U bent hier

De heer Doomst heeft het woord.

Minister, u weet dat de regioscreening mij zeer intrigeert omdat we echt iets moeten doen aan de verrommeling. Er is nog een pak werk op het terrein.

Het is ook een reactie op de minister-president die verwees naar de regioscreening: hij zei dat de gemeenten en de gouverneurs het initiatief moeten nemen. U hebt ook verwezen naar de gouverneur als spilfiguur. De gouverneur zegt dat hij wacht op het signaal van de minister, en de gemeenten kijken naar de gouverneur. Het is een driehoeksverhouding die vierkant draait.

Minister, hoe ziet u de verdere werkzaamheden rond de regioscreening? Wie dient daartoe het initiatief te nemen? Welke rol is weggelegd voor de gouverneurs?

Indien het aan de gemeenten is om het initiatief te nemen, hoe gaan we hun dan een duwtje in de rug geven om er werk van te maken?

Welke gevolgen werden gegeven aan de door de KUL uitgevoerde studieopdracht om in kaart te brengen welke aspecten van lokale samenwerking worden geregeld in de regelgeving?

Wat zijn de resultaten van de door u opgerichte stuurgroep? Hebben de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en de gouverneurs effectief hun prioriteiten geformuleerd? En zo ja, welke richting gaan die uit?

Minister Homans heeft het woord.

Minister Liesbeth Homans

Collega’s, ik heb al vaak gezegd dat we absoluut willen blijven streven naar zo veel mogelijk samenvallende samenwerkingsverbanden. Om dit te realiseren heb ik deze regeerperiode reeds een aantal stimulerende maatregelen genomen. Zo heeft het Vlaams Parlement reeds dit jaar, op mijn initiatief, de aanpassing van het decreet op de intergemeentelijke samenwerking goedgekeurd. Hierin werd de bestaande beperking op meervoudige doelstellingen opgeheven. Dit moet vermijden dat telkens een nieuw samenwerkingsverband moet worden opgericht om een bepaalde opdracht te kunnen uitvoeren. Dit is een belangrijke stap in de aanpak van de bestuurlijke drukte op bovenlokaal niveau.

Daarnaast biedt het Agentschap Binnenlands Bestuur aan alle besturen interactieve beleidsrapporten over lokale samenwerking aan. Deze bieden een inzicht in de eigen samenwerkingsverbanden. Ze bieden daarnaast de besturen de kans om zich te vergelijken met gelijkaardige gemeenten, bijvoorbeeld binnen dezelfde Belfius-cluster. Dat is natuurlijk maar één voorbeeld. Dit geeft de gemeente de mogelijkheid om een interne oefening over de rationalisering en de optimalisering van haar verschillende samenwerkingsverbanden op te starten.

Een derde initiatief is de lokale bestuurskrachtmonitor die sedert juni 2015 ter beschikking staat van alle lokale besturen. Hierbij voorzie ik ook in externe ondersteuning door een consultant bij de zelfevaluatie op basis van deze bestuurskrachtmonitor. Zeventien gemeenten doorlopen momenteel het ondersteuningstraject.

Een van de relevante issues die tijdens deze bestuurskrachtsoefening aan bod komen, zijn de samenwerkingsverbanden waar het lokaal bestuur aan deelneemt. Het is vervolgens aan de gemeenten zelf om, na de zelfevaluatie, de conclusies te trekken die kunnen of moeten worden getrokken uit de bevindingen.

Daarnaast werk ik momenteel ook aan een gemeentemonitor. Dit is een omgevingsscanner die de brede omgeving van elk Vlaams gemeentebestuur in beeld brengt en heeft als doel het strategisch beleid van alle betrokken actoren en van het gemeentebestuur in het bijzonder beter te onderbouwen. Zo kunnen lokale besturen dit gebruiken bij de opmaak van een omgevingsanalyse, ter voorbereiding van het volgende meerjarenplan. De monitor wordt daarom aangeboden in het voorjaar 2018 wanneer de gemeentebesturen starten met de opmaak van het volgende meerjarenplan. Een van de elementen die in de gemeentemonitor aan bod zal komen, is precies de lokale samenwerking, wat u toch moet plezieren, collega Doomst.

Ten slotte werd op 24 juni door de Vlaamse Regering een nieuw Steunpunt Bestuurlijke Vernieuwing opgericht voor de periode 2016- 2020. Dit is een wetenschappelijk consortium dat beleidsrelevant onderzoek zal verrichten voor de Vlaamse overheid omtrent bestuurlijke thema’s. Een van de onderzoekslijnen binnen dit steunpunt zal handelen over bestuurlijke arrangementen voor bovenlokale of stadsregionale vraagstukken waarin het vraagstuk inzake regiovorming verder aan bod zal komen. Dat staat ook zo ingeschreven in de opdracht.

Het zal u niet ontgaan zijn, collega’s, dat de rode draad die door mijn antwoord en door mijn hele beleidsvisie loopt, de lokale autonomie en lokale verantwoordelijkheid is. Vanuit mijn ambt heb ik reeds faciliterend en decretaal-juridisch werk verricht. Ik heb u het voorbeeld van de aanpassing van het IGS-decreet (intergemeentelijke samenwerking) gegeven.  En ik voer ook een actief stimuleringsbeleid dat verschillende facetten behelst: regioscreening, interactieve beleidsrapporten, bestuurskrachtmonitor.

Het onderzoek van de KU Leuven richtte zich op het in kaart brengen van de verschillende regelgevingen waarin aspecten van lokale samenwerking worden geregeld. Dit wees vooral op de complexiteit van het voorliggend vraagstuk. Doorheen de jaren zijn namelijk in verschillende sectorale regelgevingen heel wat intergemeentelijke en interbestuurlijke samenwerkingsverbanden opgericht. Deze verschillende bepalingen zomaar op elkaar afstemmen in een overkoepelende regeling, is zeker en vast niet eenvoudig en zal nog heel wat studiewerk behoeven. Vandaar dat het nieuw opgericht Steunpunt Bestuurlijke Vernieuwing, waarnaar ik daarnet verwees, ook verder onderzoek rond dit thema zal verrichten.

In het laatste college van gouverneurs van vorige week is het belang van lokaal initiatief inzake regiovorming aan bod gekomen. Het staat ook op de volgende agenda. De gouverneurs zijn uiteraard goed geplaatst om, vanuit hun coördinerende en transversale rol, de gemeenten in deze oefening tot schaaloptimalisatie bij te staan op basis van de aangeleverde instrumenten en cijfers. Uit de vergaderingen in de stuurgroepen kwam dan ook hetzelfde naar voren. Zowel de gouverneurs als de VVSG willen de nadruk leggen op het begeleiden van individuele optimalisatietrajecten op initiatief van het lokale niveau. Zoals daarnet reeds aangegeven, wordt dit ook vanuit Vlaanderen gefaciliteerd op verschillende manieren.

De heer Doomst heeft het woord.

Minister, dank u voor het antwoord. Ik vind dat het lokaal niet genoeg beweegt. Ik denk dat de geest die u verspreidt, de goede geest is, maar het lichaam beweegt niet genoeg, vind ik. Dus vraag ik me af of er toch niet een aantal impulsen moeten komen. Ik vraag me af of concreet geen aanmoediging aan de gouverneurs worden overgemaakt, zeggende: 'Al dat werk ligt daar, gebruik het, benut het en sla de hand aan de ploeg.'

Een tweede suggestie is of het niet mogelijk is dat we met een aantal proefprojecten werken waarin wordt gekeken naar al het materiaal dat we rond de regioscreening hebben verzameld en daar op een aantal plaatsen echt werk van te maken. Heel lang kunnen we dat niet laten liggen, anders vrees ik dat wat daar is gebeurd, allemaal achterhaald materiaal zal zijn. Nog concreter samengevat: moet er van hogerhand niet een stimulans komen om te zeggen: 'Doe het en begin alstublieft met het benutten van het werk dat is gebeurd.'

De heer Meremans heeft het woord.

Zoals de minister zegt, zit je met de gemeentelijke autonomie. Ik begrijp uw opmerking, mijnheer Doomst. Het is misschien koudwatervrees dat bepaalde gemeenten die stap niet zetten. Ik denk dat dat ook een proces is. Je moet goed opletten, want je komt snel in het verhaal waarbij men iets gaat opleggen. Dan gaan gemeenten zeggen: is Brussel daar weer met zijn bemoeizucht? Ik begrijp uw bezorgdheid. Maar aan de andere kant is er in de regionale of lokale samenwerkingsverbanden steeds een grotere gemeente of stad die volgens mij het initiatief kan nemen om te zeggen: komaan, we gaan hier in de regio proberen om die verbanden meer te laten samenvallen.

Ik begrijp dat er nog heel wat koudwatervrees is. We hebben een aantal tools aangereikt vanuit de Vlaamse overheid. We moeten daar ook op spelen. De gemeenteraadsleden moeten er ook op aansturen om hun bestuur aan te moedigen om die stappen te zetten. Ik heb dat al gedaan in mijn eigen gemeenteraad. Ik geloof daar wel in.

Het moet ook zijn tijd hebben. De regioscreening is pas afgerond. We moeten wat ruimte laten aan steden en gemeenten om daar hun werk van te maken. Ik denk dat iedereen beseft dat het hoognodig is, alleen zit je in een proces en is de koudwatervrees bij heel wat steden en gemeenten daarvoor nog steeds veel te groot.

Minister Homans heeft het woord.

Minister Liesbeth Homans

Collega’s, ik ben het ermee eens dat alles beter kan en dat het in de toekomst nog beter kan. Ik begrijp uw bezorgdheid in dezen. Het is echt wel belangrijk om het nog beter te kunnen doen.

Ik heb een aantal impulsen opgesomd. In het kader van de regioscreening waren er proeftuinprojecten. U weet ook dat die allesbehalve succesvol waren. Wat ik wel wil en zal doen, is een warme oproep doen aan de gouverneurs om zelf meer een actieve rol op te nemen. Ik denk dat de gouverneurs daar – maar niet enkel in dit dossier, het gaat breder – een nog iets meer actieve rol zullen opnemen. Ik heb u al gezegd dat het op de vorige vergadering van het college van gouverneurs aan bod is gekomen, maar dan in de marge bij de varia. Ik zal zeker niet nalaten om het officieel te agenderen op de volgende vergadering van het college.

Ik wil nog aanstippen dat we juridisch-decretaal behoorlijk wat drempels hebben weggenomen. Nu is het aan het veld. We gaan de gouverneurs erin betrekken en vragen om nog meer moeite te doen. Dan denk ik dat we wel resultaten kunnen boeken. Ik ben het met u eens dat die resultaten moeten worden geboekt.

De heer Doomst heeft het woord.

Minister, het is een driehoeksverhouding. Daar komt altijd miserie van. De gouverneur kijkt naar de minister, de minister kijkt naar de gouverneur en de gouverneur kijkt naar de gemeente. We moeten daar uitkomen, en ik denk dat we dat met een soort wortel moeten doen. Als we dat voor de fusies doen, moeten we dat hier ook durven doen: een beetje meer een wortel aanbieden om te zeggen: komaan, laat er ons werk van maken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.