U bent hier

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister, op dinsdag 17 mei was u te gast in een uitzending van het programma De Meulemeester in Debat op de commerciële zender VTM. Tijdens de uitzending ging u in debat met Dyab Abou Jahjah over Brussel, meer bepaald over hoe onze stad zou moeten worden bestuurd. Alsof de heer Abou Jahjah enige ervaring ter zake zou hebben. Tijdens dat gesprek deed u toch wel een aantal opmerkelijke uitspraken. Zo pleitte u er onder meer voor om een zogenaamde Brusselstem in te voeren, waarmee u de legitimiteit van de Brusselse politici wilt vergroten en de burgers dichter bij elkaar wilt brengen. Ik denk dat u dat toen zo hebt gemotiveerd. Deze Brusselstem zou dan een extra stem zijn, waarmee Nederlandstaligen voor een Franstalige lijst kunnen stemmen, en uiteraard ook vice versa. Noch in het Vlaamse regeerakkoord, noch in uw beleidsnota, noch in een van uw beleidsbrieven komt dat idee echter naar voren. Daarom heb ik de volgende vragen.

Als Vlaams minister bevoegd voor Brussel vertegenwoordigt u uiteraard de Vlaamse Regering. Is het idee van die Brusselstem een standpunt van de Vlaamse Regering? Uiteraard ken ik daarop zelf al min of meer het antwoord. Het Vlaamse regeerakkoord wil uiteraard de band tussen Vlaanderen en de hoofdstad bestendigen en versterken. Ik ben ervan overtuigd dat u dat ook wilt, net als wij allemaal samen. U bevestigt dat ook in uw beleidsnota. Hoe valt dat echter te rijmen met uw optreden en vooral dan met die uitspraken, waarbij u het enkel over Brussel had, zonder over de band met de rest van Vlaanderen te spreken?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Voorzitter, geachte leden, ik trap een open deur in als ik zeg dat Brussel vandaag een superdiverse en meertalige grootstad is van bijna 1,2 miljoen inwoners. Tellen we daar dan ook nog eens de dagelijkse pendelaars bij, dan is dat een heleboel volk op een hoopje, wat ik positief bedoel. Het gaat ook over 183 nationaliteiten en meer dan 100 talen. Brussel is de meest kosmopolitische stad van ons land. Behalve een stad is het dus toch ook wel een open en gastvrij stadslabo.

We weten dat Brussel institutioneel een eigen statuut kent, met een autonomie voor gewestbevoegdheden en een heel specifieke en ook nog eens asymmetrische invulling wat de gemeenschapsmateries betreft. De internationalisering doet een aantal vragen rijzen, zet het Brusselse bestuursmodel onder druk. Er is een sociologische realiteit die de vertrekpunten van ons Brusselmodel uitdaagt. Dat doet natuurlijk vragen rijzen over de legitimiteit van het huidig model. Dat is trouwens niet alleen zo voor Brussel. Om de zoveel decennia is dat zo voor elke instelling.

Die legitimiteit wordt niet enkel vanuit Franstalige politieke hoek in vraag gesteld. Heel veel Brusselaars, waaronder ook Nederlandstaligen, ervaren de huidige bestuursstructuren als onvoldoende aangepast aan de realiteit van vandaag. Dat is de context waarin mijn voorstel van een tweede Brusselstem moet worden geplaatst. Als Vlaams en Brussels politicus besef ik heel goed dat Brussel een compromis is, een werkbare verstandhouding tussen Frans- en Nederlandstaligen. Brussel is de hoofdstad van België en van Vlaanderen, en dat moet zo blijven. Brussel is zowel een zaak van de bijna 1,2 miljoen Brusselaars als van de rest van het land. Binnen het kader van het huidig bestuursmodel op zoek gaan naar meer herkenbaarheid en legitimiteit, zonder het bereikte politieke evenwicht onderuit te halen, lijkt me eerbaar en in elk geval een intellectuele en politieke uitdaging.

Met de Brusselstem wil ik een vrije, bijkomende stem geven aan elke Brusselse kiezer. Naast de gewone stem kan elke Brusselse kiezer dan ook stemmen voor kandidaten van een lijst van de andere taalgroep. De kiezer kan zo aangeven welke politicus van de andere taalgroep zijn vertrouwen geniet, uiteraard naast een politicus van zijn eigen taalgroep. Veel Brusselaars die Nederlands- of Franstalig zijn, spreken vlot of minstens toch ook een mondje Frans of Nederlands. Veel kiezers komen in contact met de andere taalgroep. Kinderen groeien op in gezinnen waar meer dan één taal wordt gesproken. Nederlandstalige kinderen gaan dan weer misschien naar een Franstalige school of omgekeerd. De taalgroepen die de staatshervorming van 1970 heeft opgericht, zijn dus enigszins ingehaald door de stadsrealiteit. De Brusselstem kan daar een antwoord op bieden, door een politieke brug te slaan tussen Nederlandstaligen en Franstaligen. Politici uit beide taalgroepen worden er immers door gestimuleerd om van zich te laten horen in beide taalgroepen, in heel Brussel dus, in debatten, in de media en ook op straat. Ook de Brusselse kiezer krijgt de mogelijkheid om zich tot beide taalgroepen te richten. De Brusselstem kan de kiezer goesting geven om ook politici van de andere taalgroep beter te leren kennen en hun ook een stem te geven. Als politici stemmen kunnen winnen bij kiezers uit de andere gemeenschap, zullen ze zich ook meer openstellen voor mensen uit die andere gemeenschap. Politici zullen een inspanning leveren om een breder draagvlak te vinden voor hun ideeën in een breder kiespubliek, niet alleen in een taalgroep, maar in de hele stad.

Met die openheid of attitude voor de andere, komt de interesse, stijgt het begrip en verdwijnen de vooroordelen. Groeit er hopelijk meer dialoog en ontstaat er meer wederzijds respect. Beseffen mandatarissen en burgers dat ze in onze stad over dezelfde putten struikelen, in dezelfde files staan, naar dezelfde restaurants of cafés gaan. Zien ze in dat ze veel meer gezichts- en standpunten gemeen hebben dan ze dachten. Dat ze met andere woorden medeburgers zijn in één groot en democratisch geheel. Dat ze met gemeenschappelijke belangen aan dezelfde toekomst werken, een toekomst voor alle Brusselaars.

Ik heb het idee al eens eerder gelanceerd, zeven jaar geleden – het lijkt wel een eeuwigheid. Ik doe het nu opnieuw omdat ik denk dat de geesten en de stad verder gerijpt zijn. Het gevoel van verbondenheid tussen alle inwoners is vandaag sterk toegenomen. In het Nederlandstalig onderwijs in Brussel zitten de leerlingen bijvoorbeeld al decennia zeer taalgemengd in de klassen. Culturele instellingen van beide gemeenschappen werken samen, organiseren festivals, optredens of concerten. Jonge Brusselaars stellen zich steeds meer en luider de vraag of die opdeling in taalgroepen nog wel zin heeft, of dat nog wel strookt met de realiteit. En tegelijk zien ze er beter dan ooit het nut van in om vreemde talen te leren.

Ook de aanslagen van 22 maart hebben ons in Brussel nog sterker bewust gemaakt van onze onderlinge band. Wij Brusselaars zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Wij voelen ons sterker dan vroeger één, soms in angst en in zorgen, vaak in enthousiasme en veerkracht. Ook de vastberadenheid om met Brussel dringend een nieuwe weg van samenwerking in te slaan wordt duidelijk gevoeld.

Onze stad, ons gewest, krijgt vaak het verwijt ingewikkeld en complex bestuurd te worden. Inderdaad, het politieke landschap is ingewikkeld. Dat is het gevolg van onze geschiedenis in Brussel en in België, maar dat zou ons te ver brengen. Ik wil vooruit kijken, naar de toekomst, en wat complex is niet complexer maken. Daarom is bruggen slaan vandaag belangrijk, ook in de politiek. Veranderingen komen niet zonder slag of stoot en vergen tijd. Ik denk dat de Brusselstem daarbij een stap vooruit kan zijn in het debat over waar het vandaag om draait: superdiversiteit, burgerschap en verbondenheid. Op termijn kan die tweede stem tot een eenvoudiger Brussel leiden, dat beter wordt bestuurd. Boven de taalgroepen zal men gemakkelijker samenwerken als men elkaar begrijpt en respecteert.

Sommigen vrezen inderdaad dat de Vlamingen, als een van de kleinere minderheden in dat superdiverse Brussel, het gelag zullen betalen: dat hun taalrechten niet langer worden gerespecteerd, dat de banden met Vlaanderen losser worden of zelfs doorgeknipt. Ik ben ervan overtuigd dat dit allemaal niet zal gebeuren. De Vlaamse instellingen in Brussel staan vandaag voor kwaliteit. Ik zie dat het Vlaamse cultuurleven sterker dan ooit bloeit. Ik stel vast dat, ondanks de enorm toegenomen verscheidenheid van talen en nationaliteiten, ons onderwijs nooit zo succesvol is geweest als vandaag. Duizenden leerlingen en studenten die niet in het Nederlands zijn opgevoed, komen hier studeren, zitten hier op de schoolbanken en in de aula’s. Allemaal willen ze meertalige, goedgeschoolde en Nederlandskundige afgestudeerden worden. Ze zullen met hun diploma’s en de meerwaarde van hun meertaligheid werk vinden in Brussel maar ook aan de slag kunnen in de rest van het land.

Het idee van de tweede Brusselstem is inderdaad geen idee van de Brusselse Regering. Het is een idee dat ik niet lanceerde als Vlaams minister, zelfs al kan mijn functie niet meer los worden gezien van mijn identiteit, blijkbaar. Het is mijn idee, als Vlaams-Brusselse politicus met een intellectuele vrijheid. Het is niet dat ik als minister geen persoonlijke standpunten kan innemen. Trouwens, als dit voorstel ooit politiek zou moeten worden besproken, dan weet u dat dit over de Bijzondere Brusselwet uit 1989 gaat, wat dan weer federale materie is en geen direct gespreksonderwerp is voor de Vlaamse Regering.

Hoe valt mijn standpunt te rijmen met mijn opdracht als Vlaams minister om de band Vlaanderen-Brussel te bestendigen? Ik vind mijn standpunt niet in tegenspraak met een sterke band Vlaanderen-Brussel. Ik wil een Brusselmodel dat meer legitimiteit krijgt van de Brusselaars én dat de evenwichten tussen de Nederlandstalige en Franstalige taalgroepen niet verstoort. Zoals u weet, verandert mijn voorstel niets aan de verhoudingen in het parlement en niets aan de verhoudingen in de uitvoerende macht.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister, dank u voor uw antwoord. Het is misschien goed om het debat te voeden, maar het is geen standpunt van de regering. U zei dat u er geen idee van hebt hoe het leeft in de Brusselse Regering. Ik weet natuurlijk dat het hier en daar circuleert, veeleer in kringen van de Brusselse Regering dan in kringen van de Vlaamse Regering.

Minister, we verschillen daarin alleszins over van mening. We hebben een sterke Vlaamse gemeenschap in Brussel, en wij willen dat allebei zo houden. We hebben een sterk Vlaams onderwijs, een kwalitatief onderwijs in Brussel, en ik denk dat wij dat moeten versterken.

Ik heb geen bijkomende opmerkingen. Ik hoop alleszins dat we er verder over zullen discussiëren. We moeten ervoor zorgen dat Vlaanderen sterk aanwezig is en blijft in de hoofdstad.

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Minister, het is, zoals u zegt, politiek en intellectueel uitdagend. U hebt zeker een eerbare mening over de structuren en de politieke realiteit van uw stad. Het is geweten dat de politieke samenstelling niet meer past op de Brusselse realiteit. U hebt zelf gezegd dat de Brusselse realiteit blijkbaar de politieke structuren heeft ingehaald. Dat is zo, je voelt dat ook. Er zijn mensen die zich niet tot één van beide gemeenschappen laten bepalen. Dat is niet een kleine minderheid, maar wellicht een grote meerderheid van de Brusselse realiteit.

Heel veel mensen beschouwen taal als een element van identiteit, en dat is er meestal een wezenlijk deel van. Maar identiteit is veel meer dan dat. Een gemeenschap bepalen op basis van taal is voor sommige mensen een reële aanpak van hun eigen beleving en identiteit, maar voor veel mensen is dat niet zo. Er zijn veel taalgemengde gezinnen, mensen voor wie taal een minder belangrijk element is van hun identiteit, mensen die zich in verschillende talen bewegen, enzovoort. De Brusselse realiteit moet daarmee leren omgaan. Als we weten dat de helft van de kinderen op de Brusselse scholen thuis noch het Frans noch het Nederlands als thuistaal heeft, maar een andere taal, dan zegt dat al heel veel over de mogelijkheid om die taal te blijven opdelen in twee gemeenschappen. Minister, u verdient dus lof voor uw voorstel om die structuren aan te pakken en erover na te denken.

Vanuit Groen waren we uw concrete voorstel minder genegen, maar dat is louter omdat wij heel sterk geloven in het aspect van tweetalige lijsten, waarbij je niet meer stemt op of een Vlaamse of een Franstalige lijst, maar gewoon stemt, punt. Er kunnen Nederlandstalige en Franstalige mensen op die lijst staan. Op die manier kun je taalminderheden gegarandeerd in je parlementen vertegenwoordigen. Zo vermijd je ook dat mensen een taalkeuze moeten maken om te gaan stemmen, wat voor heel veel mensen haaks staat op hun politieke beleving.

U verdient dus lof voor het in gang zetten van een debat. Het had mij wel meer plezier gedaan mocht het namens de hele Vlaamse Regering zijn, want op die manier hadden we misschien iets in gang kunnen zetten. Maar dat is het dus duidelijk niet. Ik hoop dat we in het komende jaar wel los van meerderheden en opposities kunnen nadenken over de politieke structuur van Brussel, want Brussel verdient beter dan een compromis te zijn.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik denk niet dat het slecht leven is in een compromis. Een compromis is een element van politieke rijpheid en politieke evenwichten. Het is ook nooit af, dus perfect is het niet, maar ik ben zeker een bestrijder van degenen die het compromis iets minderwaardigs zouden vinden. Het staat soms veraf van het eigen ideaal, maar het is pas in de ontmoeting van de ander in de politiek dat men tot nieuwe evenwichten kan komen.

Ik besef, beste collega’s, dat ik met dit voorstel een beetje water en vuur probeer te verzoenen, namelijk de gewest- en de gemeenschapslogica zo veel mogelijk met elkaar in evenwicht brengen en toch ook rekening houden met een Brusselse realiteit op het terrein. Dat is een moeilijk evenwicht. Dat hoort nu eenmaal bij de functie die ik heb.

Dat ik binnen de gemeenschapslogica blijf, en die van de taalgroepen en het effect van een tweede stem, is omdat ik denk dat als we naar een volledig gewestelijke logica van stemmen gaan, we ook niet naïef moeten zijn en denken dat de vele investeringen die Vlaanderen vandaag terecht doet in bijvoorbeeld onderwijs en cultuur, dan wel eens meer ter discussie zouden  kunnen komen dan vandaag het geval is. Je moet altijd een beetje rijden en omzien. De perfecte oplossing bestaat niet. Ik probeer gewoon met mijn voorstel die zaken zo veel mogelijk op elkaar af te stemmen.

Qua complexiteit valt het allemaal nog wel mee. In Duitsland bestaat er een wetgeving van ‘Zweitstimme’: men kan een tweede stem uitbrengen. Het is nog niet zo lang geleden dat het hier ook normaal was dat er gepanacheerd werd, weliswaar voor gemeenteraadsverkiezingen. Ik wil maar zeggen dat het voor de kiezer minder uitmaakt welke ingewikkelde berekeningen er achter het scherm zitten.

Ik dank beide sprekers voor de intellectuele vrijheid die ze mij gunnen. Ik denk dat het debat daarmee verder kan en zal worden gevoerd, misschien op een gegeven moment weer in slaap zal vallen en dan toch weer bovenkomen. Het is in elk geval vanuit verschillende overwegingen, vanuit de band Brussel-Vlaanderen en als een antwoord op een hedendaags Brussel, dat ik het voorstel gedaan heb. Ik besef dat het niet perfect is, maar ik wou u gewoon de beweegredenen nog wat extra toelichten.

Ik heb het overigens ook volledig in een voorstel van bijzondere wet gegoten, gewoon omdat het ooit kant en klaar zou kunnen zijn. Ik wil dat wel aan de leden van de commissie bezorgen, voorzitter. Dan zie je welke vrij ingewikkelde structuur er achter het voorstel van de vrije Brusselstem zit en dat er wel degelijk over nagedacht is.

Af en toe moet men eens wat nieuwe ideeën kunnen geven. Ieder van ons doet dat in het debat. Dat geeft ons ook de politieke ruimte die we nodig hebben. We werken uiteraard hard aan regeerakkoorden en ieder voor zich ook aan de verwezenlijking van partijprogramma’s, maar daarnaast bestaat er ook nog een andere werkelijkheid.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister, ik steun u in ieder geval als u de gemeenschapslogica in Brussel wilt versterken. Ik steun u ook in het feit dat we de complexiteit van Brussel moeten kunnen vereenvoudigen. Ik stel me wel de vraag of dat zou kunnen gebeuren met een Brusselstem. Het was mijns inziens nuttiger geweest om een signaal te geven omtrent de fusie van gemeenten en politiezones.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.