U bent hier

Mevrouw Van Eetvelde heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, op 8 juni organiseert De Ambrassade haar toekomstcongres over kinderen en jongeren met een focus op ruimte, werk, armoede en leren. Op het toekomstcongres wordt er geschetst wat de uitdagingen van de toekomst zijn. Ze richten hun pijlen daarbij op vier actuele thema’s, waaronder jeugdgerichte ruimte. Hierover werd reeds een pamflet verspreid door de Ambrassade, met elf redenen om ruimte te delen. Vlaanderen is zoals bekend een zeer dichtbevolkte regio, waar we alsmaar doordachter en zuiniger moeten omgaan met de nog beschikbare ruimte.

In het Vlaamse regeerakkoord staat het voornemen te lezen om in zo veel mogelijk ruimte te voorzien voor kinderen en jongeren: “Kinderen en jongeren hebben nood aan fysieke ruimte. Er moet voldoende publieke ruimte zijn die toegankelijk en aantrekkelijk is voor iedereen en hierdoor ook generatiedoorbrekend; plekken die uitnodigen om te spelen, te bewegen en te ontmoeten. We moeten ervoor zorgen dat kinderen en jongeren kunnen spelen in een groene omgeving op het platteland en in de stad. Bossen, parken en pleinen moeten we maximaal toegankelijk maken. De Vlaamse overheid stimuleert het gezamenlijk gebruik van school-, sport- en spelinfrastructuur door sport- en jeugdverenigingen. We gaan voor een positieve kijk op jeugd, die uitgaat van hun kracht en creativiteit.”

In het Vlaams Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan 2015-2019 is eveneens een strategische doelstelling opgenomen over het doordacht medegebruik bij ruimtelijke ordening. Dat is dan de strategische doelstelling 8: “In 2019 is doordacht medegebruik de norm bij ruimtelijke ontwikkeling.”

Voor strategische doelstelling 8 van het Vlaams Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan 2015-2019 wordt in de eerste plaats vooral gekeken naar uw collega-minister bevoegd voor onder andere de omgeving, Joke Schauvliege. Maar ook u hebt uzelf belast met een aantal concrete acties die u wilt uitvoeren om bij te dragen aan de invulling van strategische doelstelling 8. Ik citeer: “Ruimte delen met kinderen, jongeren en hun organisaties; Studie internationale voorbeelden gebruikte publieke ruimte door kinderen, jongeren en hun organisaties en een voorbeeldenboek.”

Minister, hoe staat u tegenover de elf aandachtspunten van De Ambrassade over het delen van ruimte voor kinderen en jongeren? Voor een deel ligt de verantwoordelijkheid voor de implementatie van de voorstellen van De Ambrassade bij uw collega-minister van Omgeving en Milieu, maar welke rol kunt u zelf spelen in het implementeren van de aanbevelingen van De Ambrassade met betrekking tot het delen van ruimte voor kinderen en jongeren? In hoeverre bent u van plan om uw collega-ministers met aandrang te stimuleren om de aanbevelingen om te zetten in concrete beleidsmaatregelen? Welke maatregelen hebt u al genomen om invulling te geven aan uw actiepunten onder strategische doelstelling 8? Hoe zal aandacht worden geschonken aan het mogelijk maken van tijdelijk gebruik en het samen gebruiken van publieke en private ruimte? In hoeverre wordt hierbij rekening gehouden met de toegankelijkheid voor kinderen en jongeren met een beperking?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Collega’s, De Ambrassade maakt in haar pamflet ‘11 redenen om ruimte te delen’ een terechte analyse over de voordelen die het delen van ruimte kan opleveren, voor kinderen, jongeren, jeugdwerk, de buurt en bij uitbreiding de samenleving. Een aantal van de aanbevelingen lijken wel evidenties. Zoals ‘geef ruimte aan activiteiten die geen plek vinden’ of ‘stimuleer ontmoeting en diversiteit’. Toch blijkt de structurele inbedding in het beleid van een aantal zaken moeilijk te verlopen.

We stellen aan de andere kant wel vast – zoals ook bleek uit een aantal voorbeelden die werden gegeven op het toekomstcongres van 8 juni laatstleden – dat steeds meer initiatieven die inzetten op het delen en/of creëren en aanpassen van ruimte, van onderuit ontstaan. Gezien de problematiek en veelheid aan actoren die bij deze processen betrokken zijn, lijkt het me ook de aangewezen manier van werken. Het blijkt niet altijd zinvol en wenselijk om veel zaken van bovenaf te regelen en allerhande instrumenten te creëren. De initiatieven die op buurtniveau ontstaan of die door organisaties zelf geïnitieerd worden, blijken succesvol en hebben reële slaagkans omdat onder andere de gedragenheid door de buurt en de werkingen een belangrijke succesfactor blijft. Het project van Cultureghem op de site van Abattoir in Anderlecht, dat werd voorgesteld op het toekomstcongres, en dat ik zelf ook reeds bezocht, is daar een mooie uiting van.

Het klopt dat voor de uitvoering van een aantal doelstellingen uit het Jeugd- en Kinderrechtenplan (JKP) mijn collega bevoegd voor de omgeving verantwoordelijk is, maar ook mijn collega’s bevoegd voor het stedenbeleid, het onderwijs en de sport hebben hier een rol te spelen. De afstemming en opvolging van de verschillende acties opgenomen in het JKP gebeurt binnen de reflectiegroep jeugd- en kinderrechtenbeleid, waarin de verschillende administraties vertegenwoordigd zijn.

Zoals ik eerder hier reeds stelde, zal ik de uitvoering van het JKP monitoren en er, zoals decretaal bepaald, volgend jaar over rapporteren in deze commissie naar aanleiding van het tussentijdse rapport. Over 23 prioritaire acties die ik op advies van de Vlaamse Jeugdraad selecteerde, zal ik dit jaar nog voor het zomerreces een eerste stand van zaken geven. In functie hiervan vragen wij op dit moment dat over alle acties al een eerste keer een stand van zaken wordt ingegeven in de monitoringtool. Hiermee komen alle acties weer even in beeld. Aan de actie over het creëren van betrokkenheid van kinderen en jongeren bij de opmaak van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen wordt alvast vandaag uitvoering gegeven. Zowel De Ambrassade als Kind & Samenleving vzw zijn hierbij betrokken.

Naast mijn collega’s in de Vlaamse Regering zullen lokale besturen en verenigingen hier een verantwoordelijkheid moeten opnemen. Zowel wat de inrichting van publieke ruimte als het delen van infrastructuur betreft, ligt een grote hefboom bij lokale besturen en lokale verenigingen. Afspraken hieromtrent kunnen dan ook het best op dit niveau gemaakt worden. Dit neemt uiteraard niet weg, dat ik, als minister van Jeugd, ook mijn verantwoordelijkheid wil opnemen. Momenteel is De Ambrassade volop bezig met de verdere uitvoering van het toekomstproject rond ruimte delen. Ze doen dit in overleg met de administratie Jeugd. De opmaak van een handleiding over gedeeld ruimtegebruik, waarvan ook sprake in het JKP, is nog volop bezig. Met verschillende partners zullen we moeten nagaan hoe we het resultaat van dit project optimaal in de kijker kunnen plaatsen en kunnen verspreiden. We promoten waar mogelijk de schitterende voorbeelden die er ondertussen overal ontstaan. Ik hoef hier helemaal geen lead te nemen. Het is een gedeeld samenspel van de minister van Jeugd en de lokale besturen en de Ambrassade.

Het Kenniscentrum Vlaamse Steden organiseerde in februari al een interessante studienamiddag over tijdelijk gebruik met voorbeelden uit binnen- en buitenland. Het Infopunt Publieke Ruimte, Thuis in de Stad, heel wat centrumsteden, de vzw’s Toestand, Cultureghem, Graffiti, Socius, Kind & Samenleving enzovoort doen prima werk op dit terrein. De Ambrassade vroeg alvast om de resultaten van hun project te kunnen voorstellen op het internationale ‘Child in the City’-congres dat in november 2016 plaatsvindt in de stad Gent en waar ook heel wat Vlaamse actoren bereikt zullen worden. Aangezien deze conferentie, waarnaar u ook verwijst in uw vraag, nog moet plaatsvinden, moet ook aan de actie over het opmaken van een voorbeeldenboek nog uitvoering gegeven worden.

Momenteel is er bovendien een seminarie met de Baltische staten in voorbereiding dat eveneens de focus legt op jeugdvriendelijke ruimte en medegebruik. Deze internationale uitwisselingen zullen aan Vlaamse actoren van lokaal en bovenlokaal niveau de kans geven om goede praktijken te ontdekken en inspiratie op te doen.

Ten slotte blijft de toegankelijkheid van publieke en private ruimte voor kinderen en jongeren met een beperking, of dit nu om exclusieve jeugdruimte of gedeelde ruimte gaat, een grote uitdaging en een belangrijk aandachtspunt bij de ontwikkeling van nieuwe infrastructuur, en dit op alle beleidsniveaus.

Bij de eerste tussentijdse monitoring zal worden nagegaan op welke punten er vooruitgang wordt geboekt. Ik ga ervan uit dat dit op een aantal punten zo zal zijn en op een aantal punten dan weer niet. Een aantal zaken liggen nog in het verschiet. Wij volgen op, maar u weet ook dat het vrijmaken van ruimte enerzijds lokaal gebeurt en anderzijds met de collega’s bevoegd voor de omgeving. Ik zal, zoals u zo mooi in uw vraag vraagt, met aandrang mijn collega’s motiveren.

Mevrouw Van Eetvelde heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik maak uit uw antwoord op dat er heel wat aan de gang is en dat er heel wat beweegt. Het is vooral uitkijken naar een aantal tussentijdse rapporten. We moeten er elkaar niet van overtuigen dat er nood is aan voldoende beschikbare ruimtes voor kinderen en jongeren, vooral in de steden. Ongeveer 1 miljoen jonge stadsbewoners hebben een tekort aan ruimte.

Verder moet ik u er ook niet van overtuigen dat speelruimte de fysieke, mentale en sociale ontwikkeling van kinderen en jongeren bevordert.

Ik wil nog een paar puntjes meegeven die u bij uw verdere stappen misschien kunt aanwenden. Het valt me op dat kinderen en jongeren vaak minder welkom zijn. Veel mensen beschouwen het vaak als overlast. Ik denk bijvoorbeeld aan de speeltijden op een school, waar buurtbewoners zich aan ergeren en er procedures tegen opstarten. Verder verwacht ik van het masterplan bivakplaatsen in samenwerking met uw collega’s dat het groene ruimten kan creëren voor jongeren. De uitvoering van het masterplan zal dan ook cruciaal zijn. U kunt van ons alvast steun krijgen. In de creatie van ruimte is het heel belangrijk dat kinderen en jongeren daarbij worden betrokken. Ik verwijs naar een project van de stad Antwerpen en Kind & Samenleving. Ze hebben een studiedag georganiseerd, en die leek op heel veel positieve reacties te kunnen rekenen. Ik vind ten slotte dat we zeker en vast meer moeten inzetten op tijdelijk en gedeeltelijk ruimtegebruik. Ik denk dat daar nog wel wat marge is.

Minister, ik dank u voor uw zeer volledig antwoord.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.