U bent hier

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Voorzitter, ik verwijs naar een persartikel van 9 september, een verontrustend artikel dat gewag maakt van het feit dat werkzoekende 55-plussers geen of amper vacatures doorgestuurd zouden krijgen. Werklozen krijgen via mail of sms regelmatig een bericht van VDAB met de melding dat er een jobaanbieding is die voor 80 procent overeenstemt met hun profiel. Behalve de 55-plussers, zo blijkt. Voor hen zouden enkel vacatures in aanmerking komen die voor 100 procent matchen met hun profiel. Officieel past dit in het beleid dat in een kwalitatieve begeleiding voorziet voor oudere werkzoekenden, maar het resultaat is natuurlijk dat oudere werkzoekenden weinig tot geen vacatures meer krijgen, wat dan weer moeilijk te rijmen valt met het activeringsbeleid en het objectief van langer werken waaraan we allemaal onderhevig zijn.

De reden ligt zogenaamd niet bij VDAB, maar bij een akkoord dat de sociale partners in 2008 afsloten, een akkoord dat intussen toch hopeloos achterhaald lijkt. Dat doet de wenkbrauwen fronsen, want diezelfde sociale partners zetelen uiteraard ook in de raad van bestuur van VDAB en kunnen dus perfect die bekommernis daar ook doorgeven en bespreken.

Professor Stijn Baert van de Universiteit Gent legde in Het Laatste Nieuws van 9 september de vinger op de wonde door erop te wijzen dat er in 2008 ook nog andere motieven speelden. Zo vonden de vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers elkaar, omdat de eersten niet enthousiast waren over het voornemen om de feitelijke pensioenleeftijd op te trekken en de werkgevers niet stonden te springen om oudere werknemers in dienst te nemen.

Belangrijker dan het zoeken van schuldigen in deze kwestie is uiteraard het proberen te vinden van een oplossing. De sleutel voor die formele oplossing lijkt volgens ons toch bij die sociale partners te liggen, die hun akkoord van 2008 moeten herzien. Minister, u hebt al laten optekenen dat u daarvoor ook vragende partij bent. Het lijkt niet raadzaam om passief toe te kijken tot het de sociale partners belieft om dit te doen. Het lijkt ons dat er binnen VDAB al snel een feitelijke verandering kan komen, als de sociale partners die in de raad van bestuur zijn vertegenwoordigd ook instemmen met een nieuwe praktijk, in afwachting van een formele aanpassing van dat akkoord van 2008. Daarnaast blijft ook de bereidheid van zowel werknemers als werkgevers en hun respectievelijke organisaties nodig om 55-plussers actief en volwaardig op te nemen in het werknemersbestand. Die mindswitch, waarover we het hier ook al hebben gehad, zou inmiddels moeten zijn ingezet, niet het minst omdat ook vanuit het doelgroepenbeleid een specifieke lastenverlaging voor 55-plussers is doorgevoerd. Ook de definitie van ‘passende dienstbetrekking’ is al versoepeld. Het lijkt logisch dat die voor alle werkzoekenden geldt.

Minister, hoe kunnen we de afspraak van de sociale partners om enkel vacatures door te sturen aan werkzoekende 55-plussers die voor 100 procent met hun profiel matchen, rijmen met de versoepeling van de definitie van ‘passende dienstbetrekking’, die aan werkzoekenden de boodschap meegeeft niet té selectief te zijn bij het zoeken naar een nieuwe job? Ervaart u die afspraak vandaag als een handicap voor het activeringsbeleid? Kan er sprake zijn van een feitelijke discriminatie van 55-plussers omdat zij aldus louter op basis van hun leeftijd verstoken blijven van jobaanbiedingen? Zult u de sociale partners met aandrang vragen om de afspraak snel te wijzigen? Zult u in afwachting van een formele wijziging van die 100 procentmatchingregel de raad van bestuur van VDAB, waarin die sociale partners vertegenwoordigd zijn, ook vragen van die praktijk af te stappen?

De heer Bothuyne heeft het woord.

Voorzitter, ik ben blij dat ik ten minste nog vragen mag stellen. Communiceren is al wat moeilijker, heb ik begrepen, maar goed.

In augustus 2016 kreeg VDAB opnieuw meer vacatures in vergelijking met de maanden daarvoor. Al maanden aan een stuk krijgen we het goede nieuws dat onze werkgevers meer aanwerven, wat ertoe leidt dat bijkomende vacatures bij VDAB worden aangemeld. Vacatures genoeg dus, maar blijkbaar inderdaad niet voor 55-plussers. Zo zou ten gevolge de overeenkomst ‘Samen op de bres voor 50+’ de digitale matching tussen werkzoekende en vacature niet worden gebruikt voor 55-plussers, ondanks de intenties van deze regering om keihard in te zetten op het activeren en begeleiden van 55-plussers, ook met een aanpak op maat, zoals voorzien in ‘Samen op de bres’. Allicht kunnen automatische matching en een aanpak op maat complementair zijn. Ik ben naar aanleiding van deze vraag nog eens gaan kijken naar het akkoord ‘Samen op de bres’, en dan zie je van hoe ver we eigenlijk komen. Minister, u hebt dat inderdaad mee ondertekend, in onverdachte tijden. In 2008 of 2009 was het een doorbraak dat mensen tussen 50 en 52 jaar konden worden begeleid door VDAB, terwijl mensen van die leeftijd eigenlijk nog relatief jonge mensen op de arbeidsmarkt zijn. Niet alleen de mentaliteit wijzigt dus, ook het beleid wijzigt snel. Ik denk dus dat het inderdaad tijd is om bijkomende stappen te zetten in dezen.

Minister, hoe evalueert u de begeleiding en activering van 55-plussers door VDAB? Graag kreeg ik een cijfermatige analyse van de huidige aanpak. Uit andere cijfers blijkt vaak dat 55-plussers slechts heel beperkt terugkomen in de VDAB-opleidingen. Dat is soms niet onlogisch. Die mensen hebben vaak al heel veel ervaring, maar iemand van 55 zal straks misschien nog twaalf jaar actief moeten of kunnen zijn op de arbeidsmarkt. Het is toch niet onbelangrijk dat ook voor hen levenslang leren wordt uitgebouwd, ook als ze werkzoekend zijn. Kan er werk worden gemaakt van een uitgebreid en aangepast opleidingsaanbod voor die doelgroep?

VDAB kan 55-plussers op verschillende manieren begeleiden, maar op welke manier verloopt dat nu? Worden die 55-plussers actief begeleid naar werk? Past de automatische matching van vacature en cv in die benadering, of waarom niet? Ten gronde, zult u zelf ook contact opnemen met de sociale partners om het activeringsbeleid en de begeleiding van 55-plussers te herzien en te versterken? Zo ja, binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet? In welke aanpassingen aan uw beleid ten aanzien van oudere werkzoekenden voorziet u zelf?

De heer Ronse heeft het woord.

Collega Talpe, u hebt al een aantal keer, heel vaak zelfs, Stijn Baert geciteerd, iemand die ik in de studententijd frequent in het Gentse nachtleven heb ontmoet. Ik denk dat hij trots zal zijn dat hij vandaag de meest geciteerde prof is in het Vlaams Parlement, met recht en reden trouwens.

De vraag is hier eigenlijk al twee keer gesteld, zowel door u als door collega Bothuyne. Ik denk dat ik ze niet voor een derde keer hoef te stellen. De teneur is dezelfde. Het is bizar dat dat sociaal akkoord een aantal zaken niet toelaat die voor ons toch belangrijk zijn, zoals het automatisch doorsturen naar 55-plussers. Minister, mijn vraag is eigenlijk heel simpel: hoe bekijkt u dat en wat zijn de acties die ter zake worden genomen?

Minister Muyters heeft het woord.

Ja, ik ben een ervaringsdeskundige. Ik ben ondertussen al zo oud dat ik dat VESOC-akkoord (Vlaams Economisch Sociaal Overlegcomité) zelf heb gesloten. Ik ga professor Baert dus ook terugfluiten, want ik weet wat de motivatie was van de werkgeversorganisaties die het hebben afgesloten, en dat is niet wat hij zegt.

Ik wil toch nog even zeggen dat het oorspronkelijke akkoord van 2008 ‘Samen op de bres voor 50+’ heette. Dat voorzag erin dat 50-plussers enkel gevalideerde vacatures konden ontvangen. 50-plussers, niet 55-plussers. Dat wil zeggen dat de 50+-consulent zocht naar vacatures die volledig konden aansluiten bij het profiel van de oudere werkloze.

Ik vind 2008 nog niet zo lang geleden. De motivatie van de werkgeversorganisaties om daarin mee te gaan, was echter heel eenvoudig: dit was een ongelooflijke doorbraak, want in 2008 werden 50-plussers niet meer geactiveerd. 50-plussers en werkloos worden, dat was klaar, dat was in orde. Om toen, in 2008, de vakbonden ook mee te krijgen om ter zake van houding te veranderen en stappen te zetten naar 55, en later naar 58, enzovoort, werd gezegd: ‘Je kunt iemand van 50 toch geen sms met vacatures sturen die misschien nog niets eens passen.’ Dat is dus gebeurd opdat men met de sociale partners samen mee die stap zou zetten. Dat toch voor een juiste geschiedschrijving. Ik weet het, want ik was erbij.

Een aangepast afsprakenkader is er gekomen, op mijn initiatief, op 1 januari 2014. Toen zijn er belangrijke bijsturingen gedaan. Dat was dus zes jaar nadien. We hebben toen gezegd dat de 50- tot 55-jarigen voortaan zoals alle andere jonge werkzoekenden zouden worden behandeld.

De leeftijd is dus verschoven van 50 naar 55 jaar. Bij die mensen is het sluitend maatpak en het ontvangen van automatische vacatures vanzelfsprekend. De groep 55-plussers wordt nog steeds gevat door de specifieke Actief +-werking met begeleiding door een 55+-consulent, maar ze kunnen voortaan ook vacatures en sollicitatieopdrachten krijgen van een reguliere VDAB-bemiddelaar. Ook voor de 55-plussers is er in 2014 een verbetering gebeurd.

In automatische matching wordt voor de groep van 55-plussers niet voorzien, maar op eigen initiatief kunnen zij wel passende vacatures toegestuurd krijgen. Het klopt dus niet dat 55-plussers geen mogelijkheid krijgen om jobaanbiedingen via mail toegestuurd te krijgen vanuit de VDAB-databank. Ze moeten dat aangeven. De klacht was dus niet helemaal juist. Had die persoon in zijn ‘My VDAB’ aangeduid dat hij alle passende vacatures wilde krijgen, dan had hij die gekregen. Dat is een belangrijke nuance.

Mail op Maat heeft het voordeel ten opzichte van automatische matching dat het een betere selectie van vacatures genereert vanwege de verfijning naar het profiel van de werkzoekende en de eigen voorkeuren. Het nadeel is dat er geen registratie gebeurt van de verzonden vacatures en dus ook geen individuele opvolging hiervan door de consulent. Ik kan u voorbeelden geven uit het verleden, vooral van 55-plussers, die dan alles wat in het belachelijke trokken. Als ze een vacature kregen voor bijvoorbeeld chauffeur, dan vonden ze dat raar voor hun profiel. De matching is niet altijd voor 100 procent goed. Het is altijd wat. Ik wil dit wel juist in kaart brengen.

Samengevat: we zijn gestegen van 50 naar 55 jaar. 55-plussers kunnen, maar moesten nog niet. Ik vond dat ik, 3 jaar na de vorige wijziging en gezien de recente klacht en de reacties daarop, wel een brief kon versturen. Die is ook gestuurd naar de raad van bestuur van VDAB, met de vraag om te onderzoeken of een uitbreiding van het vacatureaanbod voor 55-plussers, via het toelaten van automatische matching, op korte termijn mogelijk is en hoe de sociale partners daar anno 2016 tegenover staan.

Mijnheer Bothuyne, u had een vraag over de evaluatie van de huidige aanpak van 55-plussers. Ik mag best fier zijn. Er zijn steeds meer 55-plussers aan het werk. De werkzaamheidsgraad van 55- tot 64-jarigen is gestegen van 25 procent in 2000 naar 44 procent in 2014. Voor de groep van 55 tot 60 jaar is er zelfs een stijging van 20 procent: we gingen van 45 procent 10 jaar geleden naar 65 procent nu. De evolutie is goed, maar we mogen niet op onze lauweren rusten. We staan nog achter ten opzichte van andere Europese landen. Niemand kan ontkennen dat we enorme stappen vooruit hebben gezet.

Ook de uitstroomcijfers van oudere werkzoekenden naar werk evolueren in de positieve richting. Voor de groep van 50- tot 54-jarigen ligt de kans op werk niet veel lager dan voor een modale werkloze.

De breuk in de uitstroomcijfers vanaf midden 2015 is het gevolg van de gewijzigde federale regels inzake het beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt van 60-plussers. Dat vertekent soms het beeld.

Er waren ook vragen over het opleidingsaanbod voor 55-plussers. 55-plussers zijn vooral gemotiveerd om een opleiding te volgen als dit hen helpt om werk te vinden. Opleiding van oudere werkzoekenden moet dan ook eerder gezien worden als een bijscholing of een update van competenties. Deze groep wil vooral weinig tijd verliezen en is minder geneigd om langere opleidingen te volgen. De klemtoon in het beleid vandaag is te vertrekken van een realistisch jobdoelwit. Vaak is dat niet zo realistisch. Jaren werkt men in een bepaalde richting en denkt men dezelfde job ergens anders te vinden. Elke opleidingsinspanning dient afgestemd te zijn op het einddoel. Er moet ook meer worden gegaan naar korte, modulaire opleidingstrajecten, gericht op het dichten van de bestaande kloof. Waar mogelijk moet worden gewerkt met e-leerpakketten. Werkplekleren verhoogt ook voor hen de aantrekkelijkheid van een opleiding. We gaan niet naar aparte opleidingen voor 50-plussers omdat werken met gemengde groepen enorme voordelen heeft vanwege de maatschappelijke waarde.

Het antwoord maakt duidelijk dat we in een positieve evolutie zitten. Ik heb de vraag gesteld, en ik ben benieuwd wat de sociale partners zullen doen. Elke 55-plusser die dat wenst, kan automatische matching krijgen.

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Minister, ik ben tevreden met de verduidelijking die u hebt gegeven. Het bevestigt dat je niet alles moet geloven wat in de krant staat. Ik ben erg benieuwd naar het antwoord van de raad van bestuur op uw brief. Ik hoop alvast dat ze mee op de kar springen. We zijn onderweg en kunnen niet meer terug. Het is erg belangrijk dat we alle belemmeringen in ons activeringsobjectief, zeker voor de 55-plussers, zo veel mogelijk wegnemen. Er hangt immers een kostenplaatje aan vast, voor zowel de gemeenschap als de 55-plussers die graag terug aan de slag willen. Ze zitten vaak ook met studerende kinderen. Ook voor hen is dit een belangrijke zaak.

Wat betreft de activering van SWT’ers is er ook de notie ‘aangepaste beschikbaarheid’. Kan de matching ook bij hen een probleem vormen?

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord, en ik ben blij dat u naar de sociale partners het initiatief hebt genomen om dit opnieuw te bekijken. We zetten jaar na jaar stappen vooruit. Er is zeker nog een versnelling mogelijk.

Inzake het opleidingsaanbod voor 55-plussers zegt u dat er andere noden zijn. Vaak gaat het over een bijscholing of een update. Maakt VDAB werk van een aangepast aanbod in functie van die doelgroep?

De heer Ronse heeft het woord.

Ik sluit me graag aan bij het gezegde dat je niet alles moet geloven wat in de krant staat. Ik wil er nog aan toevoegen dat je ook niet alles moet geloven wat proffen zeggen.

Minister, uw geschiedschrijving inspireert me sterk. Het is onvoorstelbaar hoe het beleid sinds 2008 is gewijzigd en hoe Vlaanderen zijn hefbomen heeft gebruikt. Het zou misschien een goed idee zijn om alle sociale akkoorden die nog geïnspireerd zijn op 2008, te herbekijken en richting 2016 te herschrijven. Ik ben benieuwd naar het antwoord op uw brief aan de raad van bestuur van VDAB. Misschien kunnen de sociale partners al eens verder kijken.

Minister Muyters heeft het woord.

Mevrouw Talpe, wat u vraagt over de SWT’ers weet ik niet zeker. De aangepaste beschikbaarheid is nog vrij recent. Ik heb nog niet nagezien hoe de werking daarop is afgestemd. Vermits het beleid geldt vanaf 55 jaar, ga ik ervan uit dat ook daar 100 procent geschiktheid is meegenomen. Ik ga ervan uit dat er geen aparte filosofie is voor SWT’ers.

Mijnheer Bothuyne, er is een aangepast aanbod. Ook het moduleren geeft extra’s. Dat is effectief het geval.

Mijnheer Ronse, ik ben het niet zeker, maar ik geloof dat men in andere gemeenschappen aan nog veel lagere activering zit, als het niet 50 is, dan is het maximum 52.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Ik vind uw intenties erg positief. Misschien kan dit ook worden meegenomen in de bespreking die op Vlaams niveau onder sociale partners wordt gevoerd, onder andere over het vormingsbeleid. Op die manier kunnen we opnieuw evolueren naar echte werkgelegenheidsakkoorden zoals in de goede oude tijd, maar met een nieuwe frisse inhoud.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.