U bent hier

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, jammer genoeg hebben we de voorbije weken de gevolgen van de extreme wateroverlast opnieuw ervaren. Ik verwijs naar de recente besprekingen die we daarover hebben gehad in de plenaire vergadering. Ik wil mijn pleidooi herhalen om zo veel mogelijk leed voor de mensen te voorkomen en ik vraag u om werk te maken van een snelle erkenning als ramp.

Ik wil ook nog wat dieper ingaan op de watertoetskaart. Ik heb daar tijdens de plenaire vergadering naar verwezen. De watertoetskaart bestaat uit twee soorten overstromingsgevoelige gebieden: de mogelijk overstromingsgevoelige gebieden en de effectief overstromingsgevoelige gebieden.

De informatieplicht verplicht verkopers en verhuurders om kandidaat-kopers en huurders erover te informeren als het goed in zowel effectief als mogelijk overstromingsgevoelig gebied ligt. Deze informatieplicht start al bij de publiciteit over het onroerend goed en wordt via de waterparagraaf ook opgenomen in de vastgoedakte.

We hebben in deze commissie al gedebatteerd over de term ‘mogelijk overstromingsgevoelig gebied’, dit naar aanleiding van het rapport van de ombudsman en de gedachtewisseling over het beheersen van wateroverlast in het kader van het integraal waterbeleid.

Minister, tijdens de verschillende besprekingen gaf u aan dat de watertoetskaart in de toekomst verder zal worden geactualiseerd op basis van nieuwe inzichten, nieuwe gegevens over wateroverlast enzovoort. Ook verklaarde u dat er een evaluatie is gepland van de informatieplicht. Deze zal plaatsvinden in overleg met de vastgoedsector en het notariaat. In maart zou het resultaat van de enquête over de informatieplicht klaar zijn. Dat is wat u verklaarde tijdens de commissievergadering op 2 maart.

U hebt meermaals verklaard dat de watertoetskaart verder zal worden geëvalueerd. Ik verwelkom alvast het idee om informatieplicht te koppelen aan het overstromingsrisico per individueel vastgoed, dus op perceelsniveau, aangezien men in een overstromingsgevoelig gebied wel waterbestendig kan bouwen.

Preventie is een belangrijke pijler bij de beheersing van wateroverlast. Inzake preventie zijn er al belangrijke stappen gezet voor de signaalgebieden, de derde reeks zou in voorbereiding zijn binnen de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW).

Minister, wat is de stand van zaken van de evaluatie van de informatieplicht? Zijn de belangrijkste bevindingen van de CIW al bekend? Zo ja, wat zijn deze?

Wat waren de belangrijkste bevindingen bij de bevraging van de vastgoedsector en het notariaat?

Werd er al een beslissing genomen over de term ‘mogelijk overstromingsgevoelig gebied’? Wat zijn de alternatieven?

Wat is de stand van zaken met betrekking tot het koppelen van de informatieplicht aan het overstromingsrisico voor individueel vastgoed op perceelsniveau? Moet op termijn het wateraangepast bouwen in potentieel overstromingsgebied dan volgens u ook een verplichting worden?

Hoe verloopt het overleg met de verzekeringssector?

Wat is de stand van zaken van de derde reeks signaalgebieden, goed voor 151 gebieden?

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Groen)

Minister, mijn vraag gaat ook over de wateroverlast, maar dan vanuit een breder perspectief. De hevige regenval van de afgelopen weken eind mei-begin juni heeft voor heel wat waterleed gezorgd. Ik denk dat alle leden van de commissie en uzelf met veel ontsteltenis de beelden hebben gezien op televisie en in kranten. Het was behoorlijk ingrijpend, zeker voor mensen wier woonkamer en straat onder water stonden.

Minister, wat de afgelopen weken is gebeurd, is in overeenstemming met wat we al langer weten. Ik herinner me dat wetenschappers tijdens de gezamenlijke commissie over wateroverlast al waarschuwden voor een toename van hevige regenval tijdens de winter waardoor meer rivieren en kanalen zouden overstromen, en voor de zomeronweders en -stormen die eveneens voor wateroverlast zorgen waarbij de rioleringen het water niet meer aankunnen. Dat gaat gepaard met een verdroging: als gevolg van de verharding van de bodem kan het water niet infiltreren en worden onze watervoorraden minder aangevuld. Er is minder regen tijdens de zomer, maar dat kan dan ook nog eens moeilijker infiltreren om zo de grondwatervoorraad te bereiken.

We hebben heel veel wetenschappelijke kennis. Het is goed dat het publieke debat toeneemt. Heel wat experts nemen het op voor een stevig waterbeleid. Het is interessant dat een aantal breed gekende figuren zoals de weerman of de weervrouw de woordvoerder worden voor een sterk waterbeleid. Wij weten al langer dat er in Vlaanderen een verhardingsstop zou moeten komen. Het is belangrijk dat in Vlaanderen de geesten aan het rijpen zijn en dat men weet dat die verhardingsstop noodzakelijk is. Het mag niet bij de politici en experts blijven. Het moet algemeen gedragen zijn.

We weten dat sinds 2013 de signaalgebieden grotendeels beschermd moeten worden. Er zijn verschillende opties. Je kunt aangepast bouwen in de signaalgebieden, je kunt ze bouwvrij of gedeeltelijk bouwvrij houden. In het vervolgtraject van de Vlaamse Regering voor de signaalgebieden wordt vaak een gedeeltelijke herbestemming voorgesteld. Er is in elk geval een grote vrijwaring nodig van de signaalgebieden voor een ongebreidelde bouwlust. Door het antwoord op een schriftelijke vraag van de heer Vandaele weten we dat er negen bouwvergunningen werden afgeleverd binnen een signaalgebied. Ik heb echter uit de vraag en het antwoord niet kunnen opmaken over welke signaalgebieden het daar gaat. Misschien kunt u daarover straks in uw antwoord iets zeggen.

De Vlaamse Regering oordeelde in 56 gevallen dat een bestemmingswijziging noodzakelijk is. Die moet dan door de lokale besturen – in een aantal gevallen vanuit de provincie – gebeuren. Maar dat laat op zich wachten. In 3 van de 56 gevallen werd het vervolgtraject uitgevoerd. Dat is bijzonder weinig. Bovendien zijn er 52 signaalgebieden, verspreid over 11 bekkens, waarvoor nog altijd geen vervolgtraject is beslist. Minister, we kunnen stellen dat er zand in de motor zit. De uitvoering van de opdracht die u toekent aan de provincies en gemeentebesturen, verloopt niet zo vlot.

De afgelopen weken zagen we ook dat erosiegevoelige gebieden zwaar worden getroffen door modderstromen, onder andere in Geraardsbergen en Sint-Pieters-Leeuw. Het Vlaamse erosiebeleid blijkt inefficiënt. Na veertien jaar heeft de Vlaamse overheid 13 procent van de knelpunten kunnen aanpakken. Met dit tempo zullen we nog heel lang erosiebeleid mogen voeren om de problemen op te lossen.

Minister, de klimaatverandering zal de problematiek alleen maar doen toenemen. We mogen dus stellen dat er enige vaart achter mag zitten.

Bent u het ermee eens dat voor prioritaire signaalgebieden waarvoor de Vlaamse Regering een herbestemming noodzakelijk acht, een bouwmoratorium moet gelden? Ik heb begrepen dat er toch een bewarend beleid zou zijn voor de signaalgebieden waarvoor een vervolgtraject is beslist. De vraag is of dat altijd wordt gerespecteerd. Bent u het ermee eens dat de Vlaamse Regering hierin de finale verantwoordelijkheid draagt? Bent u bereid om dit moratorium in te voeren, om te vermijden dat de overstromingen van de toekomst verder in de hand worden gewerkt?

Hoe zult u voorkomen dat voor prioritaire signaalgebieden waar een herbestemming noodzakelijk is, nog vergunningen worden afgeleverd? Acht u het bewarende beleid zoals het in de conceptnota en de regeringsbeslissingen wordt aangehaald, voldoende afdwingbaar voor deze signaalgebieden op basis van de omzendbrief die u hebt uitgestuurd?

Hoe zult u ervoor zorgen dat de prioritaire signaalgebieden waar de ruimtelijke planningsinitiatieven uitblijven, toch een finale bescherming krijgen?

Wanneer krijgen de laatste 52 prioritaire signaalgebieden een vervolgtraject? Ik heb verschillende cijfers zien circuleren. Ik baseer mij nog altijd op de regeringsbeslissingen op basis van de 135 signaalgebieden. In andere documentatie zie ik wel eens hogere aantallen verschijnen. Misschien kunt u daar ook wat klaarheid in scheppen.

Wordt de verscherpte watertoets in de signaalgebieden waarvoor geen herbestemming noodzakelijk wordt geacht door de Vlaamse Regering gerespecteerd?

Welke concrete maatregelen bent u van plan te nemen naar aanleiding van de laatste overstromingen? Hoeveel bedraagt de voorlopige totale schade door wateroverlast voor het jaar 2016? Zijn die gegevens beschikbaar?

Is er al een herberekening gemaakt van het overstromingsrisico in Vlaanderen, die rekening houdt met de impact van de klimaatverandering en met de acties van de voorbije jaren? Deze vraag ligt in het verlengde van een eerdere vraag tijdens de gedachtewisseling van enkele maanden geleden. Daaruit blijkt dat onvoldoende rekening wordt gehouden met de inschatting van wat de toekomst zal brengen.

Hoe staat het met het monitoren van de overstromingen en de getroffen gezinnen en gebieden? Wat is de evolutie van de door overstromingen getroffen gezinnen en gebieden in de loop der jaren?

Acht u het Klimaatadaptatieplan van vandaag voldoende krachtig om de komende jaren schade door water maximaal te vermijden? Mijn laatste vraag betreft de erosie. Modderstromen die worden veroorzaakt door bodemerosie hebben tot heel wat problemen geleid. Zult u in functie van die conclusie het erosiebeleid toetsen aan zijn maatschappelijke effectiviteit, in plaats van enkel rekening te houden met de haalbaarheid op het terrein voor de landbouwers?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Ik zal eerst de vragen van mevrouw De Vroe beantwoorden.

De eerste vraag betreft de evaluatie van de informatieplicht. Er is een bevraging geweest van de vastgoedsector en de notarissen. We kennen de resultaten van die bevraging sinds half maart. Ze zijn besproken met de verschillende sectoren op 14 april en 4 mei. Het rapport zelf wordt binnenkort besproken op de vergadering van de CIW. Het staat geagendeerd op 22 juni.

Op basis van dat rapport, dat officieel aan mij zal worden overhandigd, en de aanbevelingen die worden geformuleerd, zullen we verder aan de slag gaan. Ik kan nu wel al zeggen, volgens wat we uit de bevraging vernemen, dat zowel de immobiliënsector als het notariaat bij de voorbereiding van de bevraging, bij de analyse van de resultaten en bij het opstellen van het plan van aanpak zijn betrokken. Ik ervaar die samenwerking als constructief. Als ik het rapport ontvang, zal ik het uiteraard overhandigen aan het secretariaat van deze commissie.

De belangrijkste bevindingen bij de bevraging op basis van de resultaten die we nu al kennen – maar het is nog voorbarig – blijkt dat de informatieplicht goed is gekend en dat de richtlijnen voor de toepassing van de informatieplicht duidelijk worden bevonden. De gesignaleerde problemen voor het opzoeken van de informatie worden ondervangen door het loket op waterinfo.be dat trouwens in samenspraak met de sector is opgesteld. Bijkomende communicatie over de mogelijkheden van waterinfo.be zal belangrijk blijven. Het zal altijd in samenwerking gebeuren met de sectorale organisaties, want de sectoren geven aan dat ze vooral vanuit die kanalen worden geïnformeerd. Het is dus heel belangrijk om hen mee te krijgen.

Er wordt aangegeven dat de terminologie voldoende duidelijk is voor professionelen, maar dat bij de burger het begrip ‘mogelijk overstromingsgevoelig gebied’ voor de meeste onduidelijkheid zorgt. Er is wel wat verwarring. Er wordt gevraagd om dat bij te sturen. Op basis van het rapport dat we na het CIW zullen ontvangen, zullen we een bijsturing overwegen. Ik heb al enkele keren gezegd dat we van plan zijn dat te doen.

De sectoren vragen om te bekijken of de informatieplicht verder kan worden genuanceerd. De sectoren bevestigen dat de informatieplicht voor een verhoogde aandacht zorgt voor het watersysteem en geven aan dat er een impact is op de prijssetting en de verkoopprijs, vooral binnen de effectieve overstromingsgevoelige gebieden. Spijtig genoeg hebben we de voorbije weken gezien dat het ook wel een noodzaak is om die informatie te geven. Ik herinner me een aantal krantenkoppen van maanden geleden, waarin nogal straf werd uitgehaald naar de aanduiding van de gebieden, maar de noodzaak is er zeker. Het rapport met het plan van aanpak zal op de CIW van 22 juni worden besproken. Dat rapport zal dienen tot bijsturing.

Ik kom tot de vraag over de stand van zaken in verband met het koppelen van de informatieplicht aan het overstromingsrisico voor individueel vastgoed. In overstromingsgebied is bouwen niet aan de orde. Bouwen in overstromingsgevoelig gebied moeten we zoveel mogelijk vermijden. De betrokkenen moeten na een erg goede afweging aangepast bouwen als ze daartoe toestemming krijgen en als ze zelf het risico willen nemen. Hoe moeilijk die afweging is, hebben we al meermaals vastgesteld. Met de watertoets wordt reeds jaren maximaal gestuurd op een aangepaste manier van bouwen. Het is belangrijk om elke actor verantwoordelijkheid te laten opnemen. Het betreft de verlener van de bouwvergunning, die uiteindelijk aan zet is om te oordelen over wat kan en niet kan. Afwijken van het watertoetsadvies kan niet zonder motivatie. Ik benadruk daarbij de ondersteuning die beschikbaar is voor de verlener van de vergunning. Hij staat er niet alleen voor. Naast het watertoetsadvies van de waterloopbeheerder en de verschillende brochures, is er een omzendbrief signaalgebieden. Daarin worden de voorwaarden opgelijst waaraan bouwen in overstromingsgevoelige gebieden moet voldoen. Dat betreft onder andere de hoogte van de vloerpeilen, het behoud van de ruimte voor water en een verbod op ondergrondse stookolietanks.

Overstromingen hebben een belangrijke financiële impact voor alle betrokkenen. In gebieden waar bouwen toch nog wordt toegestaan zal de garantie moeten bestaan dat de bebouwing voldoende veilig is en geen negatieve impact heeft op het watersysteem. Met het huidige systeem en met een correcte naleving van de in de bouwvergunning opgelegde voorwaarden door de bouwheer kan die garantie reeds in belangrijke mate worden gegeven.

De koppeling van de informatieplicht aan de overstromingsrisico’s en aan een individueel vastgoed, is een interessante piste. De beoordeling van het effectieve risico op overstroming en waterschade kan deel uitmaken van een attest. We werken aan een eengemaakt attest. Dat wordt ook in die oefening meegenomen.

De VMM is een studie gestart voor het technisch analyseren van de mogelijkheden voor het opstellen van risicoprofielen van vastgoed.

Er is ook een samenwerking met de architectenvereniging NAV. Ze ondersteunen ons met een waterconsulent die onder andere ook technische ondersteuning biedt aan architecten om waterrobuust te bouwen.

Wat betreft het overleg met de verzekeringssector is, naar aanleiding van vragen die eerder al gesteld zijn in deze commissie, contact opgenomen met Assuralia om aan te dringen op verder structureel overleg. Daarbij werd de nadruk gelegd op twee punten. Een eerste punt was verdere uitwisseling van informatie. In dit verband is op 13 april nog eens contact opgenomen met Assuralia. Voorlopig is door Assuralia enkel aangegeven dat de sector hierover nog geen standpunt heeft ingenomen. Het tweede punt is de betrokkenheid van de verzekeringssector bij de evaluatie en uitrol van een systeem van risicoprofielen, waar ik daarnet naar verwees. Daarover is overleg aan de gang met de VMM, waar Assuralia in de stuurgroep zit.

Collega De Vroe, u vroeg naar de stand van zaken met betrekking tot de derde reeks signaalgebieden. Het voorbereidend overleg tussen de waterbeheerders en de lokale besturen binnen de bekkenbesturen zit in een eindfase. De resultaten worden ook in juni gebundeld. Het volledige dossier wordt eind juni aan de CIW bezorgd. Dan gaat het richting Vlaamse Regering.

Bij deze beslissing zal ook rekening worden gehouden met de resultaten van de evaluatie van de voortgang van de beslissing over de eerste reeksen signaalgebieden. Daarbij wordt vastgesteld dat driekwart van de gevraagde ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) nog niet in procedure zijn. Slechts voor drie signaalgebieden is de definitieve herbestemming telkens via een gewestelijk RUP afgerond.

Ik heb in de plenaire vergadering van 1 juni de boodschap al gegeven dat het een belangrijke stap geweest is dat we die hebben aangenomen. De intentie was dat de lokale besturen de nodige omzetting zouden doen in ruimtelijke uitvoeringsplannen om op die manier nog extra waterellende te vermijden. Vaak is het gebrek aan juridische afdwingbaarheid van het tussentijds bewarend beleid een probleem. Ik zal daarom een alternatieve piste voorstellen. We zijn namelijk van plan de kaarten van de signaalgebieden ook door de Vlaamse Regering te laten vastleggen. Die methode is ook al op andere vlakken toegepast en maakt het mogelijk om daar vanuit Vlaanderen sneller greep op te krijgen. Dat is op dit moment al op het politieke niveau ingediend, en het ligt nu ter discussie.

Dan kom ik tot mijn antwoord op de interpellatie van collega Sanctorum. Die signaalgebieden zijn voor mij gebieden waar best niet gebouwd wordt. Dat is ook de keuze die de Vlaamse Regering heeft gemaakt. Ik heb daarnet ook al verwezen naar de omzendbrief.

Het klopt dat slechts voor drie signaalgebieden de definitieve herbestemming is vastgelegd. Het gaat dan om gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen. De belangrijkste gevolgen van het uitblijven van de uitvoering van deze beslissingen zijn het gebrek aan juridische afdwingbaarheid en het feit dat zo’n omzendbrief niet definitief afdwingbaar is ten opzichte van die lokale besturen. Er is zoals gezegd een concreet uitgewerkte piste die ook al politiek op tafel ligt en die zal worden meegenomen in de wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Wat betreft het afleveren van vergunningen voor signaalgebieden heb ik vertrouwen in de lokale besturen en de deputaties als vergunningsverleners. Om de praktijk in functie van de slagkracht, afdwingbaarheid en duidelijkheid voor de eigenaars door een wijziging van aanpak te ondersteunen, heb ik besloten om dat decretaal gewestelijk vast te leggen.

U vroeg wanneer de laatste 52 prioritaire signaalgebieden een vervolgtraject krijgen. Indien u doelt op de gebieden die in reeks 1 en 2 zitten, waarvoor nog geen RUP is opgemaakt, heb ik daarnet verwezen naar de aanpak die op de tafel ligt. De laatste en derde reeks van signaalgebieden omvat 151 geselecteerde gebieden waarvoor onderzocht wordt of het nodig is dat we daar bijsturen en welk bijgesteld ontwikkelingsperspectief we daar willen geven. Het voorbereidend overleg tussen waterbeheerders en lokale besturen zit in een eindfase, en we verwachten de resultaten daarvan in juni.

Vlaanderen is vandaag verantwoordelijk voor een klein deel van de stedenbouwkundige vergunningen. Zoals gezegd, vertrouw ik erop dat lokale besturen en andere vergunningsverleners op een goede manier omgaan met die watertoets. Ik zal zelf de decretale beslissing nemen die nu wordt voorbereid, en ik hoop ze snel aan de regering te kunnen voorleggen.

Wat de concrete maatregelen betreft, zien we dat er een verschil is tussen de overstromingen van 2010 en 2011 en wat zich nu heeft voorgedaan. Nu waren er weinig overstromingen vanuit onbevaarbare waterlopen, maar veel meer hevige lokale buien. Ik heb een grondige evaluatie gevraagd van de overstromingen en van de gebieden waar ze gebeurd zijn. Zowel de VMM als de CIW zijn bezig dat in kaart te brengen.

Uiteraard moet er een goede kartering zijn, zodat we goede analyses kunnen maken en bijsturen waar nodig.

In het kader van de stroomgebiedsbeheersplannen, die op 18 december door de Vlaamse Regering werden vastgelegd, werd een groot pakket voorstellen opgenomen om het overstromingsrisico in Vlaanderen te beperken. Dit is trouwens ook een uitvoering van wat Europa ons vraagt.

Vlaanderen kiest voor een meerlaagse waterveiligheid met verschillende maatregelen. We spreken hier van de drie p’s: protectie, preventie en paraatheid.

Protectie gaat over het bouwen van bijkomende infrastructuur, zoals wachtbekkens, pompstations, infiltratiemogelijkheden en regenwaterputten op particulier domein. We moeten er natuurlijk ook voor zorgen dat het water zo veel mogelijk kan doorsijpelen. We zien dat de inhaalbeweging inzake investeringen in wachtbekkens en dergelijke effectief heeft gewerkt, ook de voorbije weken. Die weg moeten we blijven inslaan. De infiltratieregenwaterputten: dat gaat vooral over nieuwbouw. Mijnheer Vandaele, daarover hebben we in de plenaire vergadering gedebatteerd. We moeten bekijken hoe we dat nog kunnen versterken voor de bestaande gebouwen.

Preventie betreft de watertoets en de aanpak van de signaalgebieden, maar ook het onderzoek naar de individuele bescherming.

Paraatheid betreft het inzetten van voorspellingssystemen en hulpdiensten, en het uitvoeren van crisisoefeningen, om adequaat te kunnen optreden.

Ik beschik niet over het bedrag van de totale schade door wateroverlast. Deze informatie komt bij het Vlaamse Rampenfonds terecht. Minister-president Bourgeois heeft vorige week nog in de plenaire vergadering gezegd dat het dossier wordt voorbereid voor de erkenning als natuurramp.

Er is nog geen nieuwe herberekening van het overstromingsrisico gemaakt omdat de analyses van wat zich heeft voorgedaan, op dit moment lopen.

We zullen de klimaatprojecties die we kennen, boven op de nieuwe evaluaties leggen die nu op het terrein lopen. We moeten dat nog even afwachten. In het adaptatieplan is natuurlijk al rekening gehouden met klimatologische wijzigingen en met de modellen die daarop van toepassing zijn.

De monitoring van de overstromingen verloopt via de lopende inventarisaties, die door het Centre of Expertise Watertechnologie (CEW) worden gecoördineerd. Die bevindingen worden vertaald in een geactualiseerde kaart, met onder meer ook de overstromingsgevoelige gebieden. Dat wordt dan doorvertaald in de watertoets.

De maatregelen voor de sector Waterbeheer in het Klimaatadaptatieplan zijn gegroepeerd rond duurzaam waterbeheer, het evenwicht tussen aanvulling en onttrekking van grondwater, het beter beheersen van oppervlaktewater, bescherming tegen overstromingen, het risico van wateroverlast beperken, en het verbeteren van de hydromorfologie van de waterloop. De scope van het adaptatieplan is dus ruimer dan enkel wateroverlast. Het gaat ook over droogte. Wij verwachten dat we ook daarmee meer zullen worden geconfronteerd.

Dit wordt geconcretiseerd in acties, in de recent goedgekeurde stroomgebiedsbeheersplannen, en alles wordt opgevolgd in de jaarlijkse wateruitvoeringsprogramma’s. Gelet op de grote interactie tussen adaptatiebeleid en ruimtelijk beleid, vormt adaptatie een belangrijk aspect binnen het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. De grote uitdaging om waterschade maximaal te vermijden, is een wisselwerking tussen adaptieve maatregelen vanuit het waterbeleid en een ruimtelijke ordening die effectief die maatregelen maximaliseert.

Het erosiebeleid is een driesporenbeleid waarin de gemeente maar ook andere sectoren hun verantwoordelijkheid opnemen. De meeste brongerichte maatregelen worden op het veld genomen en zijn dus de verantwoordelijkheid van Landbouw. Hier spelen de erosierandvoorwaarden van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, die voortaan verplicht zijn. Vroeger was dat vooral vrijblijvend. De verplichting is recent en moet op het terrein meer soelaas bieden. Op de rand van individuele percelen kan afstromende modder worden vertraagd door het aanleggen van grasbufferstroken. Landbouwers kunnen hierop inzetten binnen de erosierandvoorwaarden van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Als ze verder willen gaan dan de wettelijke verplichtingen, kunnen ze beheersovereenkomsten afsluiten. Op dit ogenblik zijn er ongeveer 800 lopende beheersovereenkomstendossiers met een erosiedoelstelling. Er is al 440 kilometer grasbufferstrook gerealiseerd.

De noodstoppen zoals erosiepoelen en bufferbekkens hebben we nodig voor het onderscheppen van modderstromen bij een extreme weersituatie. Hiervoor hebben we met het Erosiebesluit subsidies gegeven aan gemeenten. De Vlaamse overheid zorgt voor het kader. Maar het zijn de gemeenten die daar de verantwoordelijkheid opnemen. Tot nu toe werden 173 projecten uitgevoerd, verdeeld over 52 gemeenten.

Wat betreft het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) besliste de Vlaamse Regering om een breed pakket voorop te stellen van maatregelen waarvan vaststaat dat ze bodemerosie reduceren. Met dit pakket kan op maat van ook de heel lokale situatie worden ingezet op bijvoorbeeld andere inzaaiing, op inzaaien in de wintergroenbedekkers, op bodembedekking door oogstresten aan de oppervlakte laten liggen, het aanleggen van bufferstroken of van drempels bij ruggenteelt. Dit wordt allemaal goed gemonitord en opgevolgd.

Daarnaast zijn er de afgelopen jaren heel wat initiatieven genomen om overlast aan te pakken. Sinds dit jaar is er KRATOS, een organisatie die adviezen op maat geeft. Daar gaat het ook over bodem en over het tegengaan van bodemerosie. Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds biedt ook ondersteuning: 30 procent van de productieve investeringen, zoals de aankoop van erosiereducerende landbouwmachines, en zelfs 100 procent ondersteuning van niet-productieve investering, zoals de aanleg van erosiedammen uit plantaardig materiaal. Het gaat hier om een win-winsituatie. De landbouwer ziet ook niet graag kostbare grond verloren gaan. Het is voor hem ook een opportuniteit. Het is heel belangrijk om op die manier modderstromen en het vastlopen van onze waterlopen tegen te gaan.

Voorzitter, ik denk dat ik alle vragen en terechte bezorgdheden heb overlopen. 

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, dank u voor uw zeer uitgebreide antwoord. Eerst over de informatieplicht: het is een goede zaak dat die evaluatie heeft plaatsgevonden. Ik kijk uiteraard uit naar de bespreking op 22 juni. Het is heel belangrijk dat de term ‘mogelijk overstromingsgevoelig gebied’ wordt geduid, en dat de verwarring die in de praktijk bestaat, zo snel mogelijk wordt weggenomen. Uiteraard zullen wij dat na 22 juni verder opvolgen.

Betreffende de signaalgebieden verwijs ik graag naar onze resolutie naar aanleiding van de vorige grote overstromingen in 2010. De meerderheid van de vorige legislatuur, met onder meer ook mijn partij, heeft toen een resolutie goedgekeurd waarin we het hadden over het ‘anders gaan bouwen’. Minister, wij willen uiteraard niet een totale bouwstop. Wij willen eerst meer mensen wijzen op de mogelijkheid van het bouwen in watergevoelige gebieden, maar dan op de manier waarop het moet. Ik weet wel dat u samenwerkt met de NAV, en dat er advies wordt gegeven. Maar we moeten erkennen dat dit in de praktijk nog onvoldoende bekend is. Gezien de andere manier van regenen die we de voorbije maand hebben gekend, moet dat nog meer worden geduid en nog meer in de belangstelling worden gebracht. De passage daarover in onze resolutie is heel duidelijk.

Minister, u verwees ook naar een decretaal initiatief dat u zou nemen. Het is cruciaal om voor rechtszekerheid te zorgen voor de eigenaars van dergelijke percelen. Zij hebben uiteraard recht op planschade. Ik verwijs naar het pleidooi dat ik hield bij de laatste actuele vraag die ik over deze problematiek heb gesteld: het is belangrijk om eigenaars meer rechtszekerheid en ook duidelijkheid te geven. Daarom ben ik benieuwd als ik u hoor spreken over een decretaal initiatief. Op welke manier zal er een onderscheid worden gemaakt in de signaalgebieden? In onze resolutie staat dat eerst alles moet gebeuren om te bouwen met respect voor het water: waterbestendiger bouwen, op palen bouwen, etcetera. We hebben in de hoorzitting alle mogelijkheden gezien. Gaat er enerzijds een gebied in de signaalgebieden worden aangeduid waar men niet meer kan bouwen, terwijl er in andere gebieden kan worden gebouwd mits klimaatadaptieve voorwaarden?

Minister, het belang van het Rubiconfonds om middelen ter beschikking te stellen voor planschade is uiteraard zeer groot. Bij de laatste begroting is er een besparingsoefening geweest. Het is heel belangrijk om met de aankomende begrotingsbesprekingen erop aan te dringen dat er reserves worden opgebouwd. We zullen die in de toekomst, in functie van toekomstige uitgaven, meer dan nodig hebben.

Minister, u hebt al meermaals gezegd dat lokale besturen te weinig aanvragen indienen om gebruik te maken van het Rubiconfonds. Welke initiatieven zult u nemen om het fonds bekender te maken bij de lokale besturen? Hoe gaat u de lokale besturen hiervoor meer sensibiliseren? Ik geef graag een voorbeeld uit mijn eigen provincie. De burgemeester van Merchtem stond in de krant met een gebied in een mogelijk overstromingsgevoelige zone. Dit wijst nog maar eens op het belang van mijn vraag. Als daar niet meer zou mogen worden gebouwd, zou het gaan over ongeveer 25 miljoen euro. In de huidige situatie zou de gemeente daarvan 40 procent moeten betalen en de Vlaamse overheid 60 procent. De evaluatie van dat mogelijk overstromingsgevoelig gebied is dus heel belangrijk – zoals ook de sensibilisering van gemeenten, met betrekking tot hoe ze dat Rubiconfonds kunnen gebruiken, heel belangrijk is.

De lokale besturen zijn uiteraard een heel belangrijke partner in de strijd tegen de wateroverlast. U hebt naar hen een omzendbrief gestuurd. Sommigen, onder andere de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), zeggen dat deze te vaag is. We mogen heel duidelijk stellen dat de rol van lokale besturen zeer belangrijk is: niet alleen om initiatieven te nemen boven de grond, met bijvoorbeeld hogere stoepranden, groene daken, infiltratie- en regenwaterputten, enzovoort, maar ook onder de grond, met rioleringen.

Minister, we hebben het in deze commissie nog niet gehad over het meer aanleggen van groen. Dat is nochtans ook heel belangrijk, en ik las dat daarover onderzoek wordt verricht. We moeten in deze commissie vragen om dat ook eens te bekijken. Ook het aanplanten van meer groen en bomen kan belangrijk zijn in de strijd tegen de wateroverlast, zeker in stedelijke omgevingen.

Minister, ik heb al meermaals aangedrongen op het voortzetten van het overleg met de verzekeringssector. Ik heb begrepen dat er opnieuw overleg is geweest op twee fronten. Ik wil u vragen om dat zeker verder op te volgen, want zij zijn toch een heel belangrijke partner.

Minister, u hebt gezegd dat u de voorbije weken grondig zou evalueren. U hebt dat ook in de plenaire vergadering gezegd. Het is te vroeg om dit nu al grondig te bespreken. Ik zou u willen vragen om zodra die evaluatie er is, te willen terugkomen naar deze commissie, zodat we dat nog eens opnieuw in detail kunnen bespreken.

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Groen)

Minister, dat initiatief voor een decretale bescherming is natuurlijk een goede zaak. Ik zou wel iets meer willen weten over welke gebieden het dan exact gaat. Gaat het over de prioritaire signaalgebieden waarvoor een vervolgtraject met herbestemming of gedeeltelijke herbestemming wordt beslist? Of gaat het over meer gebieden? Moet ik mij daar dan bij voorstellen dat het een bewarend beleid is, tot er een RUP is beslist? Of is het een vorm van definitieve bescherming?

We hebben allemaal vertrouwen in de lokale besturen. Ik ben het eens met mevrouw De Vroe: het lokale niveau is heel belangrijk. U kunt er echter niet omheen dat de drie RUP’s die zijn goedgekeurd, GRUP’s zijn. Dat betekent dat er op lokaal en provinciaal niveau nog niet één RUP werd afgerond. Bovendien zie je in de praktijk dat er heel wat tegenstellingen zijn. Een lokaal bestuur dat een vergunning weigert in een signaalgebied, kan door een provincie of een deputatie worden overruled, en vergunt dan toch. Of de provincie neemt een beslissing tegen wat de Vlaamse overheid wenst. Er zijn heel wat concrete gevallen die waarschijnlijk bij heel wat collega’s in de mailbox terechtkomen waaruit blijkt dat het vandaag niet goed marcheert. Hoe lokaler en hoe dichter bij de mensen, hoe groter de druk wordt om wel te bouwen in plaats van niet te bouwen. Dat is logisch en menselijk, maar dan moet de Vlaamse Regering toch optreden. Ik ben benieuwd over welke gebieden het decretaal bewarend beleid gaat en wat het exact inhoudt.

Ik sprak inderdaad over 250 signaalgebieden. In de reeks 3 zijn er 151. Op de site van het CEW was er, voor alle duidelijkheid, ook sprake van 151. Maar blijkbaar is er dan tussen 2013 of 2014 en nu een uitbreiding geweest van het aantal signaalgebieden. Men is vertrokken van 135 signaalgebieden, een kleine 2500 hectare. Blijkbaar zijn er dan toch ongeveer 250 uiteindelijk als prioritair afgebakend.

Een aantal zaken moeten nog worden berekend of afgewogen, zoals het overstromingsrisico, de totale schade voor dit jaar: zodra die cijfers beschikbaar zijn, mogen die naar de commissie komen.

Minister, ik begrijp dat u uw eigen adaptatieplan verdedigt. Maar de reden waarom ik in mijn interpellatie de vraag naar het Klimaatadaptatieplan heb opgenomen, is dat mijn aanvoelen is dat het onvoldoende concreet is om echt te evalueren en om te wegen op het beleid. U weet – en wij weten – dat adaptatie een steeds belangrijker issue zal worden in de strijd tegen klimaatverandering. We spreken in deze commissie vaak over mitigatie. Misschien is de adaptatie nog een beetje onderbelicht. Maar op basis van wat er in dat plan staat, vrees ik dat we niet echt een instrument in handen hebben om een sterker waterbeleid af te dwingen, gezien de toenemende regens en de klimaatverandering.

Wat de erosie betreft, weet ik dat er een aanpassing is geweest van de randvoorwaarden inzake erosiebestrijding, maar het is een afzwakking geweest. Uiteraard zijn er nog altijd erosiebestrijdingsmaatregelen van kracht. Men kan bij wijze van spreken kiezen uit een menu, maar er is geen link gemaakt met de effectiviteit. Die kritiek werd trouwens niet alleen door leden van deze commissie geuit, ook in het advies van de Inspectie van Financiën, dat hier in het verleden al aan bod is gekomen, wordt duidelijk de kritiek geformuleerd dat het erosiebeleid van 2015 eigenlijk een afzwakking is.

Collega De Vroe verwees terecht naar het aangepast bouwen. Voor alle duidelijkheid, ik ben daar een grote voorstander van. Alleen heb ik soms de indruk dat we ons in dezelfde fase bevinden als zes jaar geleden, toen we in de commissie spraken over  aangepast bouwen na de overstromingen van november 2010. Het aangepast bouwen of het waterrobuust bouwen is natuurlijk heel knap, maar het is geen definitieve oplossing om het waterbergend vermogen te garanderen. De fameuze paalwoning, die vaak als voorbeeld wordt aangehaald, heb ik bijvoorbeeld nog niet vaak gezien in Vlaanderen. Ik weet dat u met architecten overlegt. Er is een consulent aangeduid en er is een brochure samengesteld door de Vlaamse overheid. Of we daar het waterrobuust bouwen gaan invoeren in Vlaanderen, daar heb ik echter mijn twijfels bij. Bovendien is het mij niet altijd duidelijk wanneer de afweging wordt gemaakt, door CIW en de Vlaamse Regering, of overstromingsvrij bouwen een optie wordt en wanneer bebouwing niet meer mag. In de regeringsbeslissingen wordt altijd gesproken over optie B – overstromingsvrij bouwen – en optie C – vrijwaren van bebouwing – maar als het gaat over optie C, wordt vaak gesproken over het feit dat het nog niet noodzakelijk is om een expliciete bestemmingswijziging naar open ruimte uit te voeren. Om eerlijk te zijn, voor mij als parlementslid die op afstand volgt wat beslissingsorganen ondernemen, is het niet altijd duidelijk hoe de afweging aangepast bouwen versus een echt bewarend beleid wordt gemaakt. 

Een laatste punt is het Rubiconfonds, waarnaar mevrouw De Vroe eveneens verwees. Ik ga de begrotingsbesprekingen van de voorbije twee jaar niet overdoen, maar ik zou willen weten hoeveel subsidieaanvragen intussen werden ingediend of behandeld.

De heer Vandaele heeft het woord.

Het is weer een hele boterham, zoals altijd als we het over wateroverlast hebben. 

Mevrouw De Vroe, in verband met de informatieplicht ben ik het met u eens dat als er verfijningen kunnen gebeuren, we niet moeten nalaten dat te doen, zoals de minister zei. We zijn het erover eens dat die informatie broodnodig blijft en dat het een goede zaak is dat kopers of huurders goed op de hoogte worden gebracht van de staat van het goed op gebied van de waterhuishouding. U hebt gesproken over Rubicon. Ook dat verhaal hebben we hier al tot in den treure op tafel gebracht. Ik heb begrip voor de uitleg van de minister. Als het Rubiconfonds enkel kan worden gebruikt om de planschade – 60 procent – in het kader van planningsinitiatieven te vergoeden, en niet meer zoals vroeger, voor lokale infrastructuurwerken, en als we weten dat ruimtelijke uitvoeringsplannen nu eenmaal heel wat tijd kosten, dan is het verdedigbaar om te zeggen dat we in 2015-2016 die middelen nauwelijks nodig hebben. De heer Sanctorum vraagt naar het aantal dossiers. Het zou me niet verbazen dat er geen dossiers zijn.

Ik hoop natuurlijk wel dat de lokale besturen voldoende politieke moed aan de dag leggen om die planningsinitiatieven ook echt te nemen. Dat is toch uiteindelijk de finaliteit.

Mijnheer Sanctorum, het siert u dat u ruiterlijk toegeeft dat u mijn schriftelijke vraag hebt gebruikt. Ondanks het feit dat de Vlaamse Regering een vervolgtraject heeft vastgelegd voor de honderd signaalgebieden, worden er nog steeds vergunningen afgeleverd. Ik ben in verband daarmee tussengekomen over een concreet geval in Middelkerke waar de beslissing al is genomen op Vlaams niveau maar de deputatie zich daar in beroep niets van aantrekt en een bouwvergunning toestaat zonder randvoorwaarden, die nochtans waren opgelegd. Het is wel jammer dat dat blijft gebeuren.  Op mijn schriftelijke vraag waarop de heer Sanctorum zich baseert, antwoordde u dat er toch nog zes of zeven vergunningen voor nieuwbouwwoningen zijn uitgereikt en dat er ook een verkavelingsvergunning voor een groepswoningbouwproject van twintig woningen werd uitgereikt. Dat is allemaal gebeurd sinds 2014. Dat is jammer.

U zegt dat er iets in de maak is. Het is een goede zaak dat u dat decretaal verankerd, aan de hand van kaarten. Het is een beetje een modegril om in een aantal dossiers met kaarten te werken, zoals in het dossier van de bossen, de poldergraslanden, en nu ook voor de signaalgebieden.

Sommigen zeggen me dat we alleen al met het decreet Integraal Waterbeleid meer kunnen doen, want ook daar kunnen we verder gaan met de maatregel voor overstromingszones, tot en met een bouwverbod en de eigenlijke regeling van een schadevergoeding, gewoon via een besluit van de Vlaamse regering. Ik weet dat dat nu vooral wordt gebruikt om ruimte voor water te geven in agrarisch gebied en om er een schadevergoeding voor te betalen. Ik weet niet of u de piste ooit heb onderzocht om via het decreet integraal waterbeheer een aantal zaken te doen die misschien ook hadden gekund zonder wat u nu voor ogen heeft, namelijk een nieuw decretaal kader.

Ik heb soms de indruk dat er een gevoel wordt gecreëerd wordt, terwijl we het misschien toch scherper kunnen stellen. Met de signaalgebieden heeft de Vlaamse Regering gebieden aangeduid waar met een RUP een bestemmingswijziging moet gebeuren. Het is belangrijk dat dat proces doorgang kan vinden met het oog op rechtszekerheid en duidelijkheid en dat, daar waar de omzetting effectief gebeurt, er de nodige schadevergoedingen tegenover kunnen staan. Het allerbelangrijkste in heel het debat is dat we moeten vermijden dat er gebouwd kan worden. U hebt aangegeven dat er een verscherpte watertoets is en dat de verantwoordelijkheid in eerste instantie bij de vergunningverlenende overheden, dus de lokale besturen en de toezichthoudende overheid. Mijnheer Sanctorum, u zegt dat er lokaal een grote druk zou zijn om effectief te bouwen en dat de drang om wel een vergunning te geven, waarschijnlijk groot is. Ik wil ook de andere kant laten zien: als er effectief een overstroming plaatsvindt, staan die lokale besturen ook naast de burger en zullen ze met andere woorden de gevolgen mee dragen.

Een lokaal bestuur bewijst aan een burger die in een overstromingsgebied zou willen bouwen, geen dienst door hem een vergunning af te leveren. Als het risico dermate groot is, zal het lokaal bestuur ervan overtuigd zijn dat het de volgende dag naast de burger zal staan, met de voeten in het water. Dat is een afweging die de lokale besturen zeker ook maken. Althans, dat is het gezond verstand. Ik ben er dus niet even sterk als u van overtuigd dat de lokale besturen, en zeker al niet de handhavende overheid, zomaar lukraak zouden beslissen op dat vlak. Dat is althans mijn gevoel.

Minister, ik ben ervan overtuigd dat die verschillende afwegingen worden gemaakt door de lokale besturen op basis van gezond verstand, tenzij u natuurlijk het tegendeel weet op basis van cijfers. Mijn vraag is of u duidelijke tekenen hebt dat lokale besturen en handhavende overheden niet respectvol zouden omgaan met de verstrengde watertoetsen die zij als advies meekrijgen en dat ze dus onverantwoord zouden beslissen, in de tussentijd dat het kaartinitiatief dat u wilt nemen, klaar is.

Een tweede punt waarover ik verduidelijking wil, is de derde reeks van signaalgebieden. Mijnheer Sanctorum, u spreekt over de prioritaire 52 als de derde reeks. Heb ik het goed begrepen dat de 151 gebieden de derde reeks zijn, maar dat ze zijn aangeduid als minder prioritair? Ik bedoel, zijn de minder risicovolle signaalgebieden wel degelijk aangenomen in de eerste twee reeksen? Ik wil daar verduidelijking over, zodat daar geen misverstand over bestaat.

Wat het Rubiconfonds betreft, was ik een beetje geschrokken bij de vraag naar reserveopbouw voor dat fonds. Het zou niet verstandig zijn om in onze begroting reserves op te bouwen. Dat betekent dat, als er geen bestemming is, die middelen gedurende een jaar niet worden gebruikt. Ik heb toch steeds in de debatten begrepen dat als er een vraag is van lokale besturen om schadevergoeding te betalen, de middelen er effectief zijn. Zolang de vraag er niet is, kunnen we de middelen voor dat jaar in andere zaken investeren. Dat is nu eenmaal de methodiek van onze begroting. Mij lijkt het niet verstandig om middelen gedurende een jaar gewoon niet te besteden en aan de kant te laten staan.

We hebben te maken met hevige regenbuien op bepaalde locaties. De overstroming komt niet van de waterlopen. De vraag naar de rioleringen rijst. Wat krijgt een riolering verzet op korte tijd? Worden de rioolbeheerders en zij die daarover kennis hebben, ook bij heel de evaluatie betrokken?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Een eerste cluster vragen gaat over de kennis, het feit dat de informatie voldoende bij de koper en bij de kandidaat-bouwer moet komen. We hebben al een hele weg afgelegd. We hebben al veel meer dan vroeger ooit ter beschikking was. We hebben ook het feit dat dat actief moet worden meegedeeld, we hebben de informatie versterkt. Uiteraard, als uit de bevraging vanuit het veld suggesties worden gedaan om dat nog te verbeteren, zullen we dat uiteraard meenemen. Dat is een bezorgdheid die iedereen hier deelt.

Om rechtszekerheid te geven aan mensen, hebben we expliciet gekozen voor de piste van de bestemming, dus de bestemming veranderen en een ruimtelijk uitvoeringsplan opmaken. Mijnheer Vandaele, het is eigen aan de ruimtelijke ordening dat er met kaarten wordt gewerkt. Ik weet niet of u een trauma aan kaarten hebt overgehouden, maar het is een goede manier van werken om de bestemming te wijzigen.

Mijnheer Vandaele, u verwijst naar het decreet Integraal Waterbeleid en u zegt dat ‘volgens uw goede bronnen’ er een kapstok is om iets te doen. Dat gaat over de aanpak van overstromingsgebieden, maar dat gaat niet over een bestemmingswijziging. Als het menens is om op een bepaalde plaats niet meer te bouwen, dan wordt het best via een bestemmingswijziging gewerkt. Dat is de beste manier om dat aan te pakken in plaats van via een sluikse manier mensen te raken in hun eigendomsrecht. Met een bestemmingswijziging kunnen mensen rekenen op een eerlijke, correcte vergoeding. Dat is de enige juiste manier.

Mevrouw De Vroe, ik ben verrast door uw vraag over het Rubiconfonds, omdat we bij de opmaak van het regeerakkoord samen hebben beslist dat we, zolang er geen vraag is naar middelen uit het Rubiconfonds, geen reserves opbouwen. Al degenen die ik in het kader van het Boscompensatiefonds heb horen vragen om zeker geen reserve op te bouwen, hoor ik nu vragen om reserve op te bouwen. Dat is een beetje tegenstrijdig. Er zijn nu geen aanvragen voor het Rubiconfonds en er worden er dit jaar geen verwacht, omdat er heel expliciet staat dat men pas middelen uit het Rubiconfonds kan vragen als er een ruimtelijk uitvoeringsplan is opgemaakt. Er zijn er nu acht lopende. Die kunnen dit jaar niet meer worden afgerond. Er zal dus ook geen vraag komen naar het Rubiconfonds. Daarom hebben we die reserve voor iets anders bestemd en staan er geen middelen in dat fonds. Mocht er toch een vraag komen, wat niet realistisch is, dan kan men erop rekenen dat die middelen ter beschikking zullen zijn. Het bestaan van het Rubiconfonds kan uiteraard nog eens goed worden meegedeeld aan de lokale besturen. Het is voldoende bekend, maar we nemen die suggestie zeker mee.

Er is uiteraard aandacht voor groen. Daarom zullen we voorstellen om een groennorm op te nemen. We investeren heel sterk in groenprojecten in de stad en in projecten op het platteland.

Mijnheer Sanctorum, in verband met het opmaken van de kaart bent u bent terecht nieuwsgierig naar de piste die op tafel ligt binnen de wijzigingen van de Codex Ruimtelijke Ordening. We zullen dat uiteraard eerst binnen de Vlaamse Regering beslissen vooraleer ik de details hier zal overlopen. Daarover zult u dus nog even op uw honger moeten blijven zitten.

Het feit dat het aantal gebieden soms wijzigt, komt omdat dat geen statisch gegeven is. Uit nieuwe problemen die zich op het terrein voordoen, wordt telkens geleerd. Er wordt ingespeeld op de actualiteit.

Mijnheer Sanctorum, ik ben het niet met u eens dat er een afzwakking is van het erosiebeleid. Tot en met 2015 is dat beleid altijd vrijwillig geweest. Sinds 2015 is er een verplicht erosiebeleid, waarbij verplichte erosiemaatregelen in de erosiegevoelige gebieden worden opgelegd. Er waren een aantal problemen doordat een aantal zaken in de praktijk niet uitvoerbaar waren. We hebben een bijsturing gedaan. Dat was een beslissing binnen de Vlaamse Regering, maar het was geen afzwakking. Het blijft nog altijd een verplichting. Dat is nieuw sinds 2015. Er is een veel strikter beleid dan wat voorheen gangbaar was.

De vraag werd gesteld waar de afweging gebeurt. Die gebeurt door de vergunningverlener. Er is altijd voor geopteerd dat een watertoets een zekere afweging met zich inhoudt. Een watertoets is nooit te nemen of te laten. Het is niet wat al dan niet doorwerkt in de vergunningen. Het is de vergunningverlener die een afweging kan maken, maar ze moet wel grondig worden gemotiveerd in het verlenen van de vergunning. Er kan dus niet zomaar van worden afgeweken. Het is verbeterd. Het wordt in de praktijk veel beter toegepast. Dat komt naar voren uit de bevraging. Er wordt op een ernstige manier mee omgegaan.

Het is juist dat er gekozen is voor drie reeksen van signaalgebieden, maar we hopen toch ook de laatste reeks zo snel mogelijk mee te nemen. De inspraak van de mensen op het terrein is daarin cruciaal. Daarom vraagt het wat tijd om de gebieden af te stemmen met de rioolbeheerders en alle vermelde actoren op het terrein.

Collega’s, wij delen dezelfde bezorgdheden. We nemen de huidige problemen op het terrein ernstig en willen ze grondig evalueren om eruit te leren. Het is geen statisch gegeven. Dat geldt ook voor het adaptatieplan. Zo’n plan wordt op een zeker ogenblik aangenomen voor enkele jaren, maar het is niet statisch. We zullen blijven leren uit wat op het terrein gebeurt en er zullen voortdurend bijsturingen mogelijk zijn. We hebben dat niet opgenomen in de stroomgebiedbeheersplannen, maar dat zal uiteraard ook jaarlijks in onze actieplannen aan bod komen.

Ik wil de mensen op het terrein danken voor al hun inspanningen, zowel bij de lokale besturen als bij de VMM, evenals alle betrokken actoren die de voorbije weken hard hebben gewerkt en dag en nacht ter beschikking stonden. Er is gigantisch veel werk verricht, maar het werk is niet af. We moeten nu een grondige evaluatie maken en ook bijsturen.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, in verband met de informatieplicht vinden wij rechtszekerheid en duidelijkheid voor eigenaars, kandidaat-kopers en kandidaat-bouwers heel belangrijk. Kopers moeten bijvoorbeeld goed weten wat ze kopen en de juiste informatie meekrijgen. Het is juist de verwarring in de praktijk die voor onduidelijkheid zorgt en die moet worden weggenomen.

Ik had gehoopt iets meer te vernemen over uw decretaal initiatief. U wilt daar nog niet in detail op ingaan. We zullen dus afwachten en we hopen daar spoedig meer over te vernemen.

Wat het Rubiconfonds betreft, ben ik tevreden dat u acties zult ondernemen om lokale besturen te sensibiliseren en het fonds meer bekendheid te geven. De bedoeling van mijn tussenkomst was ervoor te zorgen dat op het moment dat de middelen er moeten zijn, ze er ook effectief zijn. Ik hoop dat het fonds frequenter zal worden gebruikt in de toekomst.

Ik heb in de plenaire vergadering al gezegd dat de CIW in 2011 op de Lamotsite in Mechelen een interessante informatiedag heeft gehouden over de watertoets. Daar waren veel deelnemers vanuit de lokale besturen op aanwezig. Ik wil mijn pleidooi herhalen om de CIW te vragen een gelijkaardig informatiemoment te organiseren na de grondige evaluatie die u nu hebt gevraagd. Dan kunnen aan de lokale besturen nieuwe ‘tips and tricks’ gegeven worden, kunnen ze het Rubiconfonds beter leren kennen en de nieuwe evoluties bespreken.

Minister, u hebt terecht een dankwoord uitgesproken. Ook vanuit onze fractie willen we iedereen op het terrein bedanken die geholpen heeft om de wateroverlast tot een minimum te beperken en om mensen in nood te helpen.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Groen)

Ik sluit mij aan bij dat laatste. Minister, mijn vraag over de afweging ging natuurlijk niet over de watertoets door de vergunningverlener, maar over de afweging wanneer een signaalgebied al dan niet wordt aangepakt voor een bestemmingswijziging. Wanneer moet een gebied bouwvrij worden gehouden en wanneer is adaptief bouwen nog een mogelijke oplossing? Voor mij is dat niet duidelijk. Ik zie wel het schema in uw beslissingen, maar er wordt een vrij lang traject doorlopen, met verschillende actoren, en het is niet zo duidelijk wanneer je in optie B of optie C terechtkomt. U herhaalde meermaals dat u de signaalgebieden zo veel mogelijk wilt vrijwaren van bebouwing. In de praktijk zien we evenwel dat die gebieden vaak wel nog bebouwd worden. Er is daar dus een zekere discrepantie. Willen we nu eigenlijk de prioritaire signaalgebieden zo veel mogelijk vrijwaren van bebouwing of niet? Ik hoor daar tegenstrijdige geluiden over.

Na wat ik hier gehoord heb over het Rubiconfonds, geloof ik soms mijn eigen oren niet. Het lijkt wel het ‘boscompensatiefonds bis’, met dat verschil dat voor het Rubiconfonds expliciet in de begrotingsdocumentatie werd uitgelegd dat het eigenlijk een besparingsoperatie was, want er zou elk jaar 2 miljoen euro gebruikt worden voor de algemene begrotingspot. Nu verklaart u dat er geen aanvragen worden ingediend. Zodra er aanvragen worden ingediend, zullen er bedragen worden vrijgemaakt. Met andere woorden, het is een discussie over de kip of het ei. Er is geen geld en er worden geen aanvragen ingediend en uiteindelijk gebeurt er niets. Het lijkt een vicieuze cirkel. Er zit nu heel weinig geld in het Rubiconfonds, dus mocht er een aanvraag zijn, zou u ook niet veel geld kunnen geven. Als ik het goed heb, verwacht men volgens het plan dat er 100 miljoen euro in het fonds zal zitten of zelfs meer. Ik hoop dus dat, zodra het Rubiconfonds op kruissnelheid is, u ermee zult ophouden om daar geld uit te halen om voor de begroting te gebruiken en het fonds kan worden gebruikt waarvoor het dient, namelijk het waterbeleid.    

De vraag om uitleg en de interpellatie zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.