U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Voorzitter, minister, collega’s, ik heb met veel belangstelling de gesprekken gevolgd over de buitenschoolse opvang. Ik vind dat een zeer belangrijk thema. Ik kwam graag luisteren.

Daarnet las ik in de krant dat de kersverse burgemeester van Londen werk gaat maken van het aanpakken van advertenties die helemaal onrealistisch zijn en die een schoonheidsideaal ophangen dat absoluut onhaalbaar is. Hij doet dat uit bezorgdheid voor zijn opgroeiende dochters. Hij wil dat ze met een meer realistische wereld te maken hebben. Ik begrijp zijn bezorgdheid.

Toen ik in de krant het artikel las over schoonheidswedstrijden voor jonge meisjes, kinderen, bekroop me ook een heel eng gevoel. Het focust nogal op de fysieke verschijning. Ik vind dat voor kinderen nogal een bizarre houding. De kinderrechtencommissaris dacht er net hetzelfde over. Hij bracht daarover een advies uit. Hij haalde niet alleen de wetgeving op kinderarbeid aan, maar wijst ook op de impact van dergelijke wedstrijden op het zelfbeeld van kinderen en in het bijzonder van meisjes.

Het uiterlijk is een gegeven waarop een kind, en eigenlijk ook veel volwassenen, geen impact hebben. We kunnen echter niet ontkennen dat het uiterlijk door kinderen en volwassenen in onze maatschappij als heel belangrijk wordt ervaren. Daardoor heeft het mooi gevonden worden een impact op ons zelfbeeld. Voor wie niet voldoet aan de criteria van het heersende schoonheidsideaal, kan een overdreven aandacht voor het uiterlijke dan ook een risico inhouden voor de fysieke en/of mentale gezondheid.

De kinderrechtencommissaris wijst erop dat schoonheidswedstrijden het schoonheidsideaal mee versterken, zowel bij de deelnemers als bij het publiek en dat door dit schoonheidsideaal te promoten, miss- of misterverkiezingen een mogelijk schadelijke impact hebben op een heel brede groep van kinderen. De impact op het zelfbeeld is er vooral bij meisjes, omdat dit soort wedstrijden veelal voor meisjes wordt georganiseerd.

Ik wil hier ook verwijzen naar de resultaten van het vierjarig onderzoek van de World Health Organisation (WHO) waaruit we leren dat Vlaanderen het niet zo slecht doet wat betreft obesitas bij kinderen, maar dat kinderen dit anders percipiëren. Als 11-jarigen gevraagd wordt of ze zich te dik voelen, dan antwoordt 36 procent van de meisjes en 26 procent van de jongens bevestigend. Bij de 15-jarigen is dat respectievelijk 58 en 28 procent. Meer dan de helft van de Vlaamse jonge meisjes vindt zichzelf dus te dik en associeert dat ook niet met mooi zijn. Ze worden daar niet blij van. Omdat de cijfers iets totaal anders zeggen dan de indruk die kinderen van zichzelf hebben, kunnen we alleen maar concluderen dat onze kinderen een onredelijk laag zelfbeeld hebben.

Ten slotte wil ik benadrukken dat schoonheidswedstrijden genderstereotiepe beeldvorming versterken, waarvan opnieuw meisjes en vrouwen het slachtoffer zijn. Mannen zijn dat eigenlijk ook, want als ze met een onrealistisch beeld opgescheept zitten, worden ze daar op termijn ook niet beter van. Laten we dus maar gewoon zeggen dat niemand daar beter van wordt. Voorts kan men zich ook de vraag stellen of het ethisch aanvaardbaar is om zeer jonge meisjes te bekijken en te keuren op een wijze die momenteel op volwassen vrouwen toegepast wordt. Dan zal ik het nog niet hebben over wat ik vind van die vleeskeuring van volwassen vrouwen, want ik loop ook niet over van sympathie daarvoor. Maar dat is vandaag niet aan de orde, we hebben het hier over de minderjarigen.

Minister, wat is uw standpunt met betrekking tot schoonheidswedstrijden voor kinderen en de impact ervan op de fysieke en psychische gezondheid van deze kinderen, in het bijzonder van meisjes? Worden inspanningen gedaan om de negatieve effecten daarvan te counteren door het in perspectief brengen van dergelijke wedstrijden? Hoe wilt u in uw beleid omgaan met dit fenomeen om negatieve gevolgen voor kinderen, in het bijzonder meisjes, te beperken?

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Katrien Schryvers (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s. Ik heb enkele weken geleden een vraag ingediend over hetzelfde thema, naar aanleiding van het advies van het Kinderrechtencommissariaat (KRC) daarover. Het gaat over het comité achter Miss België dat in juli aanstaande een Mini Miss Belgium wenst te organiseren, een wedstrijd voor meisjes tussen 6 en 10.

Het programma loopt grotendeels gelijk met de missverkiezingen zoals we die kennen: lopen op een catwalk, een persoonlijke act brengen, en er kunnen natuurlijk prijzen worden gewonnen. Een badpakkendefilé, zo ver gaat men nog niet, gelukkig maar. Op de website van Mini Miss Belgium staat te lezen dat op de dag van de verkiezingen “enkel heel naturelle meisjes in aanmerking komen”. Een aantal zaken worden dan ook geweerd, andere dan weer niet.

Het KRC formuleerde een advies over schoonheidswedstrijden voor kinderen en pleit daarin om die niet toe te laten. Het KRC verwijst naar de wetgeving op kinderarbeid, maar waarschuwt ook voor de mogelijke risico’s voor de lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke en/of maatschappelijke ontwikkeling van kinderen.

Niemand kan ontkennen dat wedstrijden zoals die van Miss België hoofdzakelijk draaien rond het uiterlijk. Het is dan ook niet ondenkbaar dat een wedstrijd zoals Mini Miss Belgium kinderen ertoe kan aanzetten hun uiterlijk te willen veranderen of, bijvoorbeeld als ze niet winnen, dat ze zich niet meer goed voelen over hoe ze eruitzien. Dat kan op de duur verstrekkende gevolgen hebben voor het psychische en fysieke welzijn van de deelnemers, maar ook van hun vrienden en het publiek. Per slot van rekening wordt in dergelijke wedstrijden een schoonheidsideaal gepromoot, en in dit geval enkel voor meisjes. Dat roept ook heel wat vragen op met betrekking tot genderstereotiepe beeldvorming en gelijkheid tussen mannen en vrouwen.

Minister, tijdens de vorige legislatuur keurden we in het Vlaams Parlement een resolutie goed betreffende een sensibiliserend en ondersteunend beleid voor eetstoornissen. Daarin werd onder meer gevraagd om in te zetten op de sensibilisering van kinderen en jongeren en de brede bevolking over gezond en problematisch eetgedrag, erop toeziend dat geen averechtse effecten optreden ten aanzien van mensen die lijden aan een eetstoornis, en in het mediabeleid afspraken na te streven met de diverse media in verband met de berichtgeving over eetstoornissen. De resolutie doelde ook op het bevorderen van zelfvertrouwen en een positieve lichaamsbeleving.

In het advies van het KRC wordt specifiek verwezen naar de risico’s die het schoonheidsideaal kan meebrengen voor de fysieke of mentale gezondheid van kinderen en jongeren. Schoonheidswedstrijden voor kinderen versterken mee dit schoonheidsideaal.

Minister, wat is uw standpunt met betrekking tot de organisatie van Mini Miss Belgium? Zult u ten aanzien van de organisatie ervan en rekening houdend met het advies van het KRC een overleg aangaan? Welke maatregelen neemt u specifiek voor deze jonge doelgroep om een gezonde levensstijl en een gezond zelfbeeld te promoten en kinderen te versterken in hun eigenheid, met eigen interesses en talenten?

De voorzitter

De heer Parys heeft het woord.

Lorin Parys (N-VA)

Voorzitter, na de inleiding van mijn twee collega’s ga ik niet meer in op de feiten zoals ze die uitstekend hebben uiteengezet.

Minister, ik heb de volgende vragen voor u. Wat is uw standpunt tegenover de organisatie van Mini Miss België? Hebt u de bevoegdheid om iets te doen aan een dergelijke wedstrijd? Kunt u die verbieden of modificeren? Welke eventuele stappen zult u zetten tegenover de organisatie van deze wedstrijd? Wat is de verantwoordelijkheid van de ouders in heel dit gegeven?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega’s, wij hebben ook met veel interesse het advies van het Kinderrechtencommissariaat inzake de organisatie van schoonheidswedstrijden voor kinderen gelezen. Als minister van Welzijn stel ik me uiteraard vragen over de impact die dergelijke wedstrijden op minderjarigen kunnen hebben, en dan gaat het zowel over de deelnemers zelf als over het bredere publiek van minderjarigen die de wedstrijd wellicht via de media zullen kunnen volgen. Ik betreur dan ook dat dergelijke schoonheidswedstrijden georganiseerd worden. Ik ben van mening dat ze een negatieve invloed kunnen hebben op de lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke of maatschappelijke ontwikkeling van kinderen. Ik onderschrijf het advies van het Kinderrechtencommissariaat dan ook volledig.

Het initiatief valt onder de arbeidsregelgeving inzake kinderarbeid. De arbeidsregelgeving en de handhaving hiervan is een federale bevoegdheid. Ik heb dan ook contact opgenomen met de federaal bevoegde minister, want er zal moeten worden gekeken of er op basis van die wetgeving moet worden gehandeld.

Uiteraard nemen we nu al maatregelen om een tegengewicht te bieden voor de maatschappelijke druk met betrekking tot het geldende schoonheidsideaal, zeker voor meisjes. Ten eerste investeren we in een breed gezondheidsbeleid, waarbij een gezonde voeding en levensstijl worden gepromoot ten aanzien van verschillende leeftijden. Ik denk daarbij aan campagnes die in samenwerking met de Logo’s (loco-regionaal gezondheidsoverleg en -organisatie) worden opgezet inzake voeding en beweging, met de labels en methodieken Gezonde Gemeente en Gezonde School. Er zijn ook heel wat gezondheidsbevorderingsprojecten specifiek voor scholen en kinderopvang. Ook het preventieve aanbod van Kind en Gezin, dat ouders vanaf de geboorte informeert over het belang van die voeding en beweging voor kinderen, valt daaronder.

Ten tweede hebben we aandacht voor de psychologische en sociale aspecten van gezondheid en het zich goed voelen in de samenleving. Tieners en jongvolwassenen krijgen extra aandacht, gezien de cruciale leeftijdsfase. Ik verwijs daarvoor graag naar de campagne ‘Fit in je hoofd, goed in je vel’, waarmee we de veerkracht en het mentaal welbevinden van mensen willen vergroten. De campagne richt zich tot plus-16-jarigen. Voor jongeren en kinderen onder de 16 jaar is samen met het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie (VIGeZ) een specifieke campagne uitgewerkt, namelijk NokNok. Met heel wat informatie, tips en advies worden jongeren ondersteund om zich goed in hun vel te voelen en te kunnen omgaan met kleine en grote tegenslagen of moeilijkere momenten. De website is interactief opgebouwd en op maat van jongeren. Enkele specifieke thema’s zijn eetproblemen en vragen over het eigen uiterlijk. Naast heel wat informatie worden diverse activiteiten omschreven die jeugdbewegingen kunnen organiseren in dat kader. Bezoekers kunnen ook een eigen profiel aanmaken, om zo nog meer op maat te worden ondersteund.

Vanuit de genderinvalshoek is het inderdaad zo dat dergelijke wedstrijden vooral de druk op meisjes vergroten. Het maakt hen extra kwetsbaar voor maatschappelijke druk om te voldoen aan het schoonheidsideaal. Daarom hebben we in onze campagnes oog voor de preventie van psychische problemen zoals eetproblemen en depressie. Thema’s als weinig zelfvertrouwen, vrienden en liefde en zich alleen voelen krijgen specifieke aandacht. We mogen er echter niet blind voor zijn dat de maatschappelijke druk om te beantwoorden aan een schoonheidsideaal evenzeer jongens treft, en dat er dus ook in de sportsector aandacht voor moet worden opgebracht. Daar is het thema dat van een evenwichtige sportbeleving binnen een gezonde levensstijl.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Het stemt me zeer tevreden dat u het organiseren daarvan betreurt, dat u dat met zoveel woorden zegt en dat u de commentaar van de kinderrechtencommissaris onderschrijft. Ik ben ook benieuwd naar wat de federale minister hierover zal zeggen. Het lijkt me zeer belangrijk daarover een standpunt in te nemen, zij het dat ik dit niet zozeer problematisch vind omdat er een probleem zou kunnen zijn inzake kinderarbeid. Dat is afhankelijk van hoe men dat organiseert en de consequenties daarvan. Dat zou inderdaad een kwestie van kinderarbeid zou kunnen zijn. Het kan dat men het, om de federale wetgeving niet te overtreden, bij één ‘festiviteit’ houdt, maar dan zitten we gewoon nog altijd met een ethisch probleem: is het aanvaardbaar om kinderen op die manier op te voeden?

Minister, het is een gevoel dat ik moeilijk kan verwoorden, maar ik zal het toch proberen. U hebt een aantal maatregelen opgenoemd die zeer belangrijk zijn. Die gaan inderdaad over maatschappelijke druk met betrekking tot het uiterlijk, over eetproblemen, over het belang van welzijn in al zijn facetten, zowel fysiek als psychologisch. Laten we er echter toch geen doekjes om winden: meisjes die nog kind zijn, die in badpak op de catwalk lopen om mooi te worden gevonden, dat gaat niet alleen over die afmetingen of over hoeveel kilo ze wegen. Dat gaat over de seksualisering van jonge kinderen. Ik weet niet of ik het zo mag zeggen. Misschien zullen sommige mensen het daar niet mee eens zijn, of daarover gechoqueerd zijn, maar ik zeg wat ik daarbij voel en wat ik zie, ook al zal men bij die jongemissverkiezingen letten op wat voor soort kleren men geeft aan die kinderen, of misschien letten op de make-up die er komt. Ik heb echter al zulke verkiezingen gezien op televisie en ik vond dat – neem het me niet kwalijk – echt walgelijk. Dat gaat over kinderen. Ik vraag me af wie er plezier in heeft om die kinderen zo te zien.

Je kunt als volwassene vinden dat een kind schattig of dit of dat is. Je kunt van een kind vinden dat het mooi is, dat het een mooi gezicht of zo heeft, zoals je dat zou doen bij een ander persoon, maar die fysieke verschijning gaan beoordelen van kop tot teen, dat heeft toch iets ranzigs, of vergis ik me? Het is moeilijk voor ons om daar op basis van de wetgeving over te oordelen en te zeggen of dat al dan niet kan plaatsvinden. Het is natuurlijk één ding om het vooraf te zeggen en dan op het moment zelf te gaan bekijken hoe het eraan toegaat.

Een ander aspect daarvan, dat we nog niet hebben aangeraakt, is de rol van de ouders daarin. Ik vraag me echt af of we dat ook niet eens moeten bekijken. Dat is dan ook wat in televisieshows vrij veel aan bod komt, namelijk de druk die de moeders uitoefenen op die kinderen, hoe ze tegen hun eigen kinderen spreken over de andere kinderen die meedoen, dat die eigenlijk niet zo mooi zijn of de dingen niet zo goed kunnen. Het gaat dus zelfs niet alleen over het fysieke, maar ook over de druk die wordt gezet op die kinderen, de druk waarmee ze dan naar dat evenement moeten toeleven. Ik vind dat allemaal bijzonder pijnlijk. Ik vind dat eigenlijk compleet onverantwoord van de volwassenen die daarachter schuilgaan. Minister, daarom ben ik blij dat u daar zeer kritisch tegenover staat en dat ik niet de enige vraagsteller ben. Mijn gevoel wordt blijkbaar wel gedeeld door diverse commissieleden. Ik denk dat we nauwlettend in het oog moeten houden hoe dat verder evolueert, hoe het er daar aan toegaat. Ik zal dat in ieder geval doen en desnoods op deze kwestie terugkomen.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Katrien Schryvers (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik denk dat de bekommernissen hier toch wel heel duidelijk zijn. Het Kinderrechtencommissariaat is dat ook. In de inleiding zegt het heel duidelijk: “Het Kinderrechtencommissariaat adviseert om schoonheidswedstrijden voor jonge kinderen met een uitgesproken publiek karakter niet toe te laten.” Ik ben er heel tevreden mee dat u dat advies eigenlijk formeel hebt onderschreven en dat u dezelfde bekommernis hebt. Ik denk dat we dat hier allemaal op dezelfde manier aanvoelen. U hebt alles geschetst wat Vlaanderen doet om een gezonde levensstijl te promoten en om kwetsbare mensen, zeker kinderen en jongeren, maar ook alle anderen, die gezonde levensstijl eigen te doen maken en voldoende zelfvertrouwen te geven, zodat men zich goed in zijn vel voelt. We hebben het daar in deze commissie zo vaak over gehad. Dan zijn er initiatieven die daar volgens mijn gevoel eigenlijk helemaal tegenin gaan en iets helemaal anders promoten, namelijk alleen dat uiterlijk en de manier waarop men op een catwalk loopt en dergelijke meer. Dat is dan nog deels gemediatiseerd enzovoort. We hebben het hier altijd over het welzijn van kinderen en jongeren. Ik meen dat dit niet in het belang van het welzijn van kinderen en jongeren is. Daarnet hadden we het over buitenschoolse kinderopvang en het recht van kinderen om hun vrije tijd op een leuke manier in te vullen. Dan vraag ik me ook wel af: welk van die kinderen vindt dat nu eigenlijk zelf fijn? Dan spreek ik nog niet over het schoonheidsideaal en het zich niet goed voelen, maar welke druk moet dat niet met zich meebrengen voor die kinderen en jongeren?

Ik heb begrepen dat nu zal worden bekeken of dat kan worden verboden op basis van de federale regelgeving met betrekking tot kinderarbeid, of welke maatregelen er kunnen worden genomen. Wij kijken daar natuurlijk ook naar uit. Ik ga immers volledig akkoord met het advies van het Kinderrechtencommissariaat ter zake.

De voorzitter

De heer Parys heeft het woord.

Lorin Parys (N-VA)

Mijn twee collega’s hebben al veel gezegd, maar ik wil er toch nog eens op wijzen dat een kind van 6 jaar niet zelf beslist om mee te doen aan een schoonheidswedstrijd. Dit is dus eigenlijk een vraag naar de ouders en hun verantwoordelijkheid hierin. Minister, u hebt daarnet heel duidelijk gezegd dat u het advies van de kinderrechtencommissaris onderschrijft. Wij doen dat ook, omdat we denken dat dit soort wedstrijden niet passen bij het gezonde levensbeeld dat wij graag zouden promoten. U hebt ook aangegeven wat u allemaal doet.

Bestaat er dan werkelijk geen enkele andere rechtsgrond om in Vlaanderen iets te doen met betrekking tot het organiseren van iets dat wij allemaal ongezond voor zeer jonge kinderen blijken te vinden? Ik begrijp heel goed de vraag aan federaal minister Peeters om te bekijken of de arbeidswetgeving hierbij op een of andere manier in het gedrang komt. Ik heb ook goed gehoord wat er in Vlaanderen preventief wordt gedaan. We kunnen echter misschien nog wel iets meer doen. Minister, dat is mijn vraag aan u: ziet u nog andere mogelijkheden om aan die organisatie duidelijk te maken dat dit niet past bij het beleid dat u daarnet hebt geschetst, en hoe kunnen we ervoor zorgen dat ook de ouders het heel duidelijke signaal krijgen dat dit ongezond is?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Ik heb met de vragen binnen onze administratie bekeken wat er nog kan, maar als je in het belang van het kind wilt optreden, dan moet je je uiteraard beroepen op het wettelijk arsenaal dat daarvoor beschikbaar is in Vlaanderen. Dan zit je in de integrale jeugdhulp. Dan moet je kunnen spreken van verontrusting, van maatschappelijke noodzaak. Het is zelfs niet aan mij als minister om te beoordelen of dat er dan al dan niet is. Er zijn mechanismen om dat te doen.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Ik denk dat we dan waakzaam moeten blijven. Minister, als u alle mogelijkheden bent nagegaan om hierop te repliceren en men ziet niet meteen een mogelijkheid, dan glipt die organisatie eigenlijk een beetje door de mazen van het net. Dan komt ze daarmee weg, terwijl we toch allemaal aanvoelen dat wat ze doet, ongezond is, dat we dat eigenlijk niet zomaar kunnen toelaten. Toch gaan we het toelaten. Ik voel me daar eigenlijk helemaal niet goed bij. Ik denk dat we dan eens met die organisatoren zelf moeten praten, om te zien of we hen niet op andere gedachten kunnen brengen, desnoods met de hulp van de kinderrechtencommissaris zelf.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Katrien Schryvers (CD&V)

Minister, u hebt gezegd dat u de mogelijkheden hebt laten bekijken. Ik moet zeggen dat ik ook wel een beetje verwonderd was toen ik in het advies van het Kinderrechtencommissariaat las dat men ook daar blijkbaar die arbeidswetgeving als enige mogelijkheid zag. Het Kinderrechtencommissariaat is dat alles immers natuurlijk ook nagegaan. Ik denk dat we hier allemaal hetzelfde standpunt onderschrijven. Ik weet niet welk effect een overleg met de organisatie zou kunnen hebben, maar het lijkt me inderdaad toch ook wel raadzaam om dat op te nemen. Dat stond ook in de vraagstelling. Verder kijken we natuurlijk uit naar de reactie van de Federale Regering.

De voorzitter

De heer Parys heeft het woord.

Lorin Parys (N-VA)

Ik denk dat we het allemaal ongezond vinden. Ik denk dat iedereen er ook vragen bij heeft of dat dan aan de criteria voor verontrusting beantwoordt: er is ongezond, maar om van verontrusting te kunnen spreken, is er toch nog wel sprake van een aantal trappen hoger. Daartussen bevindt zich de grijze zone waarover we het vandaag hebben. Minister, vanuit het parlement is er dus de vraag aan u om toch eens te overleggen met de mensen van die organisatie zelf, en te bekijken of ze zelf tot inzicht komen. Als dat niet lukt, dan meen ik dat we ons eens moeten beraden over de vraag of we zelf nog iets in ons arsenaal hebben waarmee we kunnen zeggen dat we dit soort wedstrijden niet zien zitten. Ik zou niet graag de decretale bazooka bovenhalen om zoiets onmogelijk te maken. Ik hoop dat het gezond verstand hier zegeviert, maar als iedereen hardleers en hardhorig blijft, dan wil ik wel eens met mijn collega’s bekijken wat we kunnen ondernemen om ter zake toch een heel duidelijk signaal te geven.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.