U bent hier

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Voorzitter, ik denk dat de minister wel bevoegd is als het gaat over de vraag die ik heb ingediend. Mijn vraag komt er naar aanleiding van een aantal schriftelijke vragen die ik in het recente verleden heb gesteld over diverse planningsprocessen en hun doorlooptijden. Zo bleek onder meer dat de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) een gemiddelde doorlooptijd van 641 kalenderdagen hebben, gerekend vanaf de plenaire vergadering. We weten allemaal dat daar nog een ruime periode aan voorafgaat. Bij de provinciale RUP’s is dat, volgens de nieuwe procedure met goedkeuring door de provincieraad, gemiddeld ongeveer 350 dagen, bij de gemeentelijke RUP’s ongeveer 290 dagen. Ook had ik vragen gesteld over de plan-MER-procedures. Daar variëren de doorlooptijden van provincie tot provincie. Het spijt me het te moeten zeggen, maar Limburg is uitschieter ter zake, met 722 dagen. West-Vlaanderen doet het het best, met slechts 331 dagen.

Minister, ik heb nadien nog een opvolgvraag gesteld om te weten waarom er zo’n groot verschil is tussen de diverse provincies met betrekking tot het plan-MER. Het gaat uiteraard wel om een gewestelijke dienst. U hebt toen aangegeven dat dit afhankelijk is van de complexiteit van het dossier en het aantal elementen waarmee men rekening moet houden bij de opmaak van dat plan-MER. Nu was dat antwoord me toch iets te vaag. Op 7 juni nog hadden we in het deze commissie over het decreet Complexe Projecten. Er werd vastgesteld dat ruim een jaar na de inwerkingtreding van dit decreet elf dossiers zich in de verkenningsfase bevonden en dat in twee dossiers een startbeslissing werd genomen. Nu heeft iedereen in deze commissie er telkens de mond van vol dat we erover moeten waken dat er binnen een redelijke termijn tot een beslissing moet worden gekomen. Ik denk ook dat iedereen volledig achter het principe van de vereenvoudiging en de versnelling van procedures staat.

Minister, naar aanleiding daarvan wil ik u de volgende bijkomende vragen stellen. Is de gemiddelde doorlooptijd van de gewestelijke RUP’s in vergelijking met die opgemaakt door lokale overheden aanvaardbaar voor u? Er is een grote nood aan een effectieve versnelling van investeringsprojecten. Denkt u dat de huidige lijst inzake complexe projecten representatief is voor de prioritaire strategische investeringsprojecten van Vlaanderen die binnen het tijdsperspectief van deze legislatuur op te starten zijn, zoals vervat in de diverse bestaande beleidsplannen en/of structuurplannen? Hoe staat het met de voortschrijdende evolutie van de AGNAS-processen (afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur)? Kunt u een stand van zaken geven wat dat betreft? Hoe gebeurt de opvolging van de lopende processen? Hoe verklaart u al de verschillende doorlooptijden? Is er sprake van een versnelling of veeleer van een depannage van vastgelopen dossiers die opnieuw moeten worden rechtgetrokken? Zijn er de facto nog onverklaarbare betwistingen op het moment van de vergunning? In welk soort dossiers komt dat desgevallend voor? Zijn er bestemmingscategorieën die vaker aanleiding geven tot betwistingen? Is de betwistingsgraad groter of kleiner in stedelijk gebied?

Minister Schauvliege heeft het woord.

De gemiddelde doorlooptijd van de provinciale RUP’s is teruggebracht van 681 tot 279 dagen, die van de gemeentelijke RUP’s van 517 tot 290 dagen. Er is een verschil tussen de lokale en de gewestelijke RUP’s omdat de procedure en de omstandigheden toch wel verschillend zijn. Ik verklaar me nader.

Eerst en vooral betreffen de gewestelijke RUP’s een grotere oppervlakte. Ze hebben vaak betrekking op het grondgebied van verscheidene gemeenten. Dat kan zelfs ook provinciegrensoverschrijdend zijn. Het aantal betrokken adviesinstanties is normaal gezien gemiddeld ook groter. Het aantal betrokken bewoners, eigenaars, gebruikers en verenigingen is groter. De gewestelijke RUP’s hebben vaak ook betrekking op verschillende bestemmingen en verschillende types van activiteiten, en bevatten dus verschillende deelgebieden. Ze zijn dus complexer dan die lokale plannen. Het is dus normaal dat ze ook meer tijd nodig hebben.

Niet alleen de context is anders. Ook de procedure verloopt op een andere manier. Ik heb dat ook al eens overlopen naar aanleiding van een schriftelijke vraag. De doorlooptijd voor lokale plannen is sinds 2014 aanzienlijk verkort door het wegvallen van de goedkeuringsstap. Bij de lokale plannen wordt geen advies gevraagd aan de Raad van State. Die procedurele verschillen beïnvloeden dus uiteraard ook de doorlooptijd. Daarnaast wordt voor de gewestelijke plannen in de regel ook een plan-MER opgemaakt, wat dus ook meer tijd vraagt.

Dat wil echter niet zeggen dat we ons neerleggen bij die doorlooptijd. U weet dat de Vlaamse Regering, soms ook met de steun van dit parlement als dit decretale beslissingen vraagt, al heel wat heeft gedaan om procedures zo vlot mogelijk te doen verlopen en in te korten. Er waren de conclusies van de commissies-Berx en -Sauwens, die bijvoorbeeld toch hebben geleid tot het decreet Complexe Projecten, maar ook tot de VIP-projecten (Vlaamse en strategische investeringsprojecten). We hebben ook de goedkeuringsprocedure van de GRUP’s verkort door het aanpassen van de rol van de Vlaamse Commissie voor Ruimtelijke Ordening (VLACORO) en de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed (SARO). Recent is in deze commissie ook gestemd over het ontwerp van decreet betreffende de integratie van het plan-MER in de ruimtelijke uitvoeringsplannen. We maken dus werk van een snellere beslissing.

Ik vind het toch belangrijk om te illustreren dat we ook al resultaten boeken. Hoe langer iets duurt, hoe minder goed, dus we werken dus ook wel aan het aanpakken daarvan. Het is ook wel zo dat de doorlooptijden van procedures de jongste tijd wat zijn scheefgetrokken door het arrest van de Raad van State. Daardoor hebben we een en ander moeten hernemen. Dat was bijvoorbeeld het geval in 2015 met twee deelgebieden van het Vlaams Strategisch Gebied rond Brussel (VSGB). Die werden hernomen zonder openbaar onderzoek, dus vanaf de definitieve goedkeuring. Die twee plannen hebben een doorlooptijd van ruim 1600 dagen.

De doorlooptijd omvat dus naast de normale procedure ook de volledige behandelingstermijn van het annulatieberoep van de Raad van State. Dat weegt natuurlijk ook op de totale doorlooptijd.

Ik heb ook een lijstje mee met de doorlooptijd van de diverse GRUP’s die er zijn geweest van 2009 tot nu. Ik zal dat aan het secretariaat bezorgen. De gemiddelde doorlooptijd in 2014 en 2015 bedroeg 459 en 381 dagen. Er is dus een dalende trend, maar dat zult u vaststellen aan de hand van het overzicht dat ik straks zal overhandigen.

Er is ook een brede thematische waaier aan projecten die op dit moment de verkenningsfase doorlopen. Ik heb die overlopen in de commissievergadering van 7 juni. De huidige lijst met pilootprojecten is voldoende representatief voor de investeringsprojecten die er zijn op Vlaams niveau. De procedure waarin is voorzien in het decreet Complexe Projecten en de bijhorende procesaanpak zullen op basis van deze pilootprojecten ook kunnen worden getoetst. Als dat nodig is, kunnen we ook altijd bijsturen. De AGNAS-processen hebben een specifieke opvolging en monitoring. Alle informatie staat op www.vlaanderen.be/agnas. De meest recente voortgangsrapportage dateert van 9 juni. Ook dat zal ik overmaken aan het secretariaat.

Het blijkt niet zo eenvoudig om betwistingen te voorzien. Zowel bij planningsprocessen als bij vergunningen wordt er alles aan gedaan om betwistingen te voorkomen. Dat is natuurlijk de essentie van wat wij beslissen en het proces dat wordt doorlopen. Dat lukt natuurlijk niet altijd: sommigen kondigen zelfs in de pers aan dat ze naar de Raad van State of naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen zullen stappen. Dat weten we allemaal. Dat kunnen we allemaal horen en zien. Soms blijkt tijdens het openbaar onderzoek dat men zich ook al voorbereidt op een procedure bij de Raad van State of de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Dat blijft natuurlijk een recht voor iedereen. We kunnen alleen maar proberen om beslissingen zo goed en grondig mogelijk te nemen, en natuurlijk is ook het maatschappelijk draagvlak van belang als voorzorgsmaatregel om betwistingen te vermijden. We kunnen die echter natuurlijk niet verhinderen.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Minister, ik dank u voor uw antwoorden. Ik denk dat we allemaal zeer blij en verheugd zijn met de maatregelen die in het verleden al zijn genomen om zowel de provinciale als de door de lokale besturen vastgestelde RUP’s al zeer aanzienlijk te verkorten. Het lijkt me sowieso heuglijk nieuws, dat zeker in de verf mag worden gezet. Dat bleek niet in die mate uit het antwoord op mijn schriftelijke vraag, maar ik denk toch dat we zeker trots mogen zijn op de tijdswinst die al is geboekt. Bij de gewestelijke RUP’s is dat minder. U geeft inderdaad aan dat daar een aantal redenen voor zijn. Er is onder andere ook het reparatiedecreet, en als ik me niet vergis, staat de integratie van de MER-procedures in de ruimtelijke uitvoeringsprocedures morgen op de agenda. Ik denk dat dat alleszins ook een goede zaak is. Dat kan een bijdrage leveren, maar dat zullen we natuurlijk ook pas later kunnen evalueren. Als er een groot draagvlak is voor een planningsproces, dan is het vrij eenvoudig. Dan zal het ook wel zijn verloop kunnen krijgen. Er zijn echter ook een aantal processen. U geeft zelf aan dat men op voorhand zit te roepen en te tieren dat men dit tot in het oneindige zal aanvechten. Nu ja, processen van Echternach zullen altijd wel blijven bestaan. Al gebeurt er dan heel veel vooroverleg, misschien brengt dat toch niet zo heel veel baat.

Ik wil u alleszins ook al bedanken voor de bijkomende cijfers die u nog zult geven met betrekking tot de ruimtelijke uitvoeringsplannen. Voor een aantal GRUP’s, die toch al lang duren, is er ook nog altijd de mogelijkheid om een termijnverlenging met zestig dagen te vragen. Ik weet niet of dat ook al in uw overzicht zit, of dat misschien eventueel later nog kan worden bezorgd. Dat kunnen we er ook een overzicht van krijgen in hoeveel GRUP-dossiers er eigenlijk een termijnverlenging mee in acht wordt genomen.

Want we weten allemaal dat, als het niet tijdig verlengd is, er geen ruimtelijk uitvoeringsplan zal komen. Die bijkomende vraag wil ik u dus nog stellen.

Verder blijf ik nog op mijn honger wat betreft mijn vraag naar de doorlooptijden van de plan-MER-procedure. De cijfers van de provincies Limburg en Antwerpen variëren van ruim 600 tot 700 dagen, waar het in de provincie West-Vlaanderen neerkomt op een termijn van ruim een 300-tal dagen. Hebt u daarvoor een verklaring? Uiteindelijk is de plan-MER-dienst één gewestelijke dienst, en toch bestaan er daarin zeer grote verschillen. Ik kan me voorstellen dat Limburg wat groener is en daardoor misschien wat complexer. Maar alleen die reden kan de verdubbeling van de termijnen in die plan-MER-procedures allicht niet verklaren. Kent u het antwoord daarop al? Het lijkt mij alleszins zeker het onderzoeken waard.

De heer Vandaele heeft het woord.

We hebben het hierover een aantal weken geleden ook al gehad, toen de heer Ronse hierover een vraag stelde. Toen bleek dat het vooroverleg in het kader van mogelijke complexe projecten soms 400 tot 500 dagen duurt. Je kunt natuurlijk zeggen dat er behoefte is aan een zo breed mogelijk draagvlak, maar dat is toch echt wel veel. Minister, u zei het zelf: zelfs als je voldoende tijd neemt, ben je nog niet zeker dat men niet naar de Raad van State stapt of een of andere procedure opstart. Wat ons betreft, mag het dus wel iets sneller.

De heer Ceyssens heeft het woord.

Collega’s, we hebben natuurlijk allemaal graag dat het snel gaat. Een van de stellingen die een rode draad vormde doorheen de commissie-Sauwens, was dat, als we sneller willen gaan, onze besluitvorming beter en robuuster moet gebeuren.

In het debat over de complexe projecten heb ik de vraag die de heer Ronse heeft gesteld, ook al eens aangehaald. We kunnen er beter voldoende tijd voor uittrekken en ervoor zorgen dat we die eerste beslissing, de startbeslissing, goed nemen. Duurt dat 300 dagen langer, dan is dat maar zo. Beter dat dan een besluit dat naderhand weer wordt aangevochten en zo grote onzekerheid veroorzaakt. Hetzelfde geldt voor de AGNAS-procedure. Collega’s, begin vorige legislatuur ging het heel snel met een aantal RUP’s. Die RUP’s moesten we dan uiteindelijk met blozende kaken in de prullenmand gooien omdat er totaal geen draagvlak voor was. Ze hebben zoveel commotie veroorzaakt op het terrein dat, wanneer die procedure vandaag wordt hernomen, overal nekharen overeind staan. Het zal dus heel moeilijk worden voor diegenen die dat proces in handen willen nemen.

Sneller vooruitgaan? Ja, maar tegelijk moeten we de kwaliteit van onze processen heel goed blijven bewaken.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mevrouw Peeters, ik zal u het overzicht bezorgen met die termijnverlengingen.

Het feit dat het in Limburg in vergelijking met sommige andere provincies gemiddeld langer duurt, heeft echt met de complexiteit te maken. In Limburg zijn er heel vaak conflicten op het terrein tussen natuur, infrastructuur enzovoort. Dat vraagt veel meer onderzoek en afweging.

Ik ben het eens met de oproep die hier wordt gedaan dat het sneller moet met de complexe projecten. Tegelijk zou ik dan zelf ook een oproep willen doen, namelijk dat ook elk beleidsdomein evenveel enthousiasme heeft om daaraan mee te werken. Er zijn een aantal complexe projecten waarvan een aantal beleidsdomeinen de procedure niet goed kennen. Ze staan bijzonder hard op de rem en zijn niet bereid mee te werken aan die complexe projecten. Daarom wil ik ertoe oproepen dat iedereen die vindt dat het sneller moet gaan en goed moet lopen, een oproep doet zodat alle beleidsdomeinen even enthousiast meewerken aan de complexe projecten.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Minister, ik wil zeker een positief antwoord geven op uw oproep.

Tegelijk wil ik u ertoe oproepen om ervoor te zorgen dat die plan-MER-procedures in Limburg toch meer in de richting van de andere provincies gaan. Voor ons is het toch nog altijd een doorn in het oog dat wij daarin koploper zijn.

Verder wil ik terugkomen op wat de heer Ceyssens zegt: 'Sneller? Ja, maar het moet ook beter en robuuster.' We zien hier inderdaad allemaal dat het vooral heel belangrijk is om draagvlak te creëren. Of het nu snel of traag gaat: als er geen draagvlak is, kunnen ook de procedures die heel lang duren, tot in het oneindige worden aangevochten. Dat moeten we zeker proberen te voorkomen. Ik ben er dus eerder pleitbezorger van dat het snel kan vooruitgaan. De garantie dat het niet wordt aangevochten, hebben we niet. We moeten dus altijd waakzaam zijn voor die termijnen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.