het duidelijk over die inspanningen gehad in de maanden juni en juli, onmiddellijk nadat ik minister was geworden.

Ondertussen weten wij dat de biomassacentrale in Gent niet doorgaat. Ik heb een aangepast energieplan aan de Vlaamse Regering voorgelegd, dat goedgekeurd is. We weten wat we moeten doen. We weten dat we het ons een stuk makkelijker kunnen maken als we energie-efficiëntie blijven promoten, en blijven zeggen aan de mensen dat ze moeten isoleren, dat ze hun dak moeten isoleren, dat ze dubbele beglazing moeten steken, dat ze ervoor moeten zorgen dat ze een zonneboiler plaatsen. We stimuleren dat op volle basis.

Nu komen we natuurlijk aan de discussie: 2020 is een eerste punt, de stroomversnelling op 1 december in het klimaat-en energieplan is een momentopname, maar ik wil dat dat in de loop van de volgende jaren bijgestuurd en aangepast wordt en dat dat geen groot plan is dat iedereen fantastisch vindt en dat dan in de onderste lade van de kast belandt. Daar heb ik mijn bekommernissen over geuit. Ik wil een realistisch plan, maar ik wil ook een geactualiseerd plan, waarbij we heel concrete acties kunnen ondernemen om verdere stappen te zetten. Dat is voor mij de Stroomversnelling. De Stroomversnelling is geen momentopname. Voor een situatie waarin het op 1 december ‘wow’ moet zijn, en er dan niets meer gebeurt, daar pas ik voor. Ik wil een stevige visie op 1 december, maar ik wil dat het vooral na 1 december gebeurt op het terrein.

Ik weet wat ik verwacht van de lokale en andere overheden. Ik heb minister Bellot al bij mij op het kabinet gehad. Ik heb hem al gezegd: 'Mijnheer Bellot, er zijn een aantal zaken die wij moeten oplossen op het vlak van luchtvaart, op het vlak van problemen met Belgocontrol op het vlak van windmolens.' Ik heb met hem de panelen op de zijbermen van de spoorwegen besproken. Ik heb gevraagd om te bekijken of op de stations en andere accommodaties zonnepanelen kunnen worden geplaatst. Als elke minister in dit land zijn verantwoordelijkheid op zijn bevoegdheid opneemt, dan gaan we al heel ver geraken. Ik denk dat ik in de eerste plaats mijn collega’s zal moeten overtuigen, net zoals ik mijn collega Vandeput van Defensie ook al heb overtuigd. In het programmadecreet zullen maatregelen zitten die het mogelijk maken dat in de militaire kazernes, op militair grondgebied, ook installaties voor hernieuwbare energie komen, zonder onroerende voorheffing te betalen, want dat was het probleem. Ik neem die maatregelen om alle hindernissen en alle problemen weg te werken. We gaan uiteraard die website nog wat meer stofferen, maar ik wil een ding zeggen: ik doe dit met een beperkt aantal mensen in een vrij beperkte administratie. Mijn hoed af voor de mensen van de administratie van het Vlaams Energieagentschap die aan het trekken zijn aan een project voor de komende jaren dat ongelooflijk belangrijk zal zijn voor alle Vlamingen, voor alle Belgen, maar ook voor Europa.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Ik ben blij dat u het opneemt voor uw administratie en dat u heel veel goede wil tentoonspreidt, maar u loopt een beetje vast in uw eigen discours. U zegt dat u de gemeenten al een en ander hebt gegeven, dat ze al aan het spreken zijn over een zonneplan, over de laadpalen, enzovoort. Dat is natuurlijk tot 2020. Waar we hier over spreken, de energievisie, het energiepact, is op langere termijn. Wat verwacht u van die niveaus? Het is wel een belangrijke opdracht voor u als Vlaams minister om daar duidelijk over te zijn. Als u ten aanzien van de federale overheid niet duidelijk aangeeft wat u verwacht inzake hoogspanning, inzake transmissies, inzake de afbouw van de nucleaire capaciteit, dan wordt uw eigen energievisie dode letter. Ik denk dat het dus wel degelijk een opdracht is van het Vlaamse niveau om op dat vlak ook ten aanzien van die anderen een appel te gaan doen, weliswaar met respect voor de bevoegdheid van elk ander beleidsniveau.

Ik had graag van u die transparantie naar de commissie van de partnerorganisaties die betrokken zijn bij de stroomversnelling gekregen: wie lid is van welke werkgroep, en de agenda van die werkgroepen. Ik hoop dat die informatie snel kan worden doorgegeven. De ontwikkeling van een energievisie en een energiepact is inderdaad veel meer dan communicatie. Het gaat over heel belangrijke krijtlijnen die onze investeerders in hernieuwbare energie en in energie-efficiëntie nodig hebben om hun eigen traject uit te tekenen. Het moet op 1 december wel een schot in de roos zijn. De verwachtingen zijn in dezen terecht hooggespannen. We kijken er dan ook naar uit.

De heer Danen heeft het woord.

Ik denk dat niemand gevraagd heeft dat u een ander niveau de les spelt, maar ik stel gewoon vast dat er regelmatig, als er zaken mislopen, in de commissie wel naar andere niveaus wordt gewezen. Ik zou echt willen vragen om vooruit te kijken waar het zou kunnen vastlopen. Nogmaals, het kan toch niet dat een bepaald niveau – ik heb het nu over het federale – blijkbaar obstructie blijft voeren tegen een aantal dingen die wij willen. Dan moet daar toch wel eens een duchtig woordje over worden gepraat. Ik kan niet aanvaarden dat ons plan vastloopt als gevolg van het feit dat een niveau weinig of moeilijk functioneert.

De heer Gryffroy heeft het woord.

We moeten wel opletten. Als er in 2020 of 2023 of in 2019 toch plots een probleem opduikt omtrent bijvoorbeeld energiebevoorrading, dan snapt de simpele burger niet dat wij in Vlaanderen ons best hebben gedaan, maar dat bijvoorbeeld een Marghem iets niet heeft gedaan. Dan is dat een collectieve verantwoordelijkheid. Men kan het dan wel zeer duidelijk communiceren. We kunnen bij manier van spreken evengoed het debat over onze bevoorrading hier voeren. We kunnen tegen Marghem zeggen hoe we het zien, waar volgens ons de problemen liggen, in plaats van te zeggen dat wij ‘maar’ verantwoordelijk zijn voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie. Ik herhaal: als het juist is wat in het Elia-rapport staat en er in 2025 een probleem is, dan zegt de burger dat hij geen elektriciteit heeft. Dan kunnen we wel lachen met de interconnectiviteit van Fankrijk, maar interconnectiviteit met Duitsland is ook specifiek om Duitse problemen op te lossen, en niet om ons te bevoorraden. Men blijft dus altijd met het fenomeen zitten en men kan dat niet loskoppelen van elkaar.

In principe zijn de slotbemerkingen daarmee gemaakt. De vragen gaan over een materie waarover een ruim debat kan worden gevoerd. Het is niet mogelijk om in het bestek van een antwoord op een vraag om uitleg alle aspecten te behandelen. Als de vraagstellers het daarmee eens zijn, laat ik de minister nog kort reageren. (Instemming)

Ik wil daar zeker een debat over voeren, maar ik heb daar een heel andere mening over. Ik zal mij er altijd voor hoeden om als minister in een regering de les te gaan spellen aan ministers in een andere regering. Mijnheer Bothuyne, ik weet hoe de politiek in dit land gestructureerd is, maar in dit huis doet men, ook uw partij, alsof daar aan de overkant van de straat andere partijen zitten. Welnu, het zijn wel dezelfde politieke partijen. Zij hebben wel de verantwoordelijkheid om de minister erop te wijzen dat er een aantal zaken moeten gebeuren. Iedereen kent mijn persoonlijke mening, iedereen weet waar ik voor sta en wat ik wil bereiken binnen mijn bevoegdheden, maar het zal aan de partijen zijn om daar dan ook eens een duidelijk standpunt over in te nemen en dat dan ook eens duidelijk te maken in de Federale Regering.

Mijnheer Tobback, u voelt zich niet aangesproken. Ik weet dat u overal oppositie voert op dit moment. Ik richt me niet tot u, maar tot de coalitiepartners die van mij verwachten dat ik als Vlaams minister kordate standpunten inneem ten opzichte van federaal energieminister Marghem. Ik zal mevrouw Marghem in gesprekken en debatten, en in constructieve vergaderingen in een bepaalde richting proberen te bewegen zodat we een energiepact kunnen bereiken met de federale overheid en de gewesten. Ik pas er evenwel voor om me hier op haar verantwoordelijkheid en bevoegdheden vast te pinnen. Ik moet voluit gaan voor datgene waar ik verantwoordelijk voor ben. Ik kan wel eens opmerken dat beslissingen die zij neemt, het mij niet gemakkelijk maken om mijn doelstellingen te bereiken, maar de partijen van de meerderheid op het federale niveau en onze collega’s in het federale parlement en in de Federale Regering zijn verantwoordelijk voor de beslissingen die daar genomen moeten worden. Het gaat niet enkel om mevrouw Marghem.

De heer Bothuyne heeft het woord.

De verwachting is vooral hooggespannen over onze eigen bevoegdheden en over wat we daar zelf mee willen doen in de komende decennia. Dat is de eerste opdracht, en daarom hopen we dat die werkgroepen snel en efficiënt werk kunnen leveren, zodat er een degelijk onderbouwde visie kan worden voorgesteld op 1 december.

Wat de andere bevoegdheidsniveaus betreft, is het nuttig om daar minstens over na te denken, zonder ons te wagen op het terrein van vingerwijzingen of vermaningen. Als wij een energievisie naar voren schuiven voor de sector en verwachten dat er miljoenen of miljarden euro worden geïnvesteerd om die visie te realiseren, kan dat alleen maar als er complementair op andere niveaus, namelijk op het lokale, het federale en het Europese niveau, een beleid wordt gevoerd dat dit mee ondersteunt. Als op federaal niveau morgen wordt beslist om drie kerncentrales bij te bouwen en de exploitatie van de huidige te verlengen, dan mag u uw hele beleid opdoeken. Dan hoeft het niet meer. Op dat vlak bent u ten aanzien van de sector gewoon verplicht om mee na te denken over wat de andere niveaus kunnen doen dat complementair is met wat wij in Vlaanderen kunnen en willen doen.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Ik noteer dat CD&V nu ook kernenergie wil promoten, maar, in alle ernst, begrijp ik dat u de federale minister niet op de vingers kunt tikken. Toch ben ik het eens met collega Bothuyne dat we niet iets op Vlaams niveau kunnen uitwerken zonder daarover te kunnen praten met het federale niveau. Ik deel uw mening dat we ze niet met de vinger moeten wijzen. Het gaat evenwel niet op om een plan uit te werken waar wij voor staan, als dat achteraf wordt tegengesproken omwille van andere, federale belangen. Dat is de moeilijkheid van een federaal land. Het zou eenvoudiger zijn in een confederaal land, maar zo is het nu eenmaal niet.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.