U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan (sp·a)

Onder grote druk van de publieke opinie presenteerde de Europese Commissie op 16 september en 11 december 2015 haar plannen om de klassieke Investor-State Dispute Settlement (ISDS) in het handels- en investeringsakkoord met de VS te vervangen door een Investment Court System (ICS). Ook tijdens de legal review van het handels- en investeringsakkoord met het Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) werd op het laatste moment ISDS vervangen door een ICS. Dit nieuwe voorstel had moeten tegemoetkomen aan de kritiek zoals onder meer geregistreerd in de publieke consultatie rond ISDS in het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) die werd georganiseerd door de Europese Commissie.

Het nieuwe hervormde systeem ICS krijgt nog dezelfde fundamentele kritieken. Die kritiek komt ook vanuit de rechterlijke macht. De afgelopen maanden sprak zowel de European Association of Judges in haar 'Statement on the proposal from the European Commission on a new investment court system' van 9 november 2015 als de Deutscher Richterbund in zijn 'Opinion on the establishment of an investment tribunal in TTIP – the proposal from the European Commission on 16.09.2015 and 11.122015 No. 04/16, February 2016' (Engelse vertaling) zich erg kritisch uit tegen dit hervormde ICS.

De bondige conclusie van beide organisaties is dat een dergelijk mechanisme van apart rechtbanksysteem voor buitenlandse investeerders niet alleen ‘niet nodig’ is in democratische rechtsstaten met volwassen nationale rechtssystemen maar ook dat er geen juridische bevoegdheid is om een dergelijk systeem op te richten. Ze verwijzen voor dat laatste onder meer naar de Opinie van het Europees Hof van Justitie 01/09 op 8 maart 2011, waarbij het Hof de bevoegdheid van de EU verwierp om een European Patent Court op te richten. Bovendien volstaan de bepalingen die de onafhankelijkheid van de rechters van het ICS zouden moeten waarborgen niet volgens deze associaties van rechters en magistraten. Ondanks al deze kritiek is het ICS nog steeds het officiële voorstel van de Commissie in de onderhandelingen over het TTIP. Voor zover ik weet heeft de Amerikaanse zijde dit ook nog niet aanvaard. De voorstellen van het ICS worden, voor zover wij mee zijn, ook ondersteund door de Vlaamse en federale regeringen.

Minister-president, deelt u het oordeel van de European Association of Judges en de Deutscher Richterbund dat de EU niet bevoegd is om een dergelijk nieuw systeem van rechtbanken op te richten? Kunt u uw antwoord toelichten? Deelt u het oordeel van de European Association of Judges en de Deutscher Richterbund dat, aangezien alle lidstaten van de Europese Unie per definitie en in realiteit democratische rechtsstaten met volwassen nationale rechtssystemen zijn, een dergelijk nieuw systeem van rechtbanken gewoon niet nodig is? Wat is uw mening daarover? Deelt u het oordeel van de European Association of Judges en de Deutscher Richterbund dat de bepalingen die de onafhankelijkheid van deze rechters moeten waarborgen, niet volstaan? Wat vindt u daarvan? Weet u welke houding de Belgische afdeling van de European Association of Judges hierin heeft aangenomen?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik begrijp dat de reactie van de beide magistratenordes is ingegeven door de legitieme zorg om de coherentie van het Unierecht te bewaken en de garantie te hebben dat de interpretatie van het nationale en Unierecht bij de nationale rechter, respectievelijk het Hof van Justitie, ligt en blijft. Hoewel ik deze zorg begrijp, meen ik bij lezing van het ICS-voorstel dat de Europese Commissie bij de uitwerking van het ICS wel degelijk rekening heeft gehouden met de randvoorwaarden van Opinie 01/09 van 8 maart 2011, waarbij het Hof de bevoegdheid van de EU verwierp om een nieuw European Patent Court op te richten.

De EU heeft wel degelijk de bevoegdheid om internationale akkoorden te sluiten waarmee het internationale organisaties opricht en er lid van is. Zo is de Europese Unie bijvoorbeeld lid van de Wereldhandelsorganisatie of het internationaal Zeerechttribunaal. Het Hof van Justitie heeft deze positie ook herhaaldelijk bevestigd, onder meer in paragraaf 74 van Opinie 01/09 waarnaar u verwijst. Het is echter wel zo dat het Hof heeft verduidelijkt dat het niet aan deze internationale rechtbanken toekomt om het Unierecht te interpreteren. Dat is nu exact, mevrouw Turan, wat wél het geval was bij het voorstel tot oprichting van het Europees Patentenhof, met als expliciete taakstelling om “het Unierecht met betrekking patentenrecht te interpreteren”. Ook deze verduidelijking in de redenering van het Hof vindt u terug in paragraaf 89 van Opinie 01/09.

De heer Luc Demarty, directeur-generaal van het directoraat Handel van de Europese Commissie, bevestigde mijn diensten dat de Commissie zich bij het uitwerken van haar ICS-voorstel net heel consciëntieus aan deze randvoorwaarde in Opinie 01/09 heeft gehouden. Ik citeer: “Conscious of this case law, the European Commission has very carefully negotiated provisions in all EU-agreements containing investment, …, resolutions, provisions to ensure that such international tribunals will only interpret the international agreements in question and examine EU-law only as a matter of fact, i.e. without any binding effect on EU-institutions.” Inderdaad, artikel 13 van Sectie 3 van het ICS-voorstel bepaalt duidelijk dat het noch aan het ICS-tribunaal noch aan de ICS- beroepsinstantie toekomt om het nationaal recht of het Unierecht te interpreteren. Uitspraken van de ICS-instanties kunnen dus in gene wijze de lidstaten of de instellingen van de Unie binden. Als nationaal recht of Unierecht toch als een feitelijk element aan bod zou komen tijdens een ICS-geding, dan zijn de ICS-rechters gebonden aan de vigerende rechtspraak van de lidstaat in kwestie en dienen zij de interpretatie die de nationale rechter aan deze rechtsregel geeft te volgen. Dit alles volgt heel duidelijk uit artikel 13 van het ICS-voorstel. Wie het tegendeel beweert, verspreidt verkeerde informatie.

Over de noodzaak om het ICS op te richten in democratische staten is het van groot belang om investeringsakkoorden te sluiten, met een degelijke bescherming voor investeringen. Ook zo kunnen de Vlaamse ondernemers meer zekerheid aanbieden bij hun investeringen in het buitenland. Dat een dergelijk akkoord ook omgekeerd werkt, is normaal. We verwachten op alle vlakken reciprociteit van onze partners en dus moeten wij dat ook van onze kant geven.

Het mag dus duidelijk zijn dat we uiteraard geen investerings-beschermingsakkoorden sluiten om onze rechters buitenspel te zetten, maar wel om op een snelle en eenvoudige manier handel te voeren, zonder aan het regelgevingsrecht van de staten te raken. Zoals u weet, staat dit regelgevend recht van de lidstaten nu gebetonneerd in de moderne ISDS/ICS-formules die de Commissie heeft voorgesteld.

Het is belangrijk te verduidelijken dat het ICS geen directe werking heeft in de interne rechtsordes van de VS, de EU en haar lidstaten, en ook niet omgezet moet worden naar nationaal recht. Dus moeten VS-ondernemingen de gewone rechtsgang voor de nationale rechtscolleges van de EU-lidstaten en het EU-Hof van Justitie volgen wanneer zij nationale of EU-beslissingen vernietigd willen zien op grond van hoger nationaal of EU-recht.

Als staten hun contractverplichtingen niet nakomen, ondubbelzinnig buitenlandse investeerders discrimineren en die ook nog eens hun investering onteigenen, dan is het mijns inziens ook niet meer dan normaal dat hier minstens een geldelijke compensatie tegenover staat.

De oude ISDS, die we overigens ook nog in de huidige BLEU-akkoorden (Belgisch-Luxemburgse Economische Unie) terugvinden, was niet goed genoeg en verduidelijkte ook niet voldoende de strikt beperkte bevoegdheid van ICS-rechters, die dus geenszins gemachtigd zijn om het Unierecht dan wel het nationaal recht te interpreteren.

Zoals u zelf kon vaststellen, is commissaris Malmström absoluut niet doof voor kritiek en heeft ze, de kritiek ter harte nemend, dus het nieuwe ICS-voorstel gedaan. Deze regeling moet op termijn alle landen verenigen om op basis van dezelfde regels en door onafhankelijke rechters investeringsgeschillen te beoordelen en een geldelijke compensatie uit te werken indien daar effectief een grond voor is.

Het is uiteraard ieders recht om kritiek te geven op het ICS, maar ik wijs u erop dat bijvoorbeeld in het NAFTA-akkoord op vraag van Canada is opgenomen om met een ISDS-regeling te werken omdat Canada zei dat ze dat liever hebben dan die verkozen rechters in de VS. Dit is zoals, denk ik, veel van onze ondernemers liever hebben dat er met China later een ISDS is dan dat ze hun oordeel moeten voorleggen aan Chinese rechters of aan rechters benoemd door het Kremlin. Ik denk dat een internationaal tribunaal met pariteit en beroepsmagistraten, die op eenduidige wijze die handelsverdragen uitleggen en interpreteren en toepassen, veel meer rechtszekerheid biedt.

De kritiek met betrekking tot de onafhankelijkheid van ICS-rechters lijkt me ongegrond. Zo stel ik met u vast dat er in het ISDS, zoals in CETA in de zomer van 2014 werd voorgesteld, een heldere gedragscode wordt vooropgesteld en dat deze gedragscode in het ICS nog verder is verduidelijkt en aangescherpt in artikel 11 met betrekking tot de ethiek van de rechters. Die rechters zijn aan een aantal strikte regels gehouden.

Tot slot heb ik op de website van de European Association of Judges weinig recente activiteiten kunnen terugvinden. Het departement heeft die afdeling gecontacteerd maar die was niet op de hoogte van het standpunt van de European Association of Judges met betrekking tot ICS.

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan (sp·a)

Het is interessant te weten dat ze daar niet van op de hoogte zijn ondanks het feit dat ze lid zijn. Het gaat over adviezen van zeer ernstige rechtsinstanties die we niet zomaar naast ons kunnen neerleggen. Ik stel echter vast dat de Europese Commissie daarover een totaal andere mening heeft dan deze instellingen die daar ook dagelijks juridisch mee bezig zijn. U zegt dat hun kritiek vertrekt vanuit een legitieme bezorgdheid en dat begrijp ik maar dat het inhoudelijk niet klopt wat ze zeggen.

U verwijst naar Opinie van het Europees Hof van Justitie van 1/09 van 8 maart 2011 om te zeggen dat de Europese Commissie wel bevoegd is, terwijl zij daar net naar verwijzen om te zeggen dat Europa in dezen niet bevoegd is.

De associatie van de rechters vindt dat de onafhankelijkheid niet gegarandeerd is, politiek Europa beweert dan weer dat die wel gegarandeerd is. Dat zijn twee meningen van de rechterlijke macht en van de ‘wetgevende politieke macht’ die elkaar op dit punt zwaar tegenspreken. Ik denk dat dit ‘to be continued’ is. We moeten afwachten wat er uiteindelijk van ICS overblijft. Amerika heeft het voorstel van Europa nog niet aanvaard en daar voor zover ik weet ook nog niet op gereageerd. Ik ben benieuwd wat de eerste rechterlijke toets zal kunnen doorstaan. Het is gewoon frappant dat deze juridisch deskundigen regelrecht tegenover de Europese Commissie en de regeringen staan. 'To be continued', dus.

De voorzitter

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Mevrouw Turan, ik dank u voor deze nieuwe vraag over dit thema. Het uitgangspunt van ISDS en ICS is een systeem te vinden dat bescherming biedt aan investeerders. Zo niet, zullen die investeerders wellicht geen investeringen doen in die landen. Zoals de minister-president terecht zegt, vragen Vlaamse investeerders bescherming wanneer zij in de Verenigde Staten investeringen doen. Ook omgekeerd is het evident dat Amerikaanse investeerders die in een of andere lidstaat willen investeren, de nodige garanties en zekerheid krijgen.

ISDS is zo’n vorm van bescherming van investeringen die bedrijven in bepaalde landen doen. Die clausule geeft bedrijven dan ook het recht om bij een internationaal tribunaal een soort van arbitragezaak te beginnen tegen een vreemde overheid wanneer deze afspraken van een vrijhandels- of investeringsverdrag zou verbreken. Die arbitrage is bij ons bovendien geregeld in het gerechtelijk wetboek. Volgens ons gerecht kan een beroep worden gedaan op een soort van private rechters die uiteraard wel aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen.

ISDS is dus een vorm van garantie aan een investeerder dat een staat zijn investeringen niet zal aanslaan of onteigenen. Ik blijf ook herhalen in dit debat dat het systeem van ISDS waar tegenwoordig zoveel kritiek op bestaat, al sinds de jaren 60 bestaat en is opgenomen in 1400 of 1500 verschillende handelsakkoorden, waarbij verschillende Europese lidstaten betrokken zijn en waarin die ISDS-clausule is opgenomen.

Mevrouw Turan, u hebt nu een kritiek gevonden van bepaalde Europese of Duitse magistratenverenigingen maar ik heb nergens een bepaalde kritiek vernomen of gelezen op de handelsakkoorden die nu al 40 à 50 jaar bestaan. Ik vind het dan ook vreemd dat er nu plots, wanneer daar sprake over is bij het TTIP en het CETA, kritiek op komt. Men zegt dan dat het gaat over een privatisering van het rechtssysteem, dat weinig transparant zou zijn en telkens in het voordeel zou spelen van de multinationals en van grote bedrijven, die meer rechten zouden hebben dan gewone burgers.

Het voorgestelde ISDS-systeem stuit inderdaad op zoveel weerstand, volgens mij ten onrechte, dat er een alternatief wordt uitgewerkt waarbij men spreekt over ICS. Dat moet een versterking inhouden van het recht van de overheden om hun wetten en regels uit te vaardigen, de benoeming van onafhankelijkere arbiters en een duidelijkere relatie tussen de nationale rechtbanken en ICS, een betere toegang voor kleine en middelgrote ondernemers en de invoering van een beroepsprocedure tegen de beslissing van arbiters. Daarbij is momenteel sprake van een pool van vijftien door de EU en de VS benoemde rechters waaruit voor elke zaak willekeurig kan worden gekozen. Ook zou voor elke zaak worden gecontroleerd of er in hoofde van de uitgelote rechters geen sprake is van eventueel het bestaan van een belangenconflict.

Voor ISDS was een van de grote punten van kritiek dat dezelfde kleine groep van experten nu eens zou zijn opgetreden als rechter en dan weer als advocaat, een systeem dat ook bestaat binnen ons Belgisch gerechtelijk systeem waar er een hoofdstuk bestaat, Arbitrage, waarbij advocaten kunnen optreden als magistraten wanneer dat in een arbitrageclausule in een contract is opgenomen.

Voor ons zijn de uitgangspunten heel duidelijk: arbiters moeten onafhankelijk zijn en uitspraken van die ‘courts’ moeten van een hoge kwaliteit zijn. Dat kan bijvoorbeeld door een gedragscode. Het lijkt ons ook nuttig dat het orgaan een permanent karakter heeft en dat de mogelijkheid bestaat om in beroep te gaan.

Op het CETA hoor ik nu toch iets minder kritiek van mevrouw Turan. Het zou ook een uitermate late reactie zijn, zoals ook in het Waals Parlement is gebeurd, wanneer een onderhandelingsmandaat is verleend. We zullen echter afwachten wat dit zal opleveren.

In het CETA werd ook een geschillensysteem volgens het model van ICS opgenomen. De nieuwe geschillenprocedure in het CETA is gestoeld op de principes van transparantie en verantwoording. Het gaat niet langer om een arbitrage ad hoc die hier in België wel degelijk nog altijd bestaat. Ik wacht eigenlijk op het wetsvoorstel tot wijziging van het gerechtelijk wetboek om het hoofdstuk Arbitrage daaruit te verwijderen. In het CETA zal geen arbitrage ad hoc mogelijk zijn maar wel een permanent tribunaal waarvan de rechters vooraf door de EU en door Canada worden aangesteld. Dat is alvast een doorbraak in het internationaal handelsrecht die is mogelijk gemaakt door de nieuwe huidige Canadese regering.

Minister-president, ik ben ook tevreden met uw toelichting waarin u hebt verwezen naar artikel 13 van het huidige voorstel van ICS waarbij het onmogelijk zal zijn dat ICS de mogelijkheid heeft om het EU-recht te interpreteren.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

ISDS bestaat uit arbiters, ICS is een permanent tribunaal. In het voorstel van de VS is sprake van twee rechters die worden aangeduid door de Europese Unie, twee door de VS en twee door derde landen. Zij moeten voldoen aan de hoogste kwalificaties om tot rechterlijke ambten te kunnen toetreden.

Dat vergt evenzeer zeer grote ethische standaarden. Ik begrijp echt niet dat u zich daartegen verzet, collega Turan. Ik denk trouwens dat de VS dit nooit zullen aanvaarden. U pleit er eigenlijk voor dat die contracten met die bedrijven voor verkozen Amerikaanse rechters komen, terwijl wij voor een veel beter en veel meer garanties biedend systeem gaan. In internationaal recht is het de sterkste partij die het toepasselijke recht bepaalt en die bepaalt welke rechtbanken bevoegd zijn. Dat is binnenlands zo en dat is internationaal zeer zeker ook zo. U moet eens spreken met Vlaamse bedrijven die verwikkeld zijn in grote internationale disputen, onder andere rond het Panamakanaal, hoezeer zij ernaar smachten om van de huidige ISDS-regeling gebruik te maken, om toch maar niet afhankelijk te zijn van de lokale Panamese rechtbanken.

Ik heb hier ondertussen de mailwisseling bij. De eerste reactie van de Belgische organisatie was: “Ik deed navraag of er een officieel standpunt is van de EAJ, want het is me niet bekend. Ik doe het nodige om u zo snel mogelijk op de hoogte te brengen.” De tweede mail luidde: “Ik krijg het document in bijlage doorgestuurd. De Belgische afdeling nam er als dusdanig nog geen standpunt over in. Ik hoop u hiermee van dienst geweest te zijn.” Dat is niet belangrijk, want er is er een van die Duitse juristen. De Duitse juristen hebben gelijk in hun zorg dat er geen interpretatie verleend mag worden door ICS. Maar dat is het dus ook niet. Het staat er met zoveel woorden in. Er is één voorbeeldje van die patenten. Het Patentenhof zou wel die bevoegdheid krijgen, en daarover heeft het Europees Hof gezegd dat het niet kan.

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan (sp·a)

Bedankt voor uw antwoord, minister-president, maar de conclusie die u trekt en de gegevens die u hebt, hebben die juristenassociaties – zowel de Europese als de Duitse – ook voorhanden. Ik concludeer dat er een ernstige afwijkende mening is tussen de juridische wereld en de politieke wereld. De tijd zal dat laten zien.

De Amerikaanse ambassadeur heeft tijdens de hoorzittingen laten aanvoelen dat zij niet warm lopen voor die ICS. U zegt dat u niet begrijpt waarom ik daar niet zo blij mee ben, maar ik sta daar niet alleen in. Als zelfs vooraanstaande juristen zeggen dat de onafhankelijkheidsgarantie voor die rechters er niet is en dat onze eigen rechtbanken van koophandel niet voldoen en dat we naar alternatieve berechtingswijzen moeten gaan, om met belastinggeld eventueel hoge boetes te moeten betalen, dan heb ik het daar moeilijk mee. Dat is een duidelijk meningsverschil tussen u en uw regering enerzijds en ons als oppositie anderzijds. We zullen het hier nooit eens over raken.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.