U bent hier

Commissievergadering

donderdag 19 mei 2016, 14.15u

Voorzitter
van Tine Soens aan minister Hilde Crevits en minister Geert Bourgeois
2089 (2015-2016)
De voorzitter

Mevrouw Soens heeft het woord.

Tine Soens (sp·a)

In het kader van de internationalisering werken de Vlaamse hogeronderwijsinstellingen zowel op het vlak van onderzoek en onderwijs samen met verscheidene Israëlische instellingen. Zo wordt er onder andere in het kader van het huidige kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling, Horizon 2020, door de KU Leuven en de UGent samengewerkt met het Israel Institute of Technology of Technion en de Israel Aerospace Industries (IAI). IAI is een van de grootste leveranciers van het Israëlisch leger en produceert bijvoorbeeld de militaire drones die verantwoordelijk waren voor de dood van zowat 2000 mensen in de Gazastrook. Technion en IAI onderhouden nauwe banden met defensiegigant Elbit Systems, na IAI het tweede grootste wapenbedrijf in Israël. Elbit Systems produceert naast drones in samenwerking met Technion ook camera’s die de illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en de muur bewaken. Elbit en IAI hebben bovendien dochterbedrijven in België.

Technion heeft ook nog een hecht partnership met Rafael Advanced Defense Systems, een andere door de overheid gesponsorde wapenfabrikant. De website van Israel Military Industries vermeldt dat hun systemen ‘combat proven’ of ‘battle tested’ zijn. Lees: de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook dienen als testlabo voor hun nieuwe wapen-, bewakings- en handhavingssystemen.

Een groep van vijftig professoren van de UGent heeft in een open brief aan de rector gevraagd om de samenwerking met IAI en Technion stop te zetten. Ze zijn van mening dat de samenwerking met de twee entiteiten ernstige juridische aansprakelijkheid met zich kan meebrengen. De UGent zou als medeplichtige aan oorlogsmisdaden en de misdaden tegen de menselijkheid kunnen worden beschouwd.

In een reactie op de open brief nuanceerde de rector deze bezorgdheden. De samenwerking is volgens haar niet gericht op militaire doeleinden en de focus zou liggen op de vooruitgang van de wetenschappelijke kennis en de toepassing ervan in het dagelijks leven. De rector sluit evenwel niet uit dat de participatie van de UGent bijdraagt tot de ontwikkeling van producten voor tweeërlei gebruik of ‘dual use’. De professoren wezen erop dat de bijdrage aan de ontwikkeling van producten voor tweeërlei gebruik niet altijd zo onschuldig is, en zeker niet met een partij als Elbit Systems.

Minister, wat is uw standpunt inzake interuniversitaire samenwerking met Israël?

Op welke manier kunt u garanderen dat Vlaamse middelen voor de internationalisering van het hoger onderwijs niet ten goede komen van onderzoek voor de ontwikkeling van militaire goederen?

Zult u een initiatief nemen om een Vlaams standpunt rond ethische internationalisering van het hoger onderwijs te bewerkstelligen?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Uw vraag spitst zich sterk toe op de casus aan de UGent. Voor mij raakt ze echter aan het hele brede en complexe thema van ethiek bij technologische ontwikkelingen. Het is dan ook een interessante vraag, die een breed debat mogelijk maakt.

Een eenvoudig voorbeeld om de moeilijkheid te illustreren: wanneer wetenschappelijk onderzoek leidt tot de ontwikkeling van een technologie om burgervliegtuigen lichter, veiliger en zuiniger te laten vliegen, dan kan niemand uitsluiten dat die kennis achteraf zal worden gebruikt in de militaire luchtvaart en mogelijks kan worden misbruikt voor andere doeleinden dan waarvoor ze ontwikkeld is. Dat is een delicate lijn.

Wetenschappers én subsidiërende overheden zijn zich hier terdege van bewust. Net daarom worden bij wetenschappelijk onderzoek systematisch de ethische aspecten doorgelicht en verantwoord. Dat is ook het geval bij het voorbeeld dat u aanhaalt, dat de krantenkoppen gehaald heeft en dat me erg interesseert.

Ten eerste is er de bijzonder heldere lijn die de UGent daarover intern aanhoudt. In 1998 nam de raad van bestuur het volgende standpunt in. “De Universiteit Gent zal niet meewerken aan de ontwikkeling van technologie die uitsluitend op militaire gevechtsoperaties is gericht. In nieuwe overeenkomsten met derden die op de terreinen of in de gebouwen van de Universiteit Gent actief zijn, zal bepaald worden dat de Universiteit Gent niet toelaat dat zij op haar terreinen of in haar gebouwen dergelijke technologie ontwikkelen.”

Ten tweede is er de context waarin het onderzoek wordt aangevraagd, goedgekeurd en gesubsidieerd. In dezen gaat het – en dat is voor mij niet zonder belang – over een internationaal programma in het kader van Horizon 2020, dat is het zevende kaderprogramma van de Europese Commissie. Dat is toch een zeer respectabel financieringskanaal dat aan de hoogste standaarden beantwoordt.

Artikel 19 van de regelgeving van dit onderzoeksprogramma stelt expliciet dat onderzoek en innovatie in het kader van Horizon 2020 exclusief voor civiele toepassingen moeten dienen. Hiermee wil de Europese Commissie net het gebruik van resultaten voor militaire doeleinden tegengaan. Daarom ondergaan projecten voor Horizon 2020 ook telkens een ethische check op het niveau van de Europese Commissie, op basis van specifieke vragen en controle door onafhankelijke beoordelaars. In het geval van twijfel kan de Europese Commissie nog bijkomende ethische voorwaarden opleggen. Deze eisen en controles op Europees niveau lijken mij de beste garanties voor het feit dat ook Vlaamse middelen niet – rechtstreeks noch onrechtstreeks – ten goede komen van militaire doeleinden.

Ten derde wijst men mij nog op het consortium achter het onderzoek in kwestie. Dat bevat naast de Israëlische instelling nog negen andere leden, waaronder enkele van de meest vooraanstaande instituten in Europa: naast de UGent bijvoorbeeld ook imec in Leuven en het Duitse Max-Planck-Institut. Ook daar moeten we garanties in zien dat er wel degelijk gewaakt wordt over de ethische aspecten van het onderzoek. Deze instituten zullen hun reputatie immers onder geen beding op het spel zetten. Bovendien, het is Horizon 2020, dus moet het verantwoord zijn en aan een aantal voorwaarden voldoen.

Voor een Vlaams standpunt omtrent ethische internationalisering, zie ik een verschil tussen het individuele dossier waar ik wat uitleg over heb gegeven en uw interessante vraag rond het ethisch kader. Dat kader moet toch voor iedereen duidelijk zijn. Voor het standpunt omtrent de ethiek bij internationale onderzoekssamenwerking kunnen we het best aansluiten bij wat daar nu al internationaal rond gebeurt. We merken dat er in toenemende mate belang wordt gehecht aan ethiek en waarden in het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek, en ik vind dat een bijzonder goede zaak. We merken bijvoorbeeld dat het een topic is waar de wereldwijde International Association of Universities (IAU) op inzet met bijvoorbeeld richtlijnen voor ethische codes op instellingsniveau. Ik vind het een troef dat er actief aan dit bewustzijn gewerkt wordt in fora waar universiteiten van over de hele wereld vertegenwoordigd zijn, net omdat het gaat over een internationale problematiek.

Moeten we een kader maken, of moeten we aansluiten bij de internationale codes en standaarden? Ik zal in mijn contacten de universiteiten en hogescholen nogmaals attent maken op het belang van dit thema. Ik zal mijn bezorgdheid maar ook vertrouwen uiten dat onze universiteiten en onderzoeksinstellingen een voortrekkersrol opnemen en de hoogste ethische standaarden respecteren. We hebben daar alle belang bij als we onze reputatie op dat vlak – die goed en hoog is – in de toekomst goed en hoog willen houden.

Mevrouw Soens, ik kan u de formele antwoordbrief van de rector laten bezorgen, als u geïnteresseerd bent. Ik heb ook een fiche over een ander project dat niet in de krant gekomen is, maar ook met een Israëlische partner. Ook dit kan ik u laten bezorgen.

De voorzitter

Mevrouw Soens heeft het woord.

Tine Soens (sp·a)

De aanleiding van deze vraag was inderdaad de open brief van de vijftig professoren, maar het verhaal is breder. Het gaat over ethiek in het onderwijs en onderzoek, zeker in verband met dual use.

De financiering van projecten onder Horizon 2020 is officieel beperkt tot onderzoek in de civiele ruimte. Er is echter helaas geen enkele garantie dat de in een EU-partnership verkregen kennis en technologie daarna niet ook voor militaire doeleinden zullen worden aangewend. Van externe controle daarop is eigenlijk nauwelijks sprake.

Ik wil het debat over de relatie tussen de EU en Israël hier niet openen. Dat is eerder iets voor de commissie Buitenlands Bestuur. Maar de EU-richtsnoeren vertonen vandaag al enkele lacunes. Zo heeft de Europese Commissie bevestigd dat een entiteit waarvan het bestuur gevestigd is in Israël maar die verschillende afdelingen heeft in de illegale nederzettingen, in aanmerking blijft komen voor Europese financiering. Bovendien sluiten die richtlijnen geen ondernemingen uit die weliswaar in Israël zetelen maar die rechtstreeks betrokken zijn bij de nederzettingenpolitiek en de schendingen van het internationaal humanitair recht.

Israël is natuurlijk niet zomaar een partner. In Israëlische technologie is dual use altijd van belang geweest. Ik heb hier een citaat van de website van Isaac Ben-Israel, woordvoerder van het Israel Space Agency: “But because we are a small country, if you build a small-satellite production line, say at IAI, it will be used for military and for commercial.” Zeker met Israël moeten we heel erg waakzaam zijn. Vorig jaar is een onderzoekster nagegaan welke banden er zijn tussen België en de Israëlische bezetting. Daar kwam het voorbeeld van de KU Leuven uit. Ze heeft de universiteiten gevraagd of ze beperkingen hebben ingesteld voor de samenwerking met Israëlische entiteiten op basis van ethische of juridische criteria. Van de universiteiten die op die vragen wensten te reageren, is de VUB de enige die verwijst naar een ethisch charter voor de samenwerking met onder andere Israëlische universiteiten. Het lijkt me goed dat elke Vlaamse universiteit en hogeschool een dergelijk charter opmaakt.

Universitaire samenwerking is op zich geen probleem. We moeten blijven dialogeren en samenwerken, maar het wordt uiteraard wel problematisch als er wordt samengewerkt met bedrijven of instellingen die banden hebben met illegale nederzettingen of defensie. En dat is in dit concrete geval duidelijk zo. De onderzoeksresultaten van onze universiteiten dreigen die bezetting een wetenschappelijke ondersteuning te geven. We vragen ons af of de universiteiten daaraan echt medeplichtig willen zijn. We vragen dat onze universiteiten zich uit dergelijke samenwerkingsverbanden terugtrekken en dat er bij de Europese Unie wordt aangedrongen de financiering van dergelijke projecten uit haar onderzoeksprogramma’s te weren.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Het is nuttig dat we dit gesprek hebben gevoerd en dat we het, in het kader dat ik net schetste, voortzetten met de universiteiten en hogescholen, zeker aan de hand van de voorbeelden die u in uw repliek geeft, mevrouw Soens. Ik heb intussen de brief en het voorbeeld aan de secretaris overhandigd.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.