U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Van Werde heeft het woord.

Minister-president, de toekomst van onze kerken is al jaren een belangrijk aandachtspunt in uw beleid, zowel als minister van Onroerend Erfgoed als in uw vorige bevoegdheid van minister van Binnenlands Bestuur. En ook tijdens deze legislatuur hebt u een aantal dingen in beweging gezet. Ik denk bijvoorbeeld aan de vraag om voor alle religieuze gebouwen een kerkenbeleidsplan op te maken. Het aantal vrijheidsgraden voor beschermde kerkgebouwen is natuurlijk niet zo groot. Afbraak is namelijk geen optie. Maar dat belet natuurlijk niet dat herbestemmingen wel tot de mogelijkheden moeten kunnen behoren.

Er zijn intussen heel wat denkoefeningen bezig, en dat is goed. Besturen kunnen ook een beroep doen op het projectbureau ‘Herbestemming Kerken’. Een bijkomend aspect is dat er in onze kerkgebouwen vaak ook interieurelementen zijn, zoals orgels of preekstoelen, die in bepaalde gevallen individueel als monument beschermd zijn. Een deel van dat erfgoed staat soms in kerkgebouwen die niet beschermd zijn. Desaffectatie, herbestemming of zelfs afbraak van kerken zal onvermijdelijk tot gevolg hebben dat dat erfgoed dakloos wordt. Zijn de vrijheidsgraden daar dan even groot, vroeg ik mij onlangs af. Daarom had ik graag de volgende vragen gesteld.

Wat zijn de opties voor het vrijwaren van beschermd erfgoed in niet-beschermde kerkgebouwen die herbestemd worden? Over hoeveel gevallen, waarbij bepaalde interieurelementen als monument zijn beschermd terwijl het kerkgebouw zelf niet beschermd is, gaat het? Kunt u daar een overzicht van geven? Op welke manier kan het agentschap de eigenaars van dat erfgoed begeleiden? Op welke manier moet men dit gegeven meenemen als criterium bij het uittekenen van een toekomsttraject voor een kerkgebouw?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Collega, voor interieurelementen beschermd volgens het Onroerenderfgoeddecreet geldt het actiefbehoudsbeginsel, maar ook het passiefbehoudsbeginsel. Dat betekent dat wordt verwacht dat het in situ actief en passief in stand wordt gehouden. Bij herbestemming van een niet-beschermde kerk met een beschermd object daarbinnen, is de eerste optie dus steeds het behoud van het beschermde object in dit gebouw. Een goede integratie is bijna altijd mogelijk, mits bij de keuze van de nieuwe functie rekening wordt gehouden met het beschermde interieurelement. Inspiratie kunt u vinden bij de voorbeelden op de website van het Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur (CRKC) en op www.herbestemmingkerken.be van het Kenniscentrum Vlaamse Steden (KCVS).

Vooral bij orgels vraagt de integratie het nodige voorafgaande onderzoek, want de instandhouding van orgels hangt samen met specifieke bouwfysische omstandigheden, met het vrijwaren van de akoestiek en met het geregeld bespelen van het orgel. Bij voorwerpen met religieuze connotatie vraagt dat de nodige afstemming met het kerkbestuur en het bisdom.

In de meeste gevallen kan bij herbestemming het object perfect ter plaatse blijven, maar als het toch niet lukt om het beschermde erfgoed in de nieuwe functie op een goede manier te integreren of als behoud in situ onmogelijk blijkt te zijn, dan kan er een verplaatsing gebeuren. Dat vraagt de opheffing van de bescherming, met eventuele nieuwe bescherming van het goed op de nieuwe locatie, omdat de bescherming altijd te maken heeft met de plaats. Er zijn precedenten van deklasseren en dan opnieuw beschermen na verplaatsing. Uiteraard moet er dan gezocht worden naar een goede nieuwe locatie. Bij een orgel bijvoorbeeld gelden een aantal criteria. Het akoestische element is natuurlijk van heel groot belang.

Uw vraag over hoeveel gevallen het gaat, kan ik beantwoorden op basis van de beschermingsdatabank. Die databank is nog in ontwikkeling. Of het precies over die aantallen gaat, kan ik dus niet met 100 procent zekerheid bevestigen, maar we komen tot de volgende resultaten. De volgende decoratieve elementen of interieurelementen zijn beschermd als monument, zonder dat het gebouw beschermd is – men noemt dat ‘naakte beschermingen’: 178 orgels, 10 orgels daarvan staan in een gebouw dat gelegen is in een beschermd stads- of dorpsgezicht; 1 doksaal, en op dat doksaal staat een orgel, dus het doksaal is ook bij die 178 orgels geteld; 4 retabels, 1 retabel daarvan staat in een gebouw dat gelegen is in een beschermd stads- of dorpsgezicht; en er zijn geen altaren ‘los’ beschermd. In totaal zijn er 182 interieurelementen beschermd zonder dat het gebouw beschermd is als monument.

Orgels of andere decoratieve elementen die in een gebouw zijn opgenomen waarvan een deel is beschermd, bijvoorbeeld een toren, portaal, schip of kooromgang, staan niet in deze lijst en zijn niet opgenomen in dat getal van 182.

Het agentschap begeleidt altijd de beheerders van onroerend erfgoed en doet dat op maat. Het houdt rekening met de herbestemmingsvraag en heeft daar ook expertise in. Eigenaars kunnen gebruikmaken van de handleiding Herbestemmingsonderzoek van het agentschap om op een onderbouwde manier te kiezen voor een nieuwe functie, uiteraard rekening houdend met de beschermde interieurelementen.

Specifiek voor orgels heeft het agentschap een visienota opgemaakt over het beheer van orgels. Dat gebeurde op 24 mei 2013. Het staat waarschijnlijk online op de website en heet ‘Visie op het beheer van beschermde orgels in Vlaanderen’. Ik zal ze overmaken aan de commissiesecretaris.

Het agentschap is actief betrokken bij de herbestemmingsstudies van het projectbureau ‘Herbestemming Kerken’, niet enkel voor de kerken die beschermd zijn als monument maar ook in geval kerken beschermd zijn als dorps- of stadsgezicht of bij beschermde orgels, retabels of doksalen in niet-beschermde kerken.

Over de nieuwe gepaste locatie en begeleiding heb ik het al gehad. Er moet gekeken worden naar akoestische elementen en dergelijke meer.

U vraagt op welke manier dit element wordt meegenomen als criterium. Het uittekenen van een toekomsttraject voor een kerkgebouw start met het opstellen van een kerkenbeleidsplan. Al in die fase moet je rekening houden met alle factoren, dus uiteraard ook met beschermde interieurelementen. Een eerste stap daarbij is het maken van een gedetailleerde inventaris, wat mij evident lijkt bij een goed kerkenbeleidsplan.

Een beschermd orgel betekent niet dat herbestemming niet wenselijk is of niet kan, maar het bepaalt uiteraard een aantal randvoorwaarden waar rekening mee moet worden gehouden. Op basis van de keuzes in het kerkenbeleidsplan kan dan voor het kerkgebouw een beheersplan opgemaakt worden. Dit plan bepaalt een integrale langetermijnvisie voor het erfgoed in functie van een mogelijke aanvraag van een erfgoedpremie.

Als gekozen wordt voor het inbrengen van een nieuwe functie in de kerk, is het aangewezen daarvoor een herbestemmingsonderzoek te voeren waarin ook de gevolgen vervat zijn die een weerslag kunnen hebben op de beschermde interieurelementen.

De voorzitter

Mevrouw Van Werde heeft het woord.

Minister-president, ik dank u voor uw zeer volledig antwoord.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.