U bent hier

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Wij kregen een nota van de Vlaamse Windenergie Associatie (VWEA), die zich zorgen maakt over een aantal bijkomende richtlijnen die blijkbaar vanuit administraties worden opgelegd. Men vreest dat door tal van richtlijnboeken die op dit ogenblik worden opgemaakt het straks nog moeilijker zal worden om windmolens te bouwen op diverse locaties. Dit zou het hele Windplan en ‘Fast Lane’ bemoeilijken, die maximaal inzetten op meer windenergie in Vlaanderen.

Ik kan hiervoor verwijzen naar de infonota van de VWEA. Zij zeggen bijzonder ongerust te zijn over bijkomende onnodige vertragingen en een beperking van de windontwikkeling, gecreëerd door ontwerprichtlijnen die stellen dat voor vrijwel elke windturbine in Vlaanderen een milieueffectenrapportage (MER) vereist zal zijn. Zij maken zich ook ongerust omdat er wordt afgeweken van bestaande wettelijke kaders. Zij houden een pleidooi voor het behoud van de wettelijke en coherente toetsingskaders. Zij zijn ongerust over het feit dat zij als energiesector worden gedwongen om een onderzoek te doen naar onder andere vogels en vleermuizen, en om dat ook mee te financieren. Zij geven aan dat de positieve effecten van windenergie op milieu en klimaat niet op een volwaardige manier in overweging worden genomen bij de beoordeling van een project.

Wij kunnen alleen maar concluderen dat de VWEA zich nogal zorgen maakt. Minister, deelt u de ongerustheid van de windenergiesector over het veralgemenen van de project-MER-plicht? Zal dit inderdaad niet leiden tot onnodige vertraging en beperking van de windontwikkeling?

Welk heil ziet u in aanvullende toetsingskaders? Zijn volgens u de bestaande toetsingskaders onvoldoende toereikend?

Welke stappen zult u ondernemen opdat de positieve milieueffecten, zoals vermeden emissies en de impact op het klimaat, op een gelijkwaardigere manier in overweging worden genomen bij de beoordeling van een project?

De VWEA vraagt zich af hoe de Vlaamse Regering deze ingebouwde vertragingen zal verzoenen met de Fast Lane. Deelt u die ongerustheid?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mevrouw Peeters, bedankt voor de vraag. Dit geeft mij de mogelijkheid om een en ander wat te verduidelijken.

Mijn diensten zijn inderdaad bezig met de opmaak van een richtlijnenboek, dat een leidraad moet geven voor de opmaak van milieueffectrapporten voor windturbines.

Parallel wordt een handleiding opgemaakt over de interpretatie van de huidige MER-rubriek. Daarnaast is er ook een richtlijnenboek voor de discipline Mens-Gezondheid.

Bij de opmaak van het richtlijnenboek en de handleiding windturbines heeft de administratie de VWEA er onmiddellijk bij betrokken. Het richtlijnenboek Mens-Gezondheid was de voorbije zomerperiode twee maanden publiek te consulteren op de website. De opmerkingen die daar zijn geformuleerd, worden op dit ogenblik verwerkt. Er is nog niets definitief, alles is lopende. Bepaalde bezorgdheden of opmerkingen zijn ondertussen vervallen omdat hiermee rekening is gehouden. Mijn administratie draagt er zorg voor dat de genomen initiatieven niet conflicteren met de Fast Lane. Ik zal dit mee bewaken. Ik heb de teksten van deze fase nog niet gezien.

Het is niet de bedoeling om de project-MER-plicht te verstrengen. Het is wel de bedoeling om duidelijkheid te scheppen omtrent de huidige MER-verplichtingen omdat de MER-rubriek inzake windturbines interpretatie toelaat. Deze duidelijkheid wordt ook door de sector zelf gevraagd.

De ongerustheid bij VWEA is ontstaan door één passage in een van de ontwerpdocumenten. Dit werd reeds besproken, en er is afgesproken dat de nodige aanpassingen zullen gebeuren.

In een milieueffectenrapport wordt de impact bekeken op milieu, mens, fauna, flora en landschappen. In een MER wordt dus niet louter bekeken of er wordt voldaan aan de milieukwaliteitsnormen, want dat gebeurt sowieso in de milieuvergunning zelf. In een MER wordt ook de mogelijke impact op mens, dier, plant en landschappen in beeld gebracht. In het VLAREM staan voornamelijk emissienormen, terwijl voor een receptor als mens voornamelijk de immissieconcentraties van belang zijn.

Specifiek voor de receptor mens bestaan er wetenschappelijk onderbouwde gezondheidskundige advieswaarden waaraan in een MER kan worden afgetoetst. Op basis van wetenschappelijk aangetoonde verbanden kan er worden voorspeld hoeveel mensen potentieel worden blootgesteld aan concentraties waarboven er niet kan worden gegarandeerd dat er geen gezondheidseffecten kunnen optreden. Op deze manier is de vergunningverlener voldoende geïnformeerd om de info uit het MER af te wegen. Zoals reeds werd aangegeven, is deze problematiek besproken en wordt er concreet invulling gegeven aan de geformuleerde bezorgdheden.

De documenten die in opmaak zijn, hebben net als doel meer richting en duidelijkheid te geven aan de aanvragers. Dat zal tot minder vertraging aanleiding geven, want als er een onduidelijkheid is en er wordt iets aangevraagd waarvan je op voorhand had kunnen weten dat het niet zal voldoen, kan dat nu worden vermeden en wordt de aanvraag daar direct aan aangepast. Het zou dan sneller kunnen worden vergund, en dat is uiteindelijk de bedoeling.

Minister, het is goed te vernemen dat u die bekommernissen meeneemt en dat u aangeeft dat bepaalde elementen al zijn geschrapt en dat nog niets definitief is. Alleszins moeten we benadrukken dat we die ongerustheid zeker moeten wegnemen, willen we in de toekomst meer inzetten op windenergie. U zegt dat we zeker ook moeten werken aan de onduidelijkheden in de MER-rubrieken, en dat kan ik alleen maar positief ondersteunen.

De heer Ronse heeft het woord.

Mevrouw Peeters, het is goed dat u dit onder de aandacht brengt in de commissie, want het is een belangrijk thema. We hebben met de commissie Klimaat doorheen alle hoorzittingen een eenduidig signaal geleerd, namelijk dat we steeds meer moeten inzetten op hernieuwbare energie. Windenergie is daar een van de belangrijkste elementen van. We hebben ook een sterke windsector en sterke spelers in Vlaanderen, die heel gevoelig zijn voor alles wat met milieueffecten en inplanting heeft te maken. Ik denk niet dat ze daar negatief tegenover staan. Ze willen vooral rechtszekerheid. Als ze ergens een bepaald project starten, willen ze niet in oeverloze procedures met verschillende vormen van openbaar onderzoek enzovoort terechtkomen. Zeker in zones waar er al een RUP is, is dat wat vreemd omdat er al een openbaar onderzoek aan is voorafgegaan. Dan is het zonde om het spel helemaal te laten overdoen.

Minister, het is goed dat u al wat meer duidelijkheid hebt geschapen, zeker voor de grote windmolens. Ook voor de middelgrote windmolens is er een beoordelingsmarge, zei u, en daarvoor is er in Vlaanderen nog veel potentieel. U hebt me ooit beloofd om die op een Fast Lane te brengen, maar dat is nog niet gebeurd, tenzij ik me vergis. Zult u ook aandacht hebben voor die middelgrote windmolens en de al dan niet MER-verplichting?

De heer Danen heeft het woord.

Ik wil graag de Fast Lane in herinnering brengen. Minister, u bent niet verantwoordelijk voor wat minister Tommelein allemaal zegt, maar hij heeft in juni gezegd dat het een Faster Lane moet worden omdat hij nog sneller wil gaan. Minister, in de conceptnota die vorig jaar is goedgekeurd, werd aan minister Tommelein en uzelf gevraagd om alles te versnellen wat met wind te maken heeft. Wat is de stand van zaken op dat vlak? Volgen er een formele nota of decreten? Hoe moet ik me die versnelling voorstellen?

De middelgrote en de kleine windmolens vallen niet onder de MER-plicht. Het gaat over de grote. Die middelgrote zitten vaak bij particulieren en zijn zone-eigen.

Aan de Fast Lane wordt gewerkt op ambtelijk niveau met alle verschillende diensten. Er is vaak een politiek stuurcomité. Dus is het de bedoeling dat dat aanleiding geeft tot een overzicht van welke regelgeving al of niet moet worden bijgestuurd.

Het is ook de bedoeling dat zones in kaart worden gebracht die optimaal zijn om windmolens aan te leggen. Dat gebeurt allemaal in de verschillende werkgroepen in het kader van de Fast Lanes. Het vraagt wat tijd om dat te doen, maar daar wordt met man en macht snel aan gewerkt.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.