U bent hier

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, lokale besturen en provinciale overheden worden vaak geconfronteerd met vergunningsaanvragen voor windenergie en zoeken naar manieren om het draagvlak te verhogen, al dan niet op een goede manier.

In 2009 was er de gemeente Alveringem die besloot een taks te heffen op de windmolens die zouden worden geplaatst op haar grondgebied. Op aangeven van toenmalig minister van Binnenlands Bestuur Bourgeois werd deze beslissing geschorst door de gouverneur van West-Vlaanderen. Voor de schorsing baseerden minister Bourgeois en de gouverneur zich enerzijds op het feit dat de taks in strijd was met het algemeen belang. Dat algemeen belang werd gedefinieerd als het bereiken van de bindende Europese doelstelling voor hernieuwbare energie. Anderzijds baseerden ze zich op een schending van het Europees recht, omdat een gemeentelijke belasting kon worden gezien als een niet-technologische belemmering die volgens Europa net moet worden weggewerkt.

In 2014 vernietigde minister Bourgeois dan weer het door de provincie Oost-Vlaanderen uitgetekende windmolenbeleid, omdat het uitgestippelde beleid voor de bouwers van windmolenprojecten de verplichting inhield om 20 procent van de aandelen van het project open te stellen voor participatie en om een verplichte bijdrage te leveren aan een lokaal fonds dat de omgeving van de windmolen ten goede moet komen.

Vanuit de sector vernemen we nu dat er nog altijd gemeenten zijn die via een gemeenteraadsbeslissing bijkomende voorwaarden opleggen aan de projectontwikkelaars van windturbines, zoals bijvoorbeeld een verplichte bijdrage aan een omgevingsfonds. Op sommige plaatsen zou de aan de gemeente te betalen bijdrage oplopen tot 100.000 euro extra per turbine.

Die kosten maken het windmolenproject minder rendabel, met een hogere bijdrage aan groenestroomcertificaten omdat die kosten worden meegerekend in de berekening van de onrendabele top. Zo dreigt het een vestzak-broekzakoperatie te worden waarbij de burger meer zou betalen. Een draagvlak vanuit de omgeving is heel belangrijk voor het welslagen van een groot project. Op het creëren van een draagvlak moet zeker worden ingezet gezien de ambitie van de minister en van iedereen om bijkomende windmolens te realiseren in Vlaanderen. Het is echter niet duidelijk of een financiële bijdrage van een projectontwikkelaar wel bijdraagt tot dat draagvlak. Een ander initiatief dat nuttig kan zijn, is het participatiehandboek. De vorige minister had aangekondigd dat het nu ongeveer klaar zou zijn.

Minister, hebt u weet van gemeenteraadsbeslissingen en/of provincieraadsbeslissingen die ontwikkelaars van windmolenprojecten oplegt een financiële bijdrage te leveren aan bijvoorbeeld een omgevingsfonds? Kunnen gemeenten individueel beslissingen rond een gemeentelijke taks nemen of gaat dergelijke beslissing opnieuw in tegen het algemeen belang en het recht? Wat met provincies die zo’n beslissing nemen? Is dit een aspect dat wordt meegenomen door de juridische werkgroep in het kader van de Fast Lane voor windenergie? De oplevering van het participatiehandboek was gepland in de loop van het eerste kwartaal van dit jaar. Is dit handboek reeds opgeleverd? Zo neen, wanneer zal de oplevering gebeuren? In welke mate zijn de provincies en andere lokale besturen, gezien hun ervaring met windenergie, betrokken bij de opmaak van het participatiehandboek?

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Het besluit van de gemeente Alveringem om een belasting te heffen op de windmolens die op haar grondgebied zouden worden geplaatst, is met het ministerieel besluit van 18 december 2009 vernietigd op grond van strijdigheid met het recht en met het algemeen belang.

Meer specifiek is gewezen op de strijdigheid met het beleid op zowel Europees als Vlaams niveau. De belasting vormt met name een verhoging van de belemmeringen tot de uitbouw van hernieuwbare energie, wat ik in de komende maanden en jaren samen met jullie zal bestrijden, en wat in het kader van de Europese richtlijnen moet worden vermeden. De richtlijnen sturen er juist op aan dat deze niet-technologische belemmeringen zouden worden verminderd. We moeten de belemmeringen en hindernissen om tot hernieuwbare energie te komen, wegwerken. West-Vlaanderen is de provincie met de meeste wind. Alveringem ligt niet helemaal aan zee, maar toch niet ver ervandaan. Het is tevens in strijd met het beleid dat streeft naar een jaarlijks toenemend aandeel van energieproductie uit hernieuwbare energiebronnen.

Dienaangaande werd met de omzendbrief  2011/01 van 10 juni 2011 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit, ook expliciet bepaald dat constructies voor de productie van windenergie en andere vormen van groene stroom niet mogen worden belast.

Ik heb momenteel geen weet van effectief genomen gemeenteraads- of provincieraadsbeslissingen die belastingen heffen op windmolenprojecten. Als u daar weet van hebt, gelieve me dat dan zo snel mogelijk te melden, zodat we er zo snel mogelijk tegen kunnen ageren.

De eerder geschetste vaststellingen en acties maken echter duidelijk dat elk besluit tot het invoeren van een dergelijke belasting telkens beschouwd moet worden als strijdig met het recht en het algemeen belang, en dus vernietigd zal worden. Deze mogelijke belemmering kan dus als afdoende opgelost worden beschouwd en vormt, naast het feit dat het heffen van belastingen op operationele windturbineprojecten een heel ander domein is dan het versnellen van het realiseren van vergunningen voor windturbineprojecten, dan ook geen focus van de werkzaamheden van de Fast Lane Windenergie.

De Windgids, zoals het praktische document met werkinstrumenten voor het ondersteunen van participatie zal heten, is nog niet opgeleverd. Het draaiboek zit wel in een vergevorderde fase. Er is in de maand mei nog een feedbackronde gepland, waarna het document klaar is voor verspreiding. Het zal in de loop van de maand juni, uiterlijk begin juli opgeleverd worden.

Voor de opbouw van de gids is vertrokken vanuit vijf concrete cases, geselecteerd uit een longlist van windprojecten op basis van een aantal criteria: windprojectontwikkelaar, geografische spreiding, verschillende vormen van participatie en modellen, initiatiefnemer enzovoort. Daarbij is gestreefd naar een maximale diversiteit. De projectontwikkelaars en vertegenwoordigers van de lokale overheden werden intensief bevraagd. Bij de feedbackronde zullen ook de provincies betrokken worden.

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Ik dank u voor uw duidelijke antwoorden, minister. Het belangrijkste is dat we binnenkort dat participatiehandboek, de Windgids, krijgen en dat daar een draagvlak voor bestaat binnen de sector, bij de lokale besturen en de provincies.

Op welke manier zult u daarover communiceren, ook met de lokale besturen? Ik ga ervan uit dat zij straks met de Windgids aan de slag moeten als ze aanvragen krijgen, net als de projectontwikkelaars. De projectontwikkelaars zullen daar kort op zitten, maar ook de lokale besturen moeten de nodige informatie en communicatie krijgen.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, ik ben twee jaar fractieleider geweest in de provincie Oost-Vlaanderen. Daar was ene Geert Versnick, van uw partij, die toen streefde naar een Oost-Vlaams windplan. Hij sprak inderdaad niet over een belasting, maar wel over een fonds. Het was weliswaar vrijblijvend, maar is dan in het deputatiebesluit niet zo vrijblijvend opgenomen. Men werkte eigenlijk met een witte en een zwarte lijst, vandaar ook dat de toenmalige minister voor Binnenlands Bestuur, Geert Bourgeois, het besluit vernietigd heeft. Gemeenten krijgen uit dat fonds een bepaald bedrag om een aantal werken te kunnen doen om bijvoorbeeld het landschap rond windmolens te kunnen verbeteren of om rond energie-efficiëntie te kunnen werken. Hoe staat u tegenover een dergelijk principe?

Grondrechten worden per opbod verkocht. Dat betekent dat in de bandingfactor eigenlijk maar voor 5000 euro wordt meegerekend, maar dat men soms vele keren meer biedt dan die 5000 euro. Ik hoor prijzen tot 50.000 euro grondrechten. Het is niet alleen de private landbouwer die dat doet, maar ook de Vlaamse overheid. De havens bijvoorbeeld gaan ook per opbod die grondrechten verkopen voor windmolenprojecten. Desalniettemin is in de bandingfactor maar 5000 euro meegerekend. En dus zit er ofwel nog rek op die bandingfactor, ofwel moet je dat vanuit de Vlaamse overheid aan banden leggen, om de bandingfactor omlaag te kunnen trekken.

In het regeerakkoord staat duidelijk dat we moeten afstappen van het principe dat je een ondersteuning geeft gedurende een bepaalde tijd. Ik heb dat hier al verschillende keren aangehaald, en ik hoop dat u het sneller zult doen. Je moet een ondersteuning kunnen geven in functie van een aantal gigawattuur. Je berekent wat de gemiddelde gigawattuuropbrengst per jaar is en je vermenigvuldigt dat met x-aantal jaar. Dan krijg je een ondersteuning voor zoveel gigawattuur binnen een tijdspanne van bijvoorbeeld acht tot twaalf jaar. Op die manier kun je werken met slimme windmolens. Slimme windmolens, zoals die al geplaatst zijn in de haven van Antwerpen, zijn goedkoper voor ons, omdat je niet altijd de grootste en dikste kabels moet leggen voor die ene keer per jaar dat de windmolens op 100 procent van hun capaciteit draaien en er op hetzelfde moment bijna geen verbruik is. Wanneer kunnen we daar effectief mee verder?

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Investeringszekerheid moet inderdaad hoog in het vaandel van dit beleid staan. Het kan niet dat het ene beleidsniveau een belasting gaat heffen op iets wat een ander beleidsniveau graag zou willen. Ik ondersteun de bemerkingen die de collega’s voor mij gemaakt hebben. We moeten op dat vlak heel streng en heel duidelijk zijn, zowel ten aanzien van de plaatselijke overheden als van de bedrijven die willen investeren. Speculaties dat er misschien ooit wel eens belasting zal worden geheven op een windproject of een ander project van hernieuwbare energie, kunnen we missen als kiespijn.

De voorzitter

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Valerie Taeldeman (CD&V)

De minister spreekt over Alveringem, in de provincie West-Vlaanderen, dat het meeste wind vangt, maar er zijn ook gemeenten die aan West-Vlaanderen grenzen en die blijkbaar ook veel wind vangen. Uw kabinetsmedewerker woont daar ook, in de regio van het Meetjesland, waar de provincie een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan voor heeft opgemaakt. Er zijn in die regio, langs de expresweg N49 richting West-Vlaanderen, al diverse turbines opgetrokken.

Ik kan u meegeven dat in de tussentijd bij ons in de regio het Omgevingsfonds van start is gegaan. In overleg met de meeste ontwikkelaars is er een bedrag afgesproken dat in dat Omgevingsfonds zal worden gestopt. Het gaat over 5000 euro die elke projectontwikkelaar stort in het fonds om lokale projecten uit te voeren. Men is bezig om de raad van bestuur te operationaliseren. Volgens mij is hij zelfs al samengesteld. Men zal werken met een reglement waardoor zowel landbouwers als natuurverenigingen of anderen projecten kunnen indienen. Die projecten zullen worden beoordeeld. De bedoeling is dat de projecten worden gefinancierd vanuit dat omgevingsfonds.

In onze regio was men tevreden met het initiatief om meer draagvlak te creëren. Er zijn in deze commissie al veel vragen gesteld om op zoek te gaan naar een manier om het draagvlak te vergroten zodat de bevolking achter die projecten staat. De discussie ging erover of Vlaanderen dit verplicht moet opleggen dan wel of alles vrijblijvend blijft. Met het participatiehandboek of de ‘windgids’ kiest Vlaanderen ervoor om een aantal financiële modellen in kaart te brengen zodat de lokale besturen of mensen ter plaatse er zich op kunnen beroepen.

Minister, het zal in de toekomst belangrijk blijven en zelfs cruciaal zijn om de mensen te overtuigen van hernieuwbare energie.

De voorzitter

De heer Schiltz heeft het woord.

Collega’s, we moeten toch opletten om niet te veel in ‘anekdotiek’ te vervallen. Ik luister met veel aandacht naar het voorbeeld van Alveringem. Het is natuurlijk maar een voorbeeld om een bredere problematiek aan te kaarten en daar heeft het energiebeleid in het verleden toch wel een beetje moeite mee gehad. Enerzijds respecteren we het belang van de lokale autonomie en de lokale overheden. Het kan inderdaad niet zijn dat een burgemeester geen zeg heeft in hoe de omgeving eruit zal zien. Anderzijds is de omschakeling naar hernieuwbare energie ook een veel bredere problematiek waarin ieder zijn verantwoordelijkheid moet opnemen. Daarom is het zeer goed dat in de Windgids een aantal participatiemogelijkheden worden opgenomen. Ik neem aan dat het instrumenten zijn waarmee de lokale overheden aan de slag kunnen gaan om bij hun bewoners een draagvlak te vinden.

Daarnaast is het ook belangrijk om een stabiel investeringskader te hebben. Het initiatief van de provincie Oost-Vlaanderen was nuttig in die zin dat men een aantal zones probeerde af te bakenen om duidelijk te maken waar er potentieel is. Het zou ideaal zijn dat zoiets in heel Vlaanderen tot stand komt zodat we weten wat het potentieel in Vlaanderen is, waar gebieden zijn waar men mogelijk op meer weerstand zal stuiten. U hebt ongetwijfeld de discussie in de pers gelezen over de uitspraak van professor Ronnie Belmans dat de versnippering van de ruimtelijke ordening in Vlaanderen, en meer specifiek met betrekking tot de vele vliegveldjes, het enorm moeilijk maakt om grote stukken potentieel gebied aan te snijden. Er was een enorme stormloop aan reacties vanuit diverse hoeken. Het wijst erop dat in uw aangekondigde poging om draagvlak voor hernieuwbare energie te creëren, een aantal algemene en duidelijke lijnen moeten worden getrokken.

Zoals u hebt aangehaald, zitten er volgens mij in de Windgids voldoende instrumenten zoals participatiehandleidingen. Ik wou ook informeren of ook het potentieel in kaart wordt gebracht. Als mensen zien wat mogelijk is, zal voor een deel ook de weerstand sneuvelen om zich individueel te blijven verzetten.

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

– Tinne Rombouts treedt als voorzitter op.

Collega’s, dit is een belangrijke discussie. We moeten een draagvlak creëren. Ik ben mij ervan bewust dat dit onderwerp en deze materie ook technisch niet te onderschatten is. Ik heb al gemerkt – en ik apprecieer dit – dat jullie heel veel technische kennis hebben, veel meer dan ik. Ik ben niet te beroerd om dat toe te geven. Wat ik wel heb, is een ongelooflijke aandacht en motivatie om dit aan te pakken. Ik denk dat die combinatie van de wil om een aantal zaken vooruit te doen gaan met de technische kennis van mijn kabinet, mijn administratie en de parlementsleden, in de komende maanden toch wel dingen in beweging kan zetten.

Er moet investeringszekerheid komen. Dat is enorm belangrijk. Een stop-and-gopolitiek moeten we in de toekomst vermijden. We moeten zorgen voor een stabiel investeringsklimaat, maar we moeten ook zorgen dat we met de lokale context rekening houden. Jullie vragen of het in een lokale context kan dat er bijdragen zijn van bedrijven of van initiatiefnemers of van ontwikkelaars. Ja, het bestaat zelfs in de bevoegdheid die ik eerder had. Voor de windmolenparken op de Noordzee hebben de windmolenparkbouwers een fonds opgericht en een protocol met de overheid afgesloten om jaarlijks een bijdrage te leveren voor de instandhouding en de eventuele gevolgen voor het milieu. Dat is gebeurd op vrijwillige basis. Ik vind niet dat het moet worden verplicht, maar er kan over worden onderhandeld bij de toewijzing van concessies. In de lokale context kan er dus effectief, in de vorm van tendering, iets worden afgesproken, zeker als het over de havens gaat, collega Gryffroy. Het wordt trouwens op dit moment onderzocht in een studie.

Ook de gemeenten moeten worden gestimuleerd om een aantal dingen te doen. Er zijn gemeentehuizen waar er op de daken iets kan worden geplaatst. Er zijn openbare gebouwen waar dit kan. Er zijn ook nog ruimtes waar dit kan.

Mijnheer Schiltz, we moeten ons ervan bewust zijn dat we op het vlak van ruimtelijke ordening een dichtbebouwd land zijn en dat we weinig vrije open ruimte hebben. Sommige mensen pleiten voor de sluiting van vliegvelden om er windmolens op te plaatsen, maar ik heb nog wel wat andere ideeën. De ruimte is schaars, in dit parlement wordt al jaren een discussie gevoerd over het gebruik van landbouwgrond, industriegrond of bouwgrond. De beschikbare grond moet op een optimale manier gebruikt worden en kan op bepaalde plaatsen zeker voor het opwekken van hernieuwbare energie dienen. Laten we dit aanpakken met een energieplan. U vroeg om dat snel en daadkrachtig te doen en dat wil ik ook.

Sommige zaken zullen eerder moeten gebeuren. Mijnheer Gryffroy, met betrekking tot die beslissing over de 36 maanden hoef ik niet te wachten tot we een globaal energieplan hebben. Ik moet ook niet wachten om de bevolking, de zonnepanelenindustrie en de overheden warm te maken voor wat er moet gebeuren tot ik een volledig energieplan heb. We kunnen dat al stapsgewijs doen, wel met de bedenking in het achterhoofd dat we een visie willen ontwikkelen voor een globaal energieplan en een allesomvattend energiepact. Het gaat niet enkel over zonnepanelen of over windmolens of over geothermie. Het moet gaan om een brede aanpak waar dat allemaal in zit. We moeten kijken op welke manier we de lokale besturen, de ondernemingen en de particulieren kunnen aansporen om een aantal dingen in dit verband te doen.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, we ondersteunen kamerbreed uw pleidooi voor rechtszekerheid, voor een ambitieus en duidelijk energieplan. Dit is een significant voorbeeld. Een taks kan niet, en bijgevolg kan een verplichte bijdrage voor een omgevingsfonds ook niet. Een omgevingsfonds op vrijwillige basis kan dan weer wel. Het is belangrijk om dat te stroomlijnen, ook gelet op de discussie over de opstalrechten en de vergoedingen die betaald worden.

Zoals collega Gryffroy aangaf, worden er op dit ogenblik inderdaad aan eigenaars vergoedingen betaald van 40.000 tot 50.000 euro. Ook de Vlaamse overheid zelf strijkt vergoedingen op die kunnen oplopen tot 70.000 euro per windturbine. Die vergoedingen en die taksen of bijdragen aan fondsen zorgen ervoor dat de kosten voor groene energie oplopen. Naar aanleiding van een vorige vraag zei u al dat u het zeer belangrijk vindt om de juiste steun te geven en niet meer dan dat. Ook dat element moet in dit debat aan bod komen. Elke bijkomende bijdrage die gevraagd wordt aan een windturbine-exploitant zal verrekend worden in de onrendabele top en leidt tot hogere subsidiëring, die dan weer verhaald wordt op de energieconsument. Die willen we niet extra belasten in functie van de doelstellingen die we ons stellen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.