U bent hier

Mevrouw Talpe heeft het woord.

De hervorming van de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (PWA’s) in het kader van de invoering van een systeem van tijdelijke werkervaring is in volle gang en heeft inmiddels geresulteerd in een conceptnota die nog een aantal vragen open laat. Dat blijkt ook uit de gedachtewisseling, zoals de toekomst van de PWA-DCO’s (dienstenchequeondernemingen) en hun statuut, het precieze contingent en de verdeling ervan over de Vlaamse steden en gemeenten, de toekomst van de huidige PWA’ers jonger dan 55, de bestemming van de financiële reserves van de PWA’s en PWA-DCO’s.

Deze PWA-hervorming heeft enige tijd nodig, en daar moet iedereen begrip voor opbrengen, en dat hebben we ook. Evenwel blijkt er een probleem te bestaan bij de PWA’s zelf en bij lokale bewindvoerders. Het uitblijven van informatie over de toekomst van de PWA’s zorgt voor onzekerheid op het terrein. Mensen die naar de PWA gaan als klant, krijgen te horen dat men niets kan garanderen omdat men niet weet wat er met de PWA’s gaat gebeuren. De PWA-beambten zelf kunnen het werk niet plannen. Aangezien er vaak wachtlijsten zijn, is het voor hen wel nodig dat ze kunnen plannen op langere termijn. Ook lokale bewindvoerders vragen zich af wat er moet gebeuren met de huidige dienstverlening van het PWA. Men weet niet hoe het structureel verder moet en vraagt zich af wat er met de PWA-DCO’s moet gebeuren, en niet het minst met de mensen die erin actief zijn. Ook scholen die met PWA’ers werken, maken zich zorgen over de toekomstige invulling van taken zoals naschoolse opvang. Daarenboven is er ook nog steeds geen duidelijkheid over de termijn waarop de hervorming van kracht wordt. Het maakt dat iedereen die van ver of dichtbij betrokken is bij het beleidsproces, hoopt om duidelijke informatie te krijgen. Dit zorgt voor nervositeit en onzekerheid in hoofde van zowel PWA’s als hun werknemers.

Minister, wat is de stand van zaken van de PWA-hervorming? Wat zijn de grote probleempunten? Tegen wanneer wilt u de hervorming van kracht laten worden? Is er al duidelijkheid over de verdeling van het contingent van 7291 werknemers waarvoor financiële dekking wordt voorzien? Ik heb daarop al een antwoord gekregen via een schriftelijke vraag. Waarom wordt er zo weinig gecommuniceerd naar de PWA’s en de lokale besturen terwijl ze worstelen met de onzekerheid? Zult u een initiatief nemen om de informatiedoorstroming naar de PWA’s, lokale besturen en andere betrokkenen te optimaliseren? Wordt er gedacht aan een speciaal infonummer? Hoe zit het met de financiële reserves van de PWA’s? Beschouwt u dit als een louter federale bevoegdheid en betekent dit meteen ook dat het Vlaamse Gewest geen aanspraak kan maken op deze gelden?

Minister Muyters heeft het woord.

Dames en heren, deze vraag geeft me de kans om duidelijkheid te scheppen. Ik krijg de indruk dat men de informatie niet wil horen, als ik dat zo mag zeggen. Op 4 maart 2016 keurde de Vlaamse Regering de conceptnota goed. Daarna hebben we op basis van de conceptnota overleg gepleegd met verschillende stakeholders, de koepelorganisaties en de federale overheid. We nemen de bemerkingen mee en verwerken ze in de regelgeving die we aan het opstellen zijn.

Er is ook nog het hr-luik. VDAB is al sinds het voorjaar bezig met het informeren over PWA-beambten die vanaf 1 januari 2017 op de payroll van VDAB komen, en treft daartoe alle voorbereidingen.

In de conceptnota staat heel duidelijk als timing 1 juli 2017. Ik blijf die datum vooropstellen. 

Over de verdeling van de 7291 plaatsen kan ik zeggen dat we het anders willen doen dan nu. Nu gebeurt de toeleiding van een werkzoekende naar een PWA-stelsel op basis van kwantitatieve criteria. De toewijzing van activiteiten gebeurt op basis van vrijwilligheid.

In de conceptnota ‘Wijk-werken’ zal men zien dat de filosofie anders is. Ik denk dat u vooral vragen hebt gekregen van organisaties die vandaag een PWA hebben. Mijn startpunt ligt niet die bij de organisatie met een PWA. Ik start bij de werkzoekenden. Heeft het PWA en ‘Wijk-werken’ niet de bedoeling om de werkloze naar een traject naar werk te leiden? Dan moet toch worden gestart bij de werkloze en niet bij de ontvangende organisatie. Dat is wat mij betreft het grote verschil. De filosofie is anders. De werkzoekende moet toegeleid worden naar een systeem omdat dat voor hem of voor haar de beste stap is naar tewerkstelling in het normaal economisch circuit. ‘Wijk-werken’ zal daarbij het meest laagdrempelige instrument zijn. Het gaat altijd om een traject naar werk. Dat is het grote verschil. Ik werk op maat van de werkzoekende en ga op zoek naar zijn huidige talenten en competenties. Op basis daarvan werk ik een traject naar werk uit. Daarom is het op dit moment nog niet mogelijk om aan te geven welke ‘wijk-werkers’ waar terecht zullen komen. Uiteraard zullen we dat onderdeel verder uitwerken. Dit is het meest fundamentele van het antwoord. Natuurlijk geeft dat voor wie al drie of vier jaar PWA’ers in ‘dienst’ heeft wat onzekerheid. Ik denk dat het PWA-systeem niet meer die invulling gaf waarvoor het was gemaakt.

Ik ga nu even in op de communicatie. In maart 2014 hebben we beslist om, zoals in het regeerakkoord staat, de maatregel te hervormen. Het was mijn beslissing ze in te kantelen bij VDAB. Sindsdien is VDAB gestart met een actieve communicatie. In eerste instantie waren dat infosessies bij de PWA-beambten. De infosessies gingen over wat VDAB is, wat zijn doelstellingen zijn, welke maatregelen er zijn. Die sessies werden gehouden in alle provincies vanaf april 2015. Vanaf het moment dat de regering iets beslist, communiceren we altijd.

De indruk is blijkbaar gewekt dat we niet communiceren. Ik wil dat toch weerleggen. In maart 2014 werd een generiek mailadres aangemaakt. In mei-juni 2014 werden de provinciale infosessies gehouden voor alle RVA-medewerkers die ambtshalve de overstap naar VDAB moeten maken. In mei-juni 2014 is begonnen met de publicatie van de internetpagina www.vdab.be/welkom, die betrekking heeft op hr-gerelateerde informatie, met onder meer FAQ’s (veelgestelde vragen) van de PWA-beambten. Vanaf november 2014 werd een formeel schrijven gericht aan de PWA-vzw’s met betrekking tot de overdracht van de bevoegdheid en een formeel schrijven aan de PWA-beambten daarover. Sinds 1 april 2015 moeten de PWA-vzw’s bij vragen contact opnemen met VDAB. Er is een publicatie van een internetpagina ter zake. In oktober 2015 was mijn kabinet aanwezig op de jaarvergadering van het PWA-platform in Mechelen. In november werd een formeel schrijven gericht aan de PWA-vzw’s, onder meer met betrekking tot de afschaffing van de mogelijkheid tot cumul. Er werd eveneens een formeel schrijven gericht aan de PWA-beambten over de afschaffing van de cumul. In april-juni 2016 waren er infosessies voor PWA-beambten. In september 2016, recent dus, was er een mailing aan de PWA-vzw’s. Er was een rapportering op de werkgroep lokale besturen en er is de uitwerking van een communicatieplan door VDAB.

U ziet dat telkens als iets wordt beslist, we daarover heldere communicatie nastreven. Ik zal dat ook in de toekomst blijven doen. Zo is mijn kabinet opnieuw aanwezig op de volgende algemene vergadering van het PWA-platform. Zoals ik in mijn laatste punt stelde, is VDAB een uitgebreid communicatieplan inzake beslissingen aan het voorbereiden, zodat dit goed publiek kan worden gemaakt bij alle stakeholders.

In uw zesde vraag stelde u een speciaal infonummer voor. Eigenlijk bestaat dat, niet in de vorm van een telefoonnummer, wel in dat van een e-mailadres. Zowel de PWA-beambten, PWA-vzw’s, als de lokale besturen kunnen sinds maart 2014 contact opnemen met VDAB specifiek over het aspect van PWA’s.

Ten slotte, PWA-vzw’s zijn vzw’s en dienen bijgevolg de vzw-wetgeving na te leven. Dat is federale materie. Conform de vzw-wetgeving moet een PWA-vzw de eigen statuten opstellen. Daar moet ook bepaald worden wat gebeurt bij de ontbinding of de vereffening van zo’n vzw. Concreet is er voor de PWA-vzw’s in de statuten opgenomen dat bij ontbinding en vereffening het batig saldo van goederen en waarden dient te worden overgemaakt aan een ander plaatselijk werkgelegenheidsinitiatief. Dat is de stand van zaken.

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Minister, ik heb er alle begrip voor de die hervorming tijd vraagt. Ik steun u volledig als u stelt dat ‘Wijk-werken’ een andere filosofie heeft, een activeringsstrategie. PWA, dat was ook een werkloosheidsval geworden. Het gaat me helemaal niet over het nieuwe concept. Maar PWA’s bestaan vandaag nog. Dat zorgt voor die ongerustheid. Ik word hierover heel regelmatig aangesproken. Er is communicatie, maar er zijn ook bepaalde details waarvoor de knoop nog niet is doorgehakt. Het gaat vooral over die elementen dat de mensen de kat uit de boom kijken.

Ik denk dat er ook een probleem is met de doorstroming naar het lokale niveau. Ik hoor dat allerlei zaken worden georganiseerd, maar dat de informatie blijkbaar niet doorsijpelt. Misschien moet daarop ook wat actiever worden ingezet. We moeten ons er vooral voor hoeden dat de zaken onnodig worden opgeblazen of verkeerd worden voorgesteld. We moeten duidelijk maken dat er overgangsregelingen zijn.

Ik stel deze vraag om uitleg omdat ik daarover wordt aangesproken. Als er enige bezorgdheid bestaat, is het normaal dat we daarop ingaan en nagaan hoe we die mensen maximaal gerust kunnen stellen.

Mevrouw Van Eetvelde heeft het woord.

Miranda Van Eetvelde (N-VA)

Ik moet toch ietwat tegenspreken wat mevrouw Talpe heeft gezegd. De minister heeft een opsomming gegeven. De informatiestroom naar de PWA’s was goed en verloopt ook nu nog goed. In mijn contacten met de PWA’s, die recent die brief hebben gekregen waarin de hervorming wordt verduidelijkt, krijg ik heel wat positieve reacties. Voor hen is het nu ook duidelijk welke richting het uitgaat, ook al werd het al een tijdje zo gecommuniceerd.

Ik wil ook nog eens benadrukken dat het nieuwe systeem van ‘Wijk-werken’ komaf maakt met die structurele negatieve punten van het PWA. Ik denk onder andere aan het nepstatuut, waarbij werkzoekenden dachten dat ze een echte job hadden, terwijl dat toch niet het geval was.

Er zijn zeker nog bepaalde punten waarover onduidelijkheid bestaat. Maar de informatie- en communicatiestroom naar de PWA’s is tot hiertoe toch goed verlopen. In mijn contacten met de PWA’s krijg ik toch wel veel meer positieve reacties dan pakweg een jaar geleden, toen er misschien meer onduidelijkheid was.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Ik ben blij met de vraag, met het antwoord ten dele. Het gaat wel degelijk om een belangrijke problematiek, waarbij nog meer dan een paar details moeten worden geregeld.

Minister, ik heb begrepen dat u al vaak heb gecommuniceerd, dat VDAB vaak communiceert. Op zich is dat heel positief. Een van die communicaties bestond uit een brief van het kabinet van begin september aan alle PWA’s. Ik heb van uw medewerkster begrepen dat ze niet zo tevreden was dat ze met naam en toenaam, en met een persoonlijk telefoonnummer werd vermeld. Ze werd overstelpt met vragen, telefoons, boze reacties en dergelijke meer. En dat is niet toevallig. De reacties die mevrouw Talpe krijgt, krijg ik ook. Er blijven heel veel vragen leven.

Zo is er de simpele vraag uit mijn eigen gemeente. De PWA-beambte gaat straks naar VDAB. Het OCMW is bereid om de taken over te nemen ten aanzien van de doelgroep van PWA’s die vandaag actief zijn. Alleen weet het OCMW nog steeds niet of dat mag, of dat kan, en zo ja, op welke manier, hoe dat moet worden geregeld en dergelijke meer. Die vragen werden al ettelijke keren gesteld. Dat is nog niet geregeld. Het OCMW weet ook niet in welke budgetten het moet voorzien, hoeveel personeel nodig is en dergelijke meer. Elk lokaal bestuur worstelt vandaag met dezelfde vragen.

Nu ten gronde. Er is de conceptnota geweest. We hebben daarover in de commissie een goed debat gehad. We hebben hier de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen gehad, die een duidelijk en kritisch advies heeft gegeven. Ik denk dat het tijd is dat de regering daarop een duidelijk antwoord formuleert en zegt hoe daarmee wordt omgegaan. Er zijn nog fundamentele zaken die moeten worden uitgeklaard, zoals de positie van de leefloners, de positie van de niet-toeleidbaren, de positie van de huidige PWA-medewerkers.

Minister, u stelt dat u uitgaat van de werkzoekende. Ik steun u daar ten volle in. Dat is een goede filosofie. We moeten er natuurlijk wel voor zorgen dat als we een dergelijk laagdrempelig werkervaringsinstrument installeren, er wel degelijk werkervaringsplaatsen zijn. Die dreigen straks op te drogen.

Vrij snel moeten bepaalde knopen worden doorgehakt. We werken daar heel graag aan mee. Er was een overleg gepland. Ik heb begrepen dat dat op uw vraag is uitgesteld. Toch hoop ik dat we snel nagels met koppen kunnen slaan. Op het terrein wacht men daar met ongeduld op.

Minister Muyters heeft het woord.

Ik heb goed geluisterd. Ik begrijp wat de heer Bothuyne naar voren brengt. Het belangrijkste punt is dat we een andere filosofie hanteren. Dat zorgt voor wat onduidelijkheid. Ik zal zeker met steden en gemeenten, met OCMW’s via de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten contact opnemen en nagaan of we een geaggregeerd antwoord kunnen geven op de vragen die op verschillende plaatsen leven.

Ik heb het ook gezegd, we werken het verder uit. Het is voor juli van volgend jaar. Er is ook wat tijd nodig om, op basis van wat er gebeurt, antwoorden te geven.

Ik dank de minister dat hij een bijkomend initiatief neemt. Dat zal zeker in goede aarde vallen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.