U bent hier

De voorzitter

Deze vragen om uitleg gaan over de verzorging en plaatsing van honden in het geval van een faillissement van een professionele kweker of kweker-handelaar. Eigenlijk werden die vragen in het verleden geweigerd. De collega’s hebben ze herwerkt omdat het niet de bedoeling is om over dit specifieke dossier van gedachten te wisselen. Er lopen andere procedures. Dit gaat voornamelijk over het beleid dat de minister moet of kan voeren in het kader van die problematiek.

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Sabine Vermeulen (N-VA)

Voorzitter, minister, collega’s, het faillissement van een bepaalde hondenkwekerij zorgde voor heel wat ophef in de media en in onze mailboxen. 420 honden dreigden geen eten meer te krijgen. Dat was de teneur van de titels in de pers. De aangestelde curator sloeg een noodkreet dat er geen geld meer op de rekeningen van het bedrijf stond om voeding te kopen. Ook in het naburig asiel was er onvoldoende plaats om die 420 dieren op te vangen.

Minister, hoewel een inspectie van dierenwelzijn had uitgewezen dat de kwekerij desondanks nog steeds aan de normen voldeed en er voedsel en drinken voorradig waren, besliste u toch het complex te laten ontruimen. Veel dierenasielen stelden zich kandidaat voor opvang, ze hebben de capaciteit om de dieren op te vangen. Het gaat dus niet om een noodplan voor enkele dagen.

Bovendien gaat het ook niet ten koste van de zorg voor de dieren die op dat moment in de asielen aanwezig waren. De dieren worden nu verzorgd en individueel gescreend op socialisatie in de hoop ze alsnog bij particulieren onder te kunnen brengen. Het toont aan dat er veerkracht is bij de Vlaamse asielen om in noodsituaties de handen in elkaar te slaan. Toch stelde deze situatie het beleid op de proef, en dringt de vraag zich op of we in een volgende gelijkaardige situatie niet beter afdoende voorbereid zijn.

Minister, wordt de dienst Dierenwelzijn steeds gevat bij een faillissement van een professionele kweker of kweker-handelaar? Wanneer wordt de dienst Dierenwelzijn gevat in zo’n verhaal? Wie draagt de verantwoordelijkheid voor het welzijn van de dieren in een dergelijk verhaal tijdens de behandeling van het faillissement en nadien? Worden er vooraf controles of acties door de dienst Dierenwelzijn getroffen voor de herplaatsing van dieren? Is er opvolging nadien door de dienst Dierenwelzijn? Bent u bereid om het beleid inzake het afleveren van vergunningen voor hondenfokkerijen grondig bij te sturen? Er is nu een verandering van de tendens naar schaalvergroting in schaalverkleining. Waar wilt u de grens leggen, en is het mogelijk om het maximum aantal fokteven en dekreuen in megabedrijven te beperken of te bepalen?

De voorzitter

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Tijdens het paasverlof ontstond er commotie naar aanleiding van een faillissement van een hondenfokkerij in Kasterlee. Verschillende asielen uit heel Vlaanderen waren bereid om de dieren op te vangen. Ook particulieren stelden zich kandidaat om een of meerdere honden in huis te halen. Anderen wilden zelfs voeding naar de kwekerij brengen.

Minister, twee van de honden zouden geëuthanaseerd zijn. Volgens de curator ging het om honden met tumoren en gezwellen die men op bevel van de inspectiedienst Dierenwelzijn liet inslapen. Via uw woordvoerder vernamen we dat het niet klopt dat de inspecteurs van de dienst Dierenwelzijn de opdracht hebben gegeven om die honden te laten inslapen. Eerder was ook gebleken dat de inspectiediensten geen overtredingen hadden vastgesteld in de gefailleerde onderneming aangaande dierenwelzijn, terwijl anderen beweerden dat de dieren in de vuiligheid zaten en de stank niet te harden was.

De situatie in Kasterlee doet enkele vragen rijzen met betrekking tot de algemene aanpak van faillissementen van hondenkwekerijen en het voorkomen ervan. Sommigen vrezen immers dat gefailleerde hondenkwekers na hun faillissement overgaan tot de orde van de dag en een nieuwe zaak opstarten.

Minister, hoe kan worden verklaard dat er door buitenstaanders gewag wordt gemaakt van schrijnende omstandigheden over de huisvesting van de dieren in een hondenkwekerij terwijl de inspectiediensten geen noemenswaardige overtredingen hebben kunnen vaststellen? Heeft dit enkel te maken met een perceptieverschil? Hoeveel inspecties hebben de diensten van dierenwelzijn vorig jaar en dit jaar bij professionele hondenkwekers verricht en hoe vaak werden daar zware overtredingen vastgesteld? Welke conclusies trekt u op het vlak van dierenwelzijn uit de negatieve ervaringen met nog aanwezige honden in Kasterlee voor de aanpak van eventuele toekomstige faillissementen van hondenkwekers? Zult u duidelijke instructies opstellen ten aanzien van curatoren en hun concrete rol voor het garanderen van het welzijn van de aanwezige dieren? Hoe zal erop worden toegezien vanuit dierenwelzijn dat gefailleerde hondenfokkers onmiddellijk een nieuwe zaak zouden opstarten?

De voorzitter

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Minister, het was jammer dat onze vragen om uitleg aanvankelijk werden geweigerd wegens een particuliere aangelegenheid. De aanleiding was inderdaad een particuliere aangelegenheid, maar de onderliggende vragen gaan veel breder dan dat. Minister, niet u verklaart de vragen om uitleg ontvankelijk en de voorzitter is er ook niet, maar ik meld het even voor het verslag.

Minister, dit geval toont alleszins aan dat er jammer genoeg ook in Vlaanderen heel wat wantoestanden zijn in de hondenfokkerij, en vooral dat het heel wat vragen met zich meebrengt, niet het minst over de werking van de inspectiediensten. Blijkbaar hadden ze geen enkele noemenswaardige inbreuk vastgesteld. Ze hebben enkel een aantal administratieve tekortkomingen gevonden. Het was dan ook niet dankzij het goede werk van de inspectiediensten dat er hier een oplossing voor deze schrijnende toestanden is gekomen. Jammer genoeg. Het is dankzij de publieke druk en – dat mag ook wel eens worden gezegd – het engagement en de inzet van de dierenasielen en de vele vrijwilligers dat die dieren uiteindelijk een menswaardig onderkomen hebben gekregen.

Minister, ofwel is er iets mis met onze wetgeving en onze wettelijke normen, ofwel werken die inspectiediensten oppervlakkig, misschien door de tijdsdruk of het teveel aan dossiers, ofwel is het allebei. Alleszins lijkt mij dat hier het een en ander misloopt.

Minister, daarom stel ik, aangezien we geen specifieke vraag mochten stellen, een algemene vraag. Hoeveel inspecteurs telt de inspectie Dierenwelzijn? Hoeveel inspectiebezoeken legden ze het voorbije jaar af? Wat zijn daarvan de resultaten? Welk gevolg werd eraan verleend? Hoeveel dossiers werden er uiteindelijk aan de parketten overgemaakt?

Hoe evalueert u het functioneren van de inspectie Dierenwelzijn? Welke conclusies trekt u daaruit? Hoe gaat u daar beleidsmatig mee om?

Hoe gebeurt de plaatsing van inbeslaggenomen dieren? Hebt u weet van disfuncties met betrekking tot het plaatsen van die dieren? Ook daarover krijgen wij af en toe berichten die al dan niet juist zijn. U kunt de misverstanden daarover misschien uit de wereld helpen.

Acht u het wenselijk om het beleid inzake het afleveren van vergunningen voor hondenfokkerijen bij te sturen, bijvoorbeeld door het maximumaantal dieren te beperken? Je kunt je toch de vraag stellen hoe één hondenfokker vierhonderd dieren fatsoenlijk kan begeleiden.

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Groen)

Voorzitter, toch een kleine aanvulling bij wat u in het begin zei over de weigering of aanvaarding van vragen. Bij mijn weten is het niet zo dat er geen vragen over particuliere dossiers kunnen worden verwerkt in een parlementaire vraag. Alleen moet het in een bredere beleidsvraag passen. Het is niet zo dat wij dat bedrijf hier niet mogen vernoemen. In dat geval zouden in dit parlement veel vragen moeten worden geweigerd, soms ook over grote dossiers waarin het gaat over één bedrijf of één organisatie.

Minister, we weten dat er een malaise bestaat in de hondenkwekerij, de hondenfok, de hondenimport, in de doorvoer. Bij het begin van de legislatuur hebt u expliciet aangegeven dat u de rotte appels van de broodfok in Vlaanderen eruit wilt halen. Ik geloof in dat engagement. Het gaat om een diversiteit aan mogelijke welzijnsproblemen, van boude verwaarlozing over mishandeling tot inteelt en een lage genetische diversiteit, waarbij honden genetische aandoeningen krijgen. Hun welzijn heeft daaronder te lijden.

Het recente voorval in de Kempen roept nog een extra vraag op. Na het faillissement eind maart van de bvba Just Dogs in Kasterlee verschenen verontrustende berichten in de media over de toestand van de meer dan vierhonderd honden die nog ter plekke verbleven. Ook het verschil valt mij op tussen de twaalfhonderd honden die het bedrijf zou hebben, terwijl er dan maar vierhonderd werden aangetroffen. Waar zijn die resterende achthonderd honden?

De curator noch de broodfokker achtte zich verantwoordelijk voor het lot van de dieren en geen van beiden stelde middelen te hebben om te voorzien in eten en drinken. Het was dus een spelletje van wiens verantwoordelijkheid het nu was. De inspectie Dierenwelzijn had geen grote problemen vastgesteld. Dat is op zijn minst gezegd zeer vreemd. Als je nadien ziet en hoort dat bij die dieren allerlei aandoeningen werden vastgesteld, doorligwonden, glazige ogen, zelfs externe tumoren – dat zijn toch zaken waar een inspectie Dierenwelzijn niet overheen kan kijken. Minister, u moet toch wel iets vertellen over de grote discrepantie tussen wat vastgesteld werd door de inspectie, en wat nadien door dierenartsen werd vastgesteld. We kunnen niet licht over die discrepantie gaan.

Op 30 maart diende dierenrechtenorganisatie GAIA een klacht in tegen de broodfokker. Dan begon iedereen zowat naar elkaar door te verwijzen. Minister, het moet gezegd dat u dan blijkbaar wel krachtdadig hebt opgetreden. Het is vooral dankzij u dat die dieren in de dierenasielen zijn opgevangen. Ik wil u daarvoor feliciteren. Dat toont aan dat u oprecht bekommerd bent om het welzijn van honden in Vlaanderen.

Het werpt toch ook een aantal fundamentele vragen op. Wat gebeurt er nu eigenlijk met honden in het geval van een faillissement? Blijkbaar kunnen die zomaar worden ingezet als chantagemiddel. Welke garanties zijn er dat honden van een broodfokker bij juridische geschillen een goede behandeling krijgen of blijven krijgen? Wie behoudt hierover de verantwoordelijkheid? Hoe wordt dit gecontroleerd? Hebt u kennis van andere gevallen dan die van bvba Just Dogs waarbij honden op dergelijke wijze de dupe zijn van een faillissement?

Hoeveel invorderingsprocedures tegen dierenverwaarlozers die het voorwerp zijn van beslagmaatregelen onder de Dierenwelzijnswet hebben al plaatsgevonden? Krijgen de inspecteurs van de inspectie Dierenwelzijn een vast werkgebied toegewezen? Hebben ze voldoende slagkracht, tijd en opleiding om hun controles naar behoren te kunnen uitvoeren? Welke verdere acties zult u ondernemen om wantoestanden bij broodfokkerijen te voorkomen?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Voorzitter, collega’s, bij een faillissement is de curator verantwoordelijk voor de afhandeling van de faling. Hij zal de eigendommen en de schulden van het bedrijf inventariseren en proberen zo veel mogelijk schulden te vereffenen. Wanneer dieren deel uitmaken van het bedrijf, dan vallen zij ook onder de verantwoordelijkheid van de curator. Ook in dit concrete geval zal de curator de aanwezige dieren verkopen, wat de discrepantie inzake de cijfers verklaart. Hij doet dat om de kosten van het onderhoud van de dieren te financieren en de schulden van het bedrijf zo veel mogelijk af te lossen. De inspectiedienst Dierenwelzijn wordt enkel gecontacteerd wanneer het dierenwelzijn in het gedrang zou zijn of komen. In dat geval zal de inspectie helpen om een bestemming voor de dieren te zoeken.

Een faillissement op zich staat niet automatisch gelijk aan dierenverwaarlozing. De ervaring is eerder dat de meeste dierenhouders hun best doen om zo goed mogelijk voor hun dieren te zorgen, ook als ze in moeilijk vaarwater terechtkomen. In het geval van Kasterlee werd de inspectie in de loop van dinsdag ingelicht over het faillissement. Op dat ogenblik was er niet echt een probleem. De inspectie is woensdag ter plaatse afgestapt om de toestand te evalueren. Toen werd vastgesteld dat er op dat moment voldoende voeder en drinken was. Donderdag werd opnieuw een controle uitgevoerd, waarbij werd vastgesteld dat de voedselvoorziening tegen het weekend in het gedrang zou kunnen komen. Voorts was er het probleem van een soort van pingpongspelletje tussen de curator en de kweker. Volgens die laatste maken de honden deel uit van het bedrijf, terwijl de curator stelt dat dit niet het geval was. Dat laatste heeft te maken met de afweging of de resterende honden nog een zekere waarde hebben.

Met het weekend voor de deur vreesde men dat er zich problemen zouden kunnen voordoen. Daarom werd donderdag besloten om de kwekerij te ontruimen. In een heel ruime perimeter, tot in Wallonië toe, werden asielen gecontacteerd. De respons was overweldigend. Asielcentra hebben zelfs vrachtwagentjes gehuurd om het nodige te kunnen doen. De ontruiming is veel vlotter gegaan dan verwacht. Ik ben vrijdagmiddag zelf ter plaatse geweest. Op dat moment was men de laatste honderd honden op transport aan het zetten. De inspectiedienst evalueert nu het verloop van de ontruiming om hieruit de nodige lessen te trekken met het oog op eventuele acties in de toekomst. Het is immers voor het eerst dat op zo’n grote schaal een ontruiming wordt georganiseerd. Een van de voornaamste vaststellingen is in elk geval dat alle asielen tegelijk dieren wilden komen ophalen, wat de opvolging van de aantallen en de bestemmingen van de dieren bemoeilijkte. De inventarisatie verliep moeilijk. Dat moet in de toekomst beter.

Na de ontruiming zijn nogal wat artikels in de pers verschenen waarin mensen van sommige asielen getuigden van schrijnende toestanden, terwijl andere asielen meldden dat de toestand van de honden in het algemeen niet slecht was – al was het ene dier er beter aan toe dan het andere. De inspectiedienst heeft bij de controles wel degelijk een aantal problemen vastgesteld – en daarover pv’s opgesteld –, maar die problemen zijn niet van die aard dat de dieren onmiddellijk gevaar liepen. Ik kan daar niet op ingaan, want de procedure loopt nog. Na een inbeslagname bepaalt de inspectie de bestemming van de dieren. In heel wat gevallen worden de dieren in volle eigendom gegeven aan het asiel. Zodra het asiel de officiële bevestiging van deze beslissing heeft ontvangen, kunnen de dieren door het asiel ter adoptie worden aangeboden.

De kosten voor de opvang van de dieren worden over het algemeen betaald door de overheid. De federale overheid heeft die gelden nog nooit teruggevorderd. Volgens ons kan dat niet. Wij zijn dus begonnen met het inzetten van een terugvorderingsprocedure. Ik erken dat dit niet altijd leidt tot een goed einde, maar ik vind dat we dat principieel moeten doen. Want wie verantwoordelijk is voor de dieren maar zijn verantwoordelijkheid ontloopt, moet de kosten betalen. Die eerste terugvorderingen zijn vertrokken.

De inspectiedienst dierenwelzijn telt slechts dertien personen die elk hun werkgebied hebben. Zij hanteren wel de nodige flexibiliteit in functie van het opnemen van vakantiedagen en gezamenlijke controles. Wanneer er controles worden uitgevoerd bij grotere bedrijven, dan wordt er gebiedsoverschrijdend samengewerkt.

In 2015 heeft die inspectiedienst in totaal 1625 controles ter plaatse verricht. Ik vind dat toch wel een indrukwekkende prestatie voor 13 personen. Er werden 423 dossiers administratief afgehandeld en er werden 214 processen-verbaal van waarschuwing en 335 gewone processen-verbaal opgesteld. Er werden 181 inbeslagnames uitgevoerd en in totaal werden 243 administratieve boetes opgelegd. 92 dossiers werden rechtstreeks doorgestuurd naar het parket. We hebben de procedure daar enigszins gewijzigd. Vroeger ging alles naar het parket met als gevolg dat er een bottleneck ontstond en het parket heel veel seponeerde. Wij hebben ervoor gekozen een onderscheid te maken tussen enerzijds de vergrijpen die echt voorwerp vormen van de kwalificatie dierenmishandeling en die blijvend naar het parket gaan en anderzijds de administratieve boetes. Door vroeger alles naar het parket te sturen werden de kleinere vergrijpen geseponeerd en ontliep men vaak zijn straf.

Van de controles vonden er 62 plaats bij professionele kwekers en kwekers-handelaars. Die controles hebben aanleiding gegeven tot 27 pv’s en 1 inbeslagname. Er wordt bij de registratie van de controleresultaten geen onderscheid gemaakt tussen lichte en zware overtredingen omdat dit relatieve begrippen zijn.

Wat het algemene luik betreft en de vragen over de erkenningsvoorwaarden voor hondenkwekerijen – wij houden ons bezig met de erkenningen, niet met de vergunningen, dat gebeurt door VLAREM – heb ik duidelijk gezegd dat een evaluatie en desgevallend een bijsturing van de erkenningsvoorwaarden van hondenkwekerijen op zijn plaats is. Die evaluatie wordt opgestart binnen de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn. Het lijkt me evident dat rekening moet worden gehouden met de ervaring van de concrete casus van Kasterlee.

De voorzitter

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Sabine Vermeulen (N-VA)

Wat de ontruiming betreft, heb ik zelf ook heel wat versies gehoord, goede en minder goede. Het leken wel solden op bepaalde momenten. Die ontruiming had beter kunnen verlopen.

Ik wil anderzijds mijn lof uitspreken voor de asielen en de veerkracht die zij hebben getoond, want het is dankzij hen dat wij die dieren een opvang hebben kunnen bieden. Ik wil ook u danken, minister, omdat u de juiste beslissing hebt genomen zodat deze honden in asielen terechtkonden en niet bij een andere broodfokker terechtkwamen.

Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat deze constructie min of meer was opgezet door de kweker-handelaar als een soort van chantage zoals ook de heer Sanctorum net zei. Het leek een opzet voor een ultiem sterfhuis. Want na bevraging bleek dat het vooral ging om honden van 6 tot 8 jaar, dus niet meer bruikbaar voor de fok en dat er nagenoeg geen puppy’s aanwezig waren. Ik heb soms de indruk dat grootschalige kwekers zich heel veel durven te permitteren.

Minister, u zegt ook dat de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn zich binnenkort zal buigen over de evaluatie en bijsturing van de erkenningsvoorwaarden. Het lijkt me evident dat er bij de evaluatie rekening wordt gehouden met wat in Kasterlee is gebeurd. Ik hoop alvast dat die evaluatie de huidige tendens van schaalvergroting kan ombuigen naar een schaalverkleining.

U zei daarnet ook dat u enkel bevoegd bent voor de erkenningen en niet voor de vergunningen. Ik roep bij deze de raad op om ook het bizarre aspect van de milieuvergunning waarbij een hond na 6 maanden pas echt een hond is, op te nemen in de evaluatie. 

De voorzitter

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord. Een faillissement is altijd een heel spijtige zaak. Wanneer daar dieren en dierenleed bij betrokken zijn, is dat nog een veel spijtigere zaak.

Ik treed u bij dat een faillissement niet gelijkstaat met verwaarlozing van het dierenwelzijn. Het is aan de zaakvoerders om hun verantwoordelijkheid te nemen en ervoor te zorgen dat die dieren zo goed mogelijk worden behandeld en worden geplaatst.

Minister, u hebt iets heel belangrijks gezegd, met name dat u de nodige lessen voor de toekomst zult trekken uit wat er is gebeurd. Zal daarover een formeel rapport worden opgemaakt dat wij kunnen inkijken zodat we weten welke lessen er effectief worden getrokken? U hebt al gezegd dat bijvoorbeeld de uitstroom beter zal moeten worden geregistreerd. Ik wil dit dossier verder opvolgen en ik zou heel graag dat rapport van die evaluatie ontvangen.

Een vraag die ik daarnet stelde, is eigenlijk niet echt beantwoord. Men is failliet gegaan, maar de vrees bestaat natuurlijk wel dat men onmiddellijk zou heropstarten. In dit geval gaat het natuurlijk over dieren en dierenwelzijn. Er zijn pv’s geweest. Hoe zal dat worden opgevolgd bij failliete hondenfokkers?

De voorzitter

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik treed de voorgaande collega’s bij: uiteraard is het niet zo dat er, omdat er een faillissement is, automatisch problemen zijn met het dierenwelzijn. Wel heeft iets in uw antwoord me verwonderd. U zegt dat de inspectiediensten daar zijn geweest en dat ze in eerste instantie hebben vastgesteld dat er geen problemen waren qua eten en drinken. Een dag later dreigde dat in het weekend wel een probleem te worden. Ik mag er toch van uitgaan dat, als de inspectiediensten langsgaan, ze meer controleren dan alleen maar of er voldoende eten en drinken is, dat ook de fysieke en mentale toestand van de dieren wordt gecontroleerd. We horen verhalen. Natuurlijk kunnen zaken worden uitvergroot, maar ik kan me toch niet voorstellen dat er helemaal niets van aan is. Zo’n inspectie gaat toch breder dan alleen maar eten en drinken.

Eerlijk gezegd ben ik ook onder de indruk van het aantal controles dat die 13 personen moeten doen. Als ik het goed heb genoteerd, doen 13 personen 1625 controles op een jaar. Dat betekent dat 1 persoon 125 controles doet. Dat lijkt me niet niets. De cijfers tonen alleszins ook aan dat er pv’s worden opgemaakt, dat er inbeslagnames zijn. Ze doen dus zeker heel zinvol werk, maar dat lijkt me toch ook wel aan te tonen dat die werkdruk bij die mensen enorm hoog is. We kunnen ons ook afvragen hoe grondig die controles kunnen gebeuren als men 125 controles op een jaar doet. Misschien willen die personen dat grondig doen, maar is of wordt het aantal dossiers veel te groot. Uiteraard is het beter zulke zaken in de toekomst te voorkomen. Ik herinner me dat u naar aanleiding van eerdere vragen om uitleg, en ook van de bespreking van de beleidsbrief, stelde dat u ook proactieve controles laat doen door de inspectie. Ik veronderstel dus dat er niet alleen naar aanleiding van klachten wordt gecontroleerd.

Mijn laatste opmerking sluit aan bij wat collega De Vroe zei. Ik maak me ook wel enigszins zorgen. Hoe kunnen we uitsluiten dat zo’n failliete hondenfokker later een andere firma opricht en opnieuw met dezelfde praktijken begint? Een gewoon pv is natuurlijk niet voldoende om iemand dat te verbieden, denk ik, maar misschien kan er ter zake iets meer gebeuren of regelgeving komen.

Tot slot vind ik het absoluut positief dat we de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn gaan laten kijken naar die erkenningsvoorwaarden. Ik deel immers de mening dat schaalvergroting niet altijd kwalitatief beter is, integendeel.

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Groen)

Minister, het positieve aan uw antwoord is dat u die evaluatie aankondigt binnen de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn. Ik neem aan dat dat een grondige analyse zal zijn en dat die ons tot beleidswijzigingen zal inspireren. We hebben immers geen nood aan het wijzigen van punten en komma’s. Het systeem moet gewoon grondig worden hervormd. Collega Vermeulen stelde het daarnet ook heel duidelijk: het ging om 1200 dieren. Hoe kun je in godsnaam 1200 honden op een behoorlijke manier laten opgroeien en socialiseren? Dat zijn allemaal honden die terechtkomen in een gezin. Iedereen die iets kent van honden, beseft dat dat gewoon onmogelijk is. We zullen dus een limiet moeten opleggen, niet alleen voor het welzijn van de honden, wat voor mij meer dan voldoende reden is, maar ook voor het welzijn van de gezinnen in Vlaanderen waarin zo’n hond terechtkomt. Er wordt mee gechanteerd bij faillissementen. Dat is hier eigenlijk ook bevestigd. Dat is niet in alle gevallen zo, maar in het geval van Kasterlee duidelijk wel. Blijkbaar kunnen malafide mensen ook gewoon voortdoen. Ik heb begrepen dat de persoon in kwestie via een andere bvba op een ander adres gewoon blijft verkopen. Op die manier kunnen mensen altijd door de mazen van het net glippen. Dat is eigenlijk echt onverantwoord.

Eerlijk gezegd weet ik niet goed wat ik moet denken van het antwoord over de inspectie. Ik wil die inspecteurs niet zomaar beschimpen, voor alle duidelijkheid. Er is inderdaad sprake van grote aantallen, zoals collega Robeyns stelde. Je kunt er wel vragen bij stellen dat men met een beperkt team van inspecteurs zoveel controles moet uitvoeren. Kan zoiets dan wel grondig gebeuren? Voor mij zit het ter zake toch nog niet helemaal snor. Men kan zeggen dat het maar anekdotes zijn over een aantal dieren in een aantal asielen waarbij ernstige aandoeningen werden vastgesteld, maar uit mijn rondvraag blijkt dat het toch niet om pakweg één geval op de vele honderden gaat. Het was echt een substantieel aantal dieren waarmee duidelijk iets mis was.

Ik hoop dat we het er hier in de commissie, wars van de grenzen tussen meerderheid en oppositie, over eens zijn dat we daar gewoon iets aan moeten doen, dat dat systeem moet worden hervormd.

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Ik wil me kort even aansluiten wat deze vragen betreft, niet met betrekking tot deze specifieke case, omdat ik ervan uitga dat via de inspectie alle procedures die zijn gestart en die zijn verbonden aan de specifieke case, ook daadwerkelijk hun uitrol zullen krijgen, en dat er dus ook een gevolg zal zijn wat het bekijken van de specifieke situatie betreft. Zoals een aantal collega’s echter zeiden, moet worden bekeken of er beleidsmatig niet eventueel moet worden bijgestuurd aan de hand van de vragen die dit doet rijzen.

Minister, in die zin ben ik blij dat u het hele asielbeleid op een ruimere schaal wilt bekijken, om na te gaan of bijsturing nodig is. Ik ben heel benieuwd welke elementen met betrekking tot de erkenning zouden worden aangereikt.

Minister, neemt u ook de economische toestand mee in dit verhaal? Het gaat om een bedrijvigheid en als die in een benarde situatie terechtkomt, is daar niemand bij gebaat. Financieel gezonde asielen zijn ook belangrijk voor een goed dierenwelzijn. Neemt u dit, naast de erkenning, op in het evaluatierapport?

Minister, is de grootte te linken aan negatieve uitbating? Als er veel dieren zijn, moet je een ander beleid toepassen inzake socialisering. Ik weet niet of er vandaag grote kwekers zijn in Vlaanderen. Kan die link worden doorgetrokken of wordt dit meegenomen in het onderzoeksrapport?

Dierenwelzijn gaat niet enkel over hondenkwekerijen. Wat bijvoorbeeld met dierenverwaarlozing? In de eerste plaats is de eigenaar verantwoordelijk voor verzorging en voeding. Als lokale besturen worden geconfronteerd met een faillissement of weigering, dan moet er wel iemand worden aangeduid. Er wordt dan vaak gekeken naar familie, maar als die ook weigeren, dreigt het lokaal bestuur verantwoordelijk te worden gesteld voor de verzorging en voeding van de dieren. Wordt dit meegenomen in het evaluatierapport om voor duidelijkheid te zorgen over wie verantwoordelijk is en wie de rekening gaat betalen, zodat daarover op cruciale momenten geen discussie is?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

De Inspectiedienst Dierenwelzijn is misschien slachtoffer geworden van de grote ruchtbaarheid die aan het thema dierenwelzijn is gegeven. Het gevolg is dat er veel meer klachten en vragen binnenkomen. De drempel is absoluut verlaagd.

Ik wil de inspectiedienst natuurlijk versterken. Dat is geen eenvoudige zaak in tijden van besparing. Eigenlijk zouden we de tegenovergestelde beweging moeten maken, maar ik probeer het nodige te doen.

Er is effectief controle geweest. Ik heb gewag gemaakt van de vroegere vaststellingen, los van de ontruiming, waarbij pv’s zijn opgesteld. Het ging niet over levensbedreigende situaties. De klachten in hoofde van enkele asielen hadden daar ook geen betrekking op.

De eerste verantwoordelijke bij een faillissement is de curator. Als er geen overnemer wordt gevonden, moet die persoon ervoor zorgen dat de dieren toch nog worden geplaatst.

Ik heb bevindingen en ervaringen opgevraagd aan de inspectiedienst. Die elementen kunnen dienen voor bespreking in de schoot van de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn en de evaluatie die hij plant. Ik weet niet of dat een element kan zijn van vrijgave, gelet op de heel specifieke casus. De heropstart gaat ook over een individuele casus. Ik heb geruchten gehoord over aantijgingen allerhande, maar ik heb geen bevestiging over ook maar een intentie van wederopstart. Opnieuw, dit gaat over een individuele casus. Het is niet omdat je een faillissement achter de rug hebt, dat je een beroepsverbod hebt. Daarvoor gelden de reguliere erkenningsvoorwaarden, en dat is maar juist ook. Dat geldt voor alle bedrijven, welke activiteit ze ook uitvoeren.

De vraag is natuurlijk of er plafonds moeten worden ingebouwd voor een beperking van het aantal dieren. Dat is een voorwerp van discussie in de schoot van de Raad voor Dierenwelzijn. We moeten ons wel bewust zijn van het feit dat de vraag op de markt niet zal dalen, en van het effect dat je daarmee veroorzaakt op de import. Ik heb veel liever zicht op de kweek dicht bij huis dan dat je een stroom vanuit het verre buitenland stimuleert. Vandaar de sensibiliseringscampagne die we plannen over de aanschaf van dieren, en dan vooral van honden en katten, en, daaraan gekoppeld, het pleidooi om in eerste instantie te kijken in de asielen in een brede perimeter, want daar vind je altijd wel de viervoeter die bij jou past.

De voorzitter

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Sabine Vermeulen (N-VA)

Naast mijn oproep voor de Raad voor Dierenwelzijn om ook de milieuvergunning onder de loep te nemen, heb ik nu ook een oproep voor de mensen die hondjes willen adopteren, dat zij best geen sentimentele adoptie doen. Ik hoop dat de asielen de mensen daarin zeer goed begeleiden en dat ze niet heel snel van de hondjes af willen, dat ze dat op een rustige manier doen. Ik hoop ook dat de verstandige adoptanten een ras kiezen dat bij hen past en dat zij respect hebben voor de situatie waarin de hond verkeerde. Dan wens ik al die geadopteerde hondjes een mooi hondenleven toe.

De voorzitter

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, ik heb u in het verleden al een aantal keren gesproken over de zwarte lijst die op het internet circuleert, een lijst die betrekking heeft op hondenkwekerijen die niet volgens de regels zouden werken. Als ik hoor dat er zoveel inspecties plaatsvinden, en dat er alleen in Kasterlee al zoveel bezoeken hebben plaatsgevonden op verschillende dagen, dan moeten we toejuichen dat het werktempo zo hoog ligt. Als er effectief zoveel inspecties of plaatsbezoeken plaatsvinden, dan is het belangrijk dat dat transparanter wordt. Op die manier kan komaf worden gemaakt met die zwarte lijst, waar we geen vat op hebben.

De voorzitter

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Minister, ik volg u in uw redenering dat we bij het beperken van het aantal dieren ervoor moeten zorgen dat we geen massale import krijgen. Maar we moeten wel het dierenwelzijn bij de kwekers kunnen bewaken. Het is positief dat de drempel om de inspectiediensten te waarschuwen is verlaagd. Maar de inspectiediensten moeten het tempo kunnen volgen. Ik denk dat we het hierover niet voor de laatste keer hebben gehad.

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Groen)

De heropstart is niet vastgesteld. Maar het probleem is dat je nogal gemakkelijk een constructie kunt opzetten waarbij je onder een ander nummer en een nieuwe naam en misschien een andere zaakvoerder iets vergelijkbaars kunt opstarten. Met een beetje creativiteit glip je door de mazen van het net. Dat is heel storend. Er is dan geen enkele indicatie dat er anders met die honden zal worden omgegaan. Misschien kan dat ook een element worden van die evaluatie.

Minister, uw opmerking is terecht: fok in eigen land versus import uit het buitenland, dat is een beetje kiezen tussen de cholera en de pest. Aan de andere kant zien we ook dat bij het aanschaffen van een hond vaak een foute keuze wordt gemaakt. Vandaar de instroom bij dierenasielen. Daar zijn nog altijd veel honden. Er is nog wat werk op het vlak van sensibilisering om aan de mensen duidelijk te maken dat je daar niet zo licht mag overgaan. Er worden bij de aanschaf veel fouten gemaakt. Daar kan een sleutel liggen voor de oplossing.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.