U bent hier

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, ik heb mijn vraag begin augustus ingediend. Een aantal cijfers zullen dan ook niet meer kloppen.

Iedereen in de commissie kent het systeem van de on-boardunit (OBU). Intussen zijn er 609.000 OBU’s geïnstalleerd in Belgische en buitenlandse vrachtwagens. Elke dag bevinden zich zo’n 130.000 à 140.000 vrachtwagens op onze wegen.

De gewesten zijn verantwoordelijk voor de controles. Die gebeuren door camera’s met nummerplaatherkenning en door mobiele teams die de vrachtwagens die niet in orde zijn, aan de kant zetten.

Uit cijfers van de Vlaamse Belastingdienst is gebleken dat ongeveer 1600 boetes zijn uitgeschreven door controles via camera en 168 door de mobiele eenheden. Bij die 1600 overtredingen die werden geregistreerd met camera’s, gaat het enkel over Belgische transporteurs omdat de gegevens van buitenlandse transporteurs van de cameraportieken “verder worden geëvalueerd en verfijnd waardoor er nog geen boetes naar buitenlandse adressen zijn gestuurd”.

Van de 168 overtredingen geregistreerd via mobiele controles betrof het merendeel buitenlandse chauffeurs.

Minister, een van uw belangrijkste argumenten voor het invoeren van een kilometerheffing voor vrachtwagens was dat buitenlandse vrachtwagens die over onze wegen razen, ook moeten betalen voor het gebruik daarvan. Nu blijkt echter dat de boetes voor buitenlandse chauffeurs niet kunnen worden toegekend waardoor Vlaanderen een aanzienlijk bedrag misloopt.

De Koninklijke Federatie van Belgische Transporteurs en Logistieke Dienstverleners Febetra stelt – en dat is ook altijd onze visie geweest – dat een kilometerheffing niet, zoals u veelal stelde, mobiliteitssturend zou werken. Ik ben trouwens van oordeel dat dit ook niet het geval zal zijn bij een kilometerheffing voor personenwagens. In feite betalen wij die kilometerheffing al aan de pomp.

Minister, waarom zijn tot nog toe geen boetes verstuurd naar buitenlandse transporteurs? Wat bedoelt men precies met het verder evalueren en verfijnen van de gegevens van buitenlandse transporteurs? Beperkt het probleem zich tot het ontbreken van een voldoende juridisch kader over de gegevensuitwisseling met het buitenland?

Wat blijft er nog over van het argument dat de invoering van de kilometerheffing het laten meebetalen door buitenlandse transporteurs was nu blijkt dat overtredingen wel kunnen worden vastgesteld maar boetes niet kunnen worden opgestuurd?

Welke initiatieven neemt u ter zake en binnen welke termijn denkt u een afdoende gegevensuitwisseling te kunnen realiseren?

Hoe reageert u op de verklaring van de directeur van Febetra dat de kilometerheffing voor vrachtwagens helemaal niet mobiliteitssturend is?

Is er sinds de invoering van de kilometerheffing voor vrachtwagens sprake van significante verschuivingen in de trajecten die het vrachtvervoer in Vlaanderen aflegt, met andere woorden, wat is onder andere de impact op het gebruik van alternatieve routes en de ontwikkeling van sluipverkeer?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

De handhaving van het systeem van de kilometerheffing ressorteert onder de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) en dus onder de bevoegdheid van minister Tommelein.

Het overgrote deel van de vrachtwagens die in het buitenland zijn geregistreerd, is wel degelijk in regel met de kilometerheffing, vooral wat betreft het aan boord hebben van een operationele on-boardunit, zodat aan de hand hiervan de verschuldigde heffing correct kan worden berekend.

Het aantal boetes dat tot begin augustus werd uitgeschreven, namelijk 1768, wijst mijns inzien wel degelijk op een hoge mate van ‘compliance’ van heffingsplichtige voertuigen, zowel van deze die in België als van deze die in het buitenland zijn geregistreerd. Het probleem waar u naar verwijst, betreft enkel niet-betaalde heffingen of daarmee gepaard gaande boetes die moeten worden geïnd van in het buitenland geregistreerde voertuigen wanneer die nog niet op de weg kunnen worden onderschept. Ik heb in een eerder antwoord op een parlementaire vraag al aangeven dat deze voertuigen daarmee de dans niet ontspringen. Die niet-betaalde sommen worden wel degelijk in het systeem opgeslagen in een ‘alert list’. Wanneer die voertuigen op onze wegen worden gesignaleerd, worden zij ook van de weg geplukt. Wij hebben vliegende controle-units die vrachtwagens uit het verkeer kunnen plukken waarbij dan tot onmiddellijke inning kan worden overgegaan.

Wat het ontbreken betreft van een Europees kader voor de uitwisseling van gegevens over deze voertuigen, heb ik minister Tommelein om nadere details gevraagd. Hij laat weten dat zijn administratie een inventaris heeft opgemaakt met voor een veertigtal landen de bestaande algemene en specifieke rechtsinstrumenten met het oog op de uitwisseling van nummerplaatgegevens. VLABEL werkte daarvoor samen met het Departement Financiën en Begroting en met het Departement internationaal Vlaanderen.

Deze inventaris zal binnenkort op intergewestelijk overleg besproken worden. In de schoot van het Overlegcomité kunnen dan afspraken gemaakt worden over verder te ondernemen maatregelen.

Zoals ik eerder al zei, is het gros van de heffingsplichtige, in het buitenland geregistreerde voertuigen wel degelijk in regel met de kilometerheffing en betalen zij wel degelijk de verschuldigde heffing volgens de voorziene mogelijkheden en procedures. Enkel een kleine minderheid van voertuigen betaalt misschien niet onmiddellijk maar wordt dan toch gevat. Zij die maar eenmaal door het land reizen en vervolgens nooit meer, de restcategorie, vormen een te verwaarlozen fractie.

De alert list faciliteert de verdere opvolging. Voertuigen worden snel en automatisch geseind naar de controleurs op de weg op het ogenblik dat zij opnieuw door een van de camera’s boven en langs de Belgische wegen worden gedetecteerd. Dit laat toe om onmiddellijk en gericht op te treden en, eenmaal het voertuig wordt onderschept, alle nog openstaande bedragen te innen. Op die alert list staat immers ook welke boetes nog openstaan. Die informatie wordt automatisch doorgegeven door de mensen op het terrein die onmiddellijk kunnen overgaan tot de inning van de boetes en de eventuele inbeslagname van het voertuig. Dat hebben onze diensten intussen ook al gedaan.

Wat het gebrek aan sturende impact van de kilometerheffing voor vrachtwagens betreft, leert de verklaring van Febetra ons niets nieuws. Het aandeel van de vrachtwagens op onze wegen beslaat slechts een deel van de totale vloot, en elke regeling die enkel dit kleiner deel beïnvloedt, zal slechts een beperkte impact hebben op het totaalbeeld. Vandaar dat ik ook altijd heb gezegd dat we die mobiliteitssturing zeker moeten doorvoeren wanneer we een algemene kilometerheffing invoeren voor personenwagens. Dat moet dan een slimme kilometerheffing zijn, wat betekent dat de huidige kilometerheffing voor vrachtwagens eveneens slim moet worden gemaakt.

Ik ben voorstander van zo’n systeem omdat het kan leiden tot een belastingverlaging voor de modale Vlaming en tot het laten meebetalen door de buitenlanders. Voordien betaalden de buitenlandse vrachtwagens via het eurovignet mee voor het gebruik van onze wegens, zij het forfaitair en niet a rato van het aantal gereden kilometers. Voor de personenwagens telt dat niet. Mijnheer Sintobin, u zegt dat er een heffing is aan de pomp. Voor buitenlanders is dat niet het geval omdat in vele gevallen de talloze personenwagens die door ons land razen, zelfs niet tanken in ons land. Deze kilometerheffing is dan ook een mogelijkheid om ervoor te zorgen dat ook zij een bijdrage leveren.

Die inkomsten zouden kunnen leiden tot een afschaffing van alle verkeersbelastingen en tot extra inkomsten ten voordele van de weginfrastructuur.

Er is een controlemeting georganiseerd. Daarbij wordt op een 450-tal locaties gespreid over de gewestwegen in Vlaanderen het aantal vrachtwagens gemeten. Dit is dan ook een heel grote oefening. Op dezelfde locaties is er in 2013-2015 ook een telcampagne gebeurd. Ik heb de gemeenten trouwens aangeboden om zelf een telling te vragen of te organiseren.

De vergelijking van beide telcampagnes zal een indicatie geven van eventuele verschuivingen in de trajecten van de vrachtwagens. De telcampagne vindt plaats van september 2016 tot en met april 2017. Ik hoop tegen de zomer van 2017 de eerste resultaten te kunnen voorleggen. Dan kunnen we nagaan in welke mate er sprake is van een serieuze toename. Wanneer er bijvoorbeeld een toename is van het vrachtverkeer met 20 procent, dan kunnen we effectief spreken over enig effect van de kilometerheffing en kunnen we de gepaste stappen zetten, zoals de opname in het betolde wegennet, maar er zijn natuurlijk ook andere opties.

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik zal een schriftelijke vraag stellen aan minister Tommelein zodat een aantal zaken kunnen worden verduidelijkt. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk om te weten met welke landen een overeenkomst is gesloten. Het zijn immers veelal dezelfde buitenlandse vrachtwagenbestuurders die over onze autosnelwegen razen.

Ik ga met u akkoord dat een groot deel van de buitenlandse chauffeurs in orde is met de OBU. Dat blijkt ook uit de cijfers, natuurlijk. Dat neemt echter niet weg dat we wat u het kleine probleem van niet-betaalde boetes of het niet kunnen uitreiken van de boetes noemt, moeten opvolgen. Ik ben het ook met u eens dat er vliegende controles zijn, en een alert list waardoor men vrachtwagens aan de kant kan zetten, maar natuurlijk zou je ook kunnen zeggen dat dit probleem kon worden voorzien. We wisten op voorhand dat er misschien wel een probleem zou zijn met het sturen van boetes naar buitenlandse transporteurs of vrachtwagenbestuurders. We merken bijvoorbeeld trouwens hetzelfde, en dat heeft dan ook te maken met personenwagens, in een stad als Antwerpen, waar een lage-emissiezone wordt ingevoerd en waar buitenlandse chauffeurs eigenlijk ook niet kunnen worden beboet wegens een aantal juridische problemen.

Wat de impact op de mobiliteit betreft: we gaan ongetwijfeld in de volgende legislatuur, of misschien al in deze legislatuur, de discussie voeren over het invoeren van een kilometerheffing voor personenwagens. Ik geloof er niet zo in dat dit een heel grote impact zal hebben op de mobiliteit, en als u al wilt dat die kilometerheffing mobiliteitssturend wordt, dan zal dat uiteraard gepaard moeten gaan met de uitbouw van ons openbaar vervoer.

Ik ben blij dat er een evaluatie komt, dat er een telling, misschien zelf een dubbele telling komt, en dat u bereid bent om op basis van evaluatiegegevens ergens misschien een bijsturing te doen, en een uitbreiding van het tolsysteem. Wij zijn daar op zich geen voorstander van, maar als het dan toch moet... Het zal je immers maar overkomen dat er continu vrachtwagens door je kleine dorp rijden. Bij ons in de provincie kennen we zo toch wel enkele gewestwegen, zoals de N8. Ik zie mevrouw Fournier zitten. Daar rijden er toch op een kleine, smalle weg continu vrachtwagens door kleine dorpen. We moeten dat dus nauwgezet in het oog houden.

De voorzitter

Mevrouw Fournier heeft het woord.

Voorzitter, ik had ook een kleine vraag, die aansluit bij wat collega Sintobin net heeft gezegd in verband met sluipverkeer. Minister, u zegt dat er tellingen in een vierhonderdtal meetpunten zijn en dat er een evaluatie of een hertelling zal gebeuren van september tot april. Nu, ik ben vorige week in de Westhoek geweest. Daar hebben ze op zich absoluut geen problemen met de kilometerheffing, maar daar is er wel heel veel duidelijk sluipverkeer. Er is dus één baan, de N8, waar tol op wordt geheven. Geen probleem, maar iedereen zoekt alternatieve wegen. Die zijn er ook, aan de kant van Diksmuide, en er is daar een heel grote toename. De tellingen waarover u sprak, zijn blijkbaar al gebeurd, in Kaaskerke in Diksmuide. Daar, op die alternatieve wegen, is er toch een toename van het aantal vrachtwagens met ongeveer 15 procent, en met 23 procent van vrachtwagens met trailer. Nu, op zich hebben ze er absoluut geen moeite mee dat dat plan wordt aangepast, maar als duidelijk is dat er nu al problemen zijn, zult u wachten tot na april met een totale evaluatie en herziening? Of is het eventueel mogelijk dat die herziening, per regio, per provincie of wat dan ook, vroeger zou kunnen gebeuren, als blijkt dat er nu in bepaalde delen van West-Vlaanderen of waar dan ook al een immens probleem is? Bent u dus bereid om die evaluatie sneller te doen, of zult u wachten tot na april?

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Voorzitter, minister, ik heb een korte aanvullende vraag over die tellingen, de controlemetingen die u gaat doen. U spreekt over het gaan meten van mogelijke verschuivingen. U gewaagt van een subjectief gevoel. Goed, er zal moeten worden bewezen of die verschuivingen er zijn en of het dan daadwerkelijk over sluipverkeer gaat. Ik zou u echter willen vragen om ook te bekijken of dat allemaal gaat om een verschuiving intern, van vervoer naar vervoer op Vlaamse wegen, als het zo zou zijn, of dat er ook sprake is van vervoer dat is ‘verdwenen’, richting de binnenvaart of buitenlandse stromen, bijvoorbeeld. Het zou ook best wel eens kunnen dat er een verschuiving is van een verdere verspreiding van goederen omdat bepaalde goederen niet meer in Antwerpen zouden aankomen. We hopen natuurlijk met zijn allen dat dat niet het geval is. Het is ook mogelijk dat er vrachtvervoer van de baan wordt gehaald en naar de binnenvaart verschuift. Dat zou op zich een goede zaak zijn, voor alle duidelijkheid. Kan dat op een of andere manier worden meegenomen in die tellingen die u doet en de conclusies die u eraan verbindt?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Wat dat laatste betreft, als het gaat over de modal shift, moeten we rekening houden met aannames en bevragingen, want je kunt natuurlijk niet weten waar verkeer naartoe gaat. Op basis van die metingen en tellingen kun je wel vaststellen dat er een toename of een afname is, maar waar dat verkeer dan naartoe zou zijn als er sprake is van een afname, is moeilijk in te schatten, zeker niet op basis van die cijfers. We gaan er echter wel van uit dat er een beperkt effect moet zijn op het vlak van de modal shift, bijvoorbeeld voor de binnenvaart.

Mijnheer Sintobin, dan is er het kleine probleempje dat we nog hebben omdat we geen nummerplaatgegevens met alle landen kunnen uitwisselen. Er zijn nu beperkte overeenkomsten om dat wel te doen, onder andere met Nederland en ook met Frankrijk, dacht ik. Was dat te voorzien? Dat is heel beperkt. We wisten dat vanzelfsprekend op voorhand, maar de problematiek was nu niet van dien aard om te beslissen te wachten met dit systeem. Ik heb er nog eens op gewezen dat met de invoering van de kilometerheffing uiteindelijk de mazen in het net dermate beperkt zijn dat, wanneer die vrachtwagens zich opnieuw op ons grondgebied begeven, ze automatisch toch van de baan worden geplukt. Er rijst dus maar een zeer miniem probleem, denk ik. Wat nu gebeurt, is dat men voor een veertigtal landen de rechtsinstrumenten wat inventariseert, met het oog op de uitwisseling van nummerplaatgegevens. Dat gebeurt vooral vanuit het oogpunt van administratieve vereenvoudiging, zodat het voor ons vlotter zou gaan om te kunnen factureren. Dat is vooral het uitgangspunt, en niet zozeer het feit dat we niet zouden kunnen innen.

Wat de meetpunten betreft, ik weet nu niet over welke metingen het gaat en door wie die zijn verricht. Ik veronderstel dat die telling alleszins geen deel uitmaakt van de geofficialiseerde metingen die wij hebben gedaan. Je moet immers natuurlijk dezelfde methodologie gebruiken en op dezelfde punten gaan meten. Dat moeten we dan wel weten, zodat we geen appels met peren gaan vergelijken. Kan ik, voor zover die meetgegevens dan volledig accuraat zijn, dan vroegtijdig ingrijpen? U moet weten dat het aanpassen van het betolde wegennet een decretale wijziging vereist, omdat alle wegen in kwestie nominatim vermeld staan in de bijlage van het decreet zoals dat hier ook is goedgekeurd. Dat wil dus zeggen dat we bij elke aanpassing een decreet moeten wijzigen. We zullen die oefening dan ook in één keer moeten doen, want als we voor elke weg na afloop van elke al dan niet accurate telling het decreet moeten wijzigen, gaan we wel een tijdje bezig zijn, denk ik, ook met alle mogelijke gevolgen van dien voor de rechtszekerheid. Dus neen, dat nog niet, maar dat belet niet dat er andere, infrastructurele maatregelen kunnen worden genomen op die vermeende sluipwegen. Meestal is dat trouwens ook een sluipweg die in handen is van de lokale overheid, en het staat de lokale overheid natuurlijk altijd vrij om infrastructurele ingrepen te doen, als dat kan ook minstens even in overleg met de buurgemeenten.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.