U bent hier

De heer De Loor heeft het woord.

Voorzitter, minister, dames en heren, dit thema is hier al dikwijls aan bod gekomen naar aanleiding van de bespreking van de beleidsnota, de beleidsbrief, vragen om uitleg en ook net voor de zomer tijdens de gedachtewisseling over gelijke kansen en het Diversiteitsplan 2016. De onmiddellijke aanleiding voor deze vraag om uitleg is de uitspraak: “De Vlaamse overheid mag best wat ambitieuzer zijn op het vlak van genderbeleid.” Dat zegt de Genderkamer, het meldpunt van de Vlaamse Ombudsdienst, die een jaar bestaat. “Daarom willen we de Vlaamse overheid actief adviseren in genderkwesties”, zegt ombudsvrouw Gender Annelies d'Espallier.

De Genderkamer haalt aan dat er maar één cijfer over de vertegenwoordiging van vrouwen aan de top in het Vlaams regeerakkoord staat.  En “dat cijfer wordt dan nog helemaal niet gehaald, 21 procent in plaats van de vooropgestelde 40 procent. Voor de rest blijft het allemaal vaag. Dat moet veranderen. De Vlaamse overheid zal moeten beseffen dat er nu een orgaan is dat zich straffer zal opstellen en dat als roeping heeft zich te moeien met dat genderbeleid”, dixit de Genderkamer.

De Diversiteitsambtenaar verklaart dat er wel degelijk inspanningen worden gedaan om meer vrouwen in topfuncties te krijgen. Er was de campagne waar topvrouwen hun eigen job in de kijker zetten, waardoor gehoopt wordt dat meer vrouwen overtuigd worden om te solliciteren voor een topfunctie. Daarnaast leven er ook plannen om een netwerk op te zetten voor vrouwen.

De dienst Diversiteitsbeleid doet ook onderzoek naar de genderkloof en de pensioenkloof, want uit cijfers blijkt dat in sommige functies, voornamelijk van niveau A en B, vrouwen minder verdienen dan mannen.

Sp.a is van oordeel dat het personeelsbestand van de lokale besturen en de Vlaamse overheid een weerspiegeling zou moeten zijn van de samenleving. Dat is tot op heden absoluut niet het geval. Er zijn streefcijfers vastgelegd, wat op zich een goede zaak is.

Minister, zult u de kritiek van de Genderkamer ter harte nemen? Is er reeds overleg geweest of plant u een overleg? Welke initiatieven zullen bijkomend genomen worden?

In uw beleidsbrief 2015-2016 staat dat u voor de doorstroom van vrouwen naar het middenkader de bestaande initiatieven verder zult ondersteunen. U rept echter met geen woord over vrouwen in topkaders. Blijkbaar werd dit vergeten. Uit de nieuwe cijfers blijkt dat het streefcijfer van vrouwen in het topkader nog veel minder gehaald wordt dan dat van het middenkader. In welke nieuwe initiatieven wordt voorzien om meer vrouwen in het topkader te krijgen?

Het genderevenwicht in het Voorzitterscollege is rampzalig. Het streefcijfer is daar om één vrouw te hebben voor een derde van het aantal effectieve en plaatsvervangende leden. Welke stappen zult u ondernemen om dat streefcijfer te halen?

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Minister, ik heb een gelijkaardige vraag. De Genderkamer, het meldpunt van de Vlaamse Ombudsdienst, bestaat een jaar en doet nu een eerste keer verslag over haar activiteiten en ambities voor de toekomst. Opvallend daarbij is het voornemen om de komende jaren niet enkel het aanspreekpunt en bemiddelaar te zijn voor gendergerelateerde meldingen of klachten, men wil ook actief het Vlaamse beleid adviseren in genderkwesties. Zo bestond de Genderkamer nog niet bij opmaak van het regeerakkoord in 2014, maar vandaag valt op dat het nogal vrijblijvend is op het vlak van gender, laten Bart Weekers en Annelies D’Espallier verstaan. “Er staat maar één cijfer in en dat gaat over de vertegenwoordiging van vrouwen aan de top van de Vlaamse overheid en dat cijfer blijkt helemaal niet gehaald te worden. Vandaag is de hoeveelheid topvrouwen 21 procent in plaats van de vooropgestelde 40 procent”, verduidelijkt mevrouw D’Espallier.

Ook Alona Lyubayeva, de Diversiteitsambtenaar van de Vlaamse overheid, riep eerder al op om waakzaam te zijn als het gaat over vrouwen in topfuncties bij de Vlaamse overheid. Ze wijst erop dat het oude onevenwicht terugkomt: “Vrouwen worden vervangen door mannen, mannen niet door vrouwen. Door fusies en herschikkingen dalen beide geslachten in de absolute cijfers, maar alleen vrouwen zien hun percentage dalen.”

Volgens de Genderkamer mag de Vlaamse overheid best wat ambitieuzer zijn op het vlak van genderbeleid. Volgt u deze analyse en bent u van plan om uw genderbeleid binnen de Vlaamse overheid bij te sturen? Een streefcijfer vaststellen is een ding, maar dit ook realiseren is iets helemaal anders. Uit de cijfers blijkt bovendien dat de situatie er helemaal niet op vooruitgaat. Welke concrete maatregelen zult u nemen om het streefcijfer alsnog te halen?

Minister Homans heeft het woord.

Dames en heren, uiteraard heb ik kennis genomen van de communicatie van de Genderkamer. Het is een goede zaak dat deze een jaar geleden is opgericht. In het eerste jaar zijn er 76 meldingen bijgekomen over problemen en thematieken van allerlei aard, niet alleen over vrouwen in de raden van bestuur. Die gingen over veel issues, bijvoorbeeld de problematiek van transgenders, het normatief gedrag bij kinderen enzovoort. Het was een zeer goede beslissing om de Genderkamer op te richten onder de voogdij van de Vlaamse ombudsman.

Vanzelfsprekend neem ik de uitspraken au sérieux, ook wat het aantal vrouwen in topfuncties bij de Vlaamse overheid betreft. Het is ook niet voor het eerst dat dit aan bod komt. Net voor het reces hebben we daarover nog gediscussieerd in deze commissie. Ik neem aan dat we daar ook in het kader van de nieuwe beleidsbrief uitgebreid op zullen doorgaan.

Er is ondertussen een gesprek geweest tussen de Vlaamse Diversiteitsambtenaar en de ombudsvrouw Gender, en mijn administratie zal verdere gesprekken voeren om de werking van de Genderkamer en de dienst Diversiteitsbeleid nog beter op elkaar af te stemmen.

U weet dat een legislatuur vijf jaar duurt en geen twee jaar. We zijn nu twee jaar verder en u zou willen dat zo goed als alle streefcijfers al bereikt zouden zijn. We zijn wel degelijk op de goede weg. Uit de cijfers blijkt dat we in 2015 het streefcijfer voor het middenkader behaald hebben. Het is waar dat het streefcijfer voor het topkader nog niet behaald is, maar ook voor deze doelgroep zaten we in 2015 toch reeds aan 25,6 procent. Tien jaar geleden, in 2006, was dit nog maar 16 procent. Het is dus niet correct om te zeggen dat er nog geen enkele vooruitgang is geboekt.

In uitvoering van het Vlaams regeerakkoord verleende de Vlaamse Regering haar goedkeuring aan het strategisch meerjarenplan, dat onder meer enkele nieuwe streefcijfers en definities bevat. Voor vrouwen in topkader en vrouwen in middenkader werd het streefcijfer opgetrokken naar 40 procent. Ook hier wijs ik erop dat een legislatuur vijf jaar duurt en geen twee jaar. Met het verhogen van de streefcijfers voor top- en middenkader van 33 naar 40 procent heeft de Vlaamse Regering een krachtig signaal gegeven, waar ik sterk in geloof. Bovendien werden de streefcijfers voor het middenkader in 2015 reeds behaald en ik ben ervan overtuigd dat voortdurende inspanningen om vrouwen aan te spreken voor middenkaderopleidingen en netwerksessies zich in de toekomst zullen vertalen naar het topkader. In deze commissie is dit al besproken samen met de diversiteitsambtenaar. In haar actieplan was een van de concrete acties dat ze vrouwen die nu al voor de Vlaamse overheid werken, in het middenkader of in het lager kader, er attent wil op maken dat er vacatures zijn voor topfuncties bij de Vlaamse overheid. Het is ook een kwestie van die vrouwen te motiveren en de moed te geven om te solliciteren voor die welbepaalde vacatures. Ik vind dat een goede maatregel en ik hoop dat hij in de praktijk wordt omgezet. Op die manier kun je meer vrouwen bewust maken van de belangrijke rol die ze kunnen spelen binnen de Vlaamse overheid, niet enkel als rolmodel, maar ook omdat vrouwen vaak veel efficiënter vergaderingen organiseren – ik kijk daarbij heel selectief naar mevrouw Pira. Dat komt aan iedereen ten goede, ook aan de mannelijke collega’s. Die hebben dan weer hun eigen kwaliteiten.

Wat betreft de vraag naar concrete initiatieven: dit jaar werd, met de campagne ‘Topvrouwen voor topjobs’, een eerste actie gelanceerd om het aandeel vrouwen in het topkader te verhogen, en in 2016-2017  staan nog verdere acties gepland. Dat zal ter sprake komen tijdens de bespreking van de beleidsbrief Bestuurszaken na het herfstreces.

Zowel het Agentschap Overheidspersoneel als de dienst Diversiteitsbeleid zet in op nieuwe netwerk- en vormingssessies. Er zal in een bijkomend digitaal netwerk worden voorzien waar ambtenaren ideeën kunnen uitwisselen over leiderschap en waarop interne vacatures sneller verspreid zullen worden, dit eveneens met het oog op de doorstroom van vrouwelijke ambtenaren naar het topkader. Voor de doorstroom naar middenkader voorzien we in nieuwe netwerksessies, een intern mentortraject en een aanlooptraject middenkader dat als doel heeft vrouwen voor te bereiden op een positie als afdelingshoofd. Het is niet omdat we het streefcijfer voor het middenkader al hebben bereikt dat we op onze lauweren moeten rusten. We blijven acties opzetten voor het middenkader omdat we ervan overtuigd zijn dat vanuit dat middenkader vrouwen ook kunnen doorstromen naar het topkader. Anders gaan we ons streefcijfer in het middenkader niet meer hebben. Het moet een natuurlijke evolutie en doorstroming zijn. Dat zijn dus goede initiatieven die we nog ruim kunnen bespreken naar aanleiding van de beleidsbrief.

Mijnheer De Loor, het klopt dat slechts twee van de twaalf beleidsdomeinen vertegenwoordigd zijn door een vrouw bij de effectieve leden van het Voorzitterscollege. Hoe minder vrouwen er in topfuncties zijn, hoe meer dat zich weerspiegelt in de samenstelling van het Voorzitterscollege. Van de effectieve leden zijn twee van de twaalf een vrouw en van de plaatsvervangende leden zijn er vier van de twaalf een vrouw. We moeten daar zeker nog een tandje bijsteken, maar ik wijs op de acties die ik al heb genoemd en op die welke ik zal opsommen in mijn beleidsbrief.

De heer de Loor heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord, maar ik blijf wel voor een stuk op mijn honger zitten. U laat niet in uw kaarten kijken wat betreft nieuwe of bijkomende initiatieven om een beter genderevenwicht te bereiken. Het klopt dat een legislatuur vijf jaar duurt en geen twee jaar, maar ik verwijs naar de bespreking die we hier gehad hebben net voor de zomer in het kader van het Gelijkekansen- en Diversiteitsplan 2016 van de Vlaamse overheid, waarbij de vertegenwoordigers van de commissie Diversiteit van de SERV uitdrukkelijk hebben aangegeven dat de vertegenwoordiging van vrouwen in het topkader voor de commissie Diversiteit een belangrijke bezorgdheid blijft. De commissie pleit voor verdere actie, zodat de overheid haar voorbeeldfunctie als één van de grootste werkgevers in Vlaanderen kan waarmaken.

Naar aanleiding van de herstructurering en hervorming moet erover gewaakt worden dat vrouwen niet het gelag betalen van besparingsoperaties en van fusies, zodat het onevenwicht nog groter wordt.

Tot slot, wat de cijfers van het Voorzitterscollege betreft, heb ik de indruk op basis van de laatste gegevens waar ik over beschik, dat we erop achteruit zijn gegaan. Vroeger was een vierde een vrouw, of drie op twaalf. Als u zegt dat het nu twee op twaalf is, is dat minder goed. Ook als plaatsvervangers gaan de vrouwen erop achteruit, aangezien slechts één derde van de plaatsvervangers vrouwen zijn, terwijl dat voorheen de helft was. Dat is hallucinant en het is tijd voor een kentering.

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Minister, ik dank u voor uw antwoord, waaruit een zeker engagement blijkt. U zegt dat we op twee jaar tijd niet te veel mogen verwachten, maar het is wel zo dat er een terugval is ten opzichte van 2015. Toen was het nog 25,6 procent en er is nu een terugval naar 21 procent. De realiteit daalt terwijl uw ambitie stijgt, dat betekent dat de kloof wel heel groot wordt.

Wat mij ook opvalt, is het verschil tussen de departementen. Bij Financiën en Begroting zitten we aan een zeer hoog aantal vrouwen, zeker 45 procent. Daarentegen is het bij Ruimtelijke Ordening en Wonen maar 20 procent en bij Kanselarij en Bestuur 18 procent. Die verschillen zijn toch wel heel groot. Hanteert u per beleidsdomein overal hetzelfde streefcijfer?

Minister Homans heeft het woord.

Wat die laatste concrete vraag van mevrouw Pira betreft, wordt het niet per beleidsdomein genomen, maar globaal over de Vlaamse overheid. Er zijn nu eenmaal departementen waar niet zoveel jobs zijn die vrouwen graag doen. Bij het departement Mobiliteit en Openbare Werken bijvoorbeeld werken heel veel mannen.

Ik geef nog eens de cijfers voor het topkader sinds 2012: in 2012 waren er 20,6 procent vrouwen, in 2013 21,3 procent, in 2014 24,4 procent en in 2015 25,6 procent. Het gaat dus wel degelijk in stijgende lijn.  

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.