U bent hier

Mevrouw Saeys heeft het woord.

De Hoge Gezondheidsraad geeft aan het beleid en de voorzieningen een aantal aanbevelingen met als doel dwanginterventies zoveel mogelijk te voorkomen, en als ze toch moeten gebeuren, zo veilig mogelijk te maken. Het advies is gericht aan algemene en psychiatrische ziekenhuizen, initiatieven voor beschut wonen, psychiatrische verzorgingstehuizen, centra algemeen welzijnswerk (CAW’s), verslavingszorgcentra, psychosociale revalidatiecentra en ten slotte ook de nieuwe initiatieven die ontstaan in het kader van de projecten artikel 107. Dat impliceert dat ook Vlaanderen gevat is en het best nagaat in welke mate het zijn beleid moet bijsturen om maximaal tegemoet te komen aan deze richtlijn.

Uitgangspunt is dat dwangmaatregelen vaak ook fysiek en psychisch lijden veroorzaken bij de patiënt, maar ook bij de hulpverlener, en dus het uiterste redmiddel moeten zijn en enkel kunnen worden toegepast wanneer de fysieke integriteit van de patiënt of van derden in het gedrang komt.

De richtlijn pleit voor voldoende personeel voor het dialogeren met de patiënt over de te nemen dwangmaatregelen, het niet combineren van dwangmaatregelen, het implementeren van een registratiesysteem, het organiseren van debriefings met de patiënt en tussen hulpverleners over hoe de dwangmaatregel werd ervaren en of die effectief was, en het vormen van hulpverleners met betrekking tot het toepassen van dwangmaatregelen.

Het Kwaliteitsdecreet maakt dat er vandaag al een aantal beperkingen zijn: terughoudendheid in het gebruik van dwangmaatregelen, het beschrijven in het huishoudelijk reglement hoe men omgaat met dwang, enzovoort. Wellicht zijn er nog wel maatregelen te nemen, bijvoorbeeld inzake de debriefing met de patiënt over zijn ervaringen, het debriefen met het team hulpverleners, de vorming rond dwangmaatregelen, maar vooral het zoeken naar alternatieven om maximaal dwangmaatregelen te voorkomen.

Minister, op 9 juni 2015 verklaarde u naar aanleiding van de zaak-Fioretti dat Zorginspectie een nieuw initiatief voorbereidt om horizontaal en breed in de psychiatrische ziekenhuizen in overleg met de sector te bekijken of een nieuw model kan worden aanbevolen van hoe moet worden omgegaan met fixatie en isolatie. In welke mate voldoet Vlaanderen al aan deze aanbevelingen en waar zijn er nog verbeterpunten?

Op 9 juni 2015 verklaarde u dat Zorginspectie in overleg met de sector bezig was na te gaan of een nieuw model zou kunnen worden aanbevolen over de wijze waarop moet worden omgegaan met fixatie en isolatie. Wat is daarvan de stand van zaken? In welke mate voldoet dit model aan de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad? Indien er nog geen model is uitgewerkt, in welke mate bent u bereid om dit vooralsnog te ontwikkelen, rekening houdend met de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad?

Een aantal voorzieningen werkt al aan alternatieve werkwijzen. In welke mate zijn deze gekend bij de Vlaamse overheid, zijn ze succesvol en kunnen ze inspiratie bieden om gehanteerd te worden in heel Vlaanderen?

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Zorg en Gezondheid, het agentschap en Zorginspectie zijn samen met de belanghebbenden – de sector en de koepels – het huidige referentiekader voor psychiatrische ziekenhuizen aan het actualiseren. Aan de hand van deze vernieuwde eisen willen we de psychiatrische ziekenhuizen en de psychiatrische afdelingen van de algemene ziekenhuizen aanmoedigen om minder en ook zeker minder lang te fixeren, te isoleren of chemische fixatie uit te voeren. Indien deze vrijheidsbeperkende maatregelen toch niet kunnen worden vermeden, moet men dit meer consequent toepassen en zich houden aan bepaalde voorwaarden. Inspiratiebron hierbij zijn zowel good practices als voorbeelden uit zowel buiten- als binnenland. Dit referentiekader zal aan de voorzieningen een houvast bieden om om te gaan met vrijheidsbeperkende maatregelen.

In vergelijking met het huidige referentiekader worden de rol en de verantwoordelijkheid van de psychiater hierin ook benadrukt. Dit gebeurt vandaag veel te summier. Er wordt ook gewerkt aan een preventief klimaat waardoor veel vrijheidsbeperkende maatregelen kunnen worden vermeden. Na- en voorbesprekingen met patiënten, team, medepatiënten en familieleden worden hier tevens onder de aandacht gebracht.

Dit zijn ook allemaal punten die aan bod komen in het advies van de Hoge Gezondheidsraad (HGR). Het advies is meer theoretisch, terwijl het referentiekader specifieke eisen en richtlijnen omvat waaraan de ziekenhuizen moeten voldoen. Het advies was nog in ontwerp toen er gestart werd met de actualisering van het luik vrijheidsbeperkende maatregelen. Het advies zal, indien nodig, mee geïntegreerd worden in de aanpak.

De finalisering van onze aanpak is voorzien tegen eind 2016. De personen die deelnemen aan de uitwerking van het geactualiseerde referentiekader hebben ook meegewerkt aan het advies van de HGR.

Bijkomend wil ik meegeven dat Zorginspectie nog dit jaar start met een inspectieronde rond het thema vrijheidsberovende maatregelen. Voorbeelden daarvan zijn fixatie en isolatie. Ze gaan daarbij na welke maatregelen er genomen worden in de voorzieningen, maar ook hoe de voorzieningen preventief te werk gaan op dit vlak en welk verbeterbeleid ze voeren. De eerste inspectieronde is gericht naar de doelgroep minderjarigen in psychiatrische afdelingen omdat dit een erg kwetsbare groep is. Niet enkel de kinderafdelingen, maar ook de forensische kinderafdelingen zullen worden bezocht. In een volgende fase zullen de inspecties worden uitgebreid naar andere doelgroepen en sectoren, waarbij onder meer gefocust zal worden op de doelgroep van volwassen psychiatrische patiënten. Tijdens deze inspectieronde zal Zorginspectie samen met de sector de praktijk in kaart brengen, om te bekijken of en waar er verbeterpunten te vinden zijn en welke good practices inspirerend kunnen werken.

Deze inspectieronde startte in de zomer van 2016. De eerste fase van deze inspectieronde werd al afgerond. Zorginspectie organiseerde een bevraging bij de betrokken ziekenhuizen, om zo een eerste kijk te krijgen op het thema. In september 2016 was in proefinspecties voorzien. In november 2016 zullen de eerste inspectiebezoeken plaatsvinden. De inspecties ter plaatse zullen onaangekondigd gebeuren, zodat Zorginspectie een beter zicht krijgt op de dagelijks geleverde zorg. De inspectievaststellingen zullen gebaseerd zijn op gesprekken met medewerkers, inzage in procedures en in dossiers, inzage van cijfergegevens en vergaderverslagen, en gesprekken met patiënten. Nadien volgt een beleidsrapport over deze inspecties rond het thema vrijheidsbeperkende maatregelen.

Zorginspectie gaat bij al haar inspectiebezoeken uitdrukkelijk uit van kwaliteit van zorg voor de patiënt. Het spreekt dan ook voor zich dat het thema van vrijheidsbeperkende en vrijheidsberovende maatregelen aan bod komt bij de inspectiebezoeken in de psychiatrische ziekenhuizen en andere geestelijkegezondheidszorgvoorzieningen. Het is een belangrijk thema, vanuit het perspectief van de patiënt. Hierrond bestaat ook een grote maatschappelijke bekommernis.

Er zijn inderdaad een aantal good practices in Vlaanderen. Vermeldenswaard is het Psychiatrisch Ziekenhuis Sint-Jozef te Pittem, dat vanuit een preventieve en participatieve aanpak het aantal isolaties op een substantiële manier heeft kunnen doen dalen. Ook de good practices zoals comfort rooms worden mee opgenomen in het voorstel van de actualisering van het referentiekader.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, dank u voor het antwoord. Ik denk inderdaad dat preventie essentieel is. Dwangmaatregelen hebben een enorm effect op patiënten en op zorgverleners en moeten sowieso het laatste redmiddel zijn. Als het niet te vermijden valt, moeten er, zoals u zelf zegt, voorwaarden worden gesteld.

Ik ben blij dat er eind dit jaar een kader zal worden geschetst. U sprak over ‘good practices’. Het is essentieel dat we die meenemen. Mijn vraag is welke de preventieve maatregelen zijn die men treft in het voorbeeld dat u aangaf.

De heer Anseeuw heeft het woord.

Op 9 juni 2015 heb ik over hetzelfde onderwerp een vraag gesteld, maar dan over kinderen en jongeren. U hebt toen aangekondigd dat de Zorginspectie een model naar voren zou schuiven. Dat komt eind dit jaar, heb ik begrepen.

Collega Saeys heeft verwezen naar het uitgangspunt dat volgens haar zou moeten worden gehanteerd, namelijk de fysieke integriteit van de patiënt. Ik denk dat de zorg voor de therapeutische relatie daarbij minstens even belangrijk is. Ik had graag van u geweten, minister, wie de Zorginspectie allemaal heeft betrokken bij het ontwikkelen van dat model of wie daar vandaag nog allemaal bij betrokken is. Is dat uit het binnenland of uit het buitenland? Of doet de Zorginspectie dat in haar eentje? Ik vermoed dat dat niet het geval zal zijn. Kunt u daar wat duidelijkheid over verschaffen?

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Als de Zorginspectie overgaat tot het expliciteren van een referentiekader, wordt gestart vanuit de strikte normering en regels die bestaan en wordt er gekeken hoe vanuit een goed begrepen kwaliteitsbeleid die moeten worden gespecifieerd of geconcretiseerd. Er wordt in dit geval ook gekeken naar wat in binnen- en buitenland beschikbaar is aan evidencebased en goede praktijken. Er wordt ook gesproken met beroepsgroepen en de koepels. In dit geval is dat Zorgnet-Icuro: de enige koepel die de ziekenhuizen vertegenwoordigt. Men probeert aan de hand van gesprekken met de stakeholders, zowel de professionelen als de voorzieningen, en aan de hand van een inventaris van goede praktijken en de literatuur een soort eerste draft te krijgen van wat er in zo'n inspectieronde zou moeten worden bekeken, waarop men verder kan gaan, wat er bestaat en wat kan worden verwacht als zijnde een normale goede zorg in die concrete situatie.

Men doet dan een proefinspectie waarbij men in een concrete situatie met een kandidaat-ziekenhuis test of wat men ondertussen heeft verzameld en wat men wil vaststellen en bekijken, inderdaad werkbaar, zinvol en nuttig is. Aan de hand van die proefinspecties wordt een definitieve methodologie bepaald, waarop de inspectieronde plaatsvindt. Als men die dan globaal heeft afgewerkt, wordt ook een evaluatie gemaakt en wordt een soort sectorverslag gemaakt waarin al die inspecties worden gesynthetiseerd in een verslag op Vlaams niveau. Dat verslag wordt opnieuw met diverse stakeholders besproken en wordt dan gefinaliseerd. Zo kunt u voor de algemene ziekenhuizen van de zorgtrajecten die al afgerond zijn, het heelkundige en het internistische zorgtraject, de sectorverslagen zien. Nadat zo'n traject is afgelegd, worden die sectorverslagen publiek gemaakt.

Wat Pittem betreft: dat ken ik niet in detail. Belangrijk is daar dat men zeer goed communiceert voor er escalaties zijn, waarbij men de patiënten duidelijk probeert te maken wat de context is waarin er wordt gewerkt, waarbij men ook met de familie en dergelijke voldoende gesprekken voert om de betrokkenheid bij het zorgproces groot te maken. Op het moment dat er een escalatie zou kunnen komen, probeert men tijdig een context te creëren waardoor de kans dat het escaleert, kan worden beperkt. Dit soort maatregelen worden op een gesystematiseerde manier als praktijk gevoerd. Men stelt vast, als men dat consequent doet, daar tijd voor maakt en erin investeert, dat het aantal vrijheidsberovende initiatieven kan worden beperkt.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.