U bent hier

Commissievergadering

donderdag 12 mei 2016, 14.11u

Voorzitter
van Jos De Meyer aan minister Hilde Crevits
1746 (2015-2016)
De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Er bestaan redelijk wat studies over overzitten in het leerplichtonderwijs. Recent kwamen onderzoekers van de UGent tot de conclusie dat een schooljaar overzitten op lange termijn niet positief is. Ons land bevindt zich aan de top wat het aantal zittenblijvers betreft. Een recent rapport van de OESO wijst uit dat van alle Belgische 15-jarigen 21,6 procent al minstens één keer gedubbeld heeft in het middelbaar onderwijs. Lager onderwijs inbegrepen heeft zelfs 34,9 procent al zeker een keertje een jaar overgedaan.

Wie het onderzoek van professor Baert van de UGent leest, zou tot de conclusie kunnen komen dat zittenblijven de kans op een diploma zelfs verkleint. Leerlingen laten overgaan zonder eisen te stellen aan hun vorderingen, lijkt echter ook geen zinvol alternatief.

In de commissievergadering van 14 oktober 2015 werd bij de bespreking van mijn vraag om uitleg duidelijk verwezen naar de visie van het masterplan, waarin overzitten na een B-attest niet gewenst is, maar dat betekent niet dat overzitten nooit zinvol kan zijn. Dat is ook de genuanceerde visie van Patrick Lancksweerdt, voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Schoolpsychologie.

In welke omstandigheden vindt de minister zittenblijven in het leerplichtonderwijs al dan niet zinvol? Welke begeleiding is in beide gevallen nodig?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega De Meyer, het zal wel uw bedoeling niet zijn, maar ik zou me niet willen wagen aan een opsomming van omstandigheden waarin ik zittenblijven al dan niet zinvol vind. De beslissing tot zittenblijven is in onze regelgeving toevertrouwd aan de klassenraden van de scholen van ons basis- en secundair onderwijs, en ik wens hun bevoegdheid uiteraard te respecteren. Ik ga er dus van uit dat die beslissing met heel veel zorg wordt genomen.

Het is uiteraard wel van belang dat klassenraden de beslissing tot zittenblijven doordacht nemen en goed nadenken over wat er in het jaar zittenblijven aan specifieke ondersteuning en aanpak nodig is. Dat is ook de teneur van uw vraag. Een jaar overdoen is immers zowel voor ouders als voor de leerling een ingrijpende beslissing, die ook een budgettaire en maatschappelijke kost heeft en waarvan de effectiviteit inderdaad geregeld in vraag gesteld wordt.

In het basisonderwijs is de regelgeving aangepast, juist om de beslissing tot zittenblijven zo doordacht mogelijk te laten nemen. Dat is nieuw sinds 1 september 2014. Sindsdien moeten alle scholen over deze beslissing eerst en vooral overleggen met het CLB. Ze moeten de beslissing ook schriftelijk motiveren en mondeling toelichten aan de ouders. En tot slot moet de school ook meegeven welke bijzondere aandachtspunten er voor de leerling zijn in het volgende schooljaar. Dat is uiteraard om te vermijden dat zittenblijven gewoon een jaar ‘nog eens hetzelfde’ wordt. In het jaar zittenblijven moet worden gewerkt aan de zwakkere punten van de leerlingen, maar kan tegelijk ook worden ingezet op de sterke punten. Een leerling die wegens een welbepaald tekort blijft zitten, kan het op andere punten juist zeer goed doen, en dan zou het voor de leerling demotiverend zijn dat daar geen aandacht voor is.

Voor het basisonderwijs lijkt het mij ook zeer belangrijk dat scholen voor ogen houden dat het decreet het zittenblijven als uitzondering vooropstelt op het algemeen principe van ononderbroken leerproces.

Wat het secundair onderwijs betreft, is zittenblijven als een van de verbeterpunten opgenomen in het masterplan. Het is een probleem dat we moeten aanpakken, met de nodige nuance. We hebben in het begin van dit schooljaar reeds een uitgebreid debat gevoerd over het zittenblijven na het behalen van een B-attest.

In het masterplan zijn enkele maatregelen opgenomen om het zittenblijven tegen te gaan, niet om het volledig af te schaffen, dat wil ik toch onderstrepen. Het masterplan bevat de volgende elementen:

Leerlingen die een B-attest krijgen, kunnen het jaar in principe niet overzitten. Overzitten kan enkel als de klassenraad dit expliciet heeft geadviseerd of ondersteund.

Na het 1e leerjaar van de 1e graad kan enkel in uitzonderlijke gevallen een door de klassenraad gemotiveerd C-attest worden uitgereikt. Na het 1e leerjaar van de 1e graad is een B-attest niet mogelijk. Er wordt wel de mogelijkheid gecreëerd om bij een A-attest verplichte remediëring in het daaropvolgende jaar op te leggen.

We maken momenteel werk van de uitvoering van het masterplan, waarin ook de uitrol van deze maatregelen is opgenomen.

Ik heb vertrouwen in scholen en in de professionaliteit van klassenraden, maar we moeten uiteraard blijven inzetten op verdere professionalisering. Veel scholen weten best wel dat zittenblijven niet het ultieme of enige middel is. Er zijn alternatieven, gaande van inzetten op differentiatie, van een uitgestelde beslissing, in het secundair onderwijs, tot flexibele leerwegen. Het is zeker mijn bedoeling om scholen die dat vragen, te ondersteunen om deze alternatieven nog beter te leren kennen en toe te passen. Zo laat ik momenteel onderzoek voeren naar flexibele leerwegen in het basis- en secundair onderwijs en naar de inzet en de ontwikkeling van competenties van leraren in de laatste jaren basisonderwijs, net wat hun omgaan met differentiatie betreft.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, ik ben het volledig met u eens dat we vertrouwen moeten hebben in de klassenraden. Die zijn belangrijk, en hun beslissingen zijn essentieel. U hebt een aantal nuances over zittenblijven aangebracht, waarmee ik het volledig eens ben. Ik zou graag dezelfde nuances terugvinden op het vlak van de principes van zittenblijven, al dan niet na een B-attest.

Ik heb mijn vraag oorspronkelijk ingediend op 12 april, maar op 29 april heb ik een heel interessant artikel gelezen, waarin pedagoge Bieke De Fraine van de Katholieke Universiteit Leuven stelt: “Ik dacht ooit dat zittenblijven verboden moest worden.”

Vandaag zegt ze: “Het zit allemaal veel ingewikkelder in elkaar. Voor het merendeel van de zwak presterende leerlingen is zittenblijven zeker niet de beste oplossing. Hun prestaties worden doorgaans beter wanneer ze gewoon naar het volgend leerjaar doorstromen. Alleen kun je hetzelfde niet zeggen over alle leerlingen. Er is wel degelijk een groep voor wie een jaar overdoen gunstig is en die daardoor meer zelfvertrouwen en welbevinden ervaart.”

Welk profiel die groep heeft, is De Fraine nu aan het onderzoeken. Uiteraard kijk ik samen met u en velen uit naar de resultaten van het verder onderzoek.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Het gaat hier om een debat dat in de pers altijd heel sterk wordt gevoerd in termen van voor of tegen zittenblijven. En dan gaat het over het zittenblijven en niet de reden, de achtergrond en dergelijke meer. Ik verwijs ook naar wat ik in het verleden al heb aangebracht in verband met herexamens. Elke jongere die we met een methode die de klassenraad ter beschikking heeft, ertoe kunnen brengen zijn diploma te halen, moeten we overlaten aan die klassenraad. Als die klassenraad oordeelt dat een herexamen de kans voor die jongere vergroot, moeten we zorgen dat die klassenraad die beslissing kan nemen. Uit eigen ervaring kan ik getuigen dat voor heel wat jongeren dergelijk herexamen de redding is geweest en voor heel wat klassenraden ook de kans heeft gegeven, als die herexamens niet goed waren, serene heroriënteringsgesprekken te kunnen voeren met ouders die openstonden voor die gesprekken.

Wat zittenblijven betreft, ben ik inderdaad blij met de wending van collega-pedagoge Bieke De Fraine, als ze zegt dat voor een aantal leerlingen, in bepaalde situaties, het zinvol is zittenblijven in stand te houden. Dat is iets anders dan ‘sowieso’ en ‘automatisch’, maar ik link de twee aan elkaar. Als er geen herexamens worden gegeven en B-attesten zouden worden afgeschaft, resten er twee soorten attesten: A en C.

A betekent dat jongeren mogen doorstromen, en dat in een deliberatie wordt gezegd dat die jongere bepaalde basiskennis niet verworven heeft, maar dat hij mag overgaan. Zoals collega De Meyer zonet zei, is dat ook niet optimaal voor de goede vordering.

Een C-attest betekent zittenblijven. We weten allemaal dat zittenblijven voor één vak of een aantal vakken niet altijd het meest optimale is om een volledig jaar alle vakken over te doen. Ik verzoek u dus, minister, om in dergelijke dossiers genuanceerd te spreken en de autonomie te laten aan de klassenraad, die in dezen veelal juiste en goede overwegingen maakt.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik ben het uiteraard eens met de reacties die ik heb gehoord. Ik raad iedereen aan eens goed de cijfers te bekijken van het studiesucces van jongeren die een jaartje zijn blijven zitten. Dat is een niet zo positieve evolutie als gekeken wordt naar spijbelen, nog eens een jaar moeten overdoen. Ik ben dus geen warme ‘believer’ van zittenblijven. Ik ben het er wel mee eens dat het soms noodzakelijk is en dat men met de nodige soberheid en zuinigheid aan de slag moet gaan.

Wanneer een A-attest overgaan betekent en een C-attest zittenblijven, betekent een B-attest toch wel dat de leerling geholpen wordt zich beter of opnieuw te oriënteren. Voor mij is dat een heel waardevol attest. Wil dat zeggen dat het mordicus moet worden gevolgd en verplicht? Neen, het staat ook niet zo in het masterplan. We willen wel dat iets beter wordt nagedacht dan nu. Dat horen we ook van leerkrachten op het terrein, die toch na heel veel kennis van de leerling in een aantal gevallen een B-attest uitschrijven, die proberen te overtuigen dat de leerling zich zou heroriënteren. Als dan de enige vraag van de ouders aan de telefoon of in een klasgesprek is ‘als hij of zij het jaar opnieuw doet, kan hij of zij dan in dezelfde richting blijven?’, dan staan ze voor een blok. We moeten daar waarde aan kunnen hechten.

We hebben het al vaak gehad over herexamens. Mijnheer Daniels, ik heb geen probleem met herexamens. Er is een verschil tussen op gepaste momenten herexamens toelaten en er een afdwingbaar recht voor iedereen van maken. Ik begrijp dat u vraagt dat er met de inspectie wordt gesproken om scholen niet af te rekenen op het feit dat ze een herexamen inrichten. De inspectie gaat gewoon na wat de instructies zijn en hoe ze worden toegepast. Voor mij kan een herexamen en dat is ook mogelijk in de regelgeving. Het is alleen geen afdwingbaar recht.

Ik hoop dat we ook in dit dossier snel knopen kunnen doorhakken.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Ik ben zeker geen believer van zittenblijven, maar in sommige omstandigheden kunnen zittenblijven of herexamens zinvol zijn.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

van Ann Brusseel aan minister Hilde Crevits
1820 (2015-2016)
van Jos De Meyer aan minister Hilde Crevits
1764 (2015-2016)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.