U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Bastiaens heeft het woord.

Caroline Bastiaens (CD&V)

Minister, u hebt in uw antwoord op de vorige vraag gezegd dat de UiTPAS een zeer positief instrument is. De uitrol ervan loopt steeds voort. Ik heb in mijn vraag een aantal elementen aangegeven die deze zeer positieve evolutie van het gebruik van de UiTPAS illustreren, zowel voor kansrijken als voor kansarmen. We zien ook de verdere uitrol naar een aantal nieuwe regio’s, deze maand naar Maasmechelen en Mechelen, en later dit jaar ook naar Heist-op-den-Berg en Leuven. Ik zal daar op zich niet verder in detail op ingaan, en kom meteen tot mijn vragen.

Minister, hoe evalueert u de uitrol van de UiTPAS? Zullen er extra inspanningen worden geleverd om de uitrol over heel Vlaanderen te versnellen tijdens deze regeerperiode? Voor kleinere gemeenten lijkt een regio-initiatief de enig haalbare instap in de UiTPAS. Wilt u een dergelijke regionale aanpak stimuleren en hoe?

Werden er met CultuurNet afspraken gemaakt over een bijsturing van de UiTPAS naar aanleiding van een aantal vaststellingen die werden gemaakt in de studie, vooral ook in verband met de gerichte communicatie naar kansengroepen?

Kan het initiatief van de reguliere schooluitstappen, zoals in de regio Dender, bij een positieve evaluatie verder uitgerold worden in andere regio’s? Kunnen wij hen stimuleren om dat te doen?

De beheersovereenkomst met CultuurNet wordt momenteel onderhandeld. Bent u bereid om bijkomende middelen uit te trekken voor CultuurNet? Immers, het succes van de UiTPAS betekent dat CultuurNet gewoonweg meer middelen nodig heeft om het systeem voor meer klanten te laten draaien.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Voor het einde van deze legislatuur zal ik, zoals afgesproken, een evaluatie van het instrument UiTPAS voorleggen. Voorlopig kan ik stellen dat de uitrol geleidelijk maar intensief wordt voortgezet. De kracht voor een succesvolle uitrol ligt in overtuigde lokale besturen die UiTPAS als een sluitstuk inzetten van hun lokale vrijetijdsbeleid.

Enerzijds is de uitrol van UiTPAS daardoor een geleidelijk proces waarin steden, gemeenten en regio’s zelf kiezen wanneer ze de stap zetten. Dat doen ze op het moment waarop ze van oordeel zijn dat ze voldoende draagvlak hebben gecreëerd en de nodige voorbereidingen hebben getroffen. Anderzijds is de uitrol van UiTPAS een intensief proces. De begeleiding en ondersteuning van de lokale of regionale invoering van een UiTPAS vraagt heel wat inspanningen bij de betrokken besturen. De UiTPAS is op vele plekken immers een katalysator voor een geïntegreerd lokaal vrijetijdsbeleid. Daarbij zijn naast de vrijetijdsdiensten ook noodzakelijkerwijs diensten en organisaties uit sociaal beleid en vaak ook uit andere gemeentelijke afdelingen betrokken. Dan zijn er nog de private partners, en daarmee bedoel ik het bredere middenveld in de gemeente.

Bovendien haakt de uitrol van de UiTPAS in op een transformerend lokaal vrijetijds- en participatiebeleid zoals de nieuwe beheers- en beleidscyclus, de werking van het Gemeentefonds, de overheveling van de bevoegdheden Cultuur, Jeugd en Sport van de provincies naar Vlaanderen en ook nog eens de inkanteling van het OCMW. Dit maakt een implementatietraject een stuk intensiever, maar biedt opportuniteiten om de beleidsinitiatieven lokaal op elkaar af te stemmen.

In de gemeenten gaat het immers vaak om een kleinere of grotere transitie op het niveau van diensten, organisatie, communicatie… Soms wordt parallel een soortgelijke transitie gelopen op een regionaal niveau. Sommige lokale besturen en regio’s opteren ervoor om deze transitie te doorlopen vooraleer de UiTPAS te introduceren. Dit vergt een intensieve kwalitatieve begeleiding van CultuurNet, dat in samenwerking met partners oplossingen tracht aan te reiken met het oog op een succesvolle introductie en toepassing.

Momenteel houdt CultuurNet zich aan de afspraken binnen de lopende beheersovereenkomst. Zonder een voorafname te doen op de volgende beheersovereenkomst moet het, volgens CultuurNet, mogelijk zijn om tegen het einde van de volgende overeenkomst – dan zijn we wel al in 2021 – in het UiTPAS-systeem te voorzien voor heel Vlaanderen.

Een regionale instap is, zeker voor kleinere gemeenten, een interessante of zelfs de enige mogelijke stap in het systeem. Ik stimuleer dat door bij de beoordeling van de instapcriteria groot belang te laten hechten aan de inspanning van lokale besturen voor een regiowerking, ook al stapt een lokaal bestuur aanvankelijk alleen in.

Regionale samenwerking is echter vaak niet evident en vraagt in het voortraject van een kandidaatstelling nog meer tijd dan ik in het eerste deel van mijn antwoord beschreven heb.

Het gaat dan bijvoorbeeld over de afstemming tussen de bestaande intergemeentelijke samenwerkingsverbanden inzake cultuur, jeugd, sport, bibliotheken en welzijn en dergelijke, of over het mandaat van het intergemeentelijk samenwerkingsverband betreffende UiTPAS en de herkomst van de middelen om dit regionaal proces te trekken en te continueren. In die zin is het hoopgevend dat er recent twee regiowerkingen zijn goedgekeurd en dat de werkingen in de regio’s Zuidwest en Dender succesvol mogen worden genoemd. We horen bovendien positieve geluiden over de uitbreiding van de bestaande regio’s.

De derde vraag gaat over kansengroepen. De communicatie over UiTPAS naar potentiële pashouders – naar mensen in armoede – wordt in eerste instantie geregisseerd door de lokale overheden, al dan niet via een regionaal samenwerkingsverband. Via lokale en regionale werkgroepen geeft CultuurNet advies en worden praktijken en ervaringen uit andere UiTPAS-regio’s gedeeld. Deze kennis wordt ook structureel ingebed in het bredere UiT-netwerk via strategische contentmarketing, netwerkdagen zoals UiTforum, een UiTPAS-inspiratiedag, en kruisbestuiving met andere Vlaamse expertisepartners zoals het Netwerk tegen Armoede en Demos. Via het Netwerk tegen Armoede worden tussen de verenigingen ervaringen uitgewisseld en standpunten gedeeld, die op hun beurt inspirerend zijn voor de lokale werkgroepen. Demos zorgt voor kruisbestuiving op netwerkevents waarbij kennis en expertise wordt ontsloten.

Op basis van geregistreerde lokale noden worden, indien technisch mogelijk, extra functionaliteiten ontwikkeld. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het belang van geprinte communicatie over het aanbod dat CultuurNet ontwikkelde via een extra functie in de UiT-databank. Daarmee kunnen lokale medewerkers snel en op eigen kracht een selectie van het aanbod op een flyer printen. Om bepaalde groepen te bereiken moeten prints immers de digitale kloof helpen dichten. De beoordelingscommissie en de stuurgroep voor het UiTPAS-programma bundelen bevindingen en suggesties. Die worden onder meer ingezet om doelgroeporganisaties en lokale besturen te sensibiliseren over de eigenheden en noden van de pashouders in het algemeen en van kansengroepen in het bijzonder. CultuurNet, Demos, Netwerk tegen Armoede en de VVSG besteden hieraan aandacht in hun werking met hun achterban en partners.

Maar UiTPAS blijft ook een spaar- en voordelenpas voor iedereen. Naast de betrachting om maximaal kansengroepen zoals mensen in armoede te bereiken, moet de samenstelling van de groep pashouders zo optimaal mogelijk de totale bevolking weerspiegelen, niet alleen inzake leeftijd en geslacht, maar ook inzake opleiding, activiteitsgraad, inkomen en andere parameters. Op dit ogenblik heeft gemiddeld 13 procent van de pashouders al UiT-punten omgeruild. Een kwart van de Vlamingen kan een UiTPAS krijgen; van dat kwart gebruikt 13 procent de pas actief. Dat kan ons op het eerste gezicht somber stemmen. We zien echter belangrijke verschillen tussen UiTPAS-regio’s. Er lijkt een sterk verband te zijn met de tijd dat de UiTPAS in een regio al aan de slag is. Dat is logisch, want zo’n loyaliteitsprogramma heeft tijd nodig om zich te vestigen. Onder meer toeleiding, communicatie en personeelsinzet moeten op kruissnelheid komen. Dat zien we ook in de commerciële sector, waar de benchmark voor een loyalty program een omruilratio van 30 procentpunten over vijf jaar is. In de meeste steden en gemeenten die meedoen, halen we dat nog niet.

U had het ook over de link met onderwijs en schooluitstappen in het bijzonder. CultuurNet heeft de opdracht gekregen om een Vlaamse vrijetijdspas uit te rollen. Alhoewel de toepassing van UiTPAS bij reguliere schooluitstappen eigenlijk een onderwijsmaterie is, werd op uitdrukkelijke vraag van Regio Dender deze toepassing mee opgenomen. Hoewel er nog geen specifiek onderzoek is verricht over meetbare effecten, wordt verwacht dat deze toepassing cultuureducatie en toeleiding naar het vrijetijdsaanbod bevordert. Er werd om deze toepassing te faciliteren met projectmiddelen geïnvesteerd in een afgeleide software-interface.

Op de verschillende ondersteuningsmomenten van geïnteresseerde of opstartende regio’s wordt deze bijkomende toepassing voor het onderwijs steeds aangeboden, maar niet opgelegd, want het betreft een toepassing die zich buiten het domein van de vrije tijd situeert. Er zijn ook enkele bijkomende drempels, omdat het een verzwaring is van het implementatieproces en deze toepassing uiteraard ook een forse verhoging van de beschikbare middelen – voor bijdragen vanwege de lokale overheid – vergt.

Ik ben er echter van overtuigd dat het onderwijs op lokaal vlak een belangrijke partner is van het UiTPAS-project en dat in het kader van de geplande samenwerking met de minister van Onderwijs betreffende cultuureducatie en toeleiding naar cultuur deze piste kan worden onderzocht en operationeel gemaakt.

De laatste vraag gaat over de beheersovereenkomst met CultuurNet. UiTPAS vertoont een succesvolle uitrol, ondanks het feit dat het een relatief jong programma is. Maar een toenemend aantal UiTPAS-partners genereert automatisch bij CultuurNet meer ondersteuningsvragen. Bovendien komen er heel wat vragen die UiTPAS overstijgen. De lokale besturen leggen immers een intensief traject af inzake financiering voor bijdragen ten voordele van mensen in armoede, regionale afstemming en samenwerking. Daarbij zijn meerdere domeinen betrokken. Ook Vlaamse spelers van andere domeinen vragen naar toepassingen, zoals een loyaltyspeler zoals BILL. Er komen ook vragen over interessante smartcitytoepassingen. Hoewel ik open sta voor dergelijke uitbreidingen, is het van belang in de eerste plaats de verdere opschaling van UiTPAS over Vlaanderen te verzekeren. Hiervoor zal ik samen met mijn collega’s van de Vlaamse Regering in voldoende middelen voorzien. Dat is een zaak voor de toekomst. Uw desbetreffende vraag is pertinent, en u stelt ze ook op tijd.

Caroline Bastiaens (CD&V)

Voorzitter, minister, collega's, u zei het ook: het is een relatief jong verhaal, dat langzaam op gang komt, maar zoals een diesel die eenmaal op gang is gekomen, almaar sneller gaat. U hebt het over een volledige uitrol in Vlaanderen in 2021. Dat is nog veraf. Ik begrijp dat u realistisch wilt zijn, maar hoe sneller het kan, hoe beter – en dat hangt af van de centen die moeten worden gevonden. Terecht wees u op de cruciale rol van de lokale besturen en op de meerwaarde van de regionale samenwerking. U hebt het niet echt gehad over een aantal mogelijkheden die het door u aangekondigde decreet regionaal cultuurbeleid kan genereren. Ik kijk daarnaar uit, en hoop dat we daar samen kunnen aan werken. Ik ben erg blij dat u kort verwees naar de digitale kloof, die een realiteit is. We moeten daaraan werken. Ik heb in dat verband een bezorgdheid die ik met u wil delen. Enkele weken geleden organiseerden we de babyborrel voor Cultuurconnect, dat zeer sterk inzet op het digitale. Dat beantwoordt aan een vraag, maar tezelfdertijd is er nood aan meer, aan een breder verhaal.

Een ander element is de noodzaak om samen met partners zoals het Netwerk tegen Armoede te blijven zoeken naar manieren om kansengroepen te bereiken. U verwees er ook naar. In dat verband leeft de vraag hoe we groepsinschrijvingen kunnen vergemakkelijken. Dat is nuttig en nodig om mensen over de drempel te helpen, want die is van financiële, maar ook van psychologische aard.

Wij van de N-VA vinden de UiTPAS een goed product. We zijn er zeker niet tegen dat er extra middelen worden vrijgemaakt om de uitrol te versnellen. Het blijft een participatietool voor lokale besturen. Wat kansenarmoede betreft, ben ik het eens met mevrouw Bastiaens. Groepsinschrijvingen zijn noodzakelijk. Zo herinner ik me de woorden van wat ik een kwetsbare jonge vrouw kan noemen, en die zei dat ze niet alleen naar het theater durft omdat ze zich de hele tijd zou afvragen of men het aan haar zou kunnen zien dat ze arm is. Ze zei nog dat het zo aanvoelt dat ze daar niet thuishoort. Groepsinschrijvingen zouden dat kunnen verhelpen.

Minister Sven Gatz

Ik heb inderdaad heel even gewag gemaakt van de provinciale overdracht. Het is evident dat we het decreet over het regionaal cultuurbeleid dat in de maak is op een bepaald moment zullen laten sporen met deze thematiek. In Brussel zijn via Paspartoe groepsinschrijvingen weer mogelijk. De heer Poschet heeft daarvoor verschillende keren geijverd, en terecht. Ik wil nog bekijken of het initiatief van het lokale niveau moet komen, dan wel of wij het moeten opleggen. De opmerkingen van mevrouw Van Werde over de problemen van de cultuurliefhebbers zijn ons bekend. Groepsinschrijvingen kunnen inderdaad drempelverlagend werken. Ik vind dit een belangrijk punt. We zullen met Cultuurnet bekijken of er een extra toepassing moet komen, dan wel of het een lokaal georganiseerde praktijk moet zijn.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.