U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Van Werde heeft het woord.

Minister-president, ons onroerend erfgoed situeert zich binnen een dynamische samenleving, met trends en evoluties waar het beleidsdomein meestal zelf geen impact op heeft: demografische ontwikkelingen, sociaal-culturele veranderingen, klimaatveranderingen, druk op de open ruimte enzovoort. Erfgoed wordt dan ook geconfronteerd met bedreigingen, maar sommige wijzigingen kunnen ook kansen en opportuniteiten betekenen. Daar hebt u zelf nog op gewezen bij de vorige interpellatie.

Eerder dan passief deze wijzigingen te ondergaan, wilt u vooruitkijken. Het agentschap Onroerend Erfgoed heeft daarom een impactanalyse uitgevoerd om na te gaan welke veranderingsprocessen een impact hebben op ons onroerend erfgoed. Het is de bedoeling om in het langetermijnbeleid rekening te houden met en vooral te anticiperen op de talrijke uitdagingen en kansen.

Het agentschap Onroerend Erfgoed heeft in zijn recente rapport ‘Het onroerend erfgoed in Vlaanderen – een toekomstverkenning tot 2030’ deze verschillende evoluties en trends in kaart gebracht. Het werd een lijvig document, waarbij verschillende trends in kaart werden gebracht voor zover ze relevant zijn of kunnen zijn voor het erfgoed. Er staan trends tussen waaraan je zelfs niet onmiddellijk zou denken, zoals technologische evoluties en een veranderende gezinssamenstelling. De overgrote meerderheid van de deelnemers aan een bevraging ziet een belangrijke rol weggelegd voor de overheid om gepast met deze veranderingen om te gaan. Terecht merkt men ook op dat de overheid niet alles alleen kan. Men verwacht dan ook veel van de burger en het middenveld.

Uiteindelijk worden uit het onderzoek vijf thema’s gelicht, die prioritair de aandacht verdienen gedurende de komende vijftien jaar: herbestemming, participatie, druk op financiën, druk op de ruimte en demografische veranderingen. Concrete beleidsaanbevelingen vind ik niet en mis ik wel.

Waarom beperkt de conclusie van het rapport zich tot die vijf algemeen geformuleerde thema’s? Betekent dit dat bijvoorbeeld de klimaatsveranderingen minder belangrijk zouden zijn bij het bepalen van een langetermijnbeleid voor onroerend erfgoed?

Zijn de vijf geciteerde thema’s even belangrijk voor de drie vormen van erfgoed – monumenten, landschappen en archeologie – of zijn er belangrijke verschillen?

Dit rapport is duidelijk een eerste stap. Op welke manier zult u samen met het agentschap en andere beleidsdomeinen meetbare doelstellingen en concrete acties formuleren om deze thema’s de komende vijftien jaar verder uit te werken?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mevrouw Van Werde, u verwijst naar een zeer lijvig onderzoeksrapport: zevenhonderd pagina’s, mét de bijlagen. Daarmee heeft het agentschap beoogd om de veranderingen in de samenleving in kaart te brengen en de impact hiervan op het onroerend erfgoed ingeschat. De onderzoeksconclusies zijn gebaseerd op de reacties van een tweehonderdtal respondenten van een Delphi-bevraging. Dat is een methode om door een herhaalde bevraging van deskundigen een consensus te bereiken over wat nu de problemen zijn. Door deze bevraging van zo’n grote groep van deskundigen, kunnen we stellen dat de meningen die eruit naar voren komen, een vrij goede weergave vormen van het maatschappelijk debat over onroerend erfgoed.

De onderzoeksconclusies werden samengevat in zeven verhalen, die gedetailleerder ingaan op: demografische veranderingen, herbestemming, erfgoedparticipatie, erfgoedgemeenschappen, financiering van erfgoed, trends in de leefomgeving, technologische trends. Deze verhalen ontstonden uit de vijf onderwerpen die volgens de deelnemers de meest prioritaire thema’s zijn en die de eerstkomende vijftien jaar de meeste aandacht zullen vragen. Ze werden aangevuld met nog twee verhalen: een over de diverse ecologische en een over de technologische veranderingen.

De vijf prioritaire thema’s uit een lijst van 23 zijn: herbestemming, participatie, druk op de financiën, druk op de ruimte, demografische veranderingen De uitdagingen op middellange termijn zijn ontzettend talrijk. Het verraste mij dat de klimaatverandering door de respondenten niet als een van de belangrijkste prioriteiten was aangeduid. Het was pas de dertiende prioriteit. U weet echter dat ik in mijn onroerenderfgoedbeleid veel aandacht wens te schenken aan dit probleem. Ik verwijs onder andere naar mijn conceptnota over energiezuinigheid en erfgoedzorg. Onroerend Erfgoed participeert ook aan de verschillende initiatieven van de Vlaamse Klimaattop. Ik stimuleer ook het nemen van bijkomende engagementen binnen de sector.

De vijf thema’s hebben op alle types van erfgoed impact, al kunnen de gevolgen naargelang de situatie anders zijn. De bevraagde belanghebbenden zien in de vele trends echter niet enkel uitdagingen maar ook kansen.

Het thema herbestemming lijkt op het eerste gezicht meer van toepassing voor bouwkundig erfgoed, maar heeft ook gevolgen voor de cultuurhistorische landschappen. Voor sommige topics, zoals voor de technologische en ecologische ontwikkelingen, zijn die kansen of uitdagingen misschien anders ingevuld naargelang het type erfgoed. Concreet denk ik hierbij aan de toepassingen van 3D-techniek voor de restauratie van bouwkundig erfgoed of op archeologische sites.

Druk op de ruimte is belangrijk voor de drie vormen van erfgoed, maar de uiteindelijke impact ervan op het erfgoed is afhankelijk van de beleidsopties in andere sectoren zoals ruimtelijke ordening, landbouw, natuur, mobiliteit. Dat kan zowel positief als negatief zijn. Evolueert Vlaanderen naar verdichting en wordt meer nadruk gelegd op het vrijwaren van de open ruimte, dan kan dit kansen bieden voor de cultuurhistorische landschappen. Inbreiding in stads- en dorpskernen daarentegen kan de druk op de beschermde monumenten en stads- en dorpsgezichten verhogen, de uitdaging met herbestemming vergroten, de maatschappelijke rol, de betekenis van erfgoed voor toekomstige generaties en de duurzame omgang met ons erfgoed garanderen door het in te schakelen in een sectoroverschrijdend verhaal en het te laten bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving van de mensen.

Dit rapport is een eerste stap, zegt u. Ik heb in mijn beleidsnota Onroerend Erfgoed beklemtoond dat het inbedden van het maatschappelijk belang van onroerend erfgoed binnen de veranderende maatschappelijke noden en verwachtingen essentieel is voor de toekomst ervan en dat ik proactief wil inspelen op deze veranderingen. Dit onderzoek was een belangrijke stap op weg daarnaartoe. De respondenten bevestigden mijn uitgangspunt, dat onroerenderfgoedzorg een opdracht is van iedereen. Het hoort een verhaal van dialoog te zijn en van het delen van kennis en informatie.

Wat betreft de vijf thema’s ondernam ik al verscheidene stappen en plan ik verschillende bijkomende initiatieven. Voor herbestemming ligt de focus al sinds de vorige beleidsperiode expliciet op religieus erfgoed. Dat weet u. In overleg met de kerkelijke overheden en de lokale besturen bekijk ik waar aangepast medegebruik, nevenbestemming en herbestemming een antwoord bieden op de lokale noden. Lokale besturen die dit wensen, kunnen een beroep doen op het projectbureau Herbestemming Parochiekerken voor begeleiding bij de uitvoering van hun kerkenbeleidsplan. U weet dat dit loopt en dat er gestaag meer initiatieven zijn.

Maar het effectieve gebruik en hergebruik van alle beschermd erfgoed is een absolute prioriteit. Hedendaags gebruik en behoud van erfgoedwaarden kunnen perfect samengaan. Omdat dit vaak een goede dosis creativiteit vraagt, wil ik, in samenwerking met de Vlaams Bouwmeester met de meesterproef Herbestemming de nieuwe generaties architecten warm maken voor dit type van opdrachten.

Inzetten op herbestemming biedt overigens ook een antwoord op de druk op de ruimte. Tevens kan er bij herbestemming veel aandacht gaan naar de bijdrage aan klimaatacties door het gebruik van het erfgoed als duurzame ingreep in de ruime betekenis: hergebruik van bestaande constructies en materialen tegenover geen afbraak en verwerken van sloopafval. U weet dat monumenten vaak zijn gebouwd uit materialen met een lange levensduur. Bij dergelijke werken vind ik het belangrijk dat het zo energiezuinig mogelijk maken van de herbestemming nagestreefd wordt.

Op het vlak van participatie zal ik samen met de minister Sven Gatz, bevoegd voor de cultuur, nagaan hoe de FARO-conventie meer ingang kan krijgen.

Om tegemoet te komen aan de druk op de financiën wil ik komen tot een gepast en flexibel financieel stelsel dat de onroerenderfgoedzorg ondersteunt. U weet dat ik hiertoe de conceptnota heb gebracht. U weet ook dat we vorige vrijdag met de regering de schenkingsrechten voor onroerend erfgoed hebben verlaagd tot op het niveau van de schenkingsrechten voor het energiezuinig maken van gebouwen, en dat we de registratierechten bij verkoop gehalveerd hebben. Dit alles natuurlijk gekoppeld aan de verplichting om werken uit te voeren overeenkomstig het beheersplan, dat dan opgemaakt wordt in samenwerking met Onroerend Erfgoed, en uiteraard niet dubbelop met de subsidies. Het is een keuze die je maakt, maar het is ook een keuze om dat onroerend erfgoed sneller te laten veranderen van eigenaar, in familiale maar ook in andere relaties, en op die manier een bijkomende stimulans te geven tot het restaureren van onroerend erfgoed, daar waar onze middelen voor subsidies heel beperkt zijn.

De voorzitter

Mevrouw Van Werde heeft het woord.

Eén ding valt mij op. Drie thema’s, namelijk herbestemming van de bestaande bebouwing, de druk op de ruimte en de demografische veranderingen, hebben allemaal een link met het ruimtelijk beleid. Hoe kan zich dat vertalen in het nieuwe Beleidsplan Ruimte Vlaanderen?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

In het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen zullen de algemene lijnen worden getrokken. Het beleid van Onroerend Erfgoed past daar perfect in. Herbestemming wijst er inderdaad op dat je niet uitbreidt, maar dat je zoekt naar een waardevolle hedendaagse invulling. Dit spoort daar perfect mee. Dit spoort ook met het uitgangspunt dat een ander beleid inzake ruimtelijke ordening ook bijdraagt tot de strijd tegen de klimaatverandering. Ik besef, en wij beseffen allemaal, u ook zeer zeker, dat het onroerend erfgoed zeer veel uitdagingen met zich meebrengt omdat je daar zit met een spanningsveld: energetische maatregelen vergen ingrepen. In welke mate zijn die verenigbaar met de ziel van het onroerend erfgoed? Er is daar een omslag gebeurd, ook bij het agentschap en de consulenten. Er wordt creatief mee nagedacht met de gebruikers, de hergebruikers en de herbestemmers van onroerend erfgoed. Gelukkig zijn er heel veel nieuwe technieken op de markt. Ik denk aan beglazingstechnieken, ook met enkel glas, die vaak tot een zeer hoog energetisch rendement kunnen komen. Wij zoeken daar altijd creatief mee naar oplossingen. Maar daar rijst een dubbele uitdaging.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.