U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Coudyser heeft het woord.

Voorzitter, minister, dames en heren, de markt van meetings, meetcentives en congressen biedt in Vlaanderen nog wel opportuniteiten. In 2014 deed Toerisme Vlaanderen een onderzoek – we hebben daar vorig jaar al over gedebatteerd. Vlaanderen kan nog een inhaalbeweging maken. Vlaanderen heeft heel wat troeven op dat vlak. Denk maar aan onze centrale ligging in Europa, de aanwezigheid van Europese instellingen en een grote concentratie aan internationale bedrijven en associaties. Bovendien hebben we ook een aantrekkelijk verhaal in Vlaanderen. Deze markt kan nog zorgen voor financiële injecties in onze economie. Meer dan ooit hebben we dat nodig.

Vorig jaar kwam in het debat naar voren dat er op het vlak van MICE-bestemmingen (Meetings, Incentives, Conferences, Exhibitions) drie uitdagingen bestaan voor Vlaanderen. Ten eerste moeten we de bekendheid van Vlaanderen als MICE-locatie vergroten. De tweede uitdaging zit voornamelijk in de infrastructuur. Daar is nog een groeimarge op de markt van middelgrote tot grote bijeenkomsten. De derde uitdaging gaat over de professionalisering van de dienstverlening in het kader van MICE-infrastructuur: dienstverlening en gastvrijheid moeten aan de hedendaagse eisen en verwachtingen voldoen.

In de marge daarvan is gezegd dat de Vlaamse congresbureaus – één Vlaams en twaalf lokale bureaus verspreid over Vlaanderen – nog meer complementair kunnen werken en nog meer met elkaar moeten afstemmen om Vlaanderen als internationale congresregio bekend te maken.

Hoe wilt u verder gaan inzake infrastructuur? Welke stappen zijn reeds ondernomen in de onderlinge afstemming van de Vlaamse congresbureaus?

Toerisme Vlaanderen heeft hier onlangs het marketingplan 2016-2020 toegelicht. Men wil de kaart van MICE meenemen. Kunt u daar iets over zeggen? Welke strategie zal Toerisme Vlaanderen hanteren om nog meer internationale congressen aan te trekken?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

MICE bekleedt een belangrijke rol in het marketingplan 2016-2020. Een van de beweegredenen daaromtrent is van heel economische aard, namelijk dat een investering in MICE een multiplicatoreffect heeft, al was het maar omdat het spenderingsgedrag van een MICE-toerist gemiddeld veel hoger ligt dan van een ‘gewone’ toerist: 230 euro per nacht voor een congrestoerist ten opzichte van 64 euro aan de kust tot 147 euro in de kunststeden.

Toerisme Vlaanderen heeft in 2014-2015 een studie gepubliceerd waarin de belangrijkste uitdagingen voor het MICE-toerisme beschreven staan. U hebt ernaar verwezen. Op basis daarvan heeft men met het gespecialiseerde, internationale bureau GainingEdge – een Australisch bureau met een zetel in Parijs en met wereldfaam – duidelijk in kaart gebracht wat er nodig zou zijn om het MICE-potentieel van Vlaanderen maximaal te valoriseren. In deze tijden moeten we meer dan ooit, in het kader van de terreurdreiging, niet halsoverkop, terwijl de toestand zich stabiliseert, in tussentijd inzetten op onze troeven om deze maximaal uit te spelen.

Ik geef u wat concrete cijfers over het groeipotentieel van onze MICE-sector. Het gaat over een ‘theoretisch maximum’. Het is geen doelstelling, eerder een aanduiding van de mogelijke groei in een ideale wereld. De studie stelt dat het totaal aantal meetings, congressen en meetcentives in Vlaanderen met 12 procent kan toenemen tot circa 84.000. De studie toont ook aan dat het grootste groeipotentieel zit in de internationale associaties. Dat is belangrijk. Dat zijn verenigingen, corporaties en organisaties die werken rond een gezamenlijk doel of een gezamenlijke sector, bijvoorbeeld de chemische sector congresseert, de toeristische sector congresseert.

Brussel vormt de hoofdzetel van veel van zulke associaties. Ze genieten van het praktische voordeel dicht bij de eigen vestiging een congres te organiseren, maar zijn daarnaast ook vertrouwd met het terrein zelve, met enige kennis dus van ons land zelf. Er zijn ook voordelen voor ons. Bijeenkomsten van een dergelijke schaal moeten ver op voorhand worden gepland, wat interessant is voor de hotelsector en de organisatoren van congressen. Ze weten zich op voorhand verzekerd van bezetting van de ruimtes: kamers of congreszalen.

Associatiecongressen blijken ook lucratief te zijn. Ik heb al gewezen op het spenderingsgedrag. De studie stelt dat het aantal internationale associatiecongressen in Vlaanderen kan stijgen tot 53 procent of ongeveer 280 associatie-events per jaar. Opnieuw, dat is een theoretisch maximum, een ideaalbeeld. Het zwaartepunt van de MICE-activiteiten van Toerisme Vlaanderen zal dan ook de komende jaren verschuiven naar die lucratieve markt van internationale associaties.

Als dit groeipotentieel ten volle wordt benut, dan zou dit betekenen dat we een stijging van circa 484 miljoen euro aan directe bestedingen kunnen genereren. De vraag is: hoe stimuleren we dat? Ik geef enkele elementen van GainingEdge, samengevat: troeven maximaal uitspelen; investeren in onze MICE-promotie; de lokale congresbureaus, en dan vooral deze in de kunststeden, moeten een tandje bij steken; goede afspraken maken over de rol van Vlaanderen en die van de lokale congresbureaus; en ten slotte, concrete structuren en systemen opzetten om deze rolverdeling optimaal te laten werken.

Ik ga nader in op elk van die punten.

We moeten maximaal inzetten op onze sterktes en focussen op onze troeven. GainingEdge identificeert daar heel concreet drie sterktes.

Zo beschikken we over toonaangevende groeisectoren zoals de diamantsector wat Antwerpen betreft en de chemische sector wat Gent betreft. De studie raadt aan dat elke stad of elke regio zich in eerste instantie focust op de prioritaire economische groeisectoren. Het gaat dan niet alleen over de erkenning in eigen land maar ook op internationaal vlak van die sectoren. Het is dan ook evident om te congresseren rond dat specifieke thema of beleidsdomein in een stad of regio die wordt erkend omdat ze een zekere specialisatie heeft op dat terrein.

Het vergaderen in een erfgoedkader of de ‘special venues’ is een extra troef. Er zijn in de wereld ongetwijfeld veel betere congresinfrastructuren dan in Vlaanderen maar ons absoluut pluspunt is dat we een congresorganisator veel meer dan dat kunnen bieden, namelijk het decorum van een kunststad. Zo kan de congresorganisator zijn deelnemers iets unieks bieden naast het programma, met name een avondvullend kunst- en cultuurdecorum dat de congresdeelnemers misschien meer zal bijblijven dan de inhoud van sommige congressen.

Toerisme Vlaanderen werkt een specifieke campagne uit over ‘special meeting venues’, waarbij we alle locaties catalogiseren in één brochure en focussen op die ‘special venues’. Wie een congres wil organiseren in een heel specifiek en origineel decorum, heeft keuze uit een ruim aanbod in Vlaanderen. Daarvoor wordt volgende jaar een campagne gelanceerd.

In onze impulsprogramma’s hebben we een oproep gelanceerd voor hefboomprojecten die congresinfrastructuur op een erfgoedlocatie willen waarmaken. Momenteel zijn we bezig met het begeleiden van die projecten. Op dat vlak volgen we de nieuwe strategie waarbij een project, idee of concept kan worden aangediend dat nog niet kant-en-klaar is en dat wij dan verder begeleiden bij de concretere uitwerking. Daarbij wordt ook het budget bepaald.

Wat het grote aantal hoofdzetels van associaties betreft, komt het erop aan die associaties ervan te overtuigen om hun congressen in hun eigen gelegenheidsachtertuin in Vlaanderen te organiseren.

Een volgend belangrijk element van die vijf belangrijke puzzelstukken die door GainingEdge zijn aangereikt, is het investeren in de MICE-werking. Ik heb al gezegd dat we investeren in de MICE-infrastructuur via de hefboomfinanciering. In een ideaal scenario zou het congresbureau voor Toerisme Vlaanderen moeten worden versterkt met vier extra personeelsleden of fulltime equivalent (fte) zodat we meer aan ‘lead research’ kunnen doen en sales en biddings beter kunnen opvolgen. Het gaat dan om een ‘lead search’, waarbij we effectief zoeken naar mensen en organisaties die op zoek zijn naar een geschikte congreslocatie. Men doet dan mee aan een bidding en men doet een concrete offerte aan de betrokken congresorganisator. Eventueel treedt men nadien in onderhandeling met die congresorganisator.

Daarvoor hebben we eigenlijk vier fte’s nodig. We zullen binnen Toerisme Vlaanderen nagaan of er verschuivingen mogelijk zijn zodat het aantal personeelsleden niet stijgt.

Het promotiebudget voor MICE, dat momenteel 480.000 euro bedraagt, moet substantieel worden verhoogd. We bekijken hoe dat kan door middel van interne verschuivingen.

Daarnaast is er ook de ‘branding’ van het congresbureau, de MICE-cel van Toerisme Vlaanderen, die veel beter op de associatiemarkt moet kunnen worden afgestemd.

Tot slot moeten de sector- en lokale congresbureaus vormingen krijgen om de nieuwe markten zo efficiënt mogelijk te benaderen. Ook op dat vlak is Toerisme Vlaanderen al concreet bezig.

Een volgend puzzelstuk is dat de lokale congresbureaus, en dan vooral die in de kunststeden, een tandje bij zouden moeten kunnen steken. De oefening van GainingEdge maakt duidelijk dat we niet de grootste meerwaarde realiseren met een volledig centraal model waarbij alles vanuit Toerisme Vlaanderen zou worden georganiseerd, maar wel met een gedecentraliseerd model. Met andere woorden, de lokale congresbureaus zijn cruciale partners om de groei van het MICE-toerisme mee te realiseren. Die lokale congresbureaus zijn trouwens ook bij deze oefening sterk betrokken. Cruciaal is dat zij hun salesprofielen moeten versterken. De studie van GainingEdge heeft duidelijk gemaakt welke steden met welke profielen heel specifiek zouden moeten worden versterkt. Dat heeft gevolgen voor de inzet van mensen en middelen waarbij Vlaanderen zich engageert om bij te pompen. Die vraag wordt ook gericht aan de kunststeden die vooral de beneficiënten zullen zijn van de nieuwe aanpak. Er wordt hun gevraagd om het maximum te doen via die lokale congresbureaus.

Een ander puzzelstuk is het maken van goede afspraken over de rol die Vlaanderen en de congresbureaus kunnen opnemen. Toerisme Vlaanderen zal vooral een rol spelen op het vlak van ‘lead development’. Het gaat dan over het vinden en aanbrengen van potentiële congressen en kandidaat-organisatoren. Aan de hand van een ‘sales research’ gaat Vlaanderen actief op zoek naar interessante internationale associaties en associatiecongressen binnen die prioritaire groeisectoren waar ik het in het begin over had. Het effectief binnenhalen van de congressen zou dan vooral een rol zijn van de lokale congresbureaus. Zij zouden ook de ‘biddingprocedures’ begeleiden. Toerisme Vlaanderen wil de lokale congresbureaus wel ondersteuning bieden in dat kader. Die concrete rolverdeling en werkafspraken worden momenteel besproken.

Tot slot moet er worden voorzien in concrete structuren en systemen die een optimale werking van en afstemming tussen de verschillende partners garandeert. Ik heb het dan over een centraal klantenrelatiemanagement of CRM-systeem (customer relationship management) waarbij zowel Toerisme Vlaanderen als de lokale congresbureaus gebruik kunnen maken van een platform waardoor zij permanent de evolutie van een dossier kunnen opvolgen.

Er moet tot slot een samenwerkingsmodel komen met de partners waarbij een coördinerend orgaan de belangrijkste beslissingen neemt.

Ik vat samen. De oefening van GainingEdge heeft heel wat interessant materiaal opgeleverd. Wij willen ons deel doen door mensen en middelen uit te trekken. Wij vragen hetzelfde van de lokale congresbureaus. Dat dit een absolute troef is, wordt door dat internationale bureau bevestigd. Wij zouden daar een voorsprong kunnen hebben. Het is vooral de kwestie die voorsprong te nemen en die troeven maximaal te valideren. Zeker in deze tijd, waarin onze toeristische sector onder druk staat, is dit een perspectiefwekkend project.

De voorzitter

Mevrouw Coudyser heeft het woord.

Minister, dank u. Er is inderdaad wel wat werk verzet. De studie van GainingEdge bevestigde wat we al uit de eerste studie hadden gehaald. Er is al wat concreter voorbereidend werk gebeurd. Het stemt mij zeer positief dat Vlaanderen daar meer mensen en middelen voor wil inzetten en op zoek gaat naar het verschuiven van middelen naar de MICE-industrie omdat er daar groeipotentieel is en omdat het een lucratief deel is waar er veel return on investment teruggaat naar de Vlaamse economie. In deze tijden is dat echt nodig.

De rol van Vlaanderen ten aanzien van de lokale congresbureaus is nu ook voor een deel uitgeklaard. Men kan nu samen complementair werken aan de MICE-industrie. Laat ons dus overgaan tot de echte actie op het terrein. Het is nu het moment om het te doen, zodat we binnen enkele jaren al de resultaten op het terrein kunnen zien.

De voorzitter

De heer Vandenberghe heeft het woord.

Mevrouw Coudyser, dank u om dit onder de aandacht te brengen. Minister, dank u voor uw uitvoerige uitleg. Het is inderdaad nodig om actie te ondernemen, want MICE staat inderdaad onder druk. Ik geef het concrete voorbeeld van het meeting- en eventcentrum Staf Versluys in Bredene. Je merkt dat waar men vooral op cultuur inzet, MICE onder druk staat. Het is voor dergelijke centra steeds moeilijker om bedrijven aan te trekken om dergelijke activiteiten te organiseren, onder meer door toedoen van de economische crisis. Daar moet zeker en vast op worden ingezet.

Mijn stokpaardje is MICE langs de kust. Dat blijft altijd belangrijk. Als bedrijven komen om een congres of een meeting te organiseren, koppelen ze dat meestal aan externe activiteiten, bijvoorbeeld een teambuildingactiviteit. De kust is nog altijd een van de mooiste plaatsen om dat te doen. Minister, hoewel u in uw beleidsplan vooral wilt inzetten op MICE in de grotere centrumsteden, wil ik u vragen om de kust niet te vergeten. Ook daar blijft MICE een belangrijke toeristische factor voor de sector in zijn totaliteit en voor de kustgemeenten in het bijzonder.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.