U bent hier

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Voorzitter, minister, collega’s, in Vlaanderen heeft men de ernst van de gevolgen van sojaverbruik inderdaad al geruime tijd ingeschat, meer bepaald de gevolgen van massaal geïmporteerde soja uit Zuid-Amerika voor de ontbossing daar, de voetafdruk die dit met zich meebrengt.

Eenieder beseft de noodzaak om zelf in een groter aandeel soja, die vooral voor dierenvoeders hier wordt gebruikt, te kunnen voorzien. Met het Actieplan Alternatieve Eiwitten werd daartoe in 2009 een verdienstelijke aanzet gegeven. De Beroepsvereniging van de Mengvoederfabrikanten (BEMEFA) zelf startte al in 2006 met haar programma voor maatschappelijk verantwoorde soja. In 2008 werd al 100.000 ton soja ingevoerd die voldeed aan twintig duurzaamheidscriteria. Dat is een positief gegeven. Vorig jaar ging het om 380.000 ton duurzame soja. Het aantal duurzaamheidscriteria is inmiddels gestegen van 20 tot 68.

Van die 380.000 ton voldoet 20.000 ton aan de criteria van de Round Table of Responsable Soy, de standaard die ook WWF hanteert. Dat staat volgens BEMEFA gelijk aan de hoeveelheid die nodig is om vlees of melk voor de binnenlandse markt te produceren en voor een aantal exportmarkten waar veel belang wordt gehecht aan duurzame soja. Het vorige actieplan liep vorig jaar op zijn einde. Begin dit jaar had ik al gevraagd naar wat daaruit was gekomen, maar toen was de evaluatie nog bezig. Uitgerekend deze week, gisteren, vernamen we in de pers dat het tweede Actieplan Alternatieve Eiwitbronnen officieel werd voorgesteld. Dat plan zal lopen tot 2020. Het is gebaseerd op vijf hefbomen: sensibilisering en voorlichting, bewustmaking binnen de Europese Unie van het feit dat we minder afhankelijk moeten zijn van de import van dergelijke soja, het stimuleren van eerder praktijkgericht onderzoek, het subsidiëren van landbouwers via specifieke maatregelen en het in kaart brengen van de valorisatiepaden van bijproducten en nevenstroom.

Naast het plan werd ook een kadernota ‘Duurzaamheid in de diervoedersector’ opgemaakt door BEMEFA. Het is niet alleen de bedoeling om die kadernota op te maken, maar die ook jaarlijks te evalueren.

U hebt ons een beetje in snelheid gepakt, wat een goed gegeven is. Het actieplan is ondertussen voorgesteld. We zijn tevreden dat er op dat vlak stappen zijn genomen. We kijken dan ook reikhalzend uit naar de concretisering.

Minister, het nieuwe actieplan blijkt nog niet over cijfermatige doelstellingen te beschikken. Waarom is daarvan afgestapt? Volgt dit nog? Welke resultaten hoopt u te bereiken? Zult u betrokken worden bij de evaluatie van de kadernota met BEMEFA die jaarlijks zou worden gehouden? De productie van eigen soja zit nog in de experimentele fase. Een belangrijk element is het proefproject in Poppel. Vanaf het ogenblik dat de teelt voldoende praktijkrijp is gemaakt, zal de Vlaamse overheid volgens het actieplan soja opnemen in de lijst van teelten die in aanmerking komen voor ecologisch aandachtsgebied. In een later stadium zou die teelt ook gestimuleerd kunnen worden in het kader van PDPO-projecten. Op welke termijn acht u dat haalbaar?

De voorzitter

De heer Engelbosch heeft het woord.

Jelle Engelbosch (N-VA)

Minister, ondertussen werd inderdaad het tweede actieplan voorgesteld. De noodzaak om de import van soja aan banden te leggen, zal ik niet herhalen. De heer Vanderjeugd heeft dat daarnet zeer goed geschetst.

Op 13 januari kwam het thema van het actieplan het laatst aan bod in deze commissie. U stelde toen dat de administratie nog in de eerste helft van 2016 met de evaluatie van het eerste actieplan klaar zou zijn. Het tweede actieplan is er nu. Ik hoop dat er lessen zijn getrokken uit het eerste en dat er een evaluatie is gebeurd alvorens het tweede actieplan is opgemaakt.

Wat waren de positieve en minder positieve lessen die getrokken moeten worden uit het eerste actieplan? Hoe vertalen die zich in het tweede actieplan? Welke punten werden niet meer opgenomen en waarom? Hoe kan de afhankelijkheid van soja-import nog verder teruggedrongen worden? Welke mechanismen zijn er beschikbaar om te vermijden dat niet-ecologisch verantwoorde soja wordt ingevoerd? Hoe staat u tegenover het recent uitgebrachte rapport van het WWF dat niet lovend was over het gebruik van geïmporteerde soja bij onze bedrijven?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Dames en heren, het tweede actieplan is inderdaad maandag voorgesteld. U was daar allen op uitgenodigd. In Vlaanderen willen we verder timmeren aan de weg richting verduurzaming van de veevoedersector. BEMEFA en het departement Landbouw en Visserij hebben een tweede Actieplan Alternatieve Eiwitbronnen opgemaakt. Het plan is publiek raadpleegbaar.

Daarnaast is ook de kadernota ‘Duurzaamheid in de diervoedersector’ door BEMEFA voorgesteld. Dat gaat over voedselveiligheid, diervoederstromen en ‘facts and figures’, met name hoeveel eiwitgebruik is er in de diervoedernijverheid.

Het eerste actieplan liep van 2010 tot 2015. Er werden toen drie doelstellingen geformuleerd: stapsgewijze evolutie richting maatschappelijk verantwoorde diervoederstromen, maximaal valoriseren van bestaande eiwitbronnen en het verminderen van de afhankelijkheid van import van eiwitbronnen van buiten de Europese Unie. Deze doelstellingen moeten op lange termijn worden gezien. Dat was ook zo geformuleerd in het eerste actieplan.

We zien dat er ondertussen effect is. Vlaanderen is koploper in de Europese Unie. We zijn voor 50 procent afhankelijk van import van plantaardig eiwit van buiten de EU, terwijl dit voor de hele EU 75 procent is. We scoren dus een kwart beter en trekken het EU-gemiddelde fors naar beneden. Dit betekent echter niet dat we op onze lauweren mogen rusten. Het tweede actieplan gaat dan ook verder op de ingeslagen weg. Er is geen drastische verandering, maar er wordt voortgebouwd op het eerste actieplan. Dat is ook de meest duurzame manier.

Bij de opmaak werd rekening gehouden met de evaluatie en recente ontwikkelingen inzake de marktsituatie, het internationaal beleid en verschillende duurzaamheidsinitiatieven. In het nieuwe actieplan werden vijf hefbomen met bijbehorende concrete acties vooropgesteld: sensibilisering en voorlichting, bewustmaking binnen de EU, stimulering van praktijkgericht onderzoek, subsidiëring van landbouwers via specifieke maatregelen en het in kaart brengen van valorisatiepaden van nevenstromen.

Ik pik er enkele uit om toe te lichten. De voorbije twee jaar werd via onderzoek een lijst opgemaakt van sojarassen die goed kunnen gedijen in ons klimaat. Het komende jaar zal het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) een praktijkhandboek uitbrengen voor landbouwers die tot effectieve sojateelt in Vlaanderen willen komen. Het belang van vlinderbloemige gewassen, zoals klaver of luzerne, zijn goede alternatieve eiwitbronnen in het rantsoen voor herkauwers. Dat wordt via GLB-subsidies (gemeenschappelijk landbouwbeleid) ondersteund. Ook heel wat voorlichtingsactiviteiten gaan daarover.

Eind vorig jaar heb ik het Strategisch Platform Insectenteelt opgericht. Insecten bieden veel perspectief, want ze hebben een goed aminozuurprofiel, maar de Europese regelgeving bevat een aantal barrières die ertoe leiden dat dit niet kan worden ingezet als diervoeder. Via het platform zullen nu initiatieven genomen worden om de Vlaamse kennis en ervaringen met insectenteelt van onderuit te structuren en alle knelpunten op te lijsten.

Dat zal ons toelaten om naar de federale overheid te stappen en het Belgische standpunt bij de EU te verdedigen, zodat een aantal Europese barrières worden weggenomen.

Een ander belangrijk actiepunt betreft de verdere inzet van marktoverschotten en oogstresten. BEMEFA beschikt over een Feed Design Lab, waarin wordt onderzocht welke voedingswaren geschikt zijn als toekomstige grondstof.

Dat is een overzicht van de nieuwe accenten die we in dit actieplan leggen. Het is uiteraard veel meer dan dat. Maar het is onmogelijk om dit allemaal in dit antwoord te overlopen. Uiteraard ben ik altijd bereid om nog meer toelichting te geven als er concrete vragen zouden zijn over het actieplan.

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Minister, dank u voor uw feedback. Ik heb die uitnodiging misschien over het hoofd gezien. Mijn excuses mocht dat zo zijn.

Vlaanderen is inderdaad een koploper. De cijfers liggen 25 procent lager dan het Europese gemiddelde. Die daling is voor een deel ook te weerleggen met het feit dat er invoer is van Duits koolzaadschroot, dat daar vandaag zeer sterk wordt gesubsidieerd. Ik heb mij laten vertellen dat die Duitse subsidie zou wegvallen. Klopt dit? Zou dit een effect kunnen hebben op het prijzenbeleid, waardoor men dan weer afhankelijk zou worden van bijvoorbeeld soja uit Zuid-Amerika? Die afhankelijkheid zou dan weer stijgen, en daarmee zou ons percentage opnieuw de lucht inschieten. Dat is een eerste bijkomende vraag.

Ik heb een tweede bijkomende vraag, naar de bestaande proefprojecten met soja en dergelijke. Het ziet ernaar uit dat men op korte termijn rendabele teelten zou kunnen realiseren. Maar het zou zich vooral toespitsen op de teelten van soja voor humane voeding. Klopt dit? Een groot percentage van de soja wordt gebruikt voor dierenvoeding.

En dan ten derde: insecten kunnen een alternatief zijn. We weten dat u daarvoor een werkgroep hebt opgericht. Misschien is het nog te vroeg om daarover een stand van zaken te geven. Maar het kan een positief gegeven zijn. Ik denk aan de voorstelling vorig jaar bij Inagro. De moeilijkheid is natuurlijk om het gebruik daarvan in de praktijk haalbaar te maken. Bovendien staat Europa zeer weigerachtig tegenover het gebruik van insecten in dierenvoeding. Wat is daar de stand van zaken? Hoe evolueert het Europese standpunt hierover?

We zouden met deze commissie iets dieper moeten kunnen ingaan op de alternatieve eiwitbronnen. Nu is de tijd te beperkt. We zouden het moeten hebben over het vorige plan, de evaluatie, het toekomstige plan en dan meer specifiek over bestaande projecten met soja en insecten.

Dat zijn mijn drie bijkomende vragen, en ook een voorstel om daarover eens met deze commissie apart samen te komen.

Jos De Meyer (CD&V)

Ik ben wel op die uitnodiging ingegaan. Het was voor mij dichtbij, het was in mijn eigen regio. Bovendien ken ik de bedrijfsleider van het bedrijf waar het plan werd voorgesteld al vele jaren. Mij is bijgebleven dat we in Europa sterk afhankelijk zijn, voor 75 procent, van de import van plantaardig eiwit van buiten Europa. Op dat vlak scoort Vlaanderen met 50 procent duidelijk beter dan het Europese gemiddelde. Bovendien wil men in het kader van duurzaamheid van dierenvoeder de volgende vijf jaar van 50 naar 40 procent afhankelijkheid evolueren. Men wil duidelijk een volgende stap zetten.

Minister, ik heb ook begrepen dat men de inspanningen die ondersteund worden op het vlak van onderzoek, voorlichting en sensibilisering bijzonder waardeert en dat men uiteraard hoopt dat die worden aangehouden en versterkt.

Ik sluit mij ook aan bij de suggestie van de heer Vanderjeugd. BEMEFA heeft mij meegedeeld dat ze altijd heel graag bereid zijn om, indien deze commissie dit zou wensen, hier het volgende werkjaar een toelichting te komen geven. Ik heb hun beloofd dat ik die vraag hier zou voorleggen. Ik stel voor dat we dit straks bij de regeling van de werkzaamheden bespreken.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Wij vangen ook de geruchten op over de subsidiëring van koolzaadschroot. Wij hebben daarover nog geen concrete aanwijzingen, maar wij blijven dat goed opvolgen. Uiteraard heeft dat een effect.

In verband met soja moeten wij alles goed uit elkaar houden. Er zijn twee proefprojecten. Men wil meer sojateelten bij ons. Maar je moet een onderscheid maken tussen soja als veevoeder en soja die moet dienen voor humane voeding. Beide zitten in de lift, ook bij ons, maar beide staan los van elkaar. Het is niet altijd opportuun om beide te mengen. Er wordt inderdaad ingezet op die humane voeding. Maar dat is een ander proefproject, dat losstaat van datgene waar het ILVO mee bezig is in het kader van de alternatieve eiwitbronnen.

Wat betreft de insecten: dat wordt op dit moment allemaal in kaart gebracht. Dan gaan wij proactief richting Europa om die knelpunten weg te nemen. Ook daar is er een onderscheid tussen humane consumptie en wat op dierlijk vlak gebeurt. Ook op de Landbouwraad in Nederland kregen wij vaak insecten voorgeschoteld. Ik ben op dat vlak ook al een beetje een ervaringsdeskundige. Het is een zinvolle suggestie om daar nog eens dieper en verder op in te gaan in deze commissie. Iedereen zal graag bereid zijn, trouwens ook mijn diensten, om daaraan mee te werken.

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is goed dat u de situatie in Duitsland met betrekking tot koolzaadschroot verder zult opvolgen. Misschien kunnen we hier ook dieper op ingaan in deze commissie, want onze eigen productie van soja en het kweken van insecten kunnen van zeer groot belang zijn voor onze sector.

De voorzitter

De heer Engelbosch heeft het woord.

Jelle Engelbosch (N-VA)

Het stemt me positief dat Vlaanderen toch wel een voortrekkersrol speelt om soja te verminderen. Ik vraag me immers soms af waar we eigenlijk mee bezig zijn. Dan heb ik het niet over Vlaanderen, maar over heel West-Europa. We importeren soja uit Zuid-Amerika. Daar worden bossen voor gekapt. De longen van onze aarde zijn we daar teniet aan het doen, om dan hier bijvoorbeeld varkens te kweken die niet renderen, en die varkens dan weer te exporteren naar een ander land. Dat zijn modellen die toch stilaan zouden moeten verdwijnen. Ik ben blij dat we dat in Vlaanderen goed beseffen en daar een voortrekkersrol in spelen. Minister, ik wil u dus echt oproepen om datgene te blijven doen waarmee u bezig bent, om te blijven inzetten op onderzoek naar eigen sojateelt, via ILVO. De consument weet vandaag natuurlijk ook niet echt hoe zijn vlees wordt geproduceerd, welke mechanismen daar allemaal achter zitten. Soms vraagt men wat het verschil is met biovlees. Bij biovlees worden de dieren heel vaak gevoederd met lokaal geproduceerd voer, zoals klaver en luzerne. Dat is veel vaker het geval dan bij traditioneel gekweekt vlees. Men zou die sector als voorbeeld moeten nemen van hoe het er eigenlijk idealiter zou moeten uitzien voor de hele vleessector, maar ik begrijp natuurlijk dat dat niet van vandaag op morgen kan en dat we daar nog enkele jaren onderzoek voor nodig hebben. Ik wens u veel succes bij het blijven vervullen van die voortrekkersrol vanuit Vlaanderen.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.