U bent hier

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Voorzitter, minister, dames en heren, het was alsof Gazet van Antwerpen wist dat deze vraag vandaag aan bod zou komen en ook al een gedeelte van het antwoord kende. Ik zal ze toch nog stellen, wellicht zal de minister er ook naar verwijzen.

Ik heb in het verleden al een vraag om uitleg gesteld en ook een schriftelijke vraag. Dit is een vervolgvraag. In het natuurreservaat Het Wik in Bokrijk zijn onlangs drie keer meer besmette teken aangetroffen dan twee jaar geleden. Dat stelde een studente onlangs vast toen ze een – beperkt – onderzoek deed.

Maar liefst 37 procent van de teken is besmet met de bacterie Borrelia – die kan de ziekte van Lyme veroorzaken – terwijl dit 2 jaar geleden nog maar 10 procent was. In Vlaanderen is er een onderregistratie in vergelijking met andere landen. Een mogelijke verklaring, op basis van kleinschalig onderzoek, voor de grotere verspreiding van de teken zijn de recente warme winters en het vochtige voorjaar, en we mogen daar nu ook een vochtige zomer aan plakken met de afgelopen dagen in gedachten.

Op 13 januari 2015 stelde ik reeds een aantal vragen rond het uitwerken van een preventiebeleid rond de ziekte van Lyme. In mijn schriftelijke vraag nummer 550 van 9 april 2015 vroeg ik naar de stand van zaken van de opgesomde maatregelen en van het onderzoek naar de ziekte van Lyme.

Pro memorie: voor de vaststelling van de ziekten wordt er heel dikwijls verwezen naar de zogenaamde rode kring. Die treedt echter maar in één van de vijf gevallen op. In alle andere gevallen weten mensen niet of ze al dan niet besmet zijn.

Inzake de bloedtests is moeilijk om heel accuraat te kunnen vaststellen of er een besmetting is. Dan heb ik het nog niet over chronische lyme. Mijn vraag om uitleg is van belang voor preventie, maar ook voor longitudinaal onderzoek en opvolging van patiënten die zijn gebeten. Minister, u gaf aan dat het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) in het najaar van 2015 een grootschalige opvolgstudie rond de ziekte van Lyme in België zou starten. Daarbij zullen een duizendtal patiënten gedurende één tot twee jaar worden opgevolgd. U gaf ook mee dat in 2015 een consultatie naar aanleiding van een tekenbeet zou worden opgenomen in de lijst van ziekten van de huisartsenpeilpraktijken en dat u nieuwe wetenschappelijke resultaten verwachtte in de loop van 2015-2016, op basis waarvan u dan verdere stappen kan zetten.

Ik heb er mijn schriftelijke vraag nog even bijgenomen. De resultaten van het peilnetwerk voor huisartsen zouden beschikbaar zijn in de eerste helft van 2016, die nu eigenlijk al voorbij is.

Minister, zijn er al resultaten bekend? Kunt u die meedelen? Kunt u toelichting geven over de aanpassingen die eventueel zijn gebeurd in het beleid? Wat verwacht u van de eerste tussentijdse resultaten van de groep van duizend patiënten die wordt gevolgd? Hoe wilt u, zoals in de ons omringende landen – ik neem Nederland als voorbeeld met tekenradar – een systematische screening en preventie opzetten om zo tot een goede diagnose en een snelle behandeling te kunnen komen?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

We gaan op dit ogenblik nog steeds uit van het beleid dat werd geschetst in het antwoord op uw vraag om uitleg van 9 april 2015 en de schriftelijke vragen van 19 oktober 2015 en van 2 september 2014 van de heer Steve Vandenberghe.

Er zijn voorlopige resultaten van de onderzoeken bekend, maar nog niet breed verspreid. Die resultaten werden op een seminarie door het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid in mei jongstleden toegelicht. Voor de volledige resultaten moeten we wachten op de uiteindelijke rapporten van het WIV.

De onderzoeken en surveillance van lyme in België zijn vooral gebaseerd op het aantal positieve serologische tests die worden gerapporteerd door het Nationaal Referentiecentrum voor Borrelia en een netwerk van peillaboratoria. Dat bestaat uit een veertigtal laboratoria verspreid over het hele land en is goed voor ongeveer de helft van de serologische tests uitgevoerd voor lyme in België.

De epidemiologie van lyme vertoont een uitgesproken seizoensvariatie, met elk jaar een stijging van het aantal gerapporteerde positieve serologische tests tussen juni en oktober. Het totaal aantal positieve serologieresultaten schommelt van jaar tot jaar als gevolg van verschillende factoren. Klimaatfactoren die een invloed hebben op de hoeveelheid teken en de aanwezigheid van gastheren spelen bijvoorbeeld een rol. Ook sensibilisatie van artsen speelt een rol, los van de evolutie van de problematiek op zich. Hoe bekender de infectie wordt, hoe meer aanvragen voor serologie er zijn.

Niettegenstaande de jaarlijkse schommelingen bleef het aantal gerapporteerde positieve resultaten voor Borrelia burgdorferi tussen 2000 en 2012 relatief stabiel. In 2013 en 2014 was er een belangrijke toename van het aantal uitgevoerde testen, met als gevolg hiervan ook een hoger aantal positieve resultaten. De positiviteitsratio, met name de proportie positieve resultaten ten opzichte van het totaal aantal testen, bleef evenwel stabiel en schommelt rond de 2 procent. De toename van het aantal uitgevoerde testen is vermoedelijk toe te schrijven aan een verhoogde aandacht voor de ziekte, zowel bij de artsen als bij de algemene bevolking in dat tijdsvenster. In 2015 is het aantal positieve serologieresultaten opnieuw vergelijkbaar met jaren in de periode 2000 tot 2012.

Lyme komt overal in België voor, maar vertoont regionale verschillen. De ziekte is zeldzaam aan de kust en komt meer voor in de regio Leuven, de Kempen en de Ardennen. Hoewel deze geografische distributie gebaseerd is op de woonplaats van de patiënt en niet noodzakelijkerwijs een beeld geeft van de plaats van blootstelling, is de verspreiding consistent met de zones waar de meeste teken voorkomen.

In de literatuur is de incidentie van lyme hoger bij mannen dan bij vrouwen, omdat beroeps- en vrijetijdsactiviteiten in de buitenlucht vaker door mannen worden uitgeoefend. In België is dat in sommige jaren ook het geval, maar niet altijd. Algemeen genomen komt de ziekte ongeveer evenveel voor bij vrouwen als bij mannen. Ook komen personen van alle leeftijden in contact met de bacterie, hoewel volwassenen, en vooral mensen van 45 tot 64 jaar, vaker een positief resultaat hebben. Dit komt overeen met een hogere kans op een blootstelling met toenemende leeftijd en het vaker uitoefenen van buitenactiviteiten zoals tuinieren en wandelen bij personen in deze leeftijdsgroep.

Om een vollediger beeld te krijgen van de epidemiologie van lyme in België wordt de observatie door laboratoria aangevuld met een klinische surveillance. Die is gebaseerd op een schatting van het aantal patiënten die een arts consulteren vanwege erythema migrans – zeg maar een eerste handtekening van een lyme-infectie – alsook een opvolging van het aantal ziekenhuisopnames voor lyme via de Minimale Ziekenhuis Gegevens (MZG).

Zowel in 2003-2004 als 2008-2009 werden prospectieve studies uitgevoerd door een netwerk van huisartsenpeilpraktijken. Het aantal consultaties voor tekenbeten bedroeg 18,6 per 10.000 personen in beide studieperiodes. Het aantal consultaties voor erythema migrans bedroeg 8,3 per 10.000 personen in 2003-2004 en 9,0 per 10.000 personen in 2008-2009.

Op basis van deze cijfers kunnen we schatten dat er tussen de 7360 en 9270 gevallen van erythema migrans waren in België in 2003 en tussen de 8080 en 10.003 gevallen in 2009.

Statistische analyse toont geen significant verschil tussen beide periodes. In januari 2015 werd gestart met een nieuwe studie, die tot minstens 2017 zal lopen. De voorlopige analyses voor 2015 tonen geen significante stijging van het aantal consultaties voor de rode uitslag erythema migrans, vergeleken met de voorgaande studies.

Van 2004 tot 2013, de laatst beschikbare data, werden er jaarlijks tweehonderd tot driehonderd patiënten gehospitaliseerd voor de ziekte van Lyme. Dit aantal vertoont een licht stijgende trend over de loop van de periode. Dit kan onder meer te wijten zijn aan betere herkenning van meer laattijdige en meer ernstige vormen van de ziekte. De trend zal verder worden opgevolgd.

Aan de hand van de resultaten van al deze onafhankelijke informatiebronnen, namelijk het netwerk van de peillaboratoria, met de opvolgstudie van een duizendtal patiënten met een actieve manifestatie van lyme waar u naar verwijst, het netwerk van de artsen peilpraktijken en de registratie van de minimale ziekenhuisgegevens, zijn er geen aanwijzingen dat de ziekte van Lyme in België een sterke toename vertoont.

Het agentschap Zorg en Gezondheid volgt de problematiek op binnen de werkgroep ‘Exotische muggen’ van het National Environmental Health Action Plan. Deze werkgroep volgt het principe van ‘health in all policies’: de twee betrokken Vlaamse beleidsdomeinen nemen hierin elk hun verantwoordelijkheid. Zowel het Agentschap voor Natuur en Bos als het agentschap Zorg en Gezondheid is er voorstander van om alles wat we kunnen registreren en de preventie op elkaar af te stemmen, zowel op het niveau van de mens als op het niveau van de natuur.

Dit gebeurt volgens het model van Braks, dat in 2011 is ontwikkeld door het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De preventie kan hierbij worden voorgesteld als een piramide. In de basis staat het ingrijpen op het niveau van besmet wild en de besmetting van teken met Borrelia in de natuur. Vervolgens wordt er ingezet op de kennis van de bevolking over teken, de controle op tekenbeten en het herkennen van effecten zoals de rode huiduitslag erythema migrans. Vervolgens wordt ingezet op diagnose en behandeling. Op elke laag in de piramide kan worden ingezet op zowel preventie als surveillance.

Voor Vlaanderen wordt momenteel een gelijkaardig model opgezet, waarbij alle spelers op het terrein in kaart worden gebracht. Op 22 september organiseert het agentschap Zorg en Gezondheid een studiedag ‘State of the art – teken en tekenziekten in Vlaanderen’, waarbij alle betrokken overheidsdiensten, onderzoeksgroepen, instituten enzovoort zijn uitgenodigd. Hierbij wordt de invulling van de piramide concreet en worden alle lopende onderzoeken en preventie-initiatieven samengelegd om uiteindelijk alle doelen op elkaar af te stemmen en tot een coherent beleid te komen in Vlaanderen.

Een initiatief waar we zeker op gaan inzetten, is het verder ondersteunen van de website www.TekenNet.be. Deze site waar burgers opgelopen tekenbeten kunnen registreren, zou met extra ondersteuning meer nauwkeurige informatie kunnen opleveren over waar teken actief zijn in Vlaanderen. Op deze manier kunnen mensen die door hun activiteiten mogelijk blootgesteld worden aan tekenbeten, beter aan actieve preventie doen.

Na de studiedag kan worden bekeken of en hoe er naast de algemene ook meer gerichte preventieve boodschappen naar het publiek en de eerstelijnsactoren moeten worden uitgewerkt. Momenteel bestaat de communicatie in het doorverwijzen van het publiek naar de website www.gezondheidenmilieu.be van de medisch milieukundigen van het loco-regionaal gezondheidsoverleg en -organisatie (Logo) en informatie voor patiënten op de website van Gezondheid en Wetenschap. Ondertussen worden de studies die ik zonet opsomde, verder opgevolgd. De analyses kunnen vervolgens aanleiding geven tot de herziening van de in januari 2015 op de website van Belgian Antibiotic Coördination Committee (BAPCOC) gepubliceerde richtlijn voor huisartsen.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, dank u voor uw antwoord. De evolutie in het aantal is één zaak. U verwijst heel dikwijls naar de erythema migrans, maar helaas heeft maar een op de vijf mensen – ik herhaal: een op de vijf – die zogenaamde rode kring. Vier op de vijf hebben dat niet. Het is een beetje jammer dat het op die manier aan bod komt. Mensen denken, omdat ze geen rode kring hebben, dat er geen probleem is. Maar dat is niet zo. Als u dan de cijfers noemt waar klinisch erythema migrans is vastgesteld, namelijk tussen de 7360 en 9270, dan denk ik: dat is een op vijf. Dan moet ik die cijfers maal vijf doen, want dat zijn enkel de rapportages van degenen die met een rode kring zijn gediagnosticeerd. Dat is toch wel opmerkelijk.

Ik verwijs naar de kwestie dat u het zou aankaarten bij Domus Medica om de registratie effectief door de huisartsen te laten doen. Op www.TekenNet.be kan elke burger melden, maar er zit natuurlijk geen systematiek in om elke beet te melden, dus niet enkel beten met een rode kring. We moeten effectief tot een goede registratie komen. Hoe is dat beleid en hoe zijn de afspraken met Domus Medica, waar u naar verwees in de vorige antwoorden, ondertussen gelopen?

Dan komen we bij het vervolgstuk. We hebben enerzijds de preventie. Dat er in de media aandacht aan wordt besteed, is een zeer goede zaak. Alle spotjes en informatie die verspreid worden, ook naar de jeugdbewegingen, is zeer goed. Ik wil de minister danken dat dat toch al gebeurt. We moeten wel van het lastige verhaal af dat enkel die rode kring telt.

Dan komen we natuurlijk tot het beleid. Dan hebben we de borreliabesmettingen die op tijd zijn opgemerkt en snel zijn behandeld met antibiotica, versus de borreliabesmettingen waarbij het veel langer duurt voor ze worden vastgesteld. Er is dan al dan niet sprake van een coïncidentie met andere infecties, zodat het moeilijk wordt om het daadwerkelijk toe te wijzen. Hoe ver staat het BAPCOC met zijn onderzoek naar aanleiding van de monitoring die in 2015 is gestart? Hoe verlopen de gesprekken daar?

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Eerst en vooral wou ik toch even melden dat de meerderheid en de oppositie in de Kamer van Volksvertegenwoordigers recent een voorstel van resolutie met betrekking tot lyme hebben goedgekeurd. Daar staan inderdaad wel zeer belangrijke en essentiële zaken in. Onder andere gaat het dan over het onderzoek naar een goede diagnosetest. Tot op vandaag bestaan er immers geen tests die absolute duidelijkheid geven. De standaard bloedtests hebben eigenlijk diverse fundamentele problemen. Vooral in de eerste maanden en weken zijn ze eigenlijk relatief ongevoelig en wordt een groot deel van die infecties gemist. In latere stadia worden ze dan weer gevoeliger, maar dan heb je natuurlijk weer het risico dat een behandeling niet meer zo goed zal werken, en er zijn ook nog andere redenen waarom die bloedtest positief kan zijn. Dat is dus wel een probleem: je kunt geen goede diagnose stellen, je hebt nooit echt zekerheid.

Het is inderdaad zo, zoals de collega al zei, dat maar een klein deel van de mensen die een tekenbeet hebben gekregen en een borreliabesmetting hebben opgelopen, die erythema migrans vertonen. Vaak weten mensen ook niet wat dat is, want dat verdwijnt dan na een bepaalde tijd. Ik denk dus dat we mensen sowieso beter zullen moeten informeren daarover.

Wat de registratie betreft, heb ik de bedenking dat veel mensen totaal niet weten dat ze gebeten zijn. Of als ze gebeten zijn, gaan ze de teek al verkeerd verwijderen: dat is ook al een veel voorkomend probleem. Of ze zijn gebeten en gaan totaal niet naar de arts. Het lijkt me dus niet echt evident om daar concrete cijfers over te hebben, en ik meen ook niet dat die echt zo representatief zijn.

Ik denk dat Domus Medica wel een bijdrage zou kunnen leveren tot de kennisverhoging bij huisartsen. Voor de rest meen ik dat we vooral moeten blijven werken aan die preventie en die sensibilisatie, en dat we vooral ook moeten streven naar een goede diagnosetest en voldoende informatie voor de bevolking.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Als ik een suggestie mag doen: ons agentschap brengt op 22 september iedereen bij elkaar om te bekijken hoe we het Vlaamse beleid met betrekking tot de ziekte van Lyme beter moeten organiseren, gelet op de signalen op het terrein. Als dat uw interesse wegdraagt, is het dan niet verstandig om na die bijeenkomst te vragen dat die mensen hier eens komen toelichten wat ze denken dat ze kunnen doen? De dingen die u aanbrengt, zijn vaak medische kwesties enzovoort. Dan heb ik liever dat de experten die al die zaken bij elkaar schrijven en brengen, u rechtstreeks kunnen informeren, dat u die technische vragen, die uiteraard heel terecht zijn, aan die experten kunt stellen om te zien hoe ze daarmee omgaan. Eerlijk gezegd, ik ben echt niet competent om op al die zaken specifieke antwoorden te geven. Dan moet ik ook aan de mensen van het agentschap vragen om ons hier te vervoegen.

De voorzitter

Minister, ik zal u helpen voor ik het woord geef aan de heer Daniëls voor een slotrepliek. Dan gaat het niet over het competent zijn. Het lijkt me nuttig om, als er nieuwe informatie is, ofwel die mensen te vragen ofwel op zijn minst via het intranet relevante documenten ter beschikking te stellen, zodat wij hier de politieke discussie kunnen organiseren. Ik denk dat er heel veel dingen in zowel de repliek van de heer Daniëls als die van collega Saeys zijn die in essentie een zeer medische benadering vragen. Geef dan aan de keizer wat de keizer toekomt. We moeten minstens die informatie ter beschikking stellen, of dat nu is via een hoorzitting of met beschikbare documenten via het intranet. Dan moeten we die bijeenkomst van september maar afwachten, en dan kunnen we alsnog, hetzij via vragen, hetzij via een gedachtewisseling hier het politieke debat over het beleid organiseren. Het lijkt me immers een terechte opmerking dat heel veel aspecten nogal medisch zijn.

De heer Daniëls heeft het woord.

Ik ben gewoon om in de commissie Onderwijs het debat over de kwesties altijd technisch en met de juiste inhoud te voeren, maar ik ben zeker bereid om die studiedag te bekijken. Het is alleen jammer dat die samenvalt met de eerste volledige dag werkzaamheden in de commissie Onderwijs. Ik zal dus zien wat we daarmee kunnen doen.

Voorzitter, u stelt de vraag naar de beleidskwesties. Een goed beleid begint natuurlijk met een juiste vaststelling en juiste informatie. Dan erger ik me er een beetje aan dat er altijd maar wordt verwezen naar die rode kring. Dat hebben we er nu bij de mensen ingekregen, maar dat wil dus zeggen dat vier mensen op vijf denken dat er niets aan de hand is omdat er geen rode kring is. Dat is een eerste issue dat ik toch onder de aandacht wil brengen.

Ik treed collega Saeys volledig bij als het gaat over de onderzoeksvraag, die ik vorige keer ook heb gesteld. We hebben PCR (polymerase chain reaction), we hebben ELISA (enzyme-linked immunosorbent assay), we hebben Western Blot. Het probleem is inderdaad dat die tests weinig gevoelig zijn.

Dat is een probleem voor de preventie en voor een snel optreden. Er kan pas een beleid worden gevoerd wanneer er een goede test is. Het beleid moet dan ook investeren in een goede test zodat we onszelf in het kader van serologie en bloedonderzoek veel kosten kunnen besparen. Wanneer mensen van de ene specialist naar de andere hollen, zijn daar ook heel wat kosten mee verbonden. Zij kunnen dan niet gaan werken, wat veel kost aan de gezondheidszorg. Beleidsmatig moeten we dan ook een aantal zaken doen.

Ik ben alvast heel blij dat die studiedag op 22 september er komt. Dat is een goed initiatief. Ik hoop dat we dan net als de ons omringende landen de vlucht vooruit kunnen nemen en een echt beleid kunnen voeren met vaststelling, preventie en registratie door huisartsen en dat er tegelijkertijd een test kan worden ontwikkeld, eventueel internationaal, die snel en juist resultaat oplevert met weinig valse positieven en weinig negatieven die toch positief zijn.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.