U bent hier

De heer Annouri heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, bij het Indiase IT-bedrijf Tech Mahindra staan 49 tot 70 banen op de tocht. De intentie tot collectief ontslag werd midden mei aangekondigd tijdens een bijzondere ondernemingsraad. De aankondiging heeft betrekking op 136 werknemers die in 2014 de overstap maakten van Mobistar, toen dat een groot deel van zijn informatica-activiteiten uitbesteedde aan Tech Mahindra.

Het is niet de eerste keer dat de outsourcing van IT-activiteiten naar een Indiaas bedrijf tot ontslagen leidt. Indiase bedrijven halen goedkope, hoogopgeleide Indiërs met een tijdelijke arbeidsvergunning naar hier om hen op te leiden. Zodra de kennisoverdracht compleet is, is het goedkoper om het werk vanuit India te doen en volgen er lokale ontslagen. In het geval van de ex-Mobistarwerknemers genoten die na hun outsourcing naar Tech Mahindra een bescherming gedurende achttien maanden die in een cao was vastgelegd, maar na een halfjaar al haalde Tech Mahindra systematisch ex-Mobistarmedewerkers van de Mobistaraccount en verving hen door Indische collega's die daarvoor naar België werden gehaald. De ex-Mobistarwerknemers werden op de ‘bench’ gezet en Tech Mahindra ondernam enkele vergeefse pogingen om andere klanten te vinden om die mensen te plaatsen. Zodra de periode van achttien maanden extra bescherming voorbij was, zette Tech Mahindra de procedure tot collectief ontslag van veertig tot zeventig ex-Mobistarmedewerkers in.

Ook bij andere bedrijven doet deze problematiek zich voor, het is geen uniek geval. Een bekend voorbeeld is Atos. Het gaat hier dus om een groter verhaal. Indische IT-bedrijven maken gebruik van de gunstige federale wetgeving, ondersteund door het bilateraal akkoord tussen België en India, om hier lowcost-medewerkers te plaatsen die lokale werknemers vervangen. Die gunstige federale wetgeving had oorspronkelijk tot doel om tegemoet te komen aan de schaarste van gekwalificeerde werknemers, maar heeft nu het perverse effect dat lokale informatici worden geoutsourcet en/of ontslagen.

De problematiek is dus eigenlijk dubbel. Een deel van het werk verdwijnt naar India, dat is pure offshoring. Daarnaast worden lokale werknemers soms ook vervangen door Indische werknemers die vanuit België werken. Het is daar dat het bilateraal akkoord om de hoek komt kijken, met een sterk beperkte verplichting van het betalen van sociale bijdragen. Ook het jaarlijkse rapport van Deloitte toont aan dat Indische werknemers inderdaad profiteren van een erg gunstig wettelijk regime. Deze werknemers betalen geen sociale bijdragen in België, maar in India.

Daar waar pure offshoring strikt wettelijk gezien geen sociale dumping is, lijkt dat voor het vervangen van lokale werknemers door ingevlogen Indische collega's met langetermijnverblijfsvergunning wel het geval te zijn. Om deze sociale dumping tegen te gaan, zou zowel op federaal als op regionaal niveau de balans moeten worden gemaakt van de bilaterale overeenkomst inzake sociale zekerheid met India, met een eventuele herziening van werkvergunningen van het type B – deze materie werd met de zesde staatshervorming trouwens geregionaliseerd – en het vastleggen van efficiënte controles inzake de voorwaarden voor zo’n werkvergunning.

Minister, tijdens mijn research zag ik dat onder andere uw partij zelf deze problematiek heeft aangekaart, op 27 mei. Het leeft dus bij de andere partijen. Het leeft heel hard bij de sector. Het is iets waar mensen heel duidelijk antwoorden op willen. Ze willen weten hoe het verder moet.

Minister, bent u zich bewust van deze problematiek die ook een impact heeft op de Vlaamse arbeidsmarkt?

Welke acties kunt u als Vlaams minister van Werk concreet ondernemen tegen deze problematiek?

Tot welke conclusie komt u als u de balans opmaakt van de bilaterale overeenkomst inzake sociale zekerheid met India vanuit een regionaal oogpunt?

Is het mogelijk om tot een herziening te komen van werkvergunningen van het type B, die met de zesde staatshervorming overkwamen naar Vlaanderen? Hoe ziet u dit en op welke termijn?

Vindt u dat er op Vlaams niveau extra controles moeten komen naar de voorwaarden voor zo’n werkvergunning, zodat deze problematiek in de toekomst op een andere manier kan worden aangepakt?

Ik dank u.

Minister Muyters heeft het woord.

Mijnheer Annouri, uiteraard ben ik op de hoogte. Het onderwerp is al verschillende keren aan bod gekomen in de commissie: in de vraag om uitleg 801 van Yasmine Kherbache, de vraag om uitleg 1182 van Emmily Talpe en de vraag om uitleg 1491 van Jan Hofkens. Die vragen zijn in januari, februari en april van dit jaar gesteld. Ik zal in mijn antwoord soms verwijzen naar die vragen. Dat neemt u mij vast niet kwalijk. Mijn antwoord is uitgebreid. 

In het jaarverslag 2015 van de Vlaamse Dienst Economische Migratie kunt u lezen dat de dienst in 2015 1766 arbeidskaarten B heeft afgeleverd aan Indische hoogopgeleiden en leidinggevenden. Op die manier neemt India de eerste plaats in en vertegenwoordigt het 37 procent van het totaal aantal uitgereikte arbeidskaarten in die categorie. De arbeidskaarten worden afgeleverd op basis van het diploma van de werknemer en op basis van het minimumjaarloon van 39.824 euro – hoogopgeleiden – of 66.442 euro –leidinggevenden.

Twee derden van de eerste aanvragen betreffen gedetacheerde werknemers. Op basis van de bilaterale overeenkomst inzake sociale zekerheid met India worden voor die gedetacheerde werknemers in België geen socialezekerheidsbijdragen betaald. Daarnaar hebt u al verwezen. Na afloop van hun opdracht keren zij terug naar hun Indische werkgever. Die praktijk is conform de Europese en Belgische detacheringsregels en behoort tot de exclusieve federale bevoegdheden.

Men kan er met andere woorden van uitgaan dat de Indische hooggeschoolde detacheringen haast allemaal Indische werknemers zijn in de IT-sector, die als informatica-technisch consulent of programmeur worden tewerkgesteld vanuit hun Indisch IT-bedrijf naar digitale projecten van Belgische bedrijven.

U vraagt of ik acties kan ondernemen. De dienst Economische Migratie controleert de looncomponenten – dat is een van de dingen die we kunnen doen – en staat, bij vaststelling van onregelmatigheden, geen arbeidsvergunning of verlenging toe. Bij vermoedens van misbruik of fraude starten de inspecteurs van de afdeling Toezicht en Handhaving een onderzoek waarbij nauw wordt samengewerkt met de federale collega’s. Mijn inspectiedienst voert daarnaast steekproefsgewijze, spontane onderzoeken uit.

In het antwoord op de vraag om uitleg 801 van Yasmine Kherbache heb ik al toegelicht dat buitenlandse hoogopgeleide werknemers volgens de geldende regelgeving inzake buitenlandse arbeidskrachten een arbeidskaart krijgen voor een specifiek en concreet jobaanbod, zonder voorafgaand arbeidsmarktonderzoek. Dat is belangrijk, want het is de regelgeving. Dat wil zeggen dat een Vlaamse werkgever hen kan tewerkstellen tegen een loon dat minstens zo hoog is als het loon dat ik daarnet heb vermeld, zonder dat er moet worden onderzocht of er een lokale arbeidskracht beschikbaar is. Bij andere regelgevingen moet dat wel. Dat past in de Europa 2020-strategie om Europa aantrekkelijker te maken. Dat had de bedoeling om hooggekwalificeerd personeel aan te trekken, om onze markt slimmer, duurzamer en competitiever te maken. De meest recente voorstellen van de Europese Commissie inzake arbeidsmigratie wijzen ook in die richting.

De bedoeling van het systeem van detachering moet er echter in bestaan om die buitenlandse arbeidskrachten aan te trekken op basis van hun expertise en knowhow, en niet omdat zij goedkoper zouden zijn. Dat is de idee die erachter zit.

Het concurrentievoordeel voor de werkgever ligt momenteel vooral in de hoek van de sociale zekerheid. U hebt dat ook gezegd. Gezien de vaak grote verschillen in de socialezekerheidsbijdrage, kan de totale loonkost voor die gedetacheerden een heel stuk lager liggen. Het behoud van de sociaalrechtelijke verzekering in het thuisland heeft aan de andere kant administratieve voordelen en geldt ook voor Belgische werknemers die naar het buitenland worden gedetacheerd.

Ik ken de problematiek en vanuit onze Vlaamse arbeidsmarkt zou ik, zoals ik in april in de commissie ook al aan de heer Hofkens heb gezegd, willen pleiten voor twee verbeteringen aan de federale detacheringsregels. Ten eerste pleit ik voor het beperken in de tijd van de detachering, ten tweede voor een degelijk controleapparaat. Ik zal daar niet dieper op ingaan. U kunt dat herlezen.

Wat de geplande aanpassingen aan het arbeidsmigratiebeleid en de timing betreft, kan ik verwijzen naar de commissievergadering van 25 februari 2016. Toen ben ik daarop ingegaan.

In opvolging van de berichtgeving over Atos in het voorjaar van 2016 heeft de afdeling Toezicht en Handhaving meerdere onderzoeken opgestart naar misbruiken van gedetacheerden in de IT-sector. Die onderzoeken doen we – zoals ik daarstraks al zei, is dat meestal het geval – met onze federale collega’s van het Toezicht op de Sociale Wetten. Ze worden nauw aangestuurd en opgevolgd vanuit de hoofdbesturen van zowel mijn departement als het departement dat verantwoordelijk is voor de sociale wetten. De onderzoeken zijn nog lopende. De inspecteurs brengen de constructies in kaart, onder andere aan de hand van de Indische arbeidsovereenkomsten, de contracten, eventuele service level agreements (SLA’s) en andere zaken. Eveneens voeren ze onderzoeken uit bij de klanten en gaan ze na hoe de tewerkstelling in de praktijk wordt uitgevoerd. Hiertoe wordt de reële arbeidsduur nagegaan en worden de loon- en arbeidsvoorwaarden nagekeken. Ze hebben ook oog voor eventuele verboden terbeschikkingstellingen. De betrokken personen worden ook verhoord.

Als er dan zware inbreuken op de sociale wetgeving zouden zijn, dan kan dat op basis van artikel 35 van het KB van 9 juni 1999 ter uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers een basis zijn voor het intrekken van die arbeidsvergunningen door de Dienst Economische Migratie van het departement, natuurlijk naast het opstellen van pro justitia’s met mogelijke gerechtelijke vervolging tot gevolg.

Ik ken de problematiek dus heel goed. Wat we kunnen doen, is relatief beperkt, maar we doen wat we kunnen. Meestal is dat dan controle, samen met de federale overheid. De suggesties zijn ook overgemaakt over oplossingen die wij menen te zien in de federale wetgeving.

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik denk dat het feit dat de vragen regelmatig terugkomen, inderdaad aantoont dat dat probleem regelmatig terugkomt. Nu is er het specifieke geval van Mahindra. Voor alle duidelijkheid: als ik het daarover heb, gaat het me niet zozeer om India of die Indische werknemers, maar wel om het systeem, dat op een onrechtvaardige manier mensen met elkaar laat concurreren, zoals in dit geval, waarbij die ex-werknemers van Mobistar dan plots in bosjes van zeventig mensen worden afgedankt. Het lijkt me toch ook wel belangrijk om dat mee te nemen.

Als ik het goed begrijp, zegt u dat dat bilateraal akkoord loopt zoals het loopt, dat het zelfregulerend is, dat er goed op wordt toegezien als de dingen fout lopen. U hebt twee extra opmerkingen gemaakt, waaronder de suggestie van het inkorten van die detacheringsperiode. U zegt dat dat onderzoek nu volop loopt. Wanneer zal dat onderzoek afgelopen zijn? Wanneer mogen we daar resultaten van verwachten, zodat we een zicht hebben op hoe dat daar allemaal precies is gegaan en welke de eventuele conclusies zouden kunnen zijn die we daaruit kunnen trekken in verband met deze problematiek, die inderdaad toch wel regelmatig terugkomt?

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Voorzitter, beste collega’s, wat deze vraag betreft, zijn uiteraard federale en gewestelijke bevoegdheden relevant. Er is ter zake ook een afstemming nodig tussen de verscheidene niveaus. Minister, het verheugt me zeer om te horen dat er ook een goede samenwerking is met de diensten van staatssecretaris De Backer, die bevoegd is voor de bestrijding van sociale fraude. Men is ook bezig met een uitgebreid onderzoek naar de geschetste praktijken. Daar zullen we dus ook wel meer van horen. De controle is enorm belangrijk, maar zoals u zelf zegt, moeten we die uitwisseling van talenten toch ook wel zuiver houden en als waardevol behandelen. Ik heb een tijd geleden inderdaad een vraag om uitleg gesteld over het nieuwe kader voor economische migratie. U zei dat u in de tweede helft van de legislatuur daarover meer zou kunnen brengen. Hoe staat het met die voorbereiding en zult u dergelijke praktijken ook meenemen bij het uitwerken daarvan?

Minister Muyters heeft het woord.

U weet dat onderzoeken onafhankelijk gebeuren. Ik heb niet meteen een zicht op de timing daarvan. Ik verwacht dat dat wel in de loop van het najaar of zo zal zijn afgerond, maar ik kan en wil daarvoor mijn hand niet in het vuur steken. Dat moet onafhankelijk lopen.

We zullen de totaliteit bekijken. Ook deze aspecten zullen worden bekeken, maar zoals ik zei, is dat voor het tweede deel van de legislatuur. We zijn daar nog niet. We bereiden dit voor, maar ik heb daarover nog niet ten gronde van gedachten gewisseld met mijn departement.

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, uiteraard verwachtte ik geen gedetailleerd antwoord daarop, maar ik dacht dat u in uw hoedanigheid van minister wel een zicht had op de timing daarvan. Het spreekt vanzelf dat dat onafhankelijk moet gebeuren. Hulde aan de collega’s Hofkens, Kherbache en Talpe, die die vraag al hebben gesteld. Nu heeft collega Annouri dat ook gedaan, en we zullen met zijn allen die thematiek blijven volgen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.