U bent hier

De voorzitter

De heer De Loor heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, deze vraag heeft al het voorwerp uitgemaakt van een spelletje pingpong door minister Homans. Ik had ze eerst ingediend in de commissie Bestuurszaken en Binnenlands Bestuur, maar minister Homans vond het beter dat u hierop zou antwoorden.

Ongeveer 1700 federale ambtenaren werken sinds begin dit jaar niet meer voor de federale, maar voor de Vlaamse overheid. De domeinen waarop ze actief zijn, zijn door de zesde staatshervorming een Vlaamse bevoegdheid geworden. Onder andere ook vanuit de FOD Sociale Zekerheid werden verschillende ambtenaren overgeheveld naar het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van de Vlaamse overheid.

Er werd bij de federale ambtenaren een oproep gedaan om zich vrijwillig kandidaat te stellen om naar de Vlaamse Gemeenschap te gaan. Die oproep werd op bijzonder weinig enthousiasme onthaald. Slechts een handvol federale ambtenaren stelden zich vrijwillig kandidaat.

Vandaag blijkt dat 42 contractuele federale ambtenaren die zich niet vrijwillig engageerden tot een overstap naar de Vlaamse overheid in de toekomst, met ingang vanaf 1 januari 2017, tewerkgesteld zullen worden bij een van de zes erkende zorgkassen. Over de contractuele voorwaarden die daarmee gepaard zullen gaan, heerst grote onduidelijkheid. Het Vlaams Personeelsstatuut laat niet toe dat Vlaamse ambtenaren kunnen worden gedetacheerd naar de zorgkassen. De getroffen ambtenaren zullen bijgevolg een nieuw contract bij een van de zorgkassen, in casu private instellingen, kunnen krijgen. Er is hierbij geen werkzekerheid op lange termijn, geen duidelijkheid over verloning, arbeidsvoorwaarden, noch over de plaats van tewerkstelling. Het is half mei, en de duidelijkheid is er nog niet. Het houdt de personeelsleden bezig, en ze hebben hierover veel vragen.

Minister, werden de vakbonden geconsulteerd in dit dossier? Wat was het resultaat van dat overleg? Werden de zorgkassen geconsulteerd in dit dossier? Wat was het resultaat van dat overleg? Intussen weet ik dat er voor de statutaire personeelsleden een terbeschikking mogelijk blijft. Welke gevolgen heeft dit voor contractuele personeelsleden? Hoe zal de overheveling van de ambtenaren en de keuze van hun nieuwe werkgever gebeuren? Het contract met de Vlaamse overheid dient in dit scenario verbroken te worden. Welke opzegtermijnen stelt de Vlaamse overheid hierbij voorop? Wat gebeurt er als de opzegtermijnen van die 42 mensen of een aantal van hen de datum van 1 januari 2017 overschrijdt? Welke initiatieven zult u nemen om onduidelijkheden en de ongerustheden bij de personeelsleden weg te nemen? Welke maatregelen zult u nemen om de werkzekerheid bij de getroffen ambtenaren te garanderen? Welke maatregelen zult u nemen om de verworven rechten van de ambtenaren te garanderen?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega’s, vooraf: in de vraag om uitleg wordt gesproken over 42 ‘contractuele federale ambtenaren’ en 6 zorgkassen. Het gaat in dit dossier over in totaal 40 personeelsleden van de Vlaamse overheid die bij de 6 bestaande zorgkassen zullen worden tewerkgesteld voor de uitvoering van de THAB-dossiers (tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden), waarvan 2 statutaire ambtenaren en 38 contractuele personeelsleden.

Zij werden in een eerste fase niet naar het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin overgeheveld maar naar het Agentschap Zorg en Gezondheid. Aangezien we tegen 1 januari 2016 de tegemoetkoming hulp aan bejaarden nog niet hadden overgeheveld, werd met de FOD Sociale Zaken overeengekomen dat deze personeelsleden verder hun opdrachten uitoefenen op de FOD, tot de overheveling operationeel is, dit wil zeggen op 1 januari 2017.

Dit werd een eerste keer met de vakorganisaties besproken op 18 december 2014 in het Entiteitsoverlegcomité (EOC) Zorg en Gezondheid. Nadien is dit aan bod gekomen tijdens elke vergadering van het EOC in 2015: op 2 april, 10 september en 7 december 2015.

In 2016 zijn er verschillende overlegmomenten geweest met vakbonden en zorgkassen samen. Dit overleg loopt nog, zodat we hier nog geen eindresultaat van kunnen geven. Wel is er al een akkoord met de vakbonden en zorgkassen over het keuzeproces en de verdeling van het personeel over de zorgkassen.

In de loop van 2015 zijn er meerdere overlegmomenten geweest met de zes zorgkassen. De zorgkassen hebben zich geëngageerd om: een contract van onbepaalde duur aan te bieden aan alle contractuele personeelsleden; alle personeelsleden een gelijk brutoloon te garanderen, namelijk het brutoloon op 1 januari 2017 bij de zorgkas is het brutoloon op 31 december 2016 bij de Vlaamse overheid; een gelijkwaardig pakket van arbeidsvoorwaarden aan te bieden, in zijn globaliteit vergelijkbaar met dat van de Vlaamse overheid.

De twee statutaire ambtenaren zullen ter beschikking gesteld worden van een zorgkas, waarbij zij Vlaams ambtenaar blijven, en de voorwaarden van het Vlaams Personeelsstatuut gelden voor hen. Zij worden rechtstreeks door de Vlaamse Overheid betaald namelijk de Managementondersteunende Diensten (MOD) WVG-afdeling Personeel.

Aangezien contractuele personeelsleden niet kunnen worden gedetacheerd, zullen zij een nieuw contract krijgen bij een zorgkas. Daarom zal het contract met de Vlaamse overheid moeten worden beëindigd. De zorgkassen hebben zich reeds geëngageerd om iedereen een contract van onbepaalde duur aan te bieden. De zorgkassen garanderen werkzekerheid en een gelijk brutoloon als wat zij hebben bij de Vlaamse overheid. Het is de bedoeling is dat alle personeelsleden voor de zomer 2016 duidelijkheid hebben waar ze terecht zullen komen en een contract van een zorgkas krijgen aangeboden.

Uitgangspunt voor de verdeling over de zorgkassen is dat we zo veel mogelijk rekening willen houden met de voorkeuren van de personeelsleden. We zullen dus werken met een oproep waarin zij hun voorkeuren kunnen aangeven. Omdat dit wellicht niet automatisch zal overeenkomen met de verdeling op basis van de te verwachten werkbelasting in functie van de te behandelen dossiers per zorgkas, zullen we bijkomende objectieve criteria gebruiken om te beslissen wie waar aan de slag kan. Die criteria zijn de eigen voorkeur voor de zorgkas, anciënniteit en woonplaats.

De wettelijke opzegtermijnen zullen worden nageleefd. Het voorstel dat verder in overleg met de vakbonden zal worden uitgewerkt, garandeert een naadloze overgang van de tewerkstelling bij de Vlaamse overheid naar de tewerkstelling bij de zorgkas. De contracten worden pas opgezegd als de werknemers werkzekerheid hebben bij de zorgkas. Dan begint een opzegtermijn te lopen bij de Vlaamse overheid die rekening houdt met de opgebouwde anciënniteit. Aangezien een personeelslid maar op één plaats tewerkgesteld kan zijn, wordt tijdens de duur van de opzeggingstermijn het contract bij de Vlaamse overheid geschorst. Het personeelslid is dan aan de slag bij de zorgkas maar als hij daar ontslag neemt tijdens die periode van de lopende opzegtermijn, wordt zijn contract bij de Vlaamse overheid automatisch opnieuw in werking gesteld. Zolang die termijn loopt, is er dus ook nog een terugkeeroptie, al is dit theoretisch aangezien er wellicht geen mogelijkheid is tot effectieve tewerkstelling bij de Vlaamse overheid. Dit zou in principe beperkt moeten zijn tot uitzonderingssituaties, aangezien de zorgkassen nood hebben aan deze werknemers en dergelijke situaties zullen proberen te vermijden.

Er werd een infosessie voor het personeel georganiseerd op 21 maart. Eind april werden ze verder geïnformeerd over de evoluties en de verdere procedure. Van 19 tot 25 mei organiseren de verschillende zorgkassen eigen infosessies voor de personeelsleden die hun interesse voor die zorgkas hebben aangegeven.

De statutaire ambtenaren behouden hun werkzekerheid als ambtenaar. De zorgkassen hebben zich geëngageerd om aan ieder contractueel personeelslid een contract van onbepaalde duur aan te bieden. De Vlaamse overheid zal via de uitbetaling van werkingsmiddelen aan de zorgkassen ook onrechtstreeks blijven instaan voor de financiering van deze werkgelegenheid op basis van reële loonkost.

De statutaire ambtenaren behouden hun rechten als Vlaams ambtenaar. De zorgkassen garanderen voor de contractuele personeelsleden inschaling in de loonbarema’s waarbij rekening zal worden gehouden met de opgebouwde anciënniteit.

De voorzitter

De heer De Loor heeft het woord.

Dank u voor uw antwoord, minister. Ik blijf wel vaststellen dat er nog altijd veel onduidelijkheden en ook onzekerheden in het verhaal zitten. Het is ondertussen half mei 2016. Dus in principe moet de overdracht rond zijn op 1 januari 2017. U hebt gezegd dat u ernaar streeft nog vóór de zomer duidelijkheid te creëren. Ik denk echter dat er, zowel in de communicatie die de personeelsleden krijgen als de communicatie die u geeft, een reeks onduidelijkheden zijn en ook zaken die voor interpretatie vatbaar zijn.

U zegt dat de zorgkassen werkzekerheid gegarandeerd hebben. Hebben zij dat ook op papier gegarandeerd? Er zal zo veel mogelijk rekening worden gehouden met de voorkeuren, maar wat als iemand, om ideologische redenen – wat natuurlijk niet ondenkbaar is –, het totaal niet kan vinden in de toewijzing? Zo zijn er nog een aantal onduidelijkheden in uw antwoord, maar ook in de communicatie voor de personeelsleden.

Wat gebeurt er met mensen die een arbeidsovereenkomst en een opzegtermijn hebben die loopt tot na 1 januari 2017? Krijgen zij pas nadien een contract van de zorgkas?

Dat zijn allemaal zaken waarbij nog grote vraagtekens kunnen worden geplaatst.

U zegt ook dat het totaalpakket gelijkwaardig moet zijn aan de huidige situatie van de personeelsleden. Wie zal daarover oordelen? Wordt daarvoor overleg gepleegd met de vakorganisaties?

Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, ik wil u nog het signaal meegeven dat uw antwoord op de vraag perfect in lijn ligt met de communicatie op het terrein. We hebben ook daar mogen vaststellen dat elk antwoord aan de betrokken werknemers steevast leidt tot nieuwe vragen.

Ik zou u toch willen oproepen – volledig in lijn met collega De Loor – hierin zo snel mogelijk duidelijkheid te creëren. Dit proces sleept al te lang aan, en steeds meer mensen krijgen het daarvan op de heupen. Ik denk dat het niet goed is dat een Vlaamse overheid de indruk zou geven dat ze zeult met mensen. Dat zou getuigen van weinig respect voor die betrokken werknemers.

Verder stel ik vast dat ik grotendeels dezelfde vragen heb als de heer De Loor, en één specifieke. Nogal wat mensen maakten binnen de FOD gebruik van daar uitgewerkte systemen van ‘anders werken’. Ze konden gemakkelijk hun arbeidstijd meer autonoom organiseren binnen de Vlaamse administratie. Bij de zorgkassen zijn dat soort afspraken minder aanwezig, en dat leidt tot heel praktische problemen bij mensen die zich met het oog op kinderopvang, aanwezigheid van kinderen in nieuw samengestelde gezinnen, enzovoort, op die manier georganiseerd hebben. Ik vraag dat daarvoor een beetje begrip aan de dag wordt gelegd.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Elke transitie brengt dit soort terechte vragen en bezorgdheden met zich mee. Ik denk dat het meest wijze antwoord in een parlement is dat dit inderdaad het voorwerp moet zijn van overleg tussen de betrokkenen en hun vertegenwoordigers en degenen die voor die transitie instaan.

De transitie niet doen, is geen optie. De staatsvorm is wat ze is, we moeten daarmee dus aan de slag gaan en de boodschap moet zijn dat we dat zorgvuldig moeten doen. Zal dit betekenen dat er op alle vragen altijd heel snel en heel duidelijk een antwoord is? Wellicht niet. Zal dat betekenen dat alle specifieke situaties ‘ne varietur’ overeind blijven? Wellicht ook niet, maar volgens mijn inschatting – en de mensen die daar in de administratie mee bezig zijn kennende – wordt dat wel gedaan met zeer veel respect voor de situatie van de betrokken personeelsleden.

De onrust kan misschien niet worden weggewerkt omdat er niet altijd lineaire, botte, crue stellingen kunnen worden ingenomen. Er is echter veel bereidheid om na te gaan wat zulks, vanuit het individuele perspectief, allemaal met zich meebrengt.

Ik hoop dus dat we dat overleg – dat natuurlijk geïntensifieerd moet worden naarmate de deadlines naderen – zijn gang laten gaan en dat we het ook respecteren. Wat dat betreft hebt u het volste recht om tolk te zijn van een aantal bezorgdheden die daaromtrent leven. U moet echter wel begrijpen dat ik niet via het parlement het sociaal overleg zal organiseren. Ik neem uw bezorgheden en vragen mee, en ik heb getracht zo goed mogelijk te antwoorden op de vragen die werden gesteld. Ik zal er zeker op aandringen dat met veel zorg verder wordt overlegd met iedereen die daarbij betrokken is.

De voorzitter

De heer De Loor heeft het woord.

Minister, ik ben tevreden dat u de bezorgdheden meeneemt. Ik denk dat dit ook meer dan terecht is. Transitie roept inderdaad altijd weerstand en vragen op. We zijn tenslotte ook met mensen bezig.

Collega Van Malderen heeft daarnet een aantal voorbeelden gegeven van zaken waarmee mensen op het terrein geconfronteerd worden, van kinderopvang tot allerlei andere aspecten, waar we heel veel aandacht aan moeten schenken. Ik vind het eigenlijk wel een straf verhaal dat het in feite gaat om een zuivere overheveling naar de privésector van mensen die bewust gekozen hebben om voor de overheid te werken. Er blijft sowieso een mist van onduidelijkheid en onzekerheid hangen. Vandaar ook een oproep om die duidelijkheid zo snel mogelijk te geven aan de betrokken personeelsleden.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.