U bent hier

Commissievergadering

donderdag 29 september 2016, 14.00u

van Kathleen Helsen aan minister Hilde Crevits
2627 (2015-2016)

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Kathleen Helsen (CD&V)

Minister, vorig jaar hebben we in deze commissie al aangekaart dat de conceptnota ‘Uitbouw van een slagkrachtig NT2-beleid’ (Nederlands als tweede taal) wel al in een andere commissie is besproken, maar nog niet in deze commissie. Met de verschillende vragen die ik op het terrein hoor, vind ik het toch zinvol om ook aan u een aantal vragen met betrekking tot die conceptnota te stellen. Die nota werd vorig jaar in maart door de Vlaamse Regering goedgekeurd. Het is zeer duidelijk dat de minister van Inburgering voortaan als NT2-regisseur zal optreden, maar dat ook u, als onderwijsminister, ook in de toekomst een belangrijke bevoegdheid draagt voor het NT2-beleid en -aanbod. Het spreekt dan ook vanzelf dat de conceptnota NT2 en de even recente conceptnota over het volwassenenonderwijs een sterke impact hebben op elkaar.

Concreet wordt in de conceptnota NT2 een timing vooropgesteld waarbij men de periode april-december 2016 uittrekt voor de uitwerking van de nota en de vertaling ervan in een nieuw legistiek kader, dat zal worden afgestemd met Onderwijs, in functie van de aanpassing van het decreet Volwassenenonderwijs. Verder worden binnen de begroting Onderwijs de middelen NT2 afgelijnd waarmee het volwassenenonderwijs zal worden gefinancierd voor de invulling van het ‘behoefteplan’. Dat er nood is aan dit ‘behoefteplan’ werd overigens ook reeds geopperd in het rapport ‘Op(-)Maat’, dat verscheen in januari van dit jaar en waarin men aandacht vraagt om geletterdheid in de brede zin van het woord een prioritaire plaats op de politieke agenda te geven. Het laatste geeft aan dat een NT2-beleid in de toekomst niet los kan staan van een breder geletterdheidsbeleid.

Ik weet dat de minister van Inburgering ook een belangrijke verantwoordelijkheid heeft, maar de betrokkenheid van het onderwijs is cruciaal. Hoe zult u ervoor zorgen dat de uitrol van beide conceptnota’s degelijk op elkaar wordt afgestemd?

Bij de verdere uitwerking van de NT2- nota zal ook het onderwijsveld betrokken worden. Bent u reeds op de hoogte van een timing hieromtrent? Is er hierover reeds overleg gepleegd met minister Homans? Zijn de in de conceptnota NT2 aangekondigde werkgroepen al gestart? Zijn de concrete doelstellingen en het tijdspad van die werkgroepen al bepaald en voorgesteld?

Hoe moet het behoefteplan geïnterpreteerd worden? Betreft het één plan voor heel Vlaanderen of zullen er meerdere regionale behoefteplannen opgemaakt worden? Kunt u daar ook al meer duidelijkheid over bieden?

Welke rol spelen de centra voor basiseducatie en de centra voor volwassenenonderwijs, naast de NT2-regisseurs, bij de opmaak van de inventaris van het aanbod in functie van dit behoefteplan?

Deelt u de mening dat een NT2-beleid niet los kan staan van een breder geletterdheidsbeleid? Heeft de Vlaamse Regering al een beslissing genomen over een nieuw Strategisch Plan Geletterdheid?

Hoe ziet u in de ruimere context van de geletterdheid de verhouding tussen de coördinatierol van het beleidsdomein Onderwijs met betrekking tot het geletterdheidsbeleid en de regierol van het beleidsdomein Inburgering met betrekking tot NT2?

Hoe verhoudt de ambitie in de conceptnota betreffende het volwassenenonderwijs om de centra voor volwassenenonderwijs (CVO’s) en de centra voor basiseducatie (CBE’s) meer slagkracht en autonomie te geven, zich volgens u tot de regierol van de agentschappen en van de Huizen van het Nederlands?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Voorzitter, de afstemming van de uitrol van beide conceptnota’s is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de twee betrokken ministers. De regisseur voor het NT2-beleid, minister Homans, staat in voor de uittekening van de krijtlijnen van een behoeftedekkend en behoeftegericht NT2-aanbod dat tegemoetkomt aan de vragen en de noden van de anderstaligen. Mijn bevoegdheid betreft de onderwijskundige component van het NT2-aanbod in de CVO’s en de CBE’s. Alle eventuele aanpassingen zullen dan ook binnen de legistieke kaders van het onderwijs en in functie van de aanpassing van het decreet betreffende het volwassenenonderwijs worden uitgewerkt.

Bij de uitwerking van beide onderdelen, zowel de regisseursrol als de onderwijskundige component, zullen beide beleidsdomeinen met elkaar overleggen. Dat is erg nodig. Tot nu toe werken beide beleidsdomeinen met betrekking tot NT2 al goed samen. Er is een tweemaandelijks overleg. De onderwijsadministratie nodigt de vertegenwoordigers van de beide beleidsdomeinen en van de onderwijsverstrekkers NT2 uit om de inzet van de NT2-middelen in het licht van de asielcrisis en van de verhoging naar het niveau A2 nauwgezet te monitoren. Ze hebben elkaar op dat vlak moeten vinden.

Ik ga ervan uit en vind het essentieel dat de onderwijsadministratie en de onderwijsverstrekkers op dezelfde manier zullen worden betrokken bij de werkgroepen die de minister van Inburgering zal samenroepen om de uitwerking van de conceptnota betreffende NT2 verder vorm te geven.

Eind augustus 2016 heeft de onderwijsadministratie naar aanleiding van de start van het schooljaar 2016-2017 een informatiesessie over het volwassenenonderwijs georganiseerd. De vertegenwoordiger van het Agentschap Integratie en Inburgering heeft toen verklaard dat de voorbereidende werkzaamheden met betrekking tot die werkgroepen toen net waren gestart en dat de timing een beetje vertraging had opgelopen.

De concrete thema’s van de werkgroepen zijn in vier werven vastgelegd. Het gaat om intake, testing en oriëntering, om de regie van het behoefteplan, om de regie van de organisatorische kwaliteitscriteria en om de expertiseopbouw en de innovatie. Wat het tijdspad voor deze werkgroepen betreft, heb ik van de minister van Inburgering vernomen dat in de loop van de komende weken een eerste algemeen overleg wordt gepland om de toekomstige werkgroepen en de timing toe te lichten en te bespreken.

Er zijn me ook een aantal gekoppelde vragen over het bredere geletterdheidsbeleid gesteld. Ik wil eerst en vooral benadrukken dat laaggeletterdheid niet hetzelfde is als anderstaligheid. Laaggeletterdheid mag zeker niet tot onvoldoende taalvaardigheden worden verengd. Anderstaligheid en laaggeletterdheid kunnen uiteraard samengaan, en dat is in een aantal gevallen zeker zo, maar dit is ook even vaak niet het geval. Niet elke anderstalige is laaggeletterd. Er zijn anderstaligen die zeer hooggeletterd zijn.

Het NT2-beleid focust zich vooral of zelfs uitsluitend op de verwerving van het Nederlands door anderstaligen. Veel anderstaligen die nog geen Nederlands kennen, beschikken over meer dan voldoende taalvaardigheden in hun moedertaal en zijn perfect in staat met cijfers en met ICT om te gaan. Deze groep anderstaligen vormt niet de doelgroep van een geletterdheidsbeleid, maar wel van een NT2-beleid. Geletterdheid omvat de competenties om informatie te verwerven, te verwerken en gericht te kunnen gebruiken. Dit betekent met taal, cijfers en grafische gegevens kunnen omgaan en gebruik kunnen maken van ICT. Dit is de corebusiness van de CBE’s. Zij werken op een geïntegreerde wijze aan het verhogen van de geletterdheidscompetenties. Die brede en geïntegreerde invulling van geletterdheid zal ik in mijn toekomstig geletterdheidsbeleid handhaven.

Naar aanleiding van de opening van de Week van de Geletterdheid was ik begin deze maand te gast in Mechelen. Ik heb een les bijgewoond over de verhoging van de digitale vaardigheden van personeelsleden van de stad Mechelen. Zij hebben, bijvoorbeeld, geleerd hoe ze met de computer een afspraak konden vastleggen, verlof konden aanvragen enzovoorts. Het is voor mij wel eens goed te zien dat mensen die voor een stadsbestuur werken, nog niet over de basisvaardigheden beschikten om in een digitale omgeving te werken.

Er is uiteraard een kruisbestuiving tussen beide vormen van beleid. Dit is wenselijk en zelfs noodzakelijk. Ik zal echter niet toestaan dat NT2 binnen de basiseducatie als het ware zou worden losgetrokken uit het ruime en geïntegreerde geletterdheidsbeleid zoals de CBE’s dit momenteel vormgeven. Dat is niet de bedoeling.

Er bestaat op dit ogenblik al een goede verstandhouding tussen de regierol met betrekking tot NT2 en de coördinatierol met betrekking tot geletterdheid. Op basis van het Plan Geletterdheid is, bijvoorbeeld, meegewerkt aan het Vlaams Horizontaal Integratiebeleidsplan 2016-2019, dat de Vlaamse Regering recent heeft goedgekeurd.

Vervolgens is me gevraagd hoe de ambities zich tot elkaar verhouden. Zoals ik al op de eerste vraag heb geantwoord, zullen we alle eventuele aanpassingen binnen de legistieke kaders voor het onderwijs uitwerken. Dit zal gebeuren in functie van de aanpassing van het decreet betreffende het volwassenenonderwijs. Die integratie is er sowieso. Verder ga ik ervan uit dat vanuit het beleidsdomein Integratie en Inburgering de uniciteit van de CBE’ s en van de CVO’s zal worden erkend bij de uitwerking van de regierol van de agentschappen en van het Huis van het Nederlands in Brussel. Het is cruciaal dat we de opgebouwde expertise in de centra maximaal aanwenden in functie van een kwaliteitsvol NT2-aanbod op maat van elke anderstalige.

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Kathleen Helsen (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik ben ervan overtuigd dat uw antwoord geruststellend is voor de mensen die in het onderwijsveld actief zijn. U hebt immers duidelijk verklaard dat u de afstemming zelf zeer belangrijk vindt en dat het hier een gezamenlijke verantwoordelijkheid betreft. U zult uw verantwoordelijkheid op het vlak van onderwijs ten volle nemen.

Het is belangrijk dat de onderwijsadministratie en het onderwijsveld bij de werkgroepen kunnen worden betrokken. Dat biedt niet enkel een meerwaarde voor de afstemming, maar ook voor de betrokkenheid van de verschillende partners die in de werkgroepen met betrekking tot de vier afgebakende thema’s aan de slag moeten gaan.

In de basiseducatie wordt heel sterk het belang ervaren van een kadering van de begeleiding van de cursisten in een bredere, geïntegreerde aanpak. NT2 kan niet zomaar van de geletterdheid van de cursisten in het algemeen worden losgekoppeld. U hebt verklaard dat u niet van plan bent dit uit elkaar te trekken. U hebt er tevens op gewezen dat de doelgroep der anderstaligen zeer divers is en dat het belangrijk is met die diversiteit rekening te houden. We moeten voor alle anderstaligen een aanbod op maat uitwerken.

Ik stel vast dat binnen de basiseducatie vooral de bekommernis heerst dat een geïntegreerde aanpak in de toekomst mogelijk moet blijven. De mensen die in het werkveld actief zijn, stellen immers vast dat net die geïntegreerde aanpak de taalverwerving van het Nederlands kan versterken. In de praktijk komen ze tot de conclusie dat de concrete problemen die mensen ervaren, ertoe leiden dat de Nederlandse woordenschat met betrekking tot die problemen pas echt wordt ontwikkeld als ze concreet aan de slag moeten in de regio waar ze wonen. Indien dit op een vrij theoretische manier wordt benaderd, gaat veel verloren.

Minister, u hebt beklemtoond dat het niet de bedoeling is de zaken uit elkaar te halen. Ik wilde alleszins nagaan of u met die bekommernissen rekening zou houden. Ik stel vast dat dit volledig het geval is.

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Voorzitter, de bezorgdheid om de kwaliteit van NT2 en de wijze waarop dit wordt aangeboden, is terecht. De onderwijsinspectie heeft in de commissie voor Binnenlands Bestuur en Inburgering het rapport gepresenteerd waar mevrouw Helsen naar heeft verwezen. Ik heb toen het woord genomen. Ik denk dat de heer Daniëls toen ook aanwezig was.

Mijn grote bezorgdheid is dat in dat rapport heel duidelijk te lezen valt dat nogal wat NT2-middelen in nogal wat centra voor andere doeleinden dan NT2 worden ingezet. Als we met zijn allen bezorgd zijn om de kwaliteit van NT2 en om de vraag hoe mensen die hier nieuw zijn of hier al lang wonen en Nederlands willen leren, dit zo snel mogelijk kunnen leren, moeten we erover waken dat die middelen effectief worden ingezet voor datgene waarvooor ze bedoeld zijn. Dit geldt voor het Vlaams Parlement, voor de minister en voor de onderwijsinspectie.

Minister, ik heb een bijkomende vraag. Het rapport van de onderwijsinspectie dateert van januari 2016. Ondertussen is in de sector van de CBE’s en de CVO’s het nieuwe academiejaar begonnen. Zijn inmiddels stappen gezet om met enige zekerheid te kunnen stellen dat de afwending van middelen minder zal voorkomen dan de onderwijsinspectie hier in januari 2016 in dit huis heeft verklaard?

Ik wil daar, zonder in herhaling te vallen, nog een paar zaken aan toevoegen. Ik onderschrijf absoluut de vraag van de heer De Ro over de inzet van de middelen. In het licht van het Vlaams regeerakkoord beschouwen we het NT2-publiek als een specifieke doelgroep. Ik verwijs in dit verband naar pagina 14 van de conceptnota. (Gelach)

De nota telt vijftien pagina’s en het is de voorlaatste pagina. Dat is dus pagina 14. Daar staan een aantal aandachtspunten opgesomd in verband met, bijvoorbeeld, de behoefte aan een flexibele inzet. We moeten flexibele trajecten hebben. Er staat ook iets in over de financiering. De huidige financiering van NT2 belemmert de inzet van flexibele trajecten op maat van de cursist.

Minister, er is ook een conceptnota over de hervorming van het volwassenenonderwijs. Bent u hiermee bezig? Zal NT2 flexibel kunnen worden ingezet? Ik ga verder in op de financiering en de inzet van de middelen. Momenteel is NT2 vooral aanbodgestuurd. We willen vooral een aansturing op basis van de vragen van de specifieke cursisten.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Wat het leuren met de middelen betreft, kan ik die filosofie met betrekking tot de CVO’s volgen. Als het om de CBE’s gaat, ligt dat iets moeilijker. De basiseducatie wordt immers geïntegreerd aangeboden. We kunnen dit met het lager en het secundair onderwijs vergelijken. In een CVO gaat het echt om vakken en daar kan dat worden gesplitst. Dat klopt. In de basiseducatie is dat moeilijker. We moeten dit eens grondig bekijken.

Wat de financiering betreft, is de oefening pas van start gegaan. In de conceptnota zijn een aantal punten opgelijst. We gaan nu na op welke wijze we dit het beste kunnen vormgeven. Dat is lopende. We houden zeker rekening met de hier gemaakte opmerkingen.

Mevrouw Helsen, u hebt een aantal aanvullende opmerkingen gemaakt. Volgens mij hebt u echter geen bijkomende vragen gesteld.

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Kathleen Helsen (CD&V)

Minister, ik heb geen bijkomende vragen gesteld omdat uw antwoorden me hebben gerustgesteld. Ook tijdens de tweede ronde hebt u verklaard dat u het met betrekking tot de basiseducatie moeilijker vindt de zaken uit elkaar te halen. Dat lijkt me de juiste benadering.

De sector van de basiseducatie heeft in sterke mate laten verstaan dat de geïntegreerde aanpak nodig is om op een kwaliteitsvolle manier met mensen te kunnen werken en om effecten te kunnen bereiken. Indien de zaken uit elkaar zouden worden getrokken, zou het zeer moeilijk worden op een soepele, flexibele wijze met de cursisten te werken. Het is de bedoeling een aanbod op maat van de cursisten te realiseren. Dat is volgens hen cruciaal. Ze willen dat dan ook in de toekomst absoluut behouden.

Ik zie veel gelijkenissen met het basisonderwijs. Daar hoor ik eigenlijk hetzelfde. De leerlingen redeneren in thema’s en niet in vakken. Vanuit de sector van de basiseducatie hoor ik dat de mensen met een probleem worden geconfronteerd, bijvoorbeeld als ze naar de dokter moeten, en willen leren hoe ze zich moeten uitdrukken. Ze willen een bepaalde woordenschat ontwikkelen. Het is belangrijk aan dit concreet probleem te kunnen werken. Op die manier kan heel wat taal worden bijgebracht.

Als de CBE’s niet op die manier kunnen voortwerken, wordt het voor hen zeer moeilijk op korte termijn de nodige effecten bij de cursisten te bereiken. Volgens mij is het behoud van deze werkwijze de juiste benadering.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.