U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, op 30 september vond in Gent de Lokale Voedseldag van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) plaats. De minister maakte daar bekend dat vanaf 1 januari 2017 de lokale besturen, maar ook bedrijven en non-profitorganisaties die een lokale voedselstrategie willen ontwikkelen, terecht zullen kunnen bij een nieuw Vlaams aanspreekpunt lokale voedselstrategie.

Er wordt een budget van 210.000 euro vrijgemaakt, en de bedoeling is dat vanuit de overheid een efficiëntere kennisdeling wordt gefaciliteerd tussen de verschillende spelers die actief zijn in de korte keten en bij het werken aan lokale voedselstrategieën.

Het nieuwe aanspreekpunt zou opereren naast en in samenwerking met de provincies en het Steunpunt Hoeveproducten van het Katholiek Vormingswerk van Landelijke Vrouwen (KVLV), waar landbouwers met vragen trouwens nog altijd terecht zullen kunnen. De werking van het aanspreekpunt zal worden aangestuurd door een Raad van Belang. Het aanspreekpunt zou opereren onder de vleugels van de VVSG.

Het idee van een aanspreekpunt lokale voedselstrategie komt uit het advies ‘Lokale voedselstrategieën’, dat in de schoot van het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg (IPO) werd opgemaakt.

Minister, de wijze waarop het aanspreekpunt lokale voedselstrategie zou functioneren heb ik uit de gespecialiseerde pers. Kunt u even toelichten hoe u de werking precies ziet? Welke taken ziet u precies weggelegd voor het aanspreekpunt?

De aansturende Raad van Belang zou openstaan voor iedereen die betrokken wil worden. Welke procedure hebt u in gedachten om die Raad van Belang in te vullen?

Op welk budget maakt u de 210.000 euro vrij?

Een van de taken voor het aanspreekpunt, zoals geformuleerd in het advies van het IPO, zou erin kunnen bestaan een kader te bieden voor logistieke initiatieven om te ontwikkelen of op te starten. Dit zou politiek getrokken moeten worden, nog steeds volgens het advies, door u in samenwerking met de minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport. Is het uw bedoeling om dit advies mee in het takenpakket van het aanspreekpunt te stoppen? Zo ja, zijn er hierover al contacten geweest met uw collega?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mevrouw Joosen, dit kwam ook al in de eerste vraag aan bod. Ik zal daarop voortbouwen. Ik zal niet alles herhalen. Ik zal wel ingaan op een aantal nieuwe elementen waarnaar u vraagt.

Dat lokale aanspreekpunt werkt globaal aan twee belangrijke thema’s die ook in het IPO-advies aan bod zijn gekomen: het beleid en beheer, en het ondernemerschap.

Wat betreft beleid en beheer zal het aanspreekpunt fungeren als doorverwijs- en adviespunt voor lokale besturen en de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, en dit voor alle initiatieven voor een lokale voedselstrategie en voor profit- en non-profitactoren die lokale acties willen realiseren in het kader van een lokale voedselstrategie. Ik geef een voorbeeld. Stel dat je met de kinderen van de lagere school een bezoekje wilt brengen aan een korteketeninitiatief en je weet niet meteen waarheen, dan kun je naar dat aanspreekpunt om te weten wie er in de buurt zit en hoe je dat het best kunt aanpakken.

Ze zullen ook fungeren als aanspreekpunt voor andere overheden, om op de hoogte te zijn van de genomen initiatieven. Als bijvoorbeeld de lokale OCMW’s samenwerken met een landbouwer in de buurt, zal dat aanspreekpunt dat weten. Dan kan de overheid, als zij wil weten waar er mooie samenwerkingen zijn, dat veel gemakkelijker oplijsten.

Dan is er het toegankelijk maken van informatie en het uitwisselen van goedepraktijkvoorbeelden. Er zal een praktijkdatabank zijn. Dat is handig als men inspiratie wil opdoen.

Verder is er het organiseren van een lerend netwerk voor lokale besturen, vormingssessies en een bevraging bij steden en gemeenten over wat zij nu al doen.

In samenwerking met het Steunpunt Duurzame Lokale Overheidsopdrachten zal er ook worden gewerkt aan de aankoopopdrachten van die lokale besturen, om ook op die manier meer lokale producten te integreren. Als er knelpunten zijn in de regelgeving, zullen zij dat detecteren en aan ons overmaken.

Wat betreft het thema ondernemerschap is er uiteraard het verdere onderzoek en het ontwikkelen van het model van Voedselhub. Er wordt ondersteuning geboden aan de lokale overheden bij het uitwerken van de lokale strategieën in het kader van het provinciale plattelandsontwikkelingsprogramma. En er is een afstemming en samenwerking met het Steunpunt Hoeveproducten.

Er zijn ook nog algemene taken: individuele begeleiding van bijvoorbeeld stadsregionale initiatieven voor de uitwerking van die thema’s en diverse communicatie-initiatieven.

Het budget wordt vrijgemaakt op de dotatie van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) voor het plattelandsbeleid.

Hoewel het IPO-advies het kader vormt waarbinnen het aanspreekpunt zal fungeren, zullen niet alle taken door het aanspreekpunt uitgevoerd worden die erin vermeld staan. Met betrekking tot het thema ondernemerschap heb ik al opgesomd welke taken zij zullen uitvoeren. Het spreekt voor zich dat er ook afstemming is met de bevoegdheden waaraan dit ook raakt – ik denk uiteraard aan Economie. Dat kwam ook aan bod in het IPO. Dat werd afgestemd met die bevoegdheid.

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Minister, dank u voor uw antwoord. Hieruit blijkt dat u een belangrijke rol weggelegd ziet voor de lokale besturen. U gaf een interview voor de zomereditie van Lokaal, het magazine van de VVSG. Daarin verwees u naar de regierol die de lokale besturen kunnen uitoefenen. Een van de voorgestelde acties in het advies van het IPO is trouwens ook het oprichten van beleidswerkgroepen op lokaal niveau. U ziet dus in het lokale bestuur een heel belangrijke partner. Ik onderschrijf dat ook.

Sommige Vlaamse steden en gemeenten zijn al ver gevorderd in hun regietaak. Andere moeten nog van nul beginnen. Dat aanspreekpunt is dus zeker een goed initiatief. Onze lokale besturen kunnen dan een beroep doen op de gedeelde knowhow en op de pasklare draaiboeken. Zo moeten ze niet telkens opnieuw het warm water uitvinden.

Het aanspreekpunt gaat van start op 1 januari. De gemeentelijke legislatuur loopt dan nog twee jaar. Wat verwacht u van de concrete resultaten voor eind 2018? Of mikt u ook al voor een deel op de volgende legislatuur?

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Is er ook vanuit de Europese Commissie een platform opgericht met betrekking tot voedselverspilling? Dat kadert in een breder perspectief van de VN, om tegen 2030 voedselverspillingen te kunnen halveren.

Minister, in uw antwoord op een schriftelijke vraag hebt u gesteld dat de twee trajecten, het traject van de Europese Commissie en het traject dat we in Vlaanderen kennen, moeilijk te vergelijken vallen. Het is immers niet echt duidelijk welke definitie en welke input hiervoor wordt gebruikt. Ik vraag me dan ook af welke toegevoegde waarde het traject van de Europese Commissie kan bieden. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat beide trajecten niet naast elkaar in plaats samen met elkaar verlopen? Ik zou graag wat meer verduidelijking over het Europees platform krijgen.

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, worden de steden en de gemeenten actief aangesproken om de lokale voedselstrategieën in kaart te brengen en te ondersteunen of is dit niet onmiddellijk de bedoeling?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mevrouw Joosen, wat de timing betreft, dit is nu van start gegaan en er wordt voor drie jaar ondersteuning geboden. Eigenlijk mikken we heel sterk op het actief aansporen van gemeenten en steden om hiermee aan de slag te gaan. Het moet onze betrachting zijn dat zo veel mogelijk steden en gemeenten de voedselstrategie na de volgende lokale verkiezingen in hun stedelijk of gemeentelijk strategisch plan opnemen. Die periode van drie jaar komt perfect overeen met de voorbereidingstijd voor het strategisch plan. Na de start van de nieuwe legislatuur moet dit in het nieuwe plan worden opgenomen. Ik hoop en ik denk dat het op die manier verder perfect zal verlopen.

Mijnheer Vanderjeugd, het Europese initiatief, dat onder meer betrekking heeft op de voedselverspilling, is eigenlijk een ander thema. Het komt echter ook aan bod in de werkgroep. We sluiten niets uit. We hebben in Vlaanderen zelf een strategie. Indien de lokale besturen hiermee aan de slag willen gaan, kan dit worden uitgevoerd. Ze kunnen hiervoor een beroep doen op de expertise. Dit maakt niet onmiddellijk actief deel uit van het pakket van het aanspreekpunt. Het kan daar echter aan bod komen. We sluiten op dat vlak niets uit.

Voorzitter, de steden en de gemeenten worden actief aangesproken. Er is zeer veel communicatie en sensibilisering om de lokale besturen mee op de kar te laten springen. Het is evenwel niet de bedoeling om hen hiertoe te verplichten of actief subsidies te verlenen om dit te doen. Het blijft een aanspreekpunt. De steden en de gemeenten kunnen hier zelf op inspelen. Er wordt veel gecommuniceerd. Ik denk dan onder meer aan de studiedag. Er was toen trouwens veel volk. Ik denk ook aan het feit dat dit in de publicaties van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten aan bod komt. De lokale besturen zullen hier actief op worden aangesproken en zullen hier niet meer naast kunnen kijken.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.