U bent hier

Commissievergadering

dinsdag 21 juni 2016, 13.58u

Voorzitter
van Valerie Taeldeman aan minister Joke Schauvliege
2432 (2015-2016)

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Valerie Taeldeman (CD&V)

Minister, ik stel deze vraag naar aanleiding van de conceptnota over ruimtelijke knelpunten bij renovaties.

Heel wat Vlamingen die eigenaar zijn van een oudere woning en in die woning wonen, zijn bereid om te investeren in muur- en/of dakisolatie. Door het aanbrengen van de isolatie zorgen ze ervoor dat hun woning voldoet aan de opgelegde isolatienormen. Door de aanpassingswerken zorgen ze ervoor dat de woonkwaliteit in de oude woning serieus verbetert en besparen ze op hun energiegebruik.

Het is belangrijk dat huiseigenaars bereid zijn om dergelijke renovatie-inspanningen te leveren om het verouderde woningpatrimonium in Vlaanderen op een kwalitatief hoger niveau te brengen, zeker wanneer we rekening houden met de lage renovatiegraad in Vlaanderen.

Bij sommige renovaties blijken echter ruimtelijke voorschriften te gelden die de inspanningen om de energiezuinigheid van de woning te verbeteren, heel erg bemoeilijken of zelfs onmogelijk maken. In de commissie Energie en ook in deze commissie zijn daar al voorbeelden van gegeven: een overschrijding van de rooilijn door het aanbrengen van isolatie aan de buitenzijde van de woning, een wijziging van de nokhoogte wanneer het dak zou worden vernieuwd en dakisolatie zou worden aangebracht of een wijziging van het bouwvolume.

Om dit probleem weg te werken, werd op de ministerraad van 19 juni 2015 de conceptnota ‘Wegwerken ruimtelijke knelpunten energieprestatie’ goedgekeurd. Daarbij werd beslist om een transversale werkgroep op te richten die tegen eind 2015 een traject zou uitwerken voor het wegwerken van de ruimtelijke knelpunten in verband met energieprestaties.

Uit het antwoord van toenmalig minister Turtelboom in de commissie Energie van 13 januari 2016 bleek dat het traject om de ruimtelijke knelpunten weg te werken, zou worden geïntegreerd in de werkgroep van het renovatiepact en meer bepaald in de werkgroep voor de werf ‘werk maken van een geïntegreerder beleidskader’. Voor het aspect van de ruimtelijke knelpunten werd een ambtelijke werkgroep opgericht.

Op 10 juni 2016, een jaar na de initiële conceptnota, keurde de Vlaamse Regering een nieuwe conceptnota over het wegwerken van knelpunten bij energierenovatie goed. Bij die conceptnota zat een lijst met zestien knelpunten en oplossingsmogelijkheden voor die knelpunten.

Minister, zijn de zestien knelpunten uit de bijlage bij de conceptnota de enige ruimtelijke knelpunten voor energierenovaties die de werkgroep heeft vastgesteld? Of zijn er nog andere knelpunten waarvoor nog oplossingsmogelijkheden zullen worden uitgewerkt?

Hoe ziet u de regiefunctie van de lokale besturen om een beleid op maat te voeren om renovatie te ondersteunen? Welke ondersteuning krijgen de lokale overheden hiervoor? Ik denk daarbij aan de opmerking die regelmatig wordt gemaakt dat niet alle lokale besturen evengoed op de hoogte zijn van bijvoorbeeld de uitzonderingen in het Rooilijndecreet.

Kunt u verduidelijken hoe het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, het Woonbeleidsplan Vlaanderen en het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2013-2020 kunnen bijdragen tot het wegwerken van ruimtelijke knelpunten voor energierenovaties?

Minister Schauvliege heeft het woord.

De conceptnota is inderdaad ontstaan na de werkzaamheden van de werkgroep waar u naar hebt verwezen. Die werkgroep heeft de knelpunten opgelijst waarmee men wordt geconfronteerd bij energierenovatie. In die werkgroep zat de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), de Vereniging van de Vlaamse Provincies (VVP), de Vlaamse Architectenvereniging NAV, het Vlaams Energiebedrijf, het Departement Ruimte Vlaanderen, het Agentschap Wonen, het Vlaams Energieagentschap, het team Duurzaam wonen en bouwen, het team Stedenbeleid van het Departement Kanselarij en Bestuur, de diensten Klimaat, Lokale besturen en Beleidsvoorbereiding en het Departement Leefmilieu.

Er is nog een bijkomend knelpunt, namelijk de afstand van meerwaarde die woningen kennen die gelegen zijn in reservestroken. Deze problematiek is hier ook al aan bod gekomen.

Vanuit het subsidiariteitsbeginsel hebben gemeenten heel veel in handen om zelf hun vergunningenbeleid te kunnen voeren. Zij kunnen in veel gevallen een beleid op maat voeren om verschillende drempels weg te nemen voor onder meer renovatiestimulering. Er kunnen ook acties op wijkniveau worden gevoerd om tot een soort van wijkrenovatie of wijkenergie-efficiëntie te komen.

Wat de volume-effecten van de energiemaatregelen betreft, worden vergunningen beoordeeld op basis van eigen beleidsmatige inzichten. Daar is ook lokaal maatwerk mogelijk.

Deze regierol omvat ook de afweging en toepassing van volumevoorschriften, en het omgaan met afwijkingsmogelijkheden en gewoonteregels. Ook verouderde verkavelingsvoorschriften kunnen nu al perfect worden opgeheven door de gemeentebesturen. Daarnaast moeten lokale bestemmingen up-to-date worden gehouden.

Ruimte Vlaanderen werkt samen met de lokale besturen. Er is het Atrium Lerend Netwerk, dat interbestuurlijk alles gaat uitwisselen. De kennis- en ervaringsuitwisseling beoogt net de gemeenten te ondersteunen in die regierol.

Ruimte Vlaanderen ondersteunt de lokale praktijken door in te spelen op knelpunten die voortkomen uit Vlaams beleid en regelgeving, zoals de initiatie van het Rooilijnendecreet.

De opgesomde knelpunten zijn onder andere de input van verschillende departementen. Er is ook veel wisselwerking tussen die verschillende departementen. Zo werd een deel van de ruimtelijke knelpunten die van Ruimte Vlaanderen kwamen, opgelijst in het kader van de opmaak van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. De voorgestelde ruimtelijke oplossingsmogelijkheden uit het Renovatiepact worden ook opgenomen. Ze komen voornamelijk terug in het beleidskader ruimtelijk rendement en energie.

Ook het Woonbeleidsplan Vlaanderen werkt aan een langetermijnvisie voor het toekomstig woonbeleid.

De integratie van klimaat is een must. Het Vlaams Renovatiepact is daar een mooi voorbeeld van. Vanuit klimaat staan er ook middelen ter beschikking om de energiezuinigheid van gebouwen te ondersteunen. Dat was een van de prioriteiten uit het regeerakkoord. Met de 300 miljoen euro die we hebben vrijgemaakt voor interne maatregelen, is dat een van de hoofddoelstellingen waar die middelen naartoe gaan.

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Valerie Taeldeman (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Het zou goed zijn dat de commissieleden die geïnteresseerd zijn in de link klimaat, wonen en energie, de bijlage kunnen ontvangen. Het is interessant om te zien welke zestien knelpunten werden geïnventariseerd en hoe de verschillende diensten hebben gewerkt aan een oplossing. Ik ben ook blij te vernemen dat een bijkomend probleem mee is opgenomen, namelijk de afstand van meerwaarde in reservatiestroken. De energierenovatie wordt soms ontmoedigd door de ligging in een reservatiestrook. Het lijkt me dan ook logisch dat die afstand van meerwaarde daaraan wordt gekoppeld.

Minister, naar aanleiding van deze conceptnota die werd goedgekeurd door de regering, was er een kritische noot van de Vlaamse bouwmeester. Ik denk dat aan die kritiek tegemoet kan worden gekomen door ook de maatstaf bouwen versus slopen op te nemen in die conceptnota. Ik heb onlangs vernomen dat een aantal Vlaamse administraties en diensten heel druk in de weer zijn met de opmaak van een maatstaf: wanneer kan een bepaald verouderd pand beter worden gesloopt en wanneer is renovatie opportuun? Ik denk dat die maatstaf nog niet klaar is, maar het lijkt me wel goed die op te nemen in deze conceptnota.

De heer Vandaele heeft het woord.

In de conceptnota van juni 2015 staan inderdaad een aantal knelpunten en obstakels en mogelijke oplossingen. De lijst die nu voorligt, is in grote lijnen dezelfde.

Wat toch enige aandacht verdient, minister, is dat we weten dat ambtenaren een soort gewoonte kweken om een aantal zaken toe te laten die misschien niet echt mogen maar wel nuttig zijn. Het zou goed zijn om daar een kader voor te maken. Ik heb het dan over vrije zijstroken en afstanden tot de buren waar men creatief mee omspringt om een aantal zaken mogelijk te maken.

Uit de analyse blijkt dat er vandaag al redelijk veel mogelijk is. De gemeenten kunnen oudere verkavelingen opheffen en voorschriften wijzigen, maar misschien zijn zij niet altijd op de hoogte van wat zij ook vandaag al kunnen doen. Informatie in die richting, ook aan architecten en stedenbouwkundige ambtenaren, kan nuttig zijn.

Minister, een van de voorstellen gaat over de aanpassing van het Rooilijnendecreet, zodat men in de toekomst 26 centimeter buitenisolatie kan plaatsen in plaats van 14 centimeter vandaag. Ik kan me voorstellen dat men op bepaalde plaatsen, zeker in een stedelijke context, in conflict kan komen met andere voorschriften zoals de gewestelijke verordeningen over de breedte van de voetpaden.

Hoe gaat u daarmee om? Hoe rijmt u die dingen aan elkaar? Of dreigt daar toch een onoplosbaar conflict te ontstaan tussen verschillende regelgevingen?

Bart Nevens (N-VA)

Ik wil even ingaan op het laatste puntje van mevrouw Taeldeman in verband met de maatstaf. Het moet mogelijk zijn een afweging te maken tussen renovatie en nieuwbouw. Dat is een belangrijk punt voor de gebouwen met erfgoedwaarde en historische, al dan niet beschermde gebouwen en dorpsgezichten. Wat voor iemand een hoop oude stenen is, is voor de ander een woning met karakter. We moeten toch niet alles economisch benaderen en afbreken omdat een gebouw zogezegd niet meer verantwoord is om te renoveren. Vandaag zijn er wel mogelijkheden met technieken, die misschien iets duurder zijn, maar die gebouwen kunnen dan wel bewaard blijven en verliezen niet de erfgoedwaarde door alles plat te gooien. Die bedenking wil ik hier even bij maken.

Mevrouw Taeldeman, het is een afweging om naar een soort verplichting te gaan om te slopen in plaats van te renoveren. Het is niet de intentie van de regering om zover te gaan, om in te grijpen. Daar is een heel belangrijke taak weggelegd voor de architecten. Die moeten goed weten hoever ze kunnen gaan. Ze moeten correct adviseren aan de bouwheer. Dat verplichten aan een eigenaar van een woning, lijkt ons geen goede zaak. Die kennis aanwakkeren en zorgen dat er voldoende expertise is op het terrein, is heel belangrijk.

Mijnheer Vandaele, voor lokale besturen zijn er atria, waar wordt overlegd en waar goede voorbeelden worden gedeeld. Daar wordt veel werk van gemaakt.

Dan is er ook uw terechte bezorgdheid over het Rooilijndecreet en de voetpaden. Er zal een voorstel tot wijziging van het Rooilijndecreet komen van de bevoegde collega. Maar er is ook nog zoiets als een bouwverordening, die zegt dat het voetpad voldoende breed moet zijn. Er hoeft geen conflict tussen beide te zijn. Natuurlijk moet het voetpad breed genoeg blijven, en dat is essentieel voor de toegankelijkheid.

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Valerie Taeldeman (CD&V)

Het was zeker niet mijn bedoeling om een oproep te lanceren om massaal over te gaan tot het slopen van gebouwen. (Gelach)

Ik wilde alleen de commissieleden erop attent maken dat het Vlaams Energieagentschap wel degelijk werk maakt van zo’n maatstaf, een soort van checklist om het verschil te duiden van wanneer het het meest opportuun is om over te gaan tot sloping van een gebouw of wat de puntjes zijn waarop een gebouw of woning nog perfect kan worden gerenoveerd. Het idee was om dat mee op te nemen in deze lijst met oplossingspistes.

Mijnheer Nevens, ik wist dat het een goed idee was om de volledige nota over te maken aan de commissieleden, want dan zou collega Nevens kunnen lezen dat de bescherming als erfgoed daarin een heel hoofdstuk is, en dat er dus zal worden ingezet op energieconsulenten onroerend erfgoed die vanaf 2018 inzetbaar zijn en die zullen worden gefinancierd vanuit het Vlaams Klimaatfonds.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.