U bent hier

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, iedereen heeft afgelopen zomer de berichten kunnen lezen betreffende de plannen die Nederland heeft om een windmolenpark op de Noordzee te ontwikkelen. Fantastisch. Iedereen is daar bezig met het ontwikkelen van groene energie. Het windgebied Borssele zou op termijn zo’n 1400 megawatt aan windenergie moeten produceren, goed voor zo’n 1,5 miljoen huishoudens. Maar – dan komt de grote ‘maar’ – om deze energie aan land te brengen wil de Nederlandse overheid vier kabels leggen in de vaargeul van onze geliefde Westerschelde.

Het Havenbedrijf Antwerpen heeft hiertegen eind augustus formeel beroep aangetekend bij de Nederlandse Raad van State. Die werkt niet zoals onze eigen Raad van State. Ik laat me vertellen dat daar over een paar maanden een uitspraak over komt. Eerder was al een bezwaarschrift ingediend, dat afgewezen werd. De argumentatie bestaat hoofdzakelijk uit volgende punten. Ze zeggen dat de kabels de scheepvaart op de Schelde bedreigen en de ontwikkeling ingaat tegen de Scheldeverdragen die Vlaanderen afsloot met Nederland en die ons zo dierbaar zijn. De bezwaren gaan heel concreet over de diepte van de kabels, de gevolgen voor de toegankelijkheid van de grootste schepen, de gevolgen voor de veiligheid bij noodankering en de gevolgen naar verzekerbaarheid en mogelijke risico’s. Men zegt dat die kabels zich 25 meter diep zouden moeten situeren, maar Nederland wil maar tot 16 meter gaan omdat de morfologie of het dynamische karakter van het gebied heel belangrijk is. Het gebied van de Westerschelde bestaat uit verschillende platen en geulen die over elkaar bewegen en sterke wijzigingen ondergaan. Die wijzigingen kunnen oplopen tot verdiepingen of verondiepingen van maar liefst gemiddeld 1 meter per jaar over een periode van vijftien jaar. Dat komt neer op een verschuiving van een geul of een verondieping van 15 meter over een periode van vijftien jaar. Dat is toch niet onbelangrijk.

U weet allemaal dat de Schelde een van de economische levensaders is voor Vlaanderen, en toegang geeft tot een van onze belangrijkste economische poorten: de haven van Antwerpen en de haven van Gent. Vrije toegang is dan ook van primordiaal belang. Elke belemmering van de scheepvaart op de Schelde vormt een bedreiging voor de jobs van de honderdduizenden Vlamingen die werken in en rond onze havens.

Minister, is Vlaanderen op de hoogte van de plannen van Nederland om een windturbinepark op starten? Heeft Vlaanderen kennis gekregen van de verschillende tracés en de uiteindelijke tracékeuze? Het antwoord daarop is uiteraard ‘ja’. Ik heb het inmiddels zelf al kunnen vernemen en lezen. In een artikel in Gazet van Antwerpen van 27 en 28 augustus staat dat ook het Vlaamse Gewest reageerde. Vlaanderen is dus op de hoogte, maar in welke zin reageerde Vlaanderen? Heeft Vlaanderen onderhandelingen gevoerd met Nederland over dit dossier? Kunt u meer vertellen over de directe betrokkenheid van Vlaanderen in de aanloop naar de tracékeuze? Wat is de uitkomst van die onderhandelingen? Het belangrijkste lijken mij de garanties die daar zijn besproken. Heeft Vlaanderen voldoende garanties gekregen om de veiligheid en de toegankelijkheid te kunnen blijven garanderen? Heeft Vlaanderen ook de afweging gemaakt om een procedure op te starten zoals het Havenbedrijf Antwerpen? We weten ondertussen dat dat niet resulteerde in de daadwerkelijke opstart van een procedure. Graag had ik wat toelichting bij de argumentatie daarvoor. Betekent dat heel nadrukkelijk dat Vlaanderen nu reeds voldoende garanties heeft verkregen, of dat Vlaanderen ervan uitgaat op zeer korte termijn die garanties te krijgen? Over welke garanties gaat dat dan? Ik voeg hier het belangrijke verzekeringstechnische element aan toe, want eerst en vooral is de garantie natuurlijk: hoe diep liggen die kabels en wat dat betekent voor noodankering? Maar worden daarbij ook de verzekeringstechnische elementen bekeken, zodat eventuele risico’s nooit als commercieel argument tegen onze havens kunnen worden gebruikt? Ik verklaar me nader. Nederland zou willen dat bij schade aan kabels het schip steeds de volledige aansprakelijkheid of de volledige schade op zich neemt, wat mogelijks in de toekomst tegen ons zou kunnen worden gebruikt.

Wat brengt de toekomst? Welke stappen zal Vlaanderen nog zetten, zowel in onderhandeling als desgevallend op juridisch vlak?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Wij zijn wel degelijk op de hoogte van de plannen van Nederland om een windturbinepark op te starten. Eind september 2014 heeft Nederland drie nieuwe locaties aangeduid om een nieuwe infrastructuur voor windenergie op zee te realiseren, namelijk Borssele, Hollandse Kust Zuid Holland en Hollandse Kust Noord Holland, en dit voor een totale capaciteit van 3450 megawatt.

Het project Borssele zal als eerste worden gerealiseerd en gaat gepaard met de aansluiting van het nieuwe windmolenpark op het landelijke elektriciteitsnet via een transmissiesysteem op zee. Dit houdt in dat er vier transmissiekabels van 220 kilovolt (kV) zullen worden aangelegd tussen de offshore platforms en het landelijke elektriciteitsnet.

Tot op heden zijn er in dit dossier verschillende formele en informele consultaties geweest tussen Nederland en Vlaanderen, zowel op administratief, diplomatiek als op politiek niveau. Vlaanderen is niet wild enthousiast over de gekozen oplossing om het tracé door de Westerschelde te laten lopen, gelet ook op de risico’s die dat met zich mee kan brengen vanuit het perspectief van de scheepvaart en de Vlaamse belangen.

Het doel van de onderhandelingen tijdens de afgelopen periode is om de risico’s maximaal te mitigeren. Het feit dat de haven van Antwerpen ondertussen de beroepsprocedure heeft opgestart, heeft natuurlijk ook gevolgen voor deze onderhandelingen, zowel positieve als mogelijks negatieve. In positieve zin omdat dit een stok achter de deur is en dus een zekere vrijwaring van rechten in hoofde van de haven van Antwerpen. De druk om tot een oplossing te komen wordt groter. Maar er is ook een keerzijde: de Nederlanders zijn wat terughoudender geworden om bepaalde concessies te doen en te formaliseren. Zij vrezen dat die concessies nog bovenop eventueel door de Raad van State opgelegde concessies zouden komen.

Ik ben ervan overtuigd dat een algemeen compromis met Nederland mogelijk is en betere garanties biedt dan een beroepsprocedure. Een beroepsprocedure houdt immers het risico in dat Nederland de kabels zou kunnen aanleggen zonder een deel van de engagementen aan te gaan die het in het kader van een compromis wel bereid is op zich te nemen.

De Vlaamse overheid heeft zich niet aangesloten bij de beroepsprocedure van de haven van Antwerpen omdat dit geen enkele meerwaarde heeft. We willen blijven onderhandelen maar intussen hebben we ook een stok achter de deur. We gaan in de luwte verder met de besprekingen om een afdoend compromis te vinden waarbij de procedure voor de Raad van State geldt als ultieme stok achter de deur.

In overleg met Nederland hebben we ondertussen een aantal belangrijke engagementen van Nederland gekregen die essentieel zijn voor het vrijwaren van de scheepvaart en de nautische toegankelijkheid. Omdat de onderhandelingen nog lopen, kan ik nu niet dieper ingaan op de details. Inhoudelijk kan ik wel alvast meedelen dat uit berekeningen van het risico op schade aan de kabels door ankers blijkt dat dat risico beperkt is tot 1 op 20.000 jaar. Hoewel de Nederlanders ervoor bekend staan om zich zeer goed te beschermen tegen overstromingen, is de kans op schade aan deze kabels dus nog kleiner. Dit is onder meer te danken aan het feit dat de kabels in de Westerschelde een dekking van minstens 3 meter zullen krijgen.

In de onderhandelingen trachten we ook oplossingen te zoeken zodat het overblijvende theoretische risico geen risico betekent voor de scheepvaart. Er wordt gewerkt aan een algemeen akkoord met concrete afspraken die zullen worden vastgelegd in een besluit van het Politiek College van de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie op de Vlaams-Nederlandse top van 7 november 2016. Tegen die tijd willen we een gedragen compromis bereiken.

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. U hebt het gehad over een dubbele positie: het is belangrijk dat Vlaanderen kan blijven onderhandelen maar de actie vanuit Antwerpen is goed omdat het een stok achter de deur is.

Ik begrijp dat u niet veel kunt zeggen over concrete concessies, ik verwacht dat vandaag ook niet van u, maar ik vind het wel belangrijk dat u zegt dat er belangrijke bijkomende garanties zijn. Dat is cruciaal, eventueel met het oog op het afsluiten van een procedure of het bereiken van een gezamenlijk akkoord. Dat betekent dat we nu al verder staan dan de afgelopen maanden en dan een paar weken geleden toen het nieuws bekend werd.

Onze dierbare noorderburen hebben het doorheen de geschiedenis wat uitgehangen, als ik dat zo mag zeggen, en hebben zo de perceptie een beetje tegen gekregen. Ik wil niet teruggrijpen naar het afsluiten van de Schelde of naar de lange periode van de tolheffing die daarop werd geheven. Dit is voor Nederland dan ook een kans om te bewijzen dat zij het goed voorhebben met de Vlaamse havens. Ik hoop dat u uw inspanning kunt voortzetten. Ik ben alleszins tevreden met de timing van begin november. Ik hoop dat er dan ook degelijk meer concessies worden gedaan en dat de garanties worden gegeven die Vlaanderen nodig heeft.

Ik wil ook nog eens het belang van het verzekeringstechnische aspect en van het risico benadrukken. Het is cruciaal met het oog op commerciële situaties in de toekomst dat dit nooit tegen ons kan worden ingeroepen. Ik kijk vol verwachting uit naar de afloop. We zullen daar begin november ongetwijfeld meer over vernemen.

De voorzitter

De heer de Kort heeft het woord.

Dirk de Kort (CD&V)

Minister, ik vraag me af of Vlaanderen in dezen wel voldoende alert heeft gereageerd en of het niet beter zou zijn om daadwerkelijk, zoals de haven van Antwerpen, een procedure ten aanzien van Nederland op te starten. Wanneer we zien hoe lang we over de Scheldeverdieping hebben gedaan en hoe lang het verplaatsen van een kruimel zand heeft geduurd, dan vind ik dat de Nederlanders daar heel snel geen enkel probleem over maken terwijl er voor de toekomst een groot risico bestaat dat de vrije scheepvaart en de nautische toegankelijkheid worden verhinderd. Met het oog op een aantal dossiers uit het verleden blijf ik dan ook op mijn hoede wat de onderhandelingen met de Nederlanders betreft. Ik vraag me af of we de afgesloten verdragen niet moeten vrijwaren en pleiten voor vrije scheepvaart. Op die manier nemen we geen enkel risico. Ik vind het ook onvoldoende dat men zegt dat er wel een minimale vulling van 3 meter zal zijn boven de kabel die wordt aangelegd. We hebben hier immers te maken met een bewegende Schelde. We geven op die manier veel te gemakkelijk onze vrijheid van scheepvaart en de nautische toegankelijkheid op.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik kan natuurlijk niet op alle details ingaan. U hebt het over de beweeglijkheid van de Schelde. Wanneer in een vergunning een diepte wordt afgesproken, dan wordt daarin ook de verplichting opgenomen tot onderhoud en monitoring van die diepte. Het is de bedoeling om op basis van regelmatige controle en testen die diepte te behouden.

We hebben niet geparticipeerd in de procedure omdat dat geen meerwaarde biedt. Het belang in de procedure bij de Raad van State van het Havenbedrijf is duidelijk. Zuiver juridisch bekeken zou het geen toegevoegde waarde bieden indien Vlaanderen daarin zou participeren. Niet participeren biedt ons ook de mogelijkheid om verder te onderhandelen. Met het oog op het te bereiken resultaat lijkt het me als goede huisvader goed die verantwoorde positie in te nemen. Ik denk dat we daarmee zelfs een beter resultaat kunnen bereiken, ook ten voordele van de Antwerpse haven, de Westerschelde en het mitigeren van de risico’s, dan wanneer we enkel de juridische weg zouden bewandelen.

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Minister, vanuit Antwerpen deelt iedereen dezelfde zorg. Net om die reden is het belangrijk dat de onderhandelingen worden voortgezet. U hebt bevestigd dat er wellicht belangrijke bijkomende garanties komen. Twee instanties hebben daarin hun verdienste: Antwerpen heeft de druk op de ketel gehouden maar u en uw diensten hebben met Nederland verder onderhandeld.

Ik hoop dat we ervan mogen uitgaan dat de Nederlanders hun goede trouw zullen bewijzen en dat ze beseffen wat het belang is voor de Vlaamse havens van de toegankelijkheid daarvan.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.