U bent hier

Vrijdag 10 april zijn de website en de webservices niet beschikbaar

Op vrijdag 10 april zijn de website www.vlaamsparlement.be en de webservices niet beschikbaar.
Er is een technisch onderhoud van alle informaticasystemen.
De werken starten om 07:00u en duren tot 09:00u.
Om de impact van de onderhoudswerken te beperken, vindt het onderhoud ’s ochtends vroeg plaats.
Onze excuses.

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Voorzitter, minister, beste collega’s, de crisis in de melkveehouderij is hier ook al een aantal keren door collega’s aangekaart. Vorige week is de melkprijs in ons land echter tot een absoluut dieptepunt gezakt, namelijk 20,25 cent per liter, terwijl de gemiddelde productiekostprijs volgens de Boerenbond 32 cent per liter bedraagt. De toestand wordt dus eigenlijk stilaan dramatisch voor de melkveehouderij. Slechts 14 procent van de melkveehouders zou nog in staat zijn om zijn facturen te betalen.

Europa biedt vandaag toch ook al een aantal instrumenten die de mogelijkheid geven om de productie te regelen en de positie van de melkveehouders in de keten te versterken. Zo is er sinds kort de mogelijkheid voor de Europese lidstaten om het zogenoemde artikel 222 toe te passen, dat toelaat een vrijwillig productieregulerend systeem op te zetten op het niveau van producentenorganisaties en coöperaties. Collega Caron, om werkelijk effect te hebben moet een dergelijk systeem echter over heel Europa worden opgezet. Een ingreep in één enkele lidstaat zou immers eigenlijk weinig effect hebben op de totale productie.

Daarnaast moet er natuurlijk ook financiering zijn. Het is logisch dat in dezen naar Europa wordt gekeken en de mogelijkheden daar om tussen te komen in de financiering van deze tijdelijke productiebeperking die een nieuw evenwicht in de markt kan veroorzaken.

Andere mogelijke scenario’s zijn het invoeren van een afslachtpremie voor reforme koeien op Europees niveau of het organiseren van een vervroegde uitstapregeling, zoals vroeger heeft bestaan met de zogenaamde VUT-regeling (vervroegde uittreding) eind jaren negentig, waarbij melkveehouders die plannen te stoppen, dit versneld kunnen doen ten behoeve van zij die in de sector actief blijven.

Meer flexibiliteit in het opnemen van overbruggingskredieten zou de liquiditeitspositie van melkveehouders kunnen versterken. Een zekere flexibiliteit in het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) is daar ook wel aan de orde. Maar ook de overheid kan fiscale stimuli realiseren om de melkveehouders aan te zetten om zelf buffers aan te leggen tegen de volatiele melkprijzen.

Minister, de productiebeperking was een van de voorstellen die België op de vorige Landbouwraad van maart op tafel heeft gelegd. Is dit nog bespreekbaar? Kan de vrijwillige productiebeperking gepaard gaan met een compensatie vanuit Europa? Als de lidstaten zelf in een compensatie zouden moeten voorzien, kunnen we dan spreken van een gelijk speelveld? Zijn er nog andere lidstaten die uw partner zijn in het pleiten voor deze vrijwillige productiebeperking? Tijdens de Landbouwraad van eind juni zullen deze voorstellen worden besproken. Is het mogelijk om nog nieuwe voorstellen op tafel te leggen, zoals de afslachtpremie voor reforme koeien of de vervroegde uitstapregeling voor melkveehouders? Welke stappen kunnen worden ondernomen om de liquiditeitspositie van de melkveehouders te versterken? Zult u overleg voeren met uw federale collega’s om fiscale stimuli te realiseren die melkveehouders aanzetten om zelf buffers aan te leggen tegen de volatiele melkprijzen, die in de toekomst sowieso volatiel zullen blijven? Om het open te trekken naar andere sectoren in de landbouw waar ook crisisomstandigheden zijn: worden op de Europese Landbouwraad doorbraken verwacht in het crisisbeheer in bijvoorbeeld de varkenshouderij of andere sectoren?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega Dochy, uiteraard beseffen we dat de situatie zeer ernstig is en dat die al veel te lang aansleept. Er is een duidelijk onevenwicht tussen vraag en aanbod op Europees maar ook op wereldniveau. Het speelt zich wereldwijd af. Het voorstel dat ik samen met mijn Waalse collega René Collin op de vorige Landbouwraad heb geformuleerd om naar een vrijwillige productiebeperking met een financiële compensatie te gaan, wordt gelukkig steeds meer ondersteund door andere lidstaten. We zien dat Frankrijk er zich steeds meer actief achter zet en ook Duitsland begint daar positief tegenover te staan. Dat is positief, want het zijn grote lidstaten die nu ook mee op de kar springen.

Ik geloof in een dergelijk mechanisme van productiebeperking, vrijwillig, met financiële compensatie, maar dan vooral op Europees niveau. Ik heb het al een paar keer gezegd: als je dat op kleine schaal bij ons toepast, is dat volgens mij geen oplossing voor de sector. Je zit dan onder andere met een concurrentieverstoring die het gelijk speelveld in Europa helemaal onderuithaalt. Daar geloof ik niet in. Ik heb daarnet ook gezegd dat wij ook in de richting van de Europese Commissie kijken om te zien welke financiële vergoeding daartegenover staat. Ik heb daar trouwens de Europese commissaris persoonlijk op aangesproken op de informele Landbouwraad in Nederland. Hij is wel voorstander van die budgetten, maar in het kader van het brexitdebat staat alles een beetje on hold en wacht iedereen wat af wat er gebeurt. Daarom is het op dit moment nog koffiedik kijken wat de Commissie effectief op de tafel zal leggen. Maar nu leeft er wel een tegenreactie in de lidstaten om zelf te proberen iets op de tafel te leggen op de Landbouwraad van maandag en dinsdag.

Het Belgische standpunt in verband met de vervanging van reforme melkkoeien wordt op dit moment nog gefinaliseerd. Er is nog overleg, er is dus nog geen Belgisch standpunt bepaald.

Wat betreft andere sectoren is gevraagd vanuit de lidstaten om net als het Milk Market Observatory te zorgen voor een ‘Meat Market Observatory’. Dat wordt ontwikkeld. Daardoor zal het mogelijk zijn om ook in de vleessectoren, namelijk varkens- en rundvlees, de ontwikkelingen veel beter in kaart te brengen. Het vergemakkelijkt en objectiveert de Europese discussie. Vaak zie je dat discussies in de melksector beter onderbouwd zijn dan die in de vleessector. Daar willen we aan tegemoetkomen.

Er is ook een beperkt extra budget van 3,35 miljoen euro dat vanuit Europa wordt vrijgemaakt voor promotie. Het is een echt promotiebudget met een soort cofinanciering om onze producten te promoten in het buitenland. Dat wordt nu door VLAM uitgewerkt voor zuivel en varkensvlees.

Voorlopig komt er op Europees niveau geen nieuwe oproep voor particuliere opslag varkensvlees. Iedereen is het erover eens dat dat op dit moment niet de juiste methodiek en het juiste moment is om dat te doen.

Het voorstel van fiscale maatregelen is in het verleden meermaals voorgelegd aan de federale collega-ministers, maar is op dit moment nog niet opgenomen. Dit is een aspect wat de federale minister van Landbouw Willy Borsus beloofd heeft verder op te nemen.

Er is ook de tijdelijke VLIF-waarborgregeling vanuit Vlaanderen. Dankzij deze regeling kunnen landbouwers tijdelijk rekenen op een borgstelling van de Vlaamse overheid van maximaal 80 procent wanneer zij een krediet aangaan voor operationele kosten om op die manier tijdelijke financiële ademruimte te krijgen. Er zijn nog niet zo veel dossiers aangemeld. Het kan niet voldoende worden herhaald dat dat systeem er is om er een beroep op te kunnen doen.

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Minister, niemand twijfelt uiteraard aan uw goede wil, inspanningen en initiatieven die u neemt op de Europese Landbouwraad, maar wij hopen natuurlijk dat de andere lidstaten zullen volgen. We weten dat in het Europese besluitvormingsproces je als lidstaat alleen niet zo veel kunt betekenen. Daarom is het goed dat u ook bondgenoten zoekt.

Ik wil nog eens de nadruk leggen op het volgende. Het verhaal van die Russische boycot blijft onuitlegbaar ten aanzien van onze landbouwers. Ook op de crisis in de melkveehouderij heeft dat ongetwijfeld een belangrijke impact. Het is niet evident om te berekenen voor hoeveel procent dat meespeelt, maar het speelt in elk geval mee. Europa heeft daar zijn verantwoordelijkheid. Het is een keuze van Europa om een boycot ten aanzien van een aantal Russische producten in te stellen. De reactie van Rusland daarop is het boycotten van onze landbouwproducten. Eigenlijk ligt Europa dus zelf aan de basis van die boycot. Het zou toch maar logisch zijn dat ze op dat vlak ook hun verantwoordelijkheid nemen ten aanzien van hun eigen burgers, hun eigen landbouwers, die ze treffen door hun buitenlandpolitiek. Daar is een belangrijk tekort. Misschien kan dat ook eens aan bod worden gebracht op de Landbouwraad.

De voorzitter

De heer De Croo heeft het woord.

Herman De Croo (Open Vld)

Voorzitter, minister, het is een eeuwig debat. Men is op een vrije markt terechtgekomen. Voor de melk hadden wij een gereglementeerde markt tot enige tijd geleden. Het was een kunstmatige markt, met alle gevolgen van dien. Deze is al lang geliberaliseerd. Men zit nu in het gewone gebeuren van een concurrentiële omgeving, weliswaar met boycoteffecten die dat ongelukkig komen dwarsbomen. Maar iedereen spreekt erover: elk platform, elke groep, en terecht. Wij ook in onze commissie. Wat zijn klassiek de mogelijkheden? Dat is de productiviteit verhogen, de kostprijs proberen in te tomen, de nieuwe markten zoeken en eventueel zien hoe de gezondheidslobby zich gedraagt. Dat is niet altijd eenvoudig. Toen ik jonger was en in Noord-Europese landen vertoefde, kreeg je elke dag melk voorgeschoteld. Sommigen beweren nu dat melk niet goed is en dat boter gevaarlijk is. Je kunt ook lezen dat boter goed is en melk gezond.

Er zijn een aantal elementen die we niet in de hand hebben in een vrijemarktmechanisme. We kunnen proberen mensen te helpen door lasten tijdelijk vooruit te schoven, door consortia te maken om nieuwe markten te bereiken, door de goesting voor onze producten op te trekken. Maar als het te lang duurt, zijn er geen producenten meer.

Ik maak een vergelijking. De grootste producent van aardolieproducten drijft de productie kunstmatig op om de prijs te laten kelderen en zo andere sectoren uit te schakelen. Ik denk aan Saoedi-Arabië en het gevaar van schaliegas en olie. Er zijn kolossale bewegingen die hier in kleinere mate voorkomen. Men moet proberen alle opportuniteiten die er zijn, te gebruiken maar de vrije markt is wat ze is. Ik geloof dat u alle instrumenten die u hebt, inzet.

Wij zitten in een vagevuur. Het vagevuur is uitgevonden in de dertiende eeuw. Vroeger was er enkel de hemel en de hel. Het vagevuur heeft één voordeel: als je eruit gaat, kun je alleen maar hemels varen.

De voorzitter

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Sabine Vermeulen (N-VA)

Ik hoop dat we allemaal in de hemel terechtkomen en rijstpap kunnen eten omdat die van melk wordt gemaakt.

Minister, de heer Dochy vraagt aan u de evaluatie van bepaalde maatregelen. Als we spreken over vrijwillige productiebeperking met Europese compensatie, dan heeft onze fractie daar ook een mening over. Het zou op dit moment de bedrijven enige ademruimte kunnen geven, maar we geloven niet dat dit een structurele maatregel zou kunnen zijn. We weten niet wat de vraag op termijn zal zijn. Veel experten hebben daar een mening over. Volgens de ene moet het nu al gebeuren, volgens de andere maar over drie jaar. We weten het echt niet. Het is zoals u zegt ‘koffiedik kijken’. Voor ons kan een vrijwillige productiebeperking met Europese compensatie als dit wordt gekoppeld aan een soort van structureel risicofonds.

Minister, u sprak ook over de afslachtpremie van reforme koeien. Er is nog geen Belgisch standpunt over, maar wij hebben er zelf een standpunt over. We moeten opletten dat de landbouw niet dol begint te draaien. We stellen ons de vraag na hoeveel kalvingen een koe reform wordt? Blijkbaar is dat al na drie kalvingen. We moeten er toch voor zorgen dat ‘the circle of life’ van de koeien niet te veel wordt beperkt. Een koe wordt nu al afgeschreven na vier of vijf jaar.

We zien de uitstapregeling niet als een gouden handdruk, maar zeker ook niet als een warme sanering. We willen eerder dat landbouwbedrijven herstructureren en dat de overheid dan inzet op bedrijfsbegeleiding voor toegevoegde waarde. Er wordt al op ingezet, maar we willen die piste blijven volgen.

Een denkpiste die onze mening zeer goed ondersteunt en binnen onze filosofie past, is die van fiscale stimuli die melkveehouders moeten aanzetten om zelf buffers aan te leggen tegen volatiele melkprijzen. Wij zijn er zeer grote voorstander van dat bedrijfsleiders zelf hun verantwoordelijkheid nemen en zich deels gaan indekken tegen mindere tijden. Daar mogen inderdaad fiscale prikkels tegenover staan.

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Voorzitter, de heer Dochy had vandaag een vraag en ik had er een klaar voor volgende week na de Europese Raad om te vragen naar de resultaten. Minister, als ik u bezig hoor, zullen er niet veel resultaten zijn voor de varkenssector of de melkveehouderij omdat men bezig is met de brexit.

Misschien moet er eens een studie worden gemaakt. Er is een overaanbod, er zijn de volatiele prijzen, er is de crisis. Misschien moet er eens een studie worden gemaakt over de effecten op de sector van het afschaffen van de melkquota. We hebben de discussies over de melkquota meegemaakt. Er werd gezegd dat er enorm veel potentieel voor de sector zou zijn. Heel wat landbouwers hebben zware investeringen gedaan om meer te gaan produceren en nu is er een overaanbod. Ik weet dat er hier niemand voorstander is van een nieuw melkquotum, maar het zou toch wel eens interessant zijn om de impact ervan op de sector te onderzoeken.

Minister, ik wacht met spanning vrijdag af voor de beslissing over de productiebeperking. Ik kan nu al zeggen dat een eenzijdige productiebeperking, noch in de varkenssector, noch in de melksector, een goede oplossing is. Een structurele oplossing ligt vooral bij Europa.

Ik ben blij dat na mijn pleidooi van de afgelopen weken en maanden om na te gaan wat de impact van de Russische boycot is en om na te gaan wat we kunnen doen om die importban op de Russische markt te breken, zo goed als alle fracties het eens zijn dat er iets aan moet worden gedaan. Collega Dochy, u hebt een paar invloedrijke Europarlementsleden en een commissaris. U moet hen misschien eens aanspreken, want ik denk niet dat bijvoorbeeld Ivo Belet er voorstander van is om die Russische boycot te doorbreken.

Gisteren is er in West-Vlaanderen actie gevoerd door een aantal melkveehouders tegen de industrialisering van de sector. Familiale melkveehouderijen protesteren tegen grootschalige bedrijven. Men spreekt zelfs van een bedrijf met duizend melkkoeien waar eigenlijk geen landbouwers meer werken. Ze zetten de prijs onder druk. Industrialisering en grootschaligheid is een probleem in de landbouwsector in het algemeen. Op termijn zorgt dit voor het verdwijnen van de familiale landbouwsector. We moeten dit toch in het oog houden.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Collega Sintobin, schaalvergroting is een eeuwig verhaal. Er is een zekere schaalvergroting nodig om productiekosten te beperken, maar net die schaalvergroting, als ze extreem wordt, leidt ertoe dat de kleine bedrijven verdwijnen. Zo blijven we in een kring ronddraaien.

Vanmorgen dacht ik een positief bericht te lezen namelijk dat Milcobel de winst van 2015 volledig uitkeert aan de coöperanten. Het gaat over 1,5 miljoen euro. De melkprijs bedroeg toen 28,91 eurocent, wat onder de kostprijs ligt. Er zijn dus blijkbaar actoren in die sector die nog winst kunnen uitkeren. In hetzelfde artikel lees ik dat de verklaring voor die lage prijzen, volgens de coöperatieve Milcobel – ik zou er dus enig vertrouwen aan kunnen geven – te maken heeft met de quota die verdwenen zijn, met de Russische boycot en met de zuivelinvoer in China. De stocks worden te groot en de import wordt beperkt, waardoor er overaanbod is op de markt.

Ik wil nog even stilstaan bij de quota. De Europese melkproductie is toegenomen met 7,3 procent. Het blijft een vrij fundamentele vraag: is de afschaffing van het quotum een weldaad voor de Europese landbouwers? Collega Dochy situeert het in Europa, en ik zal dat ook doen. Is het een weldaad? Ik betwijfel het sterk. Collega Dochy, ik ben het met u eens, maar als u pleit voor een productiebeperking op Europees niveau, dan zal het nog lastig genoeg zijn. Het gaat over een wereldmarkt, waar prijzen op mondiaal niveau worden bepaald. We zullen nog moeite genoeg hebben om te overleven.

Mogen we in Europa onze markt een beetje afschermen en versterken? Dat is een open vraag. Of moeten we per se de absolute globalist uithangen, die te allen tijde en in alle omstandigheden met die volatiele prijzen moet kunnen omgaan? Als we productiebeperkingen willen handhaven, moeten we ook op de prijszetting kunnen ingrijpen, of minstens op de volumes, om op die manier een goede prijszetting te hebben.

Collega Dochy, ik ben daar dus voor, maar dat is eigenlijk hetzelfde als zeggen dat we beter het quotum behouden hadden. Neem me niet kwalijk dat ik het zo formuleer, maar in de realiteit van de markt zal dat niet zoveel verschillen. Ik weet dat het niet hip is, zelfs niet voor mensen die enigszins links-liberaal denken, om te denken dat de markt ingeperkt moet worden.

Collega De Croo, ik voorspel u dat als het zo verder gaat, de melkveehouders in Europa van die vrije markt niet beter zullen worden.

Herman De Croo (Open Vld)

Had men de klompenmarkt gemonopoliseerd, dan droeg men daarom nog geen schoenen.

Bart Caron (Groen)

Ja, maar die koeien hebben we nog een tijdje nodig om melk te produceren.

Ik rond af. Ik ben niet naïef en ik weet dat het quotum niet terugkomt. Er zullen dus productiebeperkende maatregelen moeten zijn, die Europees moeten zijn. Ze moeten fundamenteel zijn. Collega Vermeulen heeft dit punt al aangehaald. Ik betwijfel of de voorstellen die nu ter tafel liggen ver genoeg gaan. Als we maatregelen nemen, moeten ze structureel zijn. Wat u voorstelt, is een combinatie van structurele en tijdelijke crisismaatregelen. Als we op lange termijn willen overleven met een volatiele prijsevolutie, moeten we fundamentele keuzes maken. Europa kan inderdaad een aantal mechanismen instellen om die productiebeperking te realiseren waar Vlaanderen kan achterstaan.

Jos De Meyer (CD&V)

Mijnheer Caron, ik was gisteren aanwezig op de algemene vergadering van Milcobel waarnaar u verwees. Huidig voorzitter Guido Veys, een jeugdvriend van mij, zal worden opgevolgd door Dirk Ryckaert. Op die vergadering viel me de hoge graad van professionaliteit op van onze melkveehouders.

Daar werd ook gesproken over de perspectieven op korte en langere termijn. De grootste zekerheid is hoe dan ook: volatiliteit. Dat geldt voor vandaag, voor morgen en voor overmorgen. Ik heb daar ook een beter beeld gekregen van de schaalvergroting die zich in de sector voordoet. Een van de antwoorden op de uitdagingen waarmee onze Vlaamse melkveehouders geconfronteerd worden op die volatiele markt, is een sterke coöperatie te kunnen vormen. Mocht onze commissie daarvoor interesse hebben, zijn ze bereid om ons te ontvangen, zodat we een rechtstreeks gesprek kunnen hebben met een aantal merkveehouders-coöperanten. Persoonlijk heb ik er veel van opgestoken en ik denk dat het voor onze commissie ook bijzonder leerrijk kan zijn.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Er is veel gezegd en ieder heeft zijn mening, gaande van de verdediging van de vrije markt tot de vraag om de markt af te schermen. Sommige commissieleden zijn misschien wat kort van geheugen. In 2009 was er ook een zeer grote crisis in de melksector en toen was er wel een melkquotum. Volgens mij klopt het dus niet te zeggen dat daar de schuld ligt. We moeten objectief blijven.

Collega Vermeulen, ik heb nooit gezegd, evenmin als collega Dochy, dat de vrijwillige productiebeperking een structurele oplossing is op lange termijn. Ik heb altijd heel duidelijk een onderscheid gemaakt tussen maatregelen op korte termijn om zuurstof te geven aan de sector en de structurele maatregelen. Die vrijwillige productiebeperking is inderdaad een tijdelijke, niet-structurele maatregel. We blijven dat verder op de tafel leggen en ik zie dat het draagvlak groeit binnen de sector.

Binnen Europa is het landbouwbeleid altijd iets specifieks geweest. Er is een sterke, vrijgemaakte markt en tegelijk wordt dat landbouwbeleid heel sterk gestuurd. De markt is niet helemaal vrij: men heeft ervoor gekozen om de landbouw- en voedselproductie te ondersteunen met subsidies binnen Europa om de voedselproductie hier ook te houden. Het landbouwbeleid is dus specifiek en vraagt specifieke maatregelen. Daarom is het niet altijd een evidente keuze tussen de markt helemaal vrijlaten en de optie om de voedselproductie hier te houden en ervoor te zorgen dat dit op een veilige, duurzame en diervriendelijke manier gebeurt, zoals bij ons. Daar willen we koploper in blijven.

Er zijn geen mirakeloplossingen op korte termijn. Sommige oplossingen kunnen voor wat meer zuurstof zorgen. Ik merk dat in de sector zelf een aantal keuzes worden gemaakt en omschakelingen bezig zijn. Ik zie dat een aantal bedrijven er heel bewust voor kiezen om naar biomelk om te schakelen en op die manier het verschil te maken. Als ze daarvoor kiezen, onderscheiden ze zich van de rest en kunnen ze de producten die ze zorgzaam produceren, wat sterker valoriseren op de markt. Onder druk van de prijzen gaat de sector zich anders organiseren. Dat kunnen we vanuit de overheid proberen te ondersteunen. Collega Vermeulen, ik ben het ermee eens dat we begeleiding op maat moeten geven aan de bedrijven die dat vragen. Daarom zetten we daar zo sterk op in.

Mevrouw Vermeulen, dat u voor die fiscale stimuli bent, klinkt me als muziek in de oren. Ik hoop dat de bevoegde minister op het federale niveau daar de nodige maatregelen voor zal nemen.

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Minister, ik dank u en ik wil een ook dankwoord richten aan de collega’s die samen willen nadenken over deze problematiek. Mochten de oplossingen voor de hand liggen, was die discussie hier niet aan de orde. De afschaffing van het quotum gaat gepaard met een aantal groeipijnen. Er waren al wat voorbereidingen geweest en de laatste jaren was het quotum kunstmatig verhoogd om nauwer aan te sluiten bij de vrije markt. Een markt die dertig jaar geregeld werd met een quotum en die dan losgelaten wordt, veroorzaakt wel wat schokken bij de ondernemers die zich moeten aanpassen en pogen de juiste inschattingen te maken bij het opstarten van die volledig vrije markt. Vandaar dat die tijdelijke beperkingen van de productie er misschien kunnen voor zorgen dat het evenwicht in de markt hersteld wordt. Alle ramingen met betrekking tot de groei van de zuivelmarkt geven aan dat er jaarlijks 2 procent meer zuivel nodig is. Er is dus wel een groeimarkt op het vlak van zuivel, maar wanneer de productie sneller groeit dan de consumptie stijgt, kan er een probleem zijn. Hopelijk is dat tijdelijk.

Voor de herinvoering van een melkquotum zoals voorheen is er zeker geen draagvlak binnen de sector. De voornaamste reden daarvoor is de kostprijs. We mogen niet vergeten dat de verhandelbaarheid van het quotum aan veel bedrijven zeer veel geld heeft gekost. Dat geld vloeide weg uit de sector naar mensen die op pensioen gingen of de sector verlieten. Dat is ook geen goede methode. We moeten dus op zoek gaan naar een nieuw evenwicht, ik hoop dat het er komt.

Minister, ik wens u veel succes in de Landbouwraad, niet alleen voor de betogen met betrekking tot de melkveehouderij, maar ook met betrekking tot alle crisisgevoelige sectoren in onze landbouw vandaag.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.