U bent hier

Commissievergadering

dinsdag 26 april 2016, 14.00u

Voorzitter
van Jan Bertels aan minister Jo Vandeurzen
1882 (2015-2016)
De voorzitter

De heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Voorzitter, minister, collega’s, ik heb een vraag naar aanleiding van de Week van de Valpreventie die, zoals u weet, vorige week werd georganiseerd: van 18 tot 24 april. Deze keer sensibiliseerde de Week over het gebruik van slaapmedicatie. Dat gebeurde onder meer met een promotiefilmpje dat inspeelt op de gevaren van slaapmedicatie en het risico op een val. Dat is nodig, want Vlamingen gebruiken massaal slaapmedicatie, vaak gedurende jaren.

Op woensdag 20 april berichtten de media over een succesvol proefproject van het OCMW Brugge, dat het aantal valpartijen van rusthuisbewoners kon terugdringen door het gebruik van slaappillen te verminderen. Een op drie thuiswonende senioren en zelfs een op twee senioren in een woonzorgcentrum, gaande tot 70 procent, gebruikt slaappillen, al dan niet medisch gerechtvaardigd.

Gelet op de positieve resultaten van het proefproject zouden de inspanningen om slaappillen zo veel mogelijk te vermijden, dan ook worden uitgebreid naar andere rusthuizen in de regio Brugge. Een gelijkaardig positief project loopt in Gent. Ook daar is er de intentie om het uit te breiden naar de rustoorden in de regio.

Dat slaappillen nefast kunnen zijn en het risico op vallen bij bejaarden verhogen, werd en wordt beaamd, onder meer door het Expertisecentrum Val- en Fractuurpreventie Vlaanderen, dat op zijn website tevens verscheidene informatieve filmpjes aan het onderwerp wijdde. Het zijn filmpjes die wel bekeken worden, maar niet massaal.

Wat slaappillen onderscheidt van andere medicatie die ook een verhoogd risico op vallen met zich meebrengt, zoals antidepressiva en sedatieven, is net dat ze zowel erg frequent als erg lang gebruikt worden. Het expertisecentrum schat dat twee op drie van de chronische gebruikers van slaappillen eigenlijk zonder zouden kunnen, wat dan ook onmiddellijke gezondheidswinst zou opleveren.

Het expertisecentrum werkt in opdracht van Vlaanderen, van u, aan val- en fractuurpreventie bij ouderen. U zult ongetwijfeld ook de vaststelling onderschrijven dat slaapmiddelen het risico op vallen bij senioren in de hand werkt, evenals de analyse dat slaapmiddelen te vlug en te lang, gebruikt worden, zeker ook in onze woon- en zorgcentra.

Minister, gelet op de positieve evaluatie van het proefproject en dus ook het positief effect op de kwaliteit van de zorg in onze woonzorgcentra, hebt u maatregelen in petto om het gebruik van slaapmiddelen te temperen in de Vlaamse rusthuizen en bij de Vlaamse bevolking? Zult u hiervan een punt maken in de nieuwe beheersovereenkomst inzake valpreventie die vanaf 1 januari 2017 in werking zal treden? Ziet u een rol weggelegd voor de coördinerend en raadgevend arts ter zake wat de woonzorgcentra betreft?

Internationale studies geven aan dat slaappillen gemiddeld een verhoogde kans van 16 procent per jaar geven om te vallen als oudere, terwijl een andere zeer belangrijke factor die onder de Vlaamse bevoegdheden valt, sedentair gedrag is. Ouderen die meer dan 8 uur per dag zitten, hebben gemiddeld 20 procent meer kans om te vallen, of zelfs 33 procent meer kans dan een senior die minstens twee keer in de week sport of wandelt. Bij de laatste groep verloopt de revalidatie ook vaak vlotter en zijn de gevolgen minder ernstig. Zijn er op het gebied van animatiewerking, bijvoorbeeld sport en beweging, acties die u verder of extensiever wil promoten in het kader van de doelstelling val- en fractuurpreventie bij ouderen?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega’s, het is u bekend dat het Vlaams Indicatorenproject (VIP) voor woonzorgcentra loopt. In dit project worden de woonzorgcentra aangesproken om op regelmatige basis een aantal verplichte en optionele indicatoren over de kwaliteit van zorg en veiligheid en van zorgverleners en zorgorganisatie te registreren en over te maken aan het Agentschap Zorg en Gezondheid. Onder de verplichte registraties behoren onder andere de valincidenten en het medicatiegebruik. Het doel van dit project is: de woonzorgcentra te helpen om zichzelf te evalueren en hun kwaliteitsbeleid te verbeteren; bewoners of het bredere publiek te informeren; de resultaten te gebruiken bij inspecties en erkenningsbeslissingen; en op termijn woonzorgcentra met elkaar vergelijken. Het registreren van indicatoren is op die manier een basis voor een diepere analyse en evaluatie, voor het opzetten van verbeteracties en voor bijsturing. Elk woonzorgcentrum kan zich door dit monitorinstrument beginnen af te vragen waar de sterkten en de zwakten liggen, waar kansen zijn op verbetering en groei.

Het VIP-project loopt in overleg met de sector. Met het oog op een kwaliteitsvolle rapportering werd voor het opvolgtraject naast de ondersteuning van LUCAS bijkomend wetenschappelijk ondersteuning gezocht bij de Universiteit Gent voor het voornamelijk statistisch verwerken en analyseren van de verzamelde data. Hun opdrachten zijn in het bijzonder voor de Universiteit Gent: data-analyse en rapportering; opschoning van de verzamelde data, inhoudelijke analyse en de rapportage/visualisatie van de resultaten; de interpretatie van de resultaten met aandacht voor praktijkervaringen en internationale en nationale vergelijkingen; richtlijnen uitwerken met implicaties voor dataregistratie, externe data en opzetten van verbetertrajecten; software aanleveren, demonstratie en communicatie. LUCAS staat in voor de opvolging, bijsturing en ondersteuning vanuit het werkveld; wetenschappelijk opvolgen, bijsturing en ondersteuning van het huidige VIP-project woonzorgcentra met inbegrip van validiteit en betrouwbaarheid; het garanderen van een goede samenwerking met alle belanghebbenden; het onderzoeken van de mogelijkheid tot vereenvoudiging door inzet van externe databronnen en samenwerking met ICT-pakketten; het borgen van de kwaliteitsinitiatieven door uitwisseling van goede praktijken en de organisatie van een studiedag. De wetenschappelijke ondersteuning zal ons in staat stellen om op termijn de verzamelde gegevens via de registratie van de kwaliteitsindicatoren op een statistische en wetenschappelijk verantwoorde wijze te analyseren en te vergelijken.

Wat betreft de nieuwe beheersovereenkomst inzake valpreventie, heb ik eind 2015 een nieuwe oproep gelanceerd voor het sluiten van een beheersovereenkomst als partnerorganisatie voor val- en fractuurpreventie bij ouderen in het kader van het Vlaamse preventieve gezondheidsbeleid. Het specifieke beleidsthema van deze oproep is val- en fractuurpreventie bij ouderen in de thuisomgeving en in de residentiële sector met focus op vroegdetectie en vroeginterventie van ouderen met verhoogd risico.

Omdat aangetoond is dat verhoogd slaapmedicatiegebruik een van de risico’s voor vallen is, zal de nieuwe partnerorganisatie als taak uiteraard moeten blijven inzetten op acties en methodieken voor deze risicofactor. De nieuwe beheersovereenkomst is nog niet toegekend aan een nieuwe partnerorganisatie. Het agentschap is momenteel nog bezig met de evaluatie van het ingediende dossier. De nieuwe beheersovereenkomst inzake val- en fractuurpreventie zal in werking treden vanaf 1 januari 2017.

Ik verwijs in het kader van dit onderwerp eveneens naar het project ‘psychofarmaca in de ouderenzorg’, dat reeds drie jaren liep in het woonzorgcentrum Leiehome te Drongen in samenwerking met de Universiteit Gent en de Artevelde Hogeschool te Gent. Het project beoogt een efficiënter en effectiever gebruik van psychofarmaca bij ouderen in woonzorgcentra. Op 6 oktober 2015 heb ik bij ministerieel besluit dit project met twee jaar verlengd met de volgende concrete opdracht: de verankering van de resultaten betreffende psychofarmacagebruik en het effect van niet-farmacologische initiatieven; de monitoring van het psychofarmacagebruik bij nieuwe bewoners en van de impact van ziekenhuisopnames op de medicatiefiche; het verbeteren van de verpleegkundige rapportage betreffende medicatiegebruik in het elektronisch zorgdossier; het opstellen van een draaiboek vanuit de opgedane ervaring, kennis en expertise uit het kwaliteitsverbeteringsproject van de afgelopen drie jaren en de hierboven vermelde doelstellingen; het proefdraaien van het opgestelde draaiboek in een beperkt aantal woonzorgcentra; het ontwikkelen van een definitieve verzameling van instrumenten, methodieken en materialen, klaar voor implementatie op grote schaal.

De regelgeving met betrekking tot de rust- en verzorgingstehuizen bepaalt dat de coördinerend en raadgevend arts in samenspraak met de hoofdverpleegkundige instaat voor onder meer het organiseren, op geregelde tijdstippen, van zowel individuele als collectieve overlegvergaderingen met de behandelende artsen, de coördinatie van de samenstelling en het bijhouden van de medische dossiers van de behandelende artsen en in overleg met de behandelende artsen, de coördinatie van het zorgbeleid. Wat de geneesmiddelen betreft, omvat dit ten minste het opstellen en gebruik van een geneesmiddelenformularium.

De coördinerend en raadgevend arts heeft eveneens de opdracht volgens de RVT-regelgeving ook mee te werken aan de organisatie van activiteiten inzake bijscholing en vorming in het domein van de gezondheidszorg voor het personeel van het rust- en verzorgingstehuis, en voor de betrokken behandelende artsen. Men kan dus stellen dat de coördinerende en raadgevende arts in het kader van zowel de valpreventie, als het gebruik van psychofarmaca in de woonzorgcentra, een actieve en ondersteunende rol kan spelen voor zijn collega-huisartsen en het zorgpersoneel.

Op basis van de analyse van voorzieningsspecifieke geregistreerde gegevens van de kwaliteitsindicatoren met betrekking tot het medicatiegebruik en valincidenten kan hij in samenspraak met het management en de hoofdverpleegkundige de nodige initiatieven nemen op vlak van sensibilisering, informatie en vorming. Het draaiboek in ontwikkeling in het project dat lopende is in het woonzorgcentrum Leiehome, kan hierbij mogelijk een belangrijk ondersteunend instrument worden.

Terecht stelt men dat bewegen loont. Ouderen die voldoende bewegen, hebben een beter evenwicht, uithouding en geheugen, ze kunnen zich makkelijker verplaatsen en voelen zich beter in hun vel. Fysieke activiteit kan dus het verschil betekenen tussen zelfredzaamheid en hulpbehoevendheid op hogere leeftijd. Ouderen in woonzorgcentra, maar ook thuis, bewegen over het algemeen te weinig. Deels komt dat doordat de bewoners vaak kampen met gezondheidsproblemen en lichamelijke beperkingen. Wil bewegingsstimulering succes hebben, dan is het van belang inzicht te hebben in de behoeften van de doelgroep en de bijbehorende randvoorwaarden. Ik ga ervan uit dat binnen de nieuwe beheersovereenkomst voor val- en fractuurpreventie bij ouderen in het kader van het Vlaamse preventieve gezondheidsbeleid hier de nodige inzichten en handvatten op termijn zullen worden ontwikkeld en aangereikt. Niet enkel de animator, de ergotherapeut of de kinesitherapeut werkzaam in het woonzorgcentrum moeten erop toezien dat de bewoners voldoende bewegen, maar dit is volgens mij een opdracht voor alle zorgmedewerkers en zou onderwerp moeten zijn van de samen met de bewoners af te stemmen zorgdoelen en interventies. Er bestaan diverse bewegingsactiviteiten waaraan ook minder mobiele bewoners aan kunnen participeren, zoals zitdansen en rolstoeldansen.

Ik stel vast dat binnen de woonzorgcentra in Vlaanderen men zich wel degelijk bewust is van het probleem en de mogelijk daaraan verbonden risico’s. Sommige woonzorgcentra schuwen hiervoor niet om op een creatieve wijze bewoners aan te sporen om meer te bewegen.

Ik geef u enkele voorbeelden. Naar aanleiding van de 100e Ronde Van Vlaanderen en de week van de valpreventie zette Woonzorgcentrum De Spoele uit Sint-Niklaas een ronde van Sint-Niklaas op. Eén week lang fietsten de bewoners, medewerkers en bezoekers erop los, met maar één doel: zoveel mogelijk fietsminuten per afdeling trappen en de bewoners aan het bewegen krijgen. Ook de medewerkers, familieleden, bezoekers en 36 leerlingen van het derde leerjaar van Sint-Carolus fietsten mee.

Hogeschool UC Leuven-Limburg en het woonzorgcentrum Edouard Remy te Leuven sloegen de handen in elkaar om deze ouderen in beweging te krijgen en houden. Samen met enkele bewoners van het woonzorgcentrum werden twee bewegingsprogramma’s uitgetest. Het eerste programma van dit project ‘Woonzorgcentrum in beweging’, een ‘klassiek’ beweegprogramma. Het tweede programma, een ‘alternatiever’ beweegprogramma, liet bewoners bewegen door middel van technologie. Bewoners speelden exergames op de Xbox Kinect van Microsoft. Dit zijn videogames die gespeeld worden door het lichaam te bewegen, bijvoorbeeld voetbal, golf of bowling. De oefeningen van beide beweegprogramma’s werden geselecteerd om in te spelen op de parameters voor valpreventie, namelijk evenwicht, flexibiliteit, kracht en uithouding en werden in kleine groepjes uitgevoerd. Onder begeleiding oefenden de bewoners acht weken lang twee keer per week, gedurende een uur. Vanaf september 2016 zullen deze beweegprogramma’s beschikbaar zijn voor het grotere publiek en worden er opleidingen georganiseerd om met deze programma’s aan de slag te gaan.

In het woonzorgcentrum De Bijster te Essen heeft men een via sponsoring twee grote gocarts gekocht en op maat gemaakt. Daarmee rijden de personen met dementie daar en in de gemeente rond.

Het woon- en zorgcentrum Eyckendael in Riemst werkt met een ‘tovertafel’. Die zet de bewoners aan onder tot beweging. Vanuit een beamer worden beelden projecteert. Die beelden zetten de bewoners ertoe aan om meer te bewegen met hun handen, armen en schouders.

Het woonzorgcentrum Witte Meren te Mol heeft, samen met de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) en KU Leuven, met het project ‘Fietsen doorheen je verleden’ de PRoF Award gekregen. Zij bouwden een platform uit dat bewoners uit een woonzorgcentrum aanmoedigt om fysiek actief te blijven. De bewoners fietsen virtueel door hun dorp op slimme hometrainer. De hometrainer is gekoppeld aan een beeldscherm dat het gevoel van een ritje door het dorp simuleert dankzij beelden van Google Street View. Deze slimme fiets motiveert de senioren niet alleen om te bewegen, in de toekomst beoogt men ook allerlei informatie te verzamelen over de gezondheid en de fysieke activiteit van de fietsende senior.

U merkt dat deze voorbeelden aantoonbaar maken dat er letterlijk en figuurlijk rond bewegen in de woonzorgcentra heel wat aan het bewegen is en dat het zaak is om vooral de voorbeelden van goede praktijk in woonzorgcentra bekend te maken en te verspreiden. Ik zal in het structureel overleg met de koepels van de residentiële ouderenzorg een oproep doen om deze goede praktijken samen te delen.

De voorzitter

De heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Meten is weten, de VIP-indicatoren over de psychofarmaca in de woonzorgcentra zijn meetinstrumenten die ons in de mogelijkheid stellen ons beleid daarop af te stemmen.

Een aantal zaken weten we al: één op drie senioren in Vlaanderen valt minstens één keer per jaar. In de woonzorgcentra loopt dit op tot 70 procent. Een valpartij wordt geassocieerd met zes maal meer kans op een ziekenhuisopname. Het meest voorkomende letsel is een heupbreuk. Die cijfers geven aan dat we actief moeten optreden, want het besef dringt nu soms nog te traag door in alle woonzorgcentra dat slaapmiddelen een negatief effect kunnen hebben.

Minister, u verwees naar het draaiboek in ontwikkeling naar aanleiding van het pilootprojecten in Brugge. Kunt u daar ook een timing bij geven? Hoe zult u dat uitsmeren over de woonzorgcentra?

Lichaamsbeweging is de beste remedie om beter te slapen en om valpartijen te voorkomen. U gaf een aantal mooie voorbeelden van hoe woonzorgcentra daar creatief mee omgaan. Het voorbeeld van Witte Meren ken ik goed. Het blijft wel zo dat niet alle centra zoiets hebben, evenmin als Kinect, aan de hand waarvan mensen via de computer kunnen bewegen en aan sport doen.

Het komt mij voor dat we er moeten voor zorgen dat dit kan in alle woonzorgcentra. U verwees naar animatoren, kinesisten, en alle zorgverstrekkers die moeten meewerken inzake bewegen. Hoe gaat u de animatiefunctie in alle woonzorgcentra versterken zodat alle ouderen die daar behoefte aan hebben, kunnen bewegen op de manier die zij wensen?

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Ik wil nog een paar kanttekeningen maken. Het is absoluut noodzakelijk om die registratie te doen via de indicatoren. Dat is hier al herhaaldelijk gezegd. Het is een belangrijke terugkoppeling om te weten of er verbetering mogelijk is.

We spreken hier over slaapmiddelen, maar in de praktijk zijn er enorm veel mogelijke oorzaken voor valpartijen. Bewegen en kinesitherapie is zeer belangrijk bij ouderen. We hebben het hier gehad over mensen in woonzorgcentra, maar ook de mensen die thuis wonen, vallen veel en daar is geen controle, anders dan in de woonzorgcentra. Naast die slaapmiddelen zijn andere mogelijk oorzaken: suikerziekte, bloeddrukverlagende medicatie, mensen die te trots zijn om hulp te aanvaarden, evenwichtsproblemen, dementie.

In de woonzorgcentra zien we dat er een beleid is in verband met het gebruik van speciale slaapzakken en hoeslakens of bedbeugels. Het is de opdracht van de coördinerend en raadgevend arts (CRA) om die zaken in een woonzorgcentrum te introduceren. De CRA kent de patiënten het best, hij weet bijvoorbeeld wie al jaren slaapmedicatie neemt. Soms is het erger om die stop te zetten dan ze te blijven geven. Die afweging moet dus vooral door de eerstelijnsarts gemaakt worden.

In woonzorgcentra zie ik steeds meer affiches verschijnen over het vallen bij ouderen en slaapmiddelen. Daar is dus al een goede communicatie, ook naar de huisartsen toe. In de opleiding gaat daar ook meer aandacht naartoe dan voorheen.

Er zit ook een toekomst in de verdere digitalisering, maar we moeten daar steeds de nodige kanttekeningen bij maken als het gaat om valpreventie.

De voorzitter

De heer Persyn heeft het woord.

Peter Persyn (N-VA)

Ik sluit mij aan bij de opmerkingen over de medicatie. Het is er hier al vaak over gegaan.

Wat betreft nudging en beweging en het tegengaan van sedentair gedrag geldt het principe ‘jong geleerd is oud gedaan’. We zitten hier alweer uren neer, ik heb het daarnet ook al aangekaart op onze fractievergadering. We moeten daarrond een cultuur opbouwen. In China doen mensen van 70 of 80 jaar elke ochtend hun gymnastiekoefeningen. We moeten vaker tussendoor kort onderbreken om eens recht te staan, ook als we hier zijn. Ik vernam onlangs op een meeting van chiropractors dat dit in Scandinavië de regel is. Om de 50 minuten staat men recht en strekt men armen en benen. Misschien moet het Vlaams Parlement in dezen het voorbeeld geven. Ik zal onze voorzitter daarover aanspreken.

Ik denk dat we dat echt veel meer moeten doen. Het geeft geen pas dat we wachten tot de pensioenleeftijd voor we dat introduceren. Dan is het te laat.

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Als iedereen vanuit zijn beide disciplines reageert, wil ik vanuit mijn statistische achtergrond reageren om ons niet vast te pinnen op de indicatoren. De indicatoren zijn belangrijk, zeker als het over kwaliteit gaat, maar ze hebben ook perverse effecten. Zeker voor valpreventie geldt dat. Op een gegeven moment zijn we in woonzorgcentra gaan vragen om bij te houden hoeveel valpreventies er zijn, om dan vast te stellen dat er een toegenomen fixatie van mensen was. Dat is dan ook weer niet goed. Dan gaan we een extra fixatie-indicator invoeren en dat dan bijhouden. Nu merken we dat er een aantal organisaties zijn die, als er op een aantal indicatoren wordt gecheckt, ouderen niet fixeren, maar ze toch vragen om niet buiten een wandelingetje te maken omdat dat het risico op vallen verhoogt. Indicatoren zijn belangrijk, maar kunnen ook een pervers effect hebben. Het is van belang, en ik denk dat dit de oproep van de heer Persyn steunt, dat we vooral de mentaliteit, de cultuur en de kwalitatieve aanpak van onze woonzorgcentra gaan benaderen, en dat we ze niet enkel kwantitatief bekijken via de indicatoren.

Mijn vraag is of u daar plannen in hebt. U weet dat we in Nederland zijn geweest en dat daar een aantal voorstellen zijn over kwalitatief kwaliteitsonderzoek. Dat is wel interessant om over na te denken. Overweegt u om daar ook in Vlaanderen werk van te maken of ziet u geen belemmeringen in uw kwaliteitsindicatoren, en zeker inzake valpreventie?

De voorzitter

Minster Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Ik heb ooit, in de vorige legislatuur in de regering, plots gezegd: nu gaan we allemaal rechtstaan, omdat we te lang hadden gezeten, maar ik moet zeggen dat de toenmalige minister-president dat toch niet echt kon inschatten als een onderdeel van een preventief gezondheidsbeleid. Mevrouw Van den Bossche herinnert zich dat misschien.

Peter Persyn (N-VA)

Hij is nu meer te vinden voor ‘nudging’.

Bart Van Malderen (sp·a)

Rechtstaan is natuurlijk nog iets anders dan opstappen, maar gaat u verder, minister.

Minister Jo Vandeurzen

Mijnheer Bertels, over dat draaiboek. De timing van het project – dat project is natuurlijk veel breder – is eind 2017. Dan moet dat draaiboek getest zijn, maar moet het ook inpassen in een aantal andere zaken die ik heb opgesomd: de link met de verpleegkundige rapportage, alle methodieken, materialen, enzovoort. Dat past in een wat breder verhaal. Het is natuurlijk de bedoeling dat animatoren die nu ook in heel Vlaanderen naar alle woonzorgcentra moeten gaan, daarvoor worden ingezet. Maar, en dan kom ik bij de vraag van mevrouw Van den Brandt, ik vind het wel belangrijk dat we inderdaad blijven inzetten op wat in het woonzorgcentrum aan kwaliteitsvolle ondersteuning en zorg gebeurt en dat we dat blijven registreren.

Iedereen in de commissie is zich bewust van de enorme dynamiek die in die sector wordt ontwikkeld. Er komen steeds nieuwe woonzorgcentra bij, maar er melden zich ook steeds nieuwe actoren aan. Het is cruciaal dat de kwaliteit transparant, publiek kan worden gemaakt. Daarvoor moet je een aantal zaken kunnen meten. Die indicatoren zijn opgesteld in overleg met de sectoren of met de koepels. Die moeten natuurlijk nog evolueren. Uiteraard moet dat gepaard gaan met kwalitatief onderzoek. Ik ben ervan overtuigd dat we ons als overheid meer en meer moeten concentreren op de vraag wat de inspanning aan het einde van het verhaal oplevert in termen van toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit voor de bewoner of de kandidaat-bewoner. We moeten ons soms wat minder concentreren op een aantal meer technische, formele elementen om te beoordelen of iemand ‘goed bezig’ is. Met het ontwikkelen van de indicatoren en de validering ervan, en de relatie van indicatoren tot de vraag of het iets over kwaliteit zegt, moeten we als overheid op een systematische manier doorgaan. Daaraan gekoppeld is er een handhavingsbeleid dat ook op die elementen van het leven in een woonzorgcentrum moet proberen in te zetten. In die zin is dat een deel van een wat bredere benadering, die inderdaad meer moet gaan over kwaliteit van leven dan over puur enge, beperkte aspecten die misschien wat formeler of eng medisch gedefinieerd zijn.

De voorzitter

De heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Mijnheer Persyn, we kunnen inderdaad misschien iets leren van de Chinezen: die doen aan tai chi. Ze bewegen, ze staan recht in het vliegtuig en in de trein, maar de afstanden zijn daar natuurlijk wat groter dan bij ons.

Mevrouw Saeys, ik neem aan dat u niet hebt willen minimaliseren welke problemen er kunnen zijn met betrekking tot slaapmedicatie. We weten dat die problemen er ook zijn. We zijn allemaal voorstanders van integrale zorg, denk ik.

Minister, ik ga akkoord als het gaat over indicatoren en het meten van outcome, maar een draaiboek volstaat niet. Ik heb niet goed begrepen of dat er eind 2016 of eind 2017 zal zijn.

Minister Jo Vandeurzen

Het project zal eind 2017 zijn afgerond.

Jan Bertels (sp·a)

Het lijkt me niet voldoende dat we handvatten aanreiken. Eventueel in het kader van de nieuwe beheersovereenkomst met betrekking tot valpreventie moet men ook aan de centra die dat moeten uitvoeren, de middelen toekennen om te kunnen werken met die handvatten, in functie van de kwalitatieve en toegankelijke zorg, zoals u die hebt gedefinieerd. Om de outcome te kunnen meten, moet men in het begin immers ook input hebben. Anders zal men op het einde natuurlijk geen kwalitatieve en toegankelijke zorg hebben. We mogen dat aspect dus toch niet ontkennen. U zei dat animatoren een belangrijk rol spelen in dezen. Dat is ook zo. We zullen toch moeten bekijken hoe we de animatiefunctie in de toekomst kunnen herwaarderen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.