U bent hier

De voorzitter

De heer Bajart heeft het woord.

Op 14 april keurde het Europees Parlement een verordening goed die inzet op privacy, waarbij verschillende maatregelen worden genomen om privacy beter te beschermen. Onder meer het recht op vergetelheid wordt zo verankerd. Dat is uiteraard een positieve zaak, en we juichen dat ook toe.

Toch is er ook een punt van kritiek. Zo stelt de verordening dat het niet meer toegelaten zou moeten zijn voor jongeren onder de 16 jaar om toegang te krijgen tot sociale media, zonder de toestemming van hun ouders. Lidstaten krijgen wel de mogelijkheid om deze grens te verlagen tot de leeftijd van 13 jaar.

Het Kinderrechtencommissariaat bracht hierover een zeer duidelijk advies uit. Het pleit ervoor die mogelijkheid ook effectief te gebruiken, op basis van een aantal argumenten. Het is enerzijds zeer moeilijk om een waterdicht systeem van ouderlijke toestemming uit te werken. Nu al worden beperkingen gretig omzeild. Het Kinderrechtencommissariaat betwijfelt of dat met ouderlijke toestemming ook niet zo zal zijn. In dat geval wordt het zelfs moeilijker om goed om te gaan met ouderlijk toezicht. Kinderen nemen nu soms al deel aan sociale media, zonder medeweten of actieve toestemming van ouders. Wanneer ze dit ook doen wanneer ouderlijke toestemming verplicht is, wordt elke vorm van toezicht door ouders verder bemoeilijkt.

Anderzijds, stelt het Kinderrechtencommissariaat, zou het beter zijn om in plaats van te werken met een verbod, te werken aan mediawijsheid van kinderen en ouders. Dit sluit ook aan bij het beleid dat u nu voert. Inzetten op mediawijsheid is een belangrijk deel van het mediabeleid, en dat hoort ook zo. Het Kinderrechtencommissariaat adviseert dus om de gebruikers van sociale media te versterken – niet enkel minderjarigen – in plaats van een moeilijk afdwingbaar verbod.

Het Kinderrechtencommissariaat staat niet alleen met die visie. Zo adviseert ook de Gezinsbond om niet enkel te vertrouwen op technologische hulpmiddelen, maar vooral op opvoeding en communicatie. Men moet bepaalde problemen en risico’s uitleggen aan het kind, samen met het kind de privacy beschermen en overleggen met het kind. Dit overleg kan het vertrouwen enkel stimuleren.

Minister, hoe staat u tegenover het advies van het Kinderrechtencommissariaat?

Voor de omzetting van de verordening is er een termijn van twee jaar. Hebt u daarover al contact gehad met de federale overheid en/of de bevoegde collega’s van de Franse Gemeenschap? Of moet dat nog gebeuren? Hoe ziet u dat overleg verlopen?

– Bart Caron treedt als voorzitter op.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Op 14 april 2016 heeft het Europees Parlement tot mijn verbazing de nieuwe EU-verordening over privacy, de ‘General Data Protection Regulation’, goedgekeurd. Europa verplicht internetbedrijven vanaf 2018 om beter te controleren hoe oud hun gebruikers zijn. Tegelijkertijd vaardigt Europa de regel uit dat jongeren onder de 16 jaar niet op sociale media mogen zonder toestemming van hun ouders. Op die manier wil de EU tieners beter beschermen tegen de misbruiken die soms via sociale media gebeuren. Wat mij betreft, is dat niet de beste manier van beschermen maar Europa heeft daar dus anders over geoordeeld.

In een advies aan de overheden in ons land stelt het Kinderrechtencommissariaat voor om de minimumleeftijd voor sociale media op 13 jaar te houden zoals dat vandaag voor Facebook is. In de realiteit zijn kinderen doorgaans jonger wanneer zij een profiel aanmaken op sociale media. Uit Europees en Belgisch onderzoek blijkt dat 55 procent van de 12-jarigen al een netwerkprofiel heeft.

Ons land zou dan een afwijking moeten vragen aan Europa, iets waarin voorzien is in de Europese verordening. Minister, u toonde zich in de media alvast voorstander om de minimumleeftijd op 13 jaar te houden – u wees erop hoe belangrijk het is te werken aan mediawijsheid – maar die beslissing moet wel op federaal niveau genomen worden.

Minister, is er overleg geweest tussen en de federale staatssecretaris die bevoegd is voor het privacybeleid, Philippe De Backer?

Zijn er al concrete plannen om een afwijking op de verordening aan te vragen vanuit de federale overheid? Zo ja, wat is de timing hiervan? Zo nee, welke argumenten worden dan opgeworpen om geen afwijking aan te vragen?

Mevrouw Van Eetvelde heeft het woord.

Het Europees Parlement keurde op 14 april de nieuwe EU-verordening over privacy goed. De verordening wordt een grote stap vooruit genoemd, zeker wat de minderjarigen betreft. De verordening bepaalt echter dat jongeren tot 16 jaar de toestemming van hun ouders nodig hebben om toegang te krijgen tot diensten van de informatiemaatschappij of de sociale media. De verantwoordelijkheid om dit na te gaan wordt bij de aanbieders van sociale media gelegd. De verordening bevat de mogelijkheid om deze leeftijdsgrens te verlagen tot minimum 13 jaar, een grens die veel aanbieders op dit moment hanteren op basis van regelgeving in de Verenigde Staten. De Europese verordening wordt in de loop van 2018 in België van kracht.

In een recent advies ‘Toepassing EU-verordening privacy in België: participatie aan sociale media vanaf 13 jaar’ boog de kinderrechtencommissaris zich over de thematiek en pleitte hij ervoor dat België de mogelijkheid gebruikt om een verlaagde leeftijdsgrens in te stellen en daarbij de leeftijd van 13 jaar te behouden om zonder ouderlijke toestemming te participeren aan sociale media. De argumentatie van de kinderrechtencommissaris vertrekt vanuit het recht op bescherming en het recht op participatie van minderjarigen. Minister, in de media toonde u zich een aanhanger van de zienswijze van de kinderrechtencommissaris.

Sociale media zijn een wezenlijk deel van onze leefwereld: dat valt moeilijk te ontkennen. De recente Digimeter 2015 toont aan dat 44 procent van de Vlamingen meer dan een uur per dag spendeert aan Facebook, maar ook Twitter, Instagram en LinkedIn zijn een dagelijkse realiteit voor vele Vlamingen. Wereldwijd is een derde van de gebruikers op sociale media jonger dan 18. We moeten de sociale media met hun kansen en opportuniteiten aanvaarden en gebruiken, maar ook waakzaam blijven voor de gevaren en bedreigingen – zeker wanneer het gaat over minderjarigen – die inherent zijn aan het sociale mediagebruik.

Verder verwijs ik graag ook naar het Kinderrechtenverdrag en de aanbevelingen van het VN-Comité voor de Rechten van het Kind, naar aanleiding van de ‘Day of General Discussion 2014’, die gewijd werd aan digitale media en rechten van het kind. Daarbij werd het belang van digitale media onderstreept voor verschillende kinderrechten, zoals het recht op vrije meningsuiting, informatie, participatie, onderwijs, rust, ontspanning en spel, kunst en cultuur.

Minister, hebt u naar aanleiding van de goedkeuring van de EU-verordening inzake dataprotectie en uw standpunt ter zake, al contact genomen met uw federale collega bevoegd voor het privacybeleid? Zo nee, bent u van plan om dit nog te doen? Zult u een formeel standpunt namens de Vlaamse Gemeenschap overmaken aan het federale niveau?

Kunt u uw standpunt verduidelijken en meer concretiseren?

Is een leeftijdsverhoging om toegang te krijgen tot sociale media, mits toestemming van de ouders, niet contradictorisch met het beleid inzake mediawijsheid dat door Vlaanderen gevoerd wordt? Zult u de inspanningen inzake mediawijsheid onverkort voortzetten?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Wie me op Ketnet, met de vriendelijke jongen Felix, heeft gezien, heeft natuurlijk alle antwoorden al gekregen.

Nu ga ik iets dieper op de zaak in. Ik heb eigenlijk niets toe te voegen aan de argumentatie van het Kinderrechtencommissariaat. Het is een sterk advies, want het vertrekt niet vanuit de angst dat kinderen iets zou kunnen overkomen bij het gebruik van sociale media. Het gaat integendeel uit van een afweging tussen bescherming en participatie, van de verantwoordelijkheid van de betrokken bedrijven en van wat in de realiteit werkt. Ik zet dan ook volop in op mediawijsheid. Ik geloof immers sterk in dat we kinderen en jongeren bewust moeten maken van de mogelijke gevaren en opportuniteiten van sociale media. Mediawijsheid biedt een veel grotere bescherming dan louter het opleggen van een moeilijk controleerbaar verbod.

Mediawijsheid draait ook om ‘user empowerment’ en de nodige skills of vaardigheden om kritisch en creatief met media om te gaan. Mediawijzer worden is een leerproces dat kinderen en jongeren moeten doorlopen. Dat kan enkel en alleen door interactie met sociale media te stimuleren. In het opleggen van een leeftijdsgrens schuilt bovendien het gevaar dat kinderen en jongeren totaal onvoorbereid en onervaren met sociale media in contact komen zodra het wettelijk mag. De Europese verordening geeft echter enkel de mogelijkheid om met de leeftijdsgrens te schuiven en zet de absolute ondergrens op 13 jaar. Ze geeft ons niet de mogelijkheid om buiten dat kader te werken.

Het belang van mediawijsheid van kinderen en jongeren en hun ouders kan vanuit de jeugdsector alleen maar worden onderschreven. In het jeugdwerkveld zijn hierrond een paar sterke spelers actief: Mediaraven, Stamp media en de jongerengids.be van De Ambrassade om er maar enkele te noemen. Er is ook het Trusty label van De Ambassade dat met duidelijke informatie jongeren bewust maakt van de criteria van kwaliteitsvolle informatie.

We mogen ook niet vergeten dat de nieuwe Strategie kinderrechten 2016-2021 van de Raad van Europa erop wijst dat we niet alleen de noodzakelijke bescherming van rechten van kinderen in de digitale omgeving moeten garanderen, maar ook hun recht op participatie in die sociale media mogelijk moeten maken. Hierbij wordt gewezen op het recht op informatie en vrijheid van meningsuiting in de digitale omgeving.

Dan iets meer over de leeftijdsverhoging. Zoals ik reeds eerder aangaf, is mijn beleid rond mediawijsheid gericht op het versterken van kinderen en jongeren in hun omgang met alle soorten van media. Interactie met media is cruciaal om mediawijzer te worden. Kinderen en jongeren moeten al doende leren hoe bewust, kritisch en creatief om te gaan met media. Begeleiding door de ouders, jeugdwerkers, leerkrachten enzovoort is uiteraard nodig en belangrijk. Een leeftijdsverhoging tot 16 jaar gaat dan ook in tegen de beleidsvisie rond mediawijsheid die in Vlaanderen wordt gehanteerd. Bij het begin van deze legislatuur heb ik ervoor gekozen verder in te zetten op mediawijsheid en de inspanningen daarvoor uit te breiden. We hebben de werking van het Kenniscentrum Mediawijsheid dan ook tot eind 2017 verlengd en het werkingsbudget met een derde opgetrokken. De focus van het Kenniscentrum werd ook deels verlegd van een louter intermediaire rol naar het rechtstreeks bereiken, informeren en sensibiliseren van alle Vlaamse burgers, met nog steeds speciale aandacht voor kwetsbare doelgroepen zoals kinderen en jongeren.

Ik heb nog geen overleg gehad met mijn collega’s van de Franse Gemeenschap. De EU-verordening werd amper een maand geleden goedgekeurd en bovendien is er, zoals u weet, in de Federale Regering een ministerwissel geweest. Met de vorige staatssecretaris bevoegd voor de privacy had ik wel al de afspraak gemaakt om samen met de verschillende gemeenschappen over dit dossier te overleggen. Hij zou daarin fungeren als centraal aanspreekpunt. Ik ben tevreden dat de nieuwe staatssecretaris die engagementen voortzet en zich heeft voorgenomen om het overleg op niet al te lange termijn van start te laten gaan. Elk land heeft echter tot en met 2018 de tijd om de verordening te implementeren. We hebben dus nog wel even respijt.

Concrete plannen om de toegestane afwijking van de verordening te gebruiken zijn er nog niet, maar u hebt wel begrepen dat we dat inderdaad zullen doen, als het van mij afhangt. Ik ben er voorstander van om de minimumleeftijd voor participatie aan sociale media op 13 jaar te houden. We zullen u met plezier op de hoogte houden van de timing en de resultaten van het overleg.

De heer Bajart heeft het woord.

Ik heb eigenlijk geen bijkomende vragen, minister. Het is nogal duidelijk dat we althans in de commissie allemaal in dezelfde richting kijken.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Ik ben blij met uw antwoord, minister, maar ik had ook niet anders verwacht. We hadden het ook al uitgebreid in de media gehoord en gezien. De beslissing van Europa is eigenlijk onbegrijpelijk en niet meer van deze tijd. Ik reken erop dat u uw collega’s zult meetrekken om vanuit België een eensgezind en duidelijk standpunt te formuleren. Hopelijk volgen daarna vele andere Europese landen.

Mevrouw Van Eetvelde heeft het woord.

Ook ik voel hier een brede eensgezindheid. We zijn ons er allemaal heel goed van bewust dat de sociale media werkelijk een onderdeel zijn van de leefwereld van jongeren van vandaag. Het zou dan ook wereldvreemd zijn om die jongeren wettelijk de pas af te snijden en hen een belangrijk communicatiemiddel en de kans op participatie te ontzeggen door de leeftijdsgrens tot 16 jaar op te trekken. Er zijn in Europa natuurlijk nog landen waar de grens op 18 en 21 jaar ligt en voor die landen kan die verordening misschien wel nuttig zijn. In België is er momenteel geen echte wettelijke grens. Facebook legt die zelf op 13 jaar, en dat medium is dus eigenlijk zonder veel problemen vanaf 13 jaar te gebruiken. We denken hier allemaal een beetje op dezelfde manier, dus dat zit wel goed.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.