U bent hier

De voorzitter

De heer Anseeuw heeft het woord.

Björn Anseeuw (N-VA)

Dat geïnterneerden naast voldoende beveiliging vooral nood hebben aan een aangepaste zorg, weten we allemaal. Personen met een psychiatrische problematiek horen niet thuis in gevangenissen, maar hebben hulp nodig. België werd intussen al 23 keer veroordeeld door Europa voor de manier waarop het land omgaat met haar geïnterneerden. Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) schendt België met de manier waarop het met geïnterneerden omgaat, het verbod op foltering, onmenselijke en vernederende behandeling. Dat is niet min.

Onlangs kreeg een geïnterneerde uit Merksplas een schadevergoeding van 16.000 euro toegekend omdat ons land hem als geesteszieke niet behandelt. De man is sinds 2007 geïnterneerd. Het uitblijven van een adequate behandeling is volgens het hof het gevolg van een structureel disfunctioneren van het Belgische systeem van internering. Wie ben ik om dat tegen te spreken? Het Hof heeft de Belgische staat ook effectief maatregelen opgelegd om de interneringsproblematiek aan te pakken. Ons land heeft twee jaar de tijd gekregen.

In een antwoord op een vraag van Kamerlid Goedele Uyttersprot vertelde de federale minister van Justitie, Koen Geens, dat alle geïnterneerden uiterlijk tegen 2019 uit de gevangenissen zullen verdwijnen en een plaats moeten krijgen in een psychiatrisch centrum. In uw beleidsnota lees ik: “Op het raakvlak van gezondheidszorg, welzijn en justitie situeert zich ook de groep van geïnterneerden in de gevangenissen met onbeantwoorde noden. Zeker in tijden van crisis moeten we hiervoor bijzondere aandacht hebben, proactief reageren en preventieve maatregelen ontwikkelen.” Er staat bovendien dat u de verantwoordelijkheid opneemt voor de zorg voor geïnterneerden door werk te maken van een globaal plan inzake de hulp- en dienstverlening aan geïnterneerden, onder andere binnen de forensische psychiatrische centra (FPC’s) van Gent en Antwerpen.

Minister, ik heb exact een jaar geleden hierover ook een vraag gesteld. Hoe zult u er mee voor zorgen dat het aantal delinquenten met psychische problemen die in een gevangenis worden opgesloten zonder aangepaste therapeutische omkadering, beperkt wordt? Volstaan de plaatsen binnen de VAPH-voorzieningen (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap) die tot nu werden vrijgemaakt? Hoe zult u de doorstroming vanuit de gevangenis of het FPC naar de rest van het Vlaamse zorgcircuit, hetzij ambulant, hetzij residentieel, verder faciliteren en verbeteren? Wordt er in bijkomende opleidingen voorzien zodat het personeel voorbereid is op de instroom van geïnterneerden die niet alleen de gevangenissen maar ook de FPC’s verlaten en dus moeten doorstromen? Komt er een uitbreiding van het personeel om deze instroom op te vangen?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega’s, de Federale Regering heeft het masterplan gevangenissen en internering goedgekeurd dat moet voorzien in een aangepaste structuur voor elke geïnterneerde. Zo worden er bijkomende plaatsen gecreëerd. Naast de FPC’s Gent en Antwerpen voor geïnterneerden met een hoog risicoprofiel, wordt er in 120 plaatsen voor geïnterneerden voorzien in Aalst, in 240 plaatsen in bestaande forensische of reguliere zorginstellingen in Vlaanderen en Brussel, in 500 plaatsen in Wallonië, in een aantal kleinere uitbreidingsprojecten binnen het bestaande zorgcircuit en in voldoende ondersteuning om de doorstroming naar het reguliere circuit te bevorderen.

Het federale meerjarenplan internering moet hierop een antwoord bieden. Voor wat betreft de doorstroming van geïnterneerden die vrij zijn onder voorwaarden, naar het reguliere zorgcircuit binnen de Vlaamse bevoegdheden, nemen wij onze verantwoordelijkheid.

Binnen de Interministeriële Conferentie (IMC) Volksgezondheid werd een taskforce internering opgericht voor afstemming met de federale overheid omtrent de specifieke bevoegdheden die elkeen draagt in het zorgtraject van geïnterneerden. Deze taskforce werd belast met het uitwerken van een protocol. Een gedragen indicatiestelling en risicotaxatie zijn hierbij nodig, met name: wanneer kan een geïnterneerde binnen het statuut van vrijheid onder voorwaarden terecht in het reguliere zorgcircuit?

Zoals u weet, ligt de beslissing in de individuele dossiers hiervoor sinds 1 oktober laatstleden bij de Kamers ter Bescherming van de Maatschappij binnen de strafuitvoeringsrechtbanken. Sinds maart 2015 is een Vlaamse beleidscoördinator zorg- en dienstverlening aan geïnterneerden aangesteld die, in overleg met de betrokken diensten, de uitvoering van het Vlaamse actieplan zorg- en dienstverlening aan geïnterneerden coördineert. Binnen de uitvoering van het actieplan wordt op verschillende facetten ingezet. Momenteel staan we al in voor een deel van de uitstroom vanuit de gevangenis of het FPC. Dat is op zich niet nieuw. Wel willen we binnen het reeds vernoemde actieplan verder inzetten op de ondersteuning van de reguliere zorg zodat die nog meer aangepaste opvang en begeleiding biedt aan geïnterneerden die doorstromen.

De Vlaamse reguliere zorg stelt zijn aanbod reeds open voor deze doelgroep op voorwaarde dat hun risicoprofiel aanvaardbaar is en hun zorgnood aansluit bij het type begeleiding dat vanuit de reguliere zorg geboden wordt. Binnen de verschillende netwerken worden initiatieven genomen om de expertise met betrekking tot deze doelgroep te versterken. Het VAPH voorziet in een specifieke werking binnen de gevangenissen van Gent, Antwerpen en Merksplas waar geïnterneerden in de gevangenis worden versterkt en ondersteund in het vinden van een gepaste voorziening.

De diensten die rechtstreeks toegankelijke hulp (RTH) bieden, kunnen sinds 2013 via outreach hun handicapspecifieke kennis en expertise inbrengen bij andere dienstverleners. Op deze wijze wensen we hen te versterken om hun reguliere opdracht meer af te stemmen op de noden van personen met een handicap.

Door de omschakeling naar het flexibel aanbod meerderjarigen (FAM) krijgen de zorgaanbieders reeds meer vrijheid om hun ondersteuningsaanbod beter af te stemmen op de vragen en de context van hun gebruikers. Dat is de vorige hervorming uit de gehandicaptensector. Zowel binnen het rechtstreeks toegankelijk aanbod als binnen het flexibel aanbod meerderjarigen – dat gaat uitdoven met de nieuwe techniek van financiering – zijn er geen regels omtrent de plaats waar de ondersteuning wordt geboden en geen beperking met betrekking tot de ondersteuningsfuncties die kunnen worden geboden door een bepaalde zorgaanbieder. Iedere door het VAPH erkende zorgaanbieder heeft dus de mogelijkheid om in te gaan op ondersteuningsvragen van personen die tijdelijk of voor lange duur in de gevangenis verblijven.

Specifiek voor wat betreft het FPC Gent werkt OBRA/BAKEN samen met het FPC om in een optimale, voortgezette begeleiding en behandeling voor geïnterneerden met een handicap te voorzien en bij te dragen aan de sociale re-integratie van geïnterneerden die in het FPC verblijven. Enerzijds voorziet OBRA/BAKEN op basis van zijn expertise outreachend binnen het FPC in een handicapspecifieke ondersteuning gericht op re-integratie en uitstroom waar mogelijk naar het Vlaams zorgnetwerk. Daarnaast stelt ORBRA/BAKEN haar extramurale aanbod open voor patiënten van het FPC Gent, die geïndiceerd worden voor het forensisch dagcentrum, forensisch begeleid werk, forensisch rechtstreeks toegankelijke hulp of de specifieke NOVI-werking. De patiënten met een VAPH-erkenning die in het FPC Gent verblijven en na de beslissing van de bevoegde Kamer ter Bescherming van de Maatschappij kunnen uitstromen onder het statuut van een invrijheidsstelling op proef, zullen door OBRA/BAKEN begeleid worden aan de hand van hun aanbod begeleid en beschermd wonen. We zetten dus in op expertise- en kennisdeling en bij aanvang van het uittekenen van het re-integratietraject op de aansluiting van het forensische zorgtraject met het reguliere Vlaamse zorgnetwerk.

Het moet steeds de doelstelling zijn om bij aanvang gezamenlijke zorgtrajecten uit te werken zodat de geïnterneerde aanspraak kan maken op een globale en geïntegreerde zorg die vanuit verschillende voorzieningen, sectoroverschrijdend, in overleg wordt vormgegeven. Om de uitstroom vanuit de gevangenissen en het FPC naar de voorzieningen binnen het VAPH te faciliteren, werden vanaf oktober 2014 17 bijkomende plaatsen tehuis voor niet-werkenden gerealiseerd en voorbehouden voor personen met een handicap die geïnterneerd zijn en in de gevangenis of het FPC verblijven, zodat hiervoor in totaal in 47 plaatsen is voorzien. In 2017 zullen we dit aanbod uitbreiden. Daarvoor is in budget voorzien in het uitbreidingsbudget van het VAPH voor 2017.

Zoals we eerder hier in de commissie besproken hebben, bekijken we binnen de transitie naar de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap hoe we de persoonsvolgende financiering voor geïnterneerden vorm kunnen geven. De eerder genoemde specifieke plaatsen tehuis voor niet-werkenden voor geïnterneerden en de werking binnen de gevangenis van OBRA/HAVEN, ‘t Zwart Goor en Openluchtopvoeding (OLO) volgen de persoonsvolgende financiering niet. Op dit ogenblik kunnen geïnterneerden met een PEC-ticket (provinciale evaluatiecommissie) die in de gevangenis of het FPC verblijven, op basis van de uitvoeringsrichtlijnen zorgregie prioritair in eender welke VAPH-voorziening instromen.

Binnen de persoonsvolgende financiering is er geen wettelijke bepaling die geïnterneerden op basis van hun statuut uitsluit van het persoonsvolgende budget of de rechtstreeks toegankelijke hulp. We kunnen dus niet uitsluiten, los van de vraag of dit op algemene wijze wenselijk is, dat geïnterneerden een budget krijgen dat zij vrij kunnen besteden om de zorg in te kopen.

Uiteraard onderzoeken we nu welke kaders we hiervoor met de Kamers ter Bescherming van de Maatschappij best afspreken en met welke prioriteit deze doelgroep binnen het persoonsvolgend budget wordt opgenomen. Daarom moeten we ook een goed beeld krijgen van de zorgnoden van de doelgroep geïnterneerden. Samen met Zorgnet-Icuro voeren we een bevraging naar de wenselijke uitstroom uit de verschillende residentiële forensische settings, waarvan we de resultaten verwachten begin 2017 en waarmee we de nood aan bijkomende plaatsen binnen de Vlaamse reguliere zorg als vervolgtraject vanuit de forensische zorg in kaart brengen. Het Kenniscentrum Forensisch Psychiatrische Zorg (KeFor) zal een onderzoek voeren naar de objectivering van het risicoprofiel en de forensische zorgnood. KeFor staat in voor het uitvoeren, initiëren en begeleiden van onderzoek binnen de diverse forensische projecten in Vlaanderen. De onderzoeksdomeinen betreffen forensische diagnostiek, risicotaxatie, behandeling en resocialisatie van delinquenten met een psychische stoornis.

Door de zesde staatshervorming vallen ondertussen heel wat sectoren en voorzieningen binnen de geestelijke gezondheidzorg onder de Vlaamse bevoegdheid, zoals psychiatrisch verpleegtehuis (PVT), initiatieven beschut wonen, RIZIV-conventies verslavingszorg enzovoort. We zullen binnen deze sectoren sensibiliseren om hun zorgaanbod open te stellen voor de doelgroep van geïnterneerden. Zoals reeds gesteld, willen we werk maken van gezamenlijke zorgtrajecten, gebaseerd op intensief overleg. Binnen de Vlaamse voorzieningen met een specifiek aanbod voor geïnterneerden, onder meer de forensische VAPH-voorzieningen en daderteams van centra voor geestelijke gezondheidszorg (cgg’s), is er veel knowhow aanwezig en is het personeelskader aangepast aan deze specifieke doelgroep. Zij engageren zich ook om hun expertise over te dragen naar andere hulpverleners en organisaties.

De voorzitter

De heer Anseeuw heeft het woord.

Björn Anseeuw (N-VA)

Minister, dank voor uw uitvoerig antwoord. Twee zaken zijn heel belangrijk om die uitstroom uit de gevangenissen en de FPC’s op te vangen. Ten eerste zijn dat voldoende plaatsen. Daar wordt nu werk van gemaakt. Ten tweede is dat het verwerven en verspreiden van de expertise bij de hulpverleners die aan de slag moeten met wat voor velen een nieuwe doelgroep zal zijn.

U hebt aangegeven dat een van de zaken waar de beleidscoördinator mee bezig is in het kader van het Vlaams actieplan, het ondersteunen van de reguliere zorg daarin is. Kunt u wat concreter zijn over waar die ondersteuning uit zal bestaan? Dat is belangrijk omdat u ook hebt aangegeven in uw antwoord dat in de reguliere zorg geïnterneerden terecht kunnen afhankelijk van hun profiel. Ik begrijp dat, maar als er te weinig mensen zijn die zich voldoende bekwaam weten om met een bepaald soort profiel om te gaan, dan blijven we voor een deel van die groep geïnterneerden hangen in het fenomeen dat we vandaag ook al kennen, namelijk dat geïnterneerden geregeld worden geweigerd, en soms om begrijpelijke redenen, namelijk omdat ze soms een te grote bedreiging zijn voor het therapeutisch klimaat bijvoorbeeld of omdat hun profiel niet past in het aanbod. Daarom is de ondersteuning voor de expertise heel erg belangrijk.

Minister, ik heb een afsluitende vraag. België heeft twee jaar gekregen. Bent u ervan overtuigd dat we op schema zitten om dat doel te bereiken? Dat is natuurlijk niet niks, het is heel erg belangrijk. Niemand zal betwisten dat het binnen twee jaar niet te vroeg zal zijn, maar zitten we op schema om dat binnen twee jaar helemaal geklaard te krijgen?

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Minister, u hebt gezegd dat we met de uitbreidingsmiddelen voor persoonsvolgende financiering zien hoe we de tekorten in de forensische zorg kunnen wegwerken. Engageert u zich daartoe? We hebben nu ongeveer drie keer zoveel mensen die een ticket van het VAPH hebben als er plaatsen zijn in de forensische instellingen. In realiteit zijn er geïnterneerden die in de gevangenis moeten wachten tot er eindelijk een plekje komt in een van die centra. In de praktijk betekent dit dat het voor sommige mensen drie keer langer wachten is dan ze zullen leven. Garandeert u dat er voor alle mensen met een VAPH-traject binnen twee jaar effectief plaats zal zijn binnen de forensische voorzieningen? Daartoe bent u veroordeeld. U hebt nog twee jaar de tijd om dat waar te maken.

De uitspraak van het EHRM is niet zomaar een uitspraak. Het gaat niet enkel over individuele gevallen van mensen die hun rechten geschonden zien. Het gaat om een structurele uitspraak over een structureel probleem in België. Er zijn maar drie landen die ooit een dergelijke veroordeling hebben gehad, namelijk Polen, Rusland en Italië. Dat is geen rijtje waar we graag in staan, daar moeten we absoluut niet fier op zijn. Die uitspraak en de impact ervan zijn niet te onderschatten. Minister, hoeveel plaatsen hebt u nodig om dit waar te maken? Wat zal het kosten? Zo kunnen we binnenkort bij de budgetbespreking nagaan of dat engagement effectief terug te vinden is.

U hebt interessante dingen gezegd over het feit of het opportuun is om geïnterneerden een persoonsvolgend budget te geven. Ik begrijp dat daar vraagtekens bij zijn, maar het zijn dezelfde vraagtekens die je kunt zetten bij bijvoorbeeld minderjarigen die niet in de vrijwillige maar in de gewone hulpverlening zitten en dergelijke. Het is een belangrijk aspect. Ik vraag me af of u een tijdspad hebt waarin u daar adviezen over verwacht.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

We gaan proberen om voor de geïnterneerden binnen het persoonsgebonden financieringssysteem een specifiek traject te maken. Het is niet verstandig om dat zomaar, zonder rekening te houden met het statuut van de internering, te laten gebeuren. Vandaar dat er afgesproken is dat we bij de uitrol toch nog een stuk aanbodgericht blijven financieren voor die specifieke plaatsen die bedoeld zijn als een zware residentiële setting voor mensen die geïnterneerd zijn en uit de gevangenis komen. Ik blijf ook inzetten op het outreachen en de aanwezigheid van de handicapspecifieke kennis in de gevangenissen, want het zou niet verstandig zijn om het allemaal spontaan aan de mechaniek van de persoonsgebonden financiering over te laten. Daarvoor is het belangrijk dat er met de nieuwe kamers voor de bescherming van de maatschappij gekeken wordt wat de randvoorwaarden zijn die ze denken te moeten definiëren als men iemand met een rugzakfinanciering, eventueel vanuit het handicapspecifieke beleid, een ondersteuning zal aanbieden.

Daarnaast zijn er natuurlijk ook geïnterneerden die niet onmiddellijk een VAPH-erkenning hebben. Dat is een apart circuit, of minstens een benadering los van de handicapspecifieke benadering. Daar moet onze coördinator kijken of het mogelijk is het bestaande aanbod aan extramurale ondersteuningsmogelijkheden open te krijgen, wetende dat dat een stuk Vlaams is, maar in dat aanbod is ook capaciteit opgenomen die in onze psychiatrische ziekenhuizen zit en die federaal gefinancierd is, zoals de medium risk en andere afdelingen, en die daar ook een rol in spelen.

Een derde groep die we in het vizier moeten brengen, zijn degenen die vroeger onder de Interneringswet vielen maar er door de nieuwe definitie niet meer onder vallen omdat ze geen delicten van een bepaalde ernst meer hebben gepleegd, waardoor ze niet langer ‘gelabeld’ worden als geïnterneerd. We moeten kijken hoe we ook daarmee omgaan. Het is niet voldoende te zeggen dat we ons beperken tot diegenen die het statuut als dusdanig hebben. Doordat een aantal mensen die vroeger wellicht in dat circuit zouden komen, nu in het meer algemene komen, ligt daar ook een deel van de vraag. We proberen te achterhalen hoeveel personen in de gevangenissen en het FPC het betreft, wie in aanmerking komt binnen het VAPH enzovoort. Dat is de oefening die we ook doen met de zorgaanbieders en met het federale niveau, om te ramen over hoeveel het ongeveer zou gaan. Dat zijn de drie sporen waarop we op dit moment het beleid proberen te concretiseren.

De voorzitter

De heer Anseeuw heeft het woord.

Björn Anseeuw (N-VA)

U hebt op mijn laatste vraag niet geantwoord, terwijl dat de vraag is die op ieders lippen brandt: gaat het binnen twee jaar lukken om dat allemaal rond te krijgen? Uiteindelijk zijn de maatregelen van het Europees Hof vrij dwingend. Los van die maatregelen van het Europees Hof is het onze maatschappelijke plicht om op een andere manier met alle geïnterneerden om te gaan. Maar goed, ik leer wel uit uw antwoord dat het alvast uw ambitie is om dat binnen twee jaar klaar te krijgen. We zullen dat met de nodige intensiteit blijven opvolgen.

Minister Jo Vandeurzen

Laat ons zeggen: het is onze grote ambitie om daaraan mee te werken. Het plaatje van waar en hoe van de interneringen is vrij complex. We moeten daar onze medewerking aan verlenen. We hebben nu een unieke, een historische kans, zeker als je ziet wat er nog aan federale inspanningen gaat komen. We moeten dus ambitie hebben.

Björn Anseeuw (N-VA)

Ik heb nooit willen suggereren dat het helemaal uw verantwoordelijkheid is, maar een cruciale schakel om dat te doen lukken is de doorstroming van mensen die uitstromen uit de gevangenis of uit FPC’s naar het Vlaamse zorglandschap.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.