U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, voor alle kinderopvanginitiatieven met de subsidie voor inkomenstarief is het systeem ‘Bestellen is betalen’ verplicht van toepassing sinds 2014. Dat wil zeggen dat ouders betalen voor de dagen die ze in de opvang gereserveerd hebben, ongeacht of het kind daadwerkelijk naar de opvang komt. Dit systeem beoogt enerzijds de financiële leefbaarheid van de opvangsector en anderzijds het zo goed mogelijk voldoen aan de opvangvraag van alle ouders.

Tijdens de commissievergadering van 31 mei 2016 werden onder andere door mezelf hierover vragen gesteld naar aanleiding van een enquête van de Vrouwenraad. Daaruit bleek dat dit systeem door veel ouders als heel rigide wordt ervaren. Vooral voor alleenstaande moeders, die wanneer een kind ziek is vaak zowel de kinderopvang als de oppasser voor die dag moet betalen, is het een moeilijk principe. Het aantal respijtdagen, vastgesteld op 18, wordt door velen te weinig bevonden.

Minister, u wilde toen de maatregel minstens een jaar laten lopen en dan grondig evalueren. U vermeldde ook het onderzoek dat door de Arteveldehogeschool werd gevoerd over hoe organisatoren met het systeem omgaan en hoe ouders dit beleven. Ondertussen zijn er resultaten bekend. Daaruit blijkt onder meer dat ouders goed begrijpen waarom het ‘Bestellen is betalen’-principe werd ingevoerd. Ze gaan ook bewust om met het aantal respijtdagen en volgen het opvangplan dat ze samen met het opvanginitiatief opmaakten, strikt op.

Bij een voltijds opvangplan moeten ouders minimum 18 respijtdagen kunnen inzetten voor afwezigheid op gereserveerde dagen. Meer dan de helft van de organisatoren geeft meer respijtdagen. Als de respijtdagen opgebruikt zijn, vraagt men meestal maximum het gebruikelijke inkomenstarief. Er staat echter geen beperking op wat het opvanginitiatief dan mag aanrekenen.

Een op vijf ouders zegt het aantal respijtdagen te weinig te vinden. Vooral voor kwetsbare gezinnen blijkt het moeilijk. Ook wordt de vraag gesteld naar een opsplitsing tussen respijtdagen en langere op voorhand gekende periodes van afwezigheid, zoals gezinsvakanties.

Ook blijkt uit het onderzoek van de Arteveldehogeschool dat ruim 40 procent van de organisatoren van kinderopvang niet kan voldoen aan het objectief dat minimum 20 procent van de kinderen die ze opvangen moet behoren tot voorrangsgroepen.

Minister, welke conclusies trekt u uit de resultaten van het onderzoek van de Arteveldehogeschool? Welke maatregelen koppelt u daaraan? Hoe kan het systeem ‘Bestellen is betalen’ nog beter worden afgestemd op de noden van kwetsbare gezinnen, opdat de sociale functie van kinderopvang verzekerd kan blijven? Hoe kan ervoor gezorgd worden dat alle gesubsidieerde opvanginitiatieven, trap 2, voldoen aan een minimumbezetting van 20 procent kinderen uit de voorrangsgroepen?

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, bij de toelichting in deze commissie door Kind en Gezin op 22 juni 2016 van de stand van zaken sinds het decreet Kinderopvang twee jaar eerder in werking trad, werd aangekondigd dat in het najaar de regeling ‘Bestellen is betalen’ zou worden geëvalueerd, rekening houdend met de resultaten van het onderzoek van de Arteveldehogeschool.

In het bijzonder de toepassing van het systeem bij ziekte van het kind en gezinsvakantie zou nader bekeken worden. De studie werd toegelicht op woensdag 21 september.

De meeste ouders zijn tevreden over het aantal respijtdagen maar een op vijf vindt het aantal dagen toch te weinig. Heel wat voorzieningen laten de gezinsvakantie bovendien meetellen als respijtdagen wanneer die buiten de sluitingsdagen van de voorziening valt. De studie toont ook aan dat het systeem ertoe leidt dat zieke kinderen meer dan vroeger naar de opvang worden gebracht. Het systeem zorgt bij de voorzieningen voor een hoge werkdruk als gevolg van het opstellen van het opvangplan. Blijkbaar stelt Kind en Gezin nu voor dat de gezinsvakantie – voor zover zij voldoende op voorhand werd aangekondigd – niet zou vallen binnen de respijtdagen.

Het systeem heeft blijkbaar ook een aantal ongewilde neveneffecten. Ouders die geen doordeweeks opvangplan willen, hebben het moeilijker om kinderopvang te vinden. Het bemoeilijkt ook de toegang van kwetsbare gezinnen omdat het systeem aan hen moeilijk uit te leggen is en moeilijk verzoenbaar blijkt met hun nood aan flexibel gebruik van kinderopvang en een betaalbare prijs.

Minister, in de pers heeft Kind en Gezin een aantal wijzigingen aan het systeem voorgesteld. De op voorhand aangekondigde gezinsvakanties die vallen buiten de sluitingstijd van de voorziening zouden niet langer mogen worden aangerekend op het aantal respijtdagen. Kind en Gezin wil onderzoeken of de prijs die wordt aangerekend bij het overschrijden van de respijtdagen niet kan worden begrensd. Het zijn positieve aanpassingen voor ouders, maar die hebben gevolgen voor de financiële leefbaarheid van voorzieningen. Wordt dan ook voorzien in een compensatie voor de voorzieningen?

De studie stelt dat het doel van het systeem behaald is, namelijk dat ouders bewuster zouden omgaan met het aantal bestelde dagen en de opvang van hun kinderen beter zouden plannen. Heeft het systeem van ‘Bestellen is betalen’ ook een significante verbetering opgeleverd voor de bezettingsraad van voorzieningen? De doelstelling was immers ook opvangplaatsen efficiënter te gebruiken. In het verleden gingen veel opvangmogelijkheden verloren omdat ouders zich niet hielden aan de afgesproken opvangdagen.

Het systeem is administratief enorm belastend. Mijn fractie heeft al meermaals aangedrongen op het beperken van de administratieve belasting. U hebt een tweede ronde beloofd. Zult u dit probleem opnemen in die tweede ronde?

Zoals wij al eerder hadden aangegeven, blijken ouders wel degelijk zieke kinderen naar de opvang te brengen wanneer hun respijtdagen zijn uitgeput. Zult u hier iets aan doen?

Een ander ongewild neveneffect blijkt te zijn dat andere ouders vanaf het begin al bewust kiezen voor een deeltijds opvangplan omdat ze willen vermijden te moeten betalen bij afwezigheid. Ze vullen die formele opvang dan aan met informele opvang, bijvoorbeeld bij de grootouders. Wat is uw reactie daarop?

Het systeem heeft een aantal onbedoelde nevenwerkingen wanneer het gaat over de toegankelijkheid voor ouders die niet gaan voor een klassiek opvangplan en voor kwetsbare ouders. Kind en Gezin denkt daarbij aan verschillende types van opvang en aan oefenopvangplannen. Kunt u dat verduidelijken?

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Lies Jans (N-VA)

Ik heb een gelijkaardige vraag en zal dan ook niet herhalen wat de vorige sprekers hebben gezegd. Ik wil er wel op wijzen dat de vooropgestelde doelstelling, namelijk de opvanglocaties maximaal gebruiken, wordt gehaald, en dat is essentieel. We proberen zoveel mogelijk ouders aan een opvangplaats te helpen en de financiële leefbaarheid van de opvangsector te versterken. En daar voldoet het systeem blijkbaar wel aan.

Uit de resultaten van het onderzoek blijken ook een aantal positieve effecten. Ik vind dat de negatieve effecten nogal worden benadrukt. Een positief effect is dat meer dan 90 procent van de ouders inspraak heeft in het opvangplan. Ook is het zo dat ouders bewuster omgaan met hun opvangplan en het aantal respijtdagen en de opvang van het kind beter plannen dan in het verleden. Voor 80 procent van de ouders is de flexibiliteit en het aantal respijtdagen voldoende. Het is weliswaar zo dat een op vijf daar moeilijkheden mee heeft, en dat zijn dan de nadelige effecten die de vorige sprekers ook al hebben opgesomd. Zo bestaat er een soort van concurrentie tussen de verschillende organisatoren naargelang het aantal respijtdagen dat ze aanwenden. Verder hebben we ook in de pers vernomen dat er meer zieke kinderen naar de opvang worden gestuurd vanuit de redenering dat die dag toch betaald is. Minister, ik weet niet of u cijfers hebt over die aantallen en of het dus gaat over een tendens of eerder over een zeldzaam effect.

Er wordt ook op gewezen dat kwetsbare gezinnen moeilijker toegang hebben tot dit systeem. Wanneer ik de cijfers van Kind en Gezin bekijk, dan zijn die toch vrij positief. Kind en Gezin analyseerde de cijfers uit 2015 en daaruit blijkt dat 28,8 procent van de kinderen in de opvang met een inkomenstarief behoren tot de voorrangsgroepen. De doelstelling was daar 20 procent.

Ook in de kinderopvanginitiatieven die een plussubsidie gebruiken en die een specifieke aanpak hebben voor de kwetsbare gezinnen, komt 67,4 procent van de kinderen uit de voorrangsgroepen. De doelstelling was daar 30 procent, maar we halen meer dan het de dubbele. Heel het systeem van de kinderopvang heeft een positief effect, ook voor de voorrangsgroepen.

Ik las in een persbericht van de Vrouwenraad dat Kind en Gezin de intentie heeft om het aantal respijtdagen op te trekken en een aantal sociale correcties in te bouwen in een boetesysteem.

Minister, kunt u de resultaten van de Arteveldehogeschool toelichten? Overweegt u een aanpassing van het systeem ‘Bestellen is betalen’?

Is het inderdaad zo dat er steeds meer zieke kinderen naar de opvang worden gebracht? Hebben we daar cijfers over? Is dat effectief een slecht neveneffect van het systeem ‘Bestellen is betalen’? Wat is er volgens u nog nodig opdat opvanginitiatieven flexibeler kunnen omspringen met de noden die ouders kennen? Ik denk bijvoorbeeld aan ouders die in het onderwijs staan en die twee maanden thuis zijn. Die moeten volgens het systeem meer betalen, ook al zitten de kinderen dan niet in de opvang.

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Minister, we hebben de analyse van de studie gehoord. Ik hoor de oproep van mevrouw Jans om er ook het positieve in te zien, maar je voelt toch op het terrein, bij heel veel mensen, bij heel veel ouders, dat die regel voor weerstand zorgt. Dat kan deels een kwestie van wennen zijn, maar het is deels ook omdat er een aantal architectuurfouten in zitten en de regel een aantal onrechtvaardigheden in zich draagt die moeten worden aangepast.

We weten dat het op verschillende manieren wordt toegepast bij een aantal kinderopvanginitiatieven: ziektedagen worden meegeteld, vakantiedagen worden wel of niet meegeteld enzovoort. We weten hoe moeilijk het voor alleenstaande ouders is om überhaupt kinderopvang te vinden, zeker als dat dan nog eens gecombineerd is met flexibele arbeidsuren enzovoort.

De problemen die dit met zich meebrengt, zijn al aangegeven door de collega’s. Ik wil er nog op wijzen dat we voor de zomer van de Vrouwenraad de conclusies van een studie gekregen hebben waaruit onder meer bleek dat deze regel vooral voor kansarme en alleenstaande ouders problemen met zich meebrengt. Die studie zag nog meer knelpunten bij de kinderopvang, met betrekking tot de tarieven enzovoort, maar deze regel kwam daar toch specifiek uit als een van de zaken waaraan het schort in de kinderopvang om mensen in armoede of alleenstaande ouders effectief goede kansen te geven en de kinderen van die mensen ook gelijke kansen te geven van bij de start.

Er was ook de oproep van professor Vandenbroeck om de regel gewoon af te schaffen. En professor Vandenbroeck is niet iemand die je lichtzinnig kunt noemen of iemand die geen expertise heeft. Integendeel, het is een van onze grootste experts inzake kinderopvang. We moeten zijn stem daarin dus zeker horen.

Minister, ik ben net als de collega’s benieuwd naar uw plannen. We hebben van Kind en Gezin een aantal voorstellen gehoord, maar ik wil graag horen welke conclusies u trekt uit de studie van de Arteveldehogeschool en of u de regeling ‘Bestellen is betalen’ zult bijsturen of al dan niet afschaffen.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega’s, met de start van het nieuwe decreet kinderopvang van baby’s en peuters vanaf 1 april 2014, is in de kinderopvang die het inkomenstarief hanteert en daartoe wordt gesubsidieerd, ook het principe van kracht gegaan dat ouders de door hen gereserveerde opvang betalen. We hebben de maatregel minstens een jaar laten lopen, vooraleer hem grondig te evalueren. Het is belangrijk om in herinnering te brengen dat we bij de invoering van ‘Bestellen is betalen’ in overleg met de opvangsector en de ouders gekozen hebben voor een grote bewegingsvrijheid voor organisatoren om de regeling in de praktijk toe te passen. Dat past ook in de evolutie naar een versterkt sociaal ondernemerschap binnen de welzijnssector.

Ik wil ook in herinnering brengen dat die regel er gekomen is op uitdrukkelijke vraag van de sector, om klaarheid te scheppen, uniformiteit te realiseren en een andere regeling te maken, omdat er nu discussie is over de verantwoording aan de hand van medische attesten en zo meer. Ik hoor bij sommige vraagstellers tussen de lijnen zoiets als ‘wat voor een domme regel hebben ze daar nu weer gemaakt?’ Maar die regel is er dus niet gekomen omdat ambetanteriken bij Kind en Gezin die regel wilden opleggen om de ouders te pesten. Die regel is er gekomen omdat er een zeer sterke vraag naar uniformiteit was. Men wilde absoluut af van dat arbitraire, dat iemand moest beslissen of een afwezigheid al dan niet gerechtvaardigd is enzovoort. Dat is de oorsprong van deze regel. Men heeft dan naar een evenwichtige redenering gezocht, waarbij men natuurlijk goed besefte dat een regel ook wel nadelen heeft. Dat is de genese van dit concept.

De Arteveldehogeschool deed een onderzoek bij ongeveer driehonderd opvanglocaties en een vijftigtal ouders. In dit onderzoek wordt het principe dat ouders de door hen gereserveerde opvangdagen betalen, geëvalueerd door na te gaan hoe de sector dit organiseert, wat de invloed ervan is op het gebruik van de opvang, hoe dit ervaren wordt door de sector en door de ouders en welke impact het heeft op de toegankelijkheid van gezinnen uit kwetsbare groepen.

De resultaten van het onderzoek werden voorgesteld op 21 september laatstleden en vormen momenteel het onderwerp van besprekingen in het kader van het voortgangsoverleg, dat u intussen bekend is. In dit antwoord bieden wij u dan ook slechts een eerste stand van zaken. Allereerst willen we erop wijzen dat het principe ‘Bestellen is betalen’ bestaat uit een opvangplan dat wordt opgesteld in overleg tussen een opvanglocatie en de ouders. Daarbij worden de dagen vastgelegd waarop een kind opvang zal genieten en waarvoor bijgevolg betaald zal worden. Ouders beschikken over minimaal achttien respijtdagen, die ze kunnen inzetten als hun kind niet komt op een dag die in het opvangplan werd geregistreerd.

Uit het onderzoek blijkt dat bijna 60 procent van de opvanglocaties meer respijtdagen toekennen dan het decretaal bepaalde minimum. Ouders geven ook aan dat zij voldoende flexibiliteit ervaren bij het opstellen of aanpassen van het opvangplan. Bijna 80 procent van de opvanglocaties biedt ouders daarbij de mogelijkheid om verschillende plannen te hebben voor verschillende periodes van het jaar, bijvoorbeeld voor ouders die leerkracht zijn.

Door een efficiënter gebruik van de beschikbare opvangplaatsen worden twee doelstellingen van het decreet nagestreefd: zo veel mogelijk ouders aan een opvangplaats helpen en de financiële leefbaarheid van de opvangsector versterken. De vooropgestelde doelstelling dat ouders en opvanglocaties samen het gebruik van de opvang efficiënter organiseren, wordt bereikt. Ook al formuleert het onderzoek een aantal aanbevelingen, waar Kind en Gezin mee aan de slag zal gaan, toch is het belangrijk om te stellen dat we het principe niet als dusdanig verlaten.

Er zijn nog geen bezettingscijfers voor 2016 beschikbaar, maar uit de cijfers van 2014 en 2015, die Kind en Gezin in deze commissie is komen toelichten, blijkt inderdaad wel dat een beschikbare opvangplaats iets beter benut wordt. Het gemiddelde prestatiepercentage gaat in stijgende lijn.

We zien ook dat het gemiddeld aantal prestaties per plaats per kwartaal in stijgende lijn gaat. We kunnen dit naar alle waarschijnlijkheid niet enkel toeschrijven aan het systeem ‘Bestellen is betalen’. Mogelijk zijn hier nog andere oorzaken werkzaam, zoals de meer prestatiegerichte subsidiëring sinds de start van het decreet.

Uit het onderzoek van de Arteveldehogeschool blijkt dat ouders bewuster omgaan met de opvang die ze reserveren. In het verleden kozen ouders sneller voor een voltijds opvangplan en kwamen kinderen vaak maar halftijds opdagen, zo blijkt uit de bevraging van de opvanglocaties. Ouders kiezen nu vaker voor een beperkter opvangplan, aangevuld met informele opvang, bijvoorbeeld door grootouders. De bevraagde opvanglocaties geven ook aan dat ze een meer stabiele, regelmatige aanwezigheid kennen, wat leidt tot een drukkere bezetting, voornamelijk tijdens zomers en vakantieperiodes.

Dit is een goede evolutie: ouders bestellen niet meer opvang dan nodig is en volgen het opvangplan nauwgezet op. Ouders begrijpen waarom ‘Bestellen is betalen’ werd ingevoerd, waarbij voor veel ouders de geboden flexibiliteit voldoende is. Bijna drie vierde van de ouders geeft ook aan dat zij over voldoende respijtdagen beschikken.

Toch blijkt dat voor een op vijf ouders het aantal respijtdagen onvoldoende is. Deze, maar ook andere ouders, hebben vooral moeite met het betalen voor een dag opvang die niet plaatsvindt, dus betalen voor een niet-gerechtvaardigde afwezigheidsdag of als de respijtdagen op zijn. Ouders geven aan dat er een grote variatie is in het bedrag dat in dit geval dient te worden betaald. Meer dan de helft van de opvanglocaties vraagt het inkomenstarief, waarbij dit gebruik vooral in de gezinsopvang algemene ingang vindt.

Uit interviews met ouders blijkt dat 10 procent van deze ouders hun kind al wel eens met koorts naar de opvang brengt. Een mogelijke verklaring hiervoor kan zijn dat ouders vrezen respijtdagen te verliezen, maar we mogen dit ook niet volledig toeschrijven aan het systeem ‘Bestellen is betalen’. Waarschijnlijk gebeurde dit voor het systeem van ‘Bestellen is betalen’ ook al, omdat ouders vaak geen andere oplossing hebben om hun kind die dag op te vangen.

Kind en Gezin zal met het Voortgangsoverleg Kinderopvang, waar de vertegenwoordigers van de sector, de gebruikers en de partners de invoering van het decreet Kinderopvang voor Baby’s en Peuters van nabij opvolgen, bekijken of het systeem kan worden bijgestuurd op basis van de resultaten, door eventuele aanpassingen in de regelgeving in te voeren. Zo gaat Kind en Gezin met het Voortgangsoverleg Kinderopvang na hoe periodes van afwezigheid die lang op voorhand gekend zijn, zoals de gezinsvakantie, uit het opvangplan kunnen worden gehouden. Zo kunnen ouders respijtdagen meer gebruiken waarvoor ze echt bedoeld waren, namelijk voor onvoorziene afwezigheden zoals kortdurende ziekte.

In principe zou dit geen financiële impact mogen hebben op de organisator, want we spreken hier over afwezigheden die op voorhand gekend en doorgegeven zijn. De organisator zou dergelijke afwezigheden moeten kunnen opvangen door goed te plannen. Binnen het Voortgangsoverleg zal ook de invloed van de langdurige ziekte van een kind op de respijtdagen worden besproken.

Bovendien biedt dit ook kansen voor de opvang van schoolgaande kinderen. Ook in locaties met een vergunning voor kinderopvang van baby’s en peuters mogen immers schoolgaande kinderen worden opgevangen. We zien trouwens dat al heel wat organisatoren dergelijke werkwijzen ontwikkeld hebben. Ook samenwerking tussen opvanginitiatieven uit de buurt, waarbij men bijvoorbeeld verlofperiodes op elkaar afstemt en zich tijdens verlofperiodes van een andere kinderopvanglocatie openstelt voor kinderen die normaal daar worden opgevangen, worden gezien als goede praktijken.

Kind en Gezin zal met het Voortgangsoverleg ook de noodzaak bekijken om het bedrag te beperken dat organisatoren maximaal mogen vragen voor een afwezigheid als de respijtdagen op zijn, zeker voor de meest kwetsbare gezinnen. Hier wordt onder andere de mogelijkheid onderzocht steeds het inkomenstarief te vragen, eventueel aangevuld met een beperkte, al dan niet procentuele toeslag. Het voorstel is om die begrenzing algemeen toe te passen en niet enkel voor kwetsbare gezinnen.

Die maatregelen zouden de communicatie tussen de ouders en de kinderopvanglocaties moeten vergemakkelijken, aangezien zij knelpunten, die hieraan in de weg staan, helpen oplossen. Tegelijkertijd melden opvanglocaties dat er een betere communicatie is met de ouders over het opvangplan en aanwezigheden dan vroeger. Daarnaast ervaren zij meer administratie door het nieuwe systeem. Rond die administratieve druk wordt in het Voortgangsoverleg bekeken of maatregelen noodzakelijk zijn.

Hoewel het systeem ‘Bestellen is betalen’ globaal als zeer flexibel wordt ervaren door gezinnen, blijft de toegankelijkheid van de opvang voor kwetsbare gezinnen een constante uitdaging. Dit geldt ook voor het systeem van 'Bestellen is betalen': goede afspraken, een evenwicht tussen flexibiliteit en betaalbaarheid nastreven, is voor kwetsbare groepen van groot belang.

Toch blijft ongeplande, occasionele opvang niet voor alle organisatoren vanzelfsprekend. Kwetsbare gezinnen behoren tot de voorrangsgroepen in de kinderopvang, net als alleenstaanden, gezinnen met een laag inkomen, pleegkinderen en broers of zussen. In opvang met inkomenstarief gaat hierbij absolute voorrang naar ouders die kinderopvang nodig hebben om te werken, werk te zoeken of om een beroepsgerichte opleiding te volgen.

Kind en Gezin analyseerde de cijfers van 2015 met betrekking tot de voorrangsgroepen: 28,8 procent van de kinderen in opvang met inkomenstarief behoort tot de voorrangsgroepen. De doelstelling van 20 procent wordt hiermee gemiddeld ruim overschreden. Toch is er nog werk aan de winkel: 41,1 procent van de organisatoren met inkomenstarief behaalt het objectief van 20 procent niet. Kind en Gezin zoekt samen met hen uit waarom zij die 20 procent niet behalen. In de opvang die voor hun specifieke aanpak naar kwetsbare gezinnen de plussubsidie krijgt, komt 67,4 procent van de kinderen uit de voorrangsgroepen. De doelstelling is hier 30 procent. 60,8 procent van de kinderen in een opvang met plussubsidie behoort tot een kwetsbaar gezin.

Iedere organisator heeft feedback gekregen over het cijfer dat hij haalde. Aan de organisatoren die de norm niet haalden, wordt gevraagd welke stappen ze zullen zetten om hun beleid ter zake bij te sturen. We blijven ook organisatoren sensibiliseren over de sociale functie van kinderopvang. Zo worden de workshops sociale functie van het voorjaar vanwege hun positieve respons herhaald. Zo zijn er bijvoorbeeld organisatoren die goede resultaten halen door het werken met een oefenopvangplan. Dat is een systeem waarbij het gezin de kans krijgt om een bepaalde periode de opvang uit te proberen, zodat men een goed zicht krijgt op welke dagen men dan effectief moet reserveren in het definitieve opvangplan. Ook een goede samenwerking op lokaal vlak, zowel tussen opvangvoorzieningen als met toeleiders, kan een sterk effect hebben op de toegankelijkheid. Dergelijke goede praktijken zullen verder worden gedeeld, maar het is niet de bedoeling om deze zaken ook allemaal te gaan opnemen in de regelgeving. Er zal hier eerder sensibiliserend worden gewerkt.

Daarnaast onderzoekt Kind en Gezin momenteel ook welke structurele maatregelen nodig zijn om flexibele opvang mogelijk te maken. De maatregelen die we nemen voor kwetsbare gezinnen zijn dus ruimer dan enkel maatregelen inzake ‘Bestellen is betalen’.

Op basis van de resultaten van het onderzoek van de Arteveldehogeschool en de registraties over de voorrangsgroepen gaat Kind en Gezin samen met het Voortgangsoverleg Kinderopvang aan de slag. Op 21 september werden de resultaten van het onderzoek toegelicht aan de leden van het voortgangsoverleg. Kind en Gezin heeft de al vermelde beleidsvoorstellen voorgelegd, die binnen het voortgangsoverleg verder besproken zullen worden.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Dank u wel, minister, voor uw antwoord. De hele regel is natuurlijk nog relatief nieuw. Iedereen moet ermee leren omgaan. Dat geldt voor de organisatoren, de diensten, de initiatieven zelf en natuurlijk ook de ouders. Dat vraagt wat tijd. Ik begrijp dan ook dat u minstens een jaar wilt laten verlopen vooraleer een eerste evaluatie te doen. Die eerste evaluatie is nu gebeurd. We hebben allemaal de resultaten kunnen lezen. U hebt ze nu ook toegelicht.

Op zich denk ik dat het systeem ‘Bestellen is betalen’ positief is. Dat blijkt uit die evaluatie. Het is positief op diverse terreinen.

Ouders leren veel bewuster omgaan met de opvang. Het is goed dat de ouders worden gestimuleerd om hierover na te denken. Ze leren een opvangplan op te maken. U hebt gelijk: in veel van die opvangplannen wordt ook rekening gehouden met de informele opvang door grootouders. Bij de opmaak van dat opvangplan stuiten ouders soms op andere problemen, onder andere het probleem van de maximumbezetting. Daar is er de vraag van de initiatieven om tijdelijk in overtal te kunnen gaan. Ik neem aan dat we dat hier te gepasten tijde kunnen bespreken.

De initiatieven zelf kunnen vanzelfsprekend veel beter de opvang of hun capaciteit optimaliseren. En ze zijn ook zekerder dat een kind, waarvoor het opvangplan voorziet dat het naar de opvang komt, effectief komt.

Voor de helft is het aantal respijtdagen voldoende. Bijna 60 procent kent meer dagen toe. Dat hangt natuurlijk af van het ene initiatief tegenover het andere. Ouders moeten daarover worden ingelicht wanneer ze hun opvangplan opmaken.

Voor mij is het belangrijk dat ouders zekerheid hebben over wat ze moeten betalen wanneer voor het kind toch meer dan het maximale aantal respijtdagen wordt gebruikt: achttien of meer, als het initiatief er meer toekent. Ik noteer dat u in het kader van het voortgangsonderzoek van Kind en Gezin een initiatief zult nemen, zodat daarover meer zekerheid komt. Dat kan mensen voor onverwachte situaties en keuzes plaatsen.

Ik las in de krant dat men stelt dat ouders hun kind ziek naar de opvang brengen omdat ze toch moeten betalen. Ik denk dat er heel veel andere redenen zijn waarom ouders hun kind soms met wat koorts naar de opvang brengen. Ze denken ’s ochtends dat het wel zal beteren in de loop van de dag. We hebben dat allemaal zelf ook meegemaakt. Ouders hebben soms niet meteen andere mogelijkheden. Dat is een belangrijkere reden.

Minister, ik neem aan dat we de evaluatie die er komt en de aanpassingen in het kader van dit onderzoek verder zullen kunnen bespreken met de verantwoordelijken tijdens de voortgangsrapportage, die we altijd voorzien tegen de zomer. We hebben daarover altijd al heel interessante gedachtewisselingen gehad. Als er aanpassingen nodig zijn, kunnen we die dan verder bespreken.

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

De essentie is dat we enerzijds voor de leefbaarheid van de voorzieningen zorgen en anderzijds voor de betaalbaarheid voor de ouders. Zij moeten tegen een goed tarief een beschikbare opvangplaats hebben.

Minister, u had het in verband met de administratie over medische attesten. Als moeder en dokter, en dus als experte inzake attesten, moet ik zeggen dat het toch wel een beetje de spuigaten uitloopt. Een ouder moet een attest indienen voor het toedienen van medicatie. Dat moet ook voor het maken van een foto van het kind en of die dan op de website mag worden geplaatst. Mag het kind naar de bibliotheek gaan? Is dat verantwoord? Ik hoor dat ze tegenwoordig een wonde al niet meer mogen ontsmetten, maar dat de wonde uitgebreid met water moet worden gereinigd. Moet dat eigenlijk wel allemaal? En dan heb ik het nog niet over de artsen, die telkenmale medische attesten moeten afleveren voor medicatietoediening, voor de opvang zelf… Er schort toch iets aan die administratieve rompslomp.

En dan, ziek kind met koorts. ‘Bestellen is betalen’ is inderdaad niet alleen de oorzaak. Er zijn natuurlijk andere oorzaken van opvang, maar het wordt steeds meer een probleem. Voor het kind naar de opvang gaat, krijgt het wat Perdolansiroop of een suppo, en zo neemt de besmettingsgraad in de opvang toe. Dat is een groeiend probleem.

Een andere zaak is het financiële. We moeten een administratieve kost betalen in de opvang, we moeten betalen voor de pampers, voor de afwezigheden. Vaak is het voor ouders niet duidelijk wat de extra administratieve kost is, wat de extra kost voor pampers. Dat verschilt ook van de ene tot de andere voorziening. Er is veel concurrentie tussen de verschillende opvanginitiatieven, ook voor de bijkomende kosten. Daar moeten we ook naar kijken. We moeten de concurrentie niet onnodig opvoeren.

Lies Jans (N-VA)

Minister, ik onthoud dat er positieve en negatieve effecten zijn. Ik ben er zelf niet uit. Ik lees een oproep van de Gezinsbond, van professor Vandenbroeck en van de VVSG dat het misschien beter is om dat systeem af te schaffen. Ik ben er niet uit of dat wel moet. We hebben de positieve effecten, probeer die nog wat te versterken, en kijk in de eerste plaats naar wat we nog meer kunnen doen aan de negatieve effecten, zoals de administratieve rompslomp. Daar moeten we absoluut iets aan doen. Ook de andere negatieve effecten moeten we onder ogen zien en daar dan iets aan doen.

Minister, onze fractie zegt: hou het systeem ‘Bestellen is betalen’ nog maar even aan, maar kijk wel hoe we de negatieve effecten kunnen oplossen. Na een jaar kunnen we dan beter kijken of het systeem nog effectief is of niet. Dan kunnen we daarover een definitieve beslissing nemen.

Elke Van den Brandt (Groen)

Mijn houding blijft kritisch. De minimale aanpassingen die we moeten doen voor we dit systeem afschaffen, is dat de dagprijs de bovengrens moet zijn voor een boete. Als ouders hun kind niet brengen, is het niet oké dat ze meer moeten betalen dan de gewone dagprijs. Soms zijn er ouders die 5 euro per dag betalen en dan een boete moeten betalen van 15 euro als ze boven de dagprijs gaan. Ik begrijp dat mensen hun kindje niet naar de crèche brengen door de regel ‘Bestellen is betalen’ als het ziek is. Maar als je 15 euro in plaats van 5 euro moet betalen door het kind thuis te houden in plaats van te brengen, dan creëer je situaties waarin het wel mogelijk wordt, omdat ouders zeggen dat het goedkoper is om hun kind te brengen dan om het thuis te houden. De minimale aanpassing daar is dat de boete voor het niet brengen niet hoger kan zijn dan de dagprijs die ouders betalen.

Op heel veel plaatsen wordt het verlof eruit gehaald en wordt er rekening gehouden met ziekte, zeker met langdurige ziekte, maar niet overal. Het is belangrijk dat die regels overal op die manier worden toegepast. Zo kunnen de crèches die het goed doen, hun praktijk overbrengen naar de andere die het niet doen.

Ik wil de verdediging opnemen van de crèches die heel streng met die regel omgaan. Ik heb er contact mee gehad. Ze willen niet per se streng met die regel omgaan omdat ze dat graag doen of omdat ze ouders willen plagen. Neen, het is omdat ze zo onzeker zijn over hun inkomsten dat ze het zich niet durven permitteren om daar flexibel in te zijn. Dat zijn ook de crèches die hun startsubsidie niet uitbetaald krijgen, die niet weten of ze wel of niet kunnen instappen in een komende uitbreidingsronde naar trap 1 of trap 2. Misschien moeten we daar ook iets aan doen. Ik hoor de oproep en deel de bezorgdheid dat de sector leefbaar moet zijn, maar het is niet correct om de leefbaarheid via de regel ‘Bestellen is betalen’ waar te maken. Het moet worden waargemaakt door hen op een correcte manier te subsidiëren waar ze nood aan hebben en zo te zorgen dat ze hun verschillende doelen – zowel opvang als het sociale en het pedagogische aspect – waar kunnen maken met hun middelen.

Minister, dit betekent dat er genoeg plaatsen moeten zijn in de crèche. U zegt dat veel crèches de 20 procent mensen in armoede halen. Dat is uiteraard goed. Ik verdedig het principe van de sociale mix, maar wie vindt er nu geen plaats in de crèches? De eersten die uit de boot vallen bij plaatsgebrek, zijn vaak de kansarme en alleenstaande ouders. Zorg voor voldoende plaatsen, zorg dat er geen extra kosten zijn boven op de dure dagprijs, en dat het minimumtarief voor de mensen die het nodig hebben, ook effectief een minimumtarief is. Er kan ook op andere manieren worden gewerkt aan sociale mix, aan het bereiken van leefbaarheid voor de sector door extra in te zetten op andere maatregelen.

Minister Jo Vandeurzen

Ik ben het ermee eens dat we wellicht best een aantal zaken uit het rapport overnemen en er ook iets mee doen. Er staan suggesties in die ik ook al heb gehoord van Kind en Gezin. Er zijn zaken die het systeem kunnen verbeteren. (Opmerkingen van Bart Van Malderen)

Ik heb die zaken letterlijk genoemd. “Zo gaat Kind en Gezin met de voortgangsgroep na hoe de periodes van afwezigheid die lang op voorhand gekend zijn zoals gezinsvakanties, eruit kunnen worden gehouden.” Dan ging het ook over langdurige ziekte en uniforme tarieven. Als we een voortgangsoverleg installeren, moeten we proberen na te gaan wat we daarmee doen. Idem voor de administratieve besognes. Het is op vraag van het parlement dat we nu een permanent overleg hebben om te zien wat er administratief kan worden geoptimaliseerd en dat we dat daar ook voor gebruiken.

Mevrouw Van den Brandt, ik heb nog twee punctuele zaken. ‘Bestellen is betalen’ is voor de IKG. We zitten niet op het nultarief, trap 1 of trap 0, of hoe u het ook wilt benoemen. Ik ben het er wel mee eens dat wij moeten blijven investeren in de betere financiering, met name ook in een groep die u al een aantal keer hebt aangehaald, namelijk degenen die in trap 1 zitten en die nog niet over het basisforfait beschikken. Ik ga er ook van uit dat, als de begroting is goedgekeurd, en we nadenken over hoe het bedrag zal worden besteed, we dan ook beseffen dat we niet alles zullen besteden aan bijkomende plaatsen ‘pur sang’, maar dat we ook een stuk opnieuw zullen reserveren voor de versterking van de leefbaarheid van een aantal initiatieven. Ik blijf dat zeggen. Dat is voor mij ook een zorg die we moeten meenemen.

We komen al van zeer ver. Ik hoop dat iedereen de intellectuele eerlijkheid heeft om dat te bevestigen, maar er is zeker nog een stuk van de weg te gaan.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

We kijken uit naar het voortgangsoverleg met Kind en Gezin en hopen dat we dan samen kunnen bespreken welke gevolgen hieraan kunnen worden gegeven.

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Ik denk hetzelfde.

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Lies Jans (N-VA)

Minister, ik wil u nog eens danken. Ik vind het heel belangrijk dat er, zoals u aangaf, een goede opvolging gebeurt van de negatieve effecten die gekend zijn en dat er nieuwe voorstellen rond komen, die we dan in het parlement kunnen bespreken. U zegt ook dat het belangrijk is dat we blijven investeren in een betere financiering, ook van de bestaande initiatieven. U hebt aan ons een partner om te kijken dat, naast de nieuwe kinderopvangplaatsen, ook de bestaande daarvoor de nodige ondersteuning moeten krijgen.

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Ik ben blij om vanuit verschillende hoeken van de meerderheid te horen dat er een engagement is om de bestaande initiatieven hun rechtmatige subsidies toe te kennen en anderzijds voor extra plaatsen te zorgen. Ik zal mijn vragen daaromtrent houden tot de begroting en ga met een positieve ingesteldheid de begroting tegemoet. Ik ben misschien een beetje sceptisch omdat het bedrag dat ik heb horen waaien, mij onvoldoende lijkt om alle engagementen die ik hier gehoord heb, waar te maken. Maar misschien hebben jullie creatieve oplossingen. Ik geef jullie het voordeel van de twijfel tot we de begroting zien.

Minister, ik ben blij met de aanpassingen die u aankondigt over ziekte en verlof. Ik wil wijzen op uniforme prijzen. Als de boete overal uniform 15 euro is, dan benadelen we weer die kwetsbare mensen. Als er uniforme boetesystemen komen, moet dat in verhouding staan tot de betaalde dagprijs en niet overal hetzelfde tarief zijn.

Ik heb een laatste opmerking over het verschil tussen waar het wel en waar het niet verplicht is. U bent begonnen met te zeggen dat het een regel is die komt uit de vraag van de sector. Het is effectief een vraag van de sector, maar het was geen vraag om het per se op heel de sector toe te passen en het bijna verplicht te gaan opleggen. Ik wil daar toch enige nuance in aanbrengen. Je merkt ook dat hoewel het enkel bij IKG-plaatsen is, dat ook niet-IKG-plaatsen in trap 1 dergelijke systemen hanteren omdat het een manier is om ermee om te gaan. Het is niet zo dat het systeem daar niet gebruikt wordt. Het wordt daar gebruikt net omdat zij ook onder druk staan omwille van die leefbaarheid.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.